maandag 6 december 2010

Jongen / meisje

Na de bevalling van Mika mochten we kiezen wat voor onderzoeken we wilden laten uitvoeren. Er was al een bloedonderzoek geweest, nu konden we nog zowel de placenta als het lichaampje laten onderzoeken. We kozen ervoor om alleen de placenta te laten onderzoeken; van ons hoefden ze niet zo nodig in dat lichaampje te gaan snijden.

Vorige week kregen we per e-mail de uitslag: "the chromosome test is normal female". In eerste instantie dacht ik dat het over mijn chromosomen ging. Later dacht ik dat er misschien een schrijffoutje was gemaakt. De dokter had bij kleine Mika tenslotte het kleine 'dingetje' aangewezen en gezegd: "Het lijkt er sterk op dat het een jongetje is". Dus nog maar een e-mail erachteraan gestuurd om om opheldering te vragen. En ja hoor, Mika was inderdaad een meisje. Te bizar voor woorden: heb je drieënhalve week gedacht dat je een zoon hebt verloren, kom je er vervolgens achter dat het een dochter was. Verder was het natuurlijk goed nieuws dat ze geen erfelijke afwijking hadden gevonden.

Intussen zijn we anderhalve week verder, maar het is me nog niet gelukt om het idee in mijn hoofd aan te passen; ik kan nog niet over Mika nadenken als een meisje. Daarnaast ben ik een beetje teleurgesteld in de arts. Het zou professioneler van hem zijn geweest om het geslacht in het midden te laten en te zeggen dat we de chromosoomtest moesten afwachten (dat schijnt in Nederland de procedure te zijn hoorde ik van een vriendin).

We hebben besloten om de naam niet aan te passen, dan maar een meisje met een jongensnaam. Mika is gewoon Mika, of het nu een jongen of een meisje was. 

maandag 29 november 2010

Een stukje Vrede Stad beleven

Toen mijn schoonouders hier waren werd regelmatig gezegd: "Dit kun je niet overbrengen, dit moet je gewoon gezien en ervaren hebben!" En na hun bezoek aan ons heb ik me gerealiseerd: hoe ik ook mijn best doe om de lezers thuis te informeren over het leven hier, ik zal het nooit helemaal kunnen overbrengen. Hoe het voelt, hoe het ruikt, hoe leuk het is, hoe mooi het is, hoe frustrerend het is, hoe vermoeiend het is.

Maar ik wil tóch proberen om het jullie een klein beetje te laten beleven.

Stel, je bevindt je in een miljoenenstad en stapt daar op de bus met eindbestemming: Vrede Stad. De eerste twee uur van de vier uur durende busrit kun je lekker een beetje wegdommelen, aangezien de bus voortraast over een bijna lege snelweg. Geen files tussen de grote steden, want forensen zijn hier niet: iedereen woont in de stad waar hij werkt of werkt in de stad waar hij woont. Na een uur of twee verlaat de bus de snelweg, maar laat je niet misleiden: je bent er nog niet. Sterker nog, het avontuur begint nu pas. Al slingerend en hobbelend beweegt de bus zich voort door de bergen, snelheden van meer dan 60 km/u worden hier niet gehaald. Maar zelfs met 60 km/u sta je een heel aantal doodsangsten uit. Maar als je je blik afwendt van het verkeer en de omgeving in je begint op te nemen, dan kun je niet anders dan genieten. Het is groen, het is woest, het is onherbergzaam en bijna verlaten. Je gaat je bijna afvragen of deze weg wel ergens naartoe leidt, want wie woont er nu in zo'n afgelegen gebied?

Na twee uur slingeren en hobbelen rijdt de bus een stadje binnen. Nou ja, stadje... voor Nederlandse begrippen een dorp. Het is 4 km lang en op z'n breedste punt 1 km breed. Omdat het zo smal is, zie je vanaf elk punt in de stad de bijzonder gevormde karstbergen die de stad omringen of zich zelfs middenin de stad bevinden. Verdwalen is er een kunst, want je loopt binnen no-time tegen óf de oostelijke noord-zuidweg óf de westelijke noord-zuidweg aan. Overal wordt gesloopt, gebouwd of verbouwd, dus de wegen zijn óf stoffig (bij droog weer) óf modderig (bij nat weer); meer opties zijn er niet.

De bus arriveert bij het busstation en wanneer je, nog een beetje wiebelig op je benen, de straat opstapt, ontdek je een hele rij driewiel-brommers die je graag ergens heen brengen. Het zijn de lokale taxi's en zijn het meest geziene vervoersmiddel in de stad. Je zult de naam van je hotel wel in de lokale taal moeten duidelijk maken, want Engels spreken ze hier niet. Voor 40 eurocent mag je achterin het karretje stappen en wordt je naar het hotel gebracht.

Oké, je hebt de busreis overleefd en je hotel gevonden. Je hoopt maar dat je zult kunnen slapen op het keiharde bed en dat de zwarte miertjes tussen je lakens je niet zullen storen. Nu eerst maar even ergens een sandwich halen en wat eten inslaan voor de excursie van morgen. Je zoekt lang in de smalle straatjes van de binnenstad en je komt tientallen stalletjes tegen waar je rijst en noedels kunt kopen, maar een bakkerijtje met lekkere broodjes en sandwiches vind je niet. Je haalt je hart op: gelukkig, een supermarkt! Maar ook daar geen broodafdeling, dus je zult het met crackers moeten doen. Even iets lekkers zoeken voor op de crackers, maar je vindt ook geen kaasafdeling en geen vleeswarenafdeling, geen boter, geen hagelslag, vlokken, chocopasta, sandwichspread, muisjes, bebogeen, appelstroop of kokosbrood. Je ziet de bui al hangen: je zult het óf met droge crackers moeten doen óf je moeten aanpassen aan de lokale bevolking en drie keer per dag rijst of noedels eten.

Tot zover deze introductie, wordt vervolgd....

maandag 22 november 2010

Roodkapje

Regelmatig staat Juda vanaf het balkon te roepen naar wat oudere jongens die beneden op straat aan het spelen zijn. De jongens vinden het wel grappig en interessant, maar daar blijft het bij, aangezien Juda in het Engels roept en de jongens niet verstaan wat hij zegt. Vaak zeggen we tegen Juda: "Je moet de plaatselijke taal praten, anders verstaan ze je niet." Maar zijn Mandarijn is razendsnel achteruit gegaan, omdat hij sinds augustus niet meer naar school is geweest. Daar komt ook nog eens bij dat hij in Lente Stad maar twee ochtenden per week naar school ging en ik de juffen ervan verdenk dat ze Engels tegen hem praatten (het was een tweetalige school). Tijd dus voor wat nieuwe input in die kleine hersentjes van hem. De tijd tikt door en voor we het weten is die kritieke periode waarin een kind als vanzelf een taal oppikt voorbij.

Het heeft een paar weken geduurd voordat ik voldoende moed had verzameld om eens te gaan kijken bij een schooltje, omdat het er hier allemaal wat primitiever en 'boerser' aan toe gaat dan in Lente Stad. Maar vorige week maandag had ik voldoende moed verzameld en klopten we aan bij een school, Roodkapje genaamd. Toen we een paar minuten hadden staan kijken bij de ochtendgymnastiek op muziek, kregen we al wat meer vertrouwen in het peuter- en kleuteronderwijs in Vrede Stad. Maar toen ik vertelde dat ik Juda graag alleen 's ochtends wilde brengen, werden de wenkbrauwen gefronst en moest er eerst met de schoolleiding overlegd worden. Het is hier de gewoonte dat kinderen vanaf twee jaar vijf dagen per week, 8 tot 10 uur per dag op school doorbrengen, waar ze ook nog eens drie maaltijden voorgeschoteld krijgen. Daar frons ik dan weer mijn wenkbrauwen bij.

Gelukkig ging de schoolleiding akkoord met mijn verzoek en dus brachten we Juda vanmorgen voor het eerst naar school in Vrede Stad. Hij werd vóór het ontbijt verwacht en ik mocht hem na de lunch weer ophalen, op het tijdstip dat de andere kinderen zich klaar maken voor hun middagdutje. Dat moet je zo voor je zien: het klaslokaal wordt omgetoverd in een slaapzaal waarin 30 kleine peuterbedjes neergezet worden. Ik weet überhaupt niet of Juda in zo'n omgeving zou kunnen slapen.
Mijn moederhart brak toen ik hem daar zo achter liet in een nieuwe omgeving, bij mensen die hij niet kende en omgeven door een taal die hij nauwelijks verstaat. Maar toen ik hem op kwam halen vertelde hij dat hij het erg leuk had gevonden en de juffen vertelden dat hij erg vrolijk was geweest. Hopen dat hij het nog steeds leuk vindt als hij er 5 ochtenden per week naartoe gaat.

Vorige week ben ik thuis ook begonnen met een soort school. Elke middag als Zoë slaapt krijgt Juda mijn volledige aandacht terwijl hij verft, knipt, kleurt of met de klei speelt. Gedurende mijn dagelijkse bezigheden vind ik het best moeilijk om hem mijn onverdeelde aandacht te geven, terwijl hij er juist zo van geniet en het ook zo hard nodig heeft.
Afgelopen zaterdag tijdens het 'schooluurtje' was Juda aan het verven en ik wilde eens peilen wat hij nu eigenlijk van het overlijden van Mika had meegekregen, aangezien hij daar nog nooit iets over losgelaten had. Het gesprekje ging zo:

Ik: Juda, weet je nog dat mama een baby in haar buik had? Is die er nog?
Juda: Nee, niet meer
Ik: Waar is die nu?
Juda: Bij de Here God
Ik: De baby is doodgegaan, dat is wel een beetje verdrietig hè?
Juda: Nee hoor, want hij is bij de Here God. Bij de Here God is hij niet dood.

Ik zat met verbaasde (en tranende) ogen naar hem te kijken. Waar haalde hij dit nou weer vandaan? Blijkbaar heeft hij er meer van begrepen dan wij...

Klik hier voor een aantal foto's die de ouders van Robin maakten toen ze bij ons waren

maandag 15 november 2010

Terminologie

Ik zal het nog maar een keer benadrukken: wij zijn geen medisch geïnteresseerde mensen. Robin heeft in Engeland wel zijn EHBO diploma gehaald, maar ik word al duizelig bij de gedachte.
Ongetwijfeld heb ik in de afgelopen twee weken allerlei medische termen verkeerd benoemd. Zo had ik natuurlijk moeten spreken over een foetus en niet over een baby. En had ik eigenlijk wel mogen schrijven over een bevalling en over een geboorte? Nou ja, dat is in ieder geval hoe wij het beleefd hebben en ik zou niet weten hoe ik het anders had moeten noemen.

Volgens de verloskundige spreek je na 12 weken zwangerschap niet meer van een miskraam, maar van een Intra Uteriene Vruchtdood. Maar ja, wat is dat in de volksmond? Een doodgeboren kindje? Gisteren ontdekte ik dat Wikipedia zegt dat een zwangerschap die misgaat vóór 20 weken zwangerschap toch nog wel een miskraam is (in Amerika dan). Ik hou het dus maar in het midden en weet niet hoe ik het moet benoemen.

Dan nog twee medische termen die voor ons best wel pijnlijk waren. Zo moest ik in het ziekenhuis een formulier ondertekenen om toestemming te geven voor een abortus. Wat? Een abortus? dacht ik. Daar ben ik toch geen voorstander van? Pas later ontdekte ik dat, in de medische wereld, iedere vroegtijdige beëindiging van een zwangerschap, spontaan of ingeleid, gewenst of ongewenst, een abortus heet.
De volgende dag moesten we nog een formulier ondertekenen. Eentje die toestemming gaf om het lichaampje van Mika bij het medisch afval achter te laten. Hadden ze daar geen andere term voor kunnen verzinnen? 'Medisch afval' klinkt wel heel cru; alsof je je baby (o nee, foetus) weggooit.
Niet meer over nadenken, deze laatste twee. Voor ons was de bevalling van Mika een noodzakelijke medische ingreep, die niks te maken had met wij in de volksmond onder abortus verstaan. En we hoeven er ook niet over na te denken waar Mika's lichaampje nu is; we vinden troost bij de gedachte dat het lichaam slechts een omhulsel is en dat de bestemming van onze geest/ziel het enige is wat werkelijk telt.

De laatste term die ik wil bespreken is 'memorial service' (herdenkingsdienst). Deze term roept bij velen van jullie waarschijnlijk een beeld op van een volle zaal, van een lijkkist en van mensen in zwarte kleding. Ik moest dan ook even een knopje in mijn gedachten omzetten toen onze vrienden hier voorstelden om gistermorgen een 'memorial service' voor Mika te houden. We zouden met z'n allen de bergen ingaan en een mooi plekje voor een picknick opzoeken. En zo gebeurde het. We beklommen een met gras bedekte heuvel en spreidden onze picknickkleedjes uit op het meest vlakke stukje dat we konden vinden. En daar vond de herdenkingsdienst voor ons zoontje Mika plaats, midden in de natuur met in totaal slechts 13 aanwezigen (6 volwassenen en 7 kinderen). Maar het was emotioneel en hartverwarmend, vooral toen onze vrienden zeiden dat ze zichzelf hadden toegewijd aan de ondersteuning van ons. Ondertussen rende Juda rond in het gras, op zoek naar stenen en bloemetjes en hing Zoë om ons heen, klaar voor haar ochtendslaapje. En na afloop hadden we geen koffie met droge cake, maar een uitgebreide, feestelijke picknick. Het was gezellig en het was goed; het was als een stukje hemel op aarde.


Klik hier voor een aantal nieuwe foto's

maandag 8 november 2010

Verwerken

"Hoe gaat het?" Een vraag die we de afgelopen week veel gehoord hebben.
Tja, probeer daar maar eens een passend antwoord op te geven. Moet ik misschien zeggen "Lichamelijk goed, maar emotioneel een beetje in de war"? In de war omdat we enerzijds zoveel rust, vrede en dankbaarheid ervaren, maar anderzijds ook het verdriet over de misgelopen zwangerschap continu voelen.
Verwarring ook omdat we weten dat we iets te verwerken hebben, maar niet goed weten waar we moeten beginnen. Verwerken: een werkwoord, alsof je actief iets moet doen. Maar wat? Ik voel me (gelukkig) een leek in dit proces en vraag me af hoe ik nu met deze situatie om moet gaan. Vooral veel terugdenken aan vorig weekend? Aan de echo's, aan de bevalling, aan het kleine mannetje dat we voor drie minuten mochten bewonderen. Of vooral maar niet terugdenken aan vorig weekend? Of zo nu en dan terugdenken en verder doorgaan met het leven?
Er zijn honderden boeken geschreven over rouwverwerking, maar ik heb er nooit wat over gelezen. En ik denk ook: elke situatie is anders en elke persoon is anders. Is er toevallig ook een boek geschreven over het verliezen van een kind na 17 weken zwangerschap speciaal voor Nederlandse vrouwen wonend in-the-middle-of-nowhere in Oost-Azië? Ik denk het niet. Maar als iemand iets weet wat dicht in de buurt komt, dan hou ik me aanbevolen.

Anyway, als je me nu zou vragen "Hoe gaat het?", zou ik zeggen dat het goed gaat. Gewoon om het simpele feit dat het niet slecht gaat. Ik geniet extra van de twee gezonde, mooie en lieve kinderen die we hebben, ik word gesteund door een zorgzame en begripvolle echtgenoot, ik word warm van alle lieve e-mails en Facebook-berichtjes, ik voel me bevoorrecht dat we op deze paradijselijke plek op aarde mogen wonen en bovenal ben ik ontzettend dankbaar voor een Vader die me door het diepe water draagt (nee, Hij leidt me niet om het diepe water heen, maar wil dat ik er doorheen ga, maar niet alleen).
Wie weet schrijf ik over een paar weken, maanden of jaren nog eens een stukje over 'verwerken'. Misschien dat ik dan beter weet wat het is en hoe het moet.

Tenslotte nog het onderstaande verhaal. Toen ik vorige week zondag nog in het ziekenhuis was hoorde ik iemand het toevallig op televisie vertellen. En gisteren praatte ik met een vriendin die het me ook vertelde. Het zal vast niet zonder reden zijn dat ik het twee keer in één week van verschillende mensen hoor.

In Maleachi 3:3 staat: "Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert...".
Er was eens een vrouw die zich afvroeg wat een zilversmid nu eigenlijk doet met het zilver dat hij smeedt, dus ze maakte een afspraak bij een zilversmid om het proces eens van dichterbij te kunnen bekijken.
Ze keek toe terwijl de zilversmid het stuk zilver in het vuur hield om het te verhitten. De zilversmid vertelde de vrouw dat hij het zilver middenin het vuur moest houden, daar waar de vlammen het heetst waren, om alle onzuiverheden weg te branden.
De zilversmid vervolgde dat hij niet alleen bij het vuur moest zitten om het zilver vast te houden, maar dat hij onophoudelijk zijn oog op het stuk zilver gericht moest houden, want als het zilver ook maar iets te lang in het vuur werd gehouden, dan zou het verbranden en onbruikbaar worden.
Tenslotte vroeg de vrouw nog: "Hoe weet u wanneer het zilver volledig gezuiverd is?" De zilversmid antwoordde: "Als ik mijzelf in het stuk zilver weerspiegeld zie."

We gaan soms door hete vuren in ons leven, maar de 'zilversmid' laat ons niet los en wendt zijn oog niet van ons af. Zijn doel is niet dat we 'verbranden' en onbruikbaar worden, maar dat we mooier worden en Zijn evenbeeld gaan weerspiegelen.

zondag 31 oktober 2010

Mika

Juist toen ik dacht dat ik wel redelijk aan mijn tax zat wat betreft verhuizing, visum-problemen, paspoortreizen, bezoeken van vrienden en familie en het wennen aan een nieuwe omgeving, gebeurde er afgelopen week iets wat al het voorgaande naar de achtergrond deed verdwijnen.

Afgelopen donderdag besloot ik om even een bezoekje te brengen aan het plaatselijke ziekenhuisje in Vrede Stad. Die avond zouden Robins ouders arriveren voor een bezoek van twee weken en voor die tijd wilde ik even laten checken of alles met de baby goed was. De avond van tevoren vroeg Robin me nog: "Beloof je me dat je niks zult geloven van wat de dokters je vertellen?" (aangezien de dokters hier mee lijken te dingen naar een prijs voor liegen, misdiagnose, overdrijven en corruptie). Ik kon het hem niet beloven. Toen ik de volgende morgen op de tafel voor de echo lag, mat de echoscopist eerst de schedel op. "16 weken en een paar dagen", meldde hij. Dat klopte precies, dus ik was opgelucht. Maar daarna bleef hij maar onrustig zoeken en zoeken, wel een kwartier lang. Een collega werd erbij gehaald en die schudde haar hoofd. Ik begreep niet precies wat er aan de hand was. Pas vlak voordat ik het kamertje weer verliet zei de echoscopist in zijn beste Engels: "Your baby has died." En met die mededeling moest ik het doen.

De uren daarna brachten we in grote onzekerheid door: zou het een misdiagnose zijn? En als het wél zo was, wat moesten we nu dan doen? 's Middags sprak ik met een bevriende verloskundige in Nederland en die vertelde me dat het eigenlijk niet voorkwam dat een hartslag met 16 weken niet werd gevonden. Ook vertelde ze me dat een bevalling absoluut in het buitenland zou moeten plaatsvinden, omdat achteraf vaak nog een operatie moet plaatsvinden en ook gezien mijn rhesus-negatieve bloed.

Die avond arriveerden Robins ouders na een busreis van 11 uur. Ze waren net een half uur binnen toen we ze het nieuws vertelden en meedeelden dat we de volgende ochtend vroeg met z'n allen naar Hong Kong zouden vertrekken. Lekkere binnenkomer als je elkaar anderhalf jaar niet gezien hebt...

Voor de verzekering hadden we nog een verklaring van het ziekenhuis nodig, dus om 10 uur 's avonds reden we nog naar het ziekenhuis om de hoofdzuster te ontmoeten. Zij zocht voor de zekerheid nog een tijdje met de doptone naar een hartslag, maar opnieuw was deze onvindbaar.

Tot 1 uur 's nachts waren we nog wel bezig met het regelen van verzekeringszaken en het inpakken van de koffers. En de volgende ochtend reden we met z'n zessen naar de dichtstbijzijnde grote stad NN, op vier uur rijden van Vrede Stad. Daar wachtten mijn schoonmoeder, Zoë en ik op het vliegtuig naar HK, terwijl Robin, mijn schoonvader en Juda hun reis per auto voortzetten.

Diezelfde avond waren we dus nog in HK en werd ik opgenomen in het ziekenhuis. Mijn schoonmoeder en Zoë overnachtten in een hotel in de buurt. Opnieuw werd er een echo gedaan, die bevestigde wat we eigenlijk al wisten (hoewel we stilletjes natuurlijk nog wel hadden gehoopt op een wonder). Na afloop keek de echoscopist me aan, zei niks, maar legde eventjes zijn hand op mijn hand. Dit teken van medeleven betekende zó veel voor me, dat ik spontaan begon te huilen. Niet omdat ons kindje was overleden, maar omdat deze hand op mijn hand een wereld van verschil was in vergelijking met hoe de echoscopist in Vrede Stad had gereageerd. Een gesprek met de gynaecoloog volgde en die legde me de hele procedure uit en stelde voor om de volgende ochtend te beginnen met het inleiden van de bevalling. Na nog een bloedonderzoek kon ik gelukkig op tijd naar bed en had ik een goede nachtrust.

Gistermorgen werd ik om half zes wakker gemaakt en om zes uur werd de medicatie begonnen. Gelukkig arriveerde Robin om 10.30 uur; ik was al een beetje bang dat ik het zonder hem zou moeten doen! De weeën waren vrijwel pijnloos en totdat mijn vliezen om kwart voor één braken zat ik zelfs nog gewoon e-mailtjes te schrijven en mijn Facebook account te checken. Rond één uur werd, na 17 weken zwangerchap, ons kindje geboren en niet veel later de placenta. We mochten de baby zien en ook foto's maken. Het was een jongetje, 18 cm lang en 170 g zwaar. We besloten hem Mika te noemen. Alles zat erop en eraan: tien vingertjes, tien teentjes, oogjes, oortjes, enz. Het was een emotioneel moment, maar we zijn blij dat we toch nog zo afscheid konden nemen. Volgens de dokter was de doodsoorzaak heel waarschijnlijk de navelstreng die twee keer strak om het nekje gedraaid zat. Een ongelukje dus. Niet kort daarna werd ik nog onder narcose gebracht voor een korte operatie, die van tevoren al min of meer voorspeld was.

En dat was het. Vanmorgen (zondag) mocht ik het ziekenhuis verlaten en samen met Robin en Juda stapte ik in de metro op weg naar ons hotel. Voor omstanders zag ik er waarschijnlijk uit als de normaalste persoon van de wereld, maar het liefst had ik wel uit willen schreeuwen: "Weten jullie niet dat ik gisteren een kind heb verloren ofzo?!"

Nu kan het verwerken beginnen. Eerst nog een paar dagen in HK, dan terug naar Vrede Stad.
Hoewel we natuurlijk verdrietig zijn om het verlies van dit kind, hebben we door alles heen ontzettend veel rust en vrede ervaren en werd ik getroost door de tekst: "Aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één" (Ps. 139:16) Mika's leven was kort, maar wel compleet. En we geloven dat hij nu op een betere plaats is waar hij op ons wacht.

We zien echt dat een hand van boven de omstandigheden op een perfecte manier samengebracht heeft. Dat we het overlijden van dit kindje 'bij toeval' al zo snel ontdekten (waarschijnlijk was het kindje letterlijk nét overleden toen we de echo in Vrede Stad lieten maken). Als we er niet achter waren gekomen en de bevalling was spontaan op gang gekomen, had dit ernstige gevolgen kunnen hebben voor mijn gezondheid, aangezien de placenta niet goed loskwam en gezien mijn rhesus-negatieve bloed (wat niet in Azië voorkomt).
Dat Robins ouders 'toevallig' die avond arriveerden en de zorg voor de kinderen op zich konden nemen terwijl Robin en ik in het ziekenhuis waren. Ik zou weten wat we zonder hen gemoeten hadden.

Tenslotte zijn we ontzettend dankbaar voor zoveel blijken van medeleven en zoveel vrienden en familie die in deze moeilijke periode (biddend) achter ons staan.

maandag 25 oktober 2010

De afgelopen week...

... hadden we twee vrienden uit Lente Stad op bezoek. We bezochten met hen indrukwekkende watervallen 1,5 uur rijden hiervandaan, op de grens met Vietnam. Juda reed voor het eerst in zijn leven op een pony, we zetten voet in Vietnam, genoten van het natuurspektakel en kochten voor het eerst een hele geroosterde kip aan de kant van de weg.
... werd mij door een buurtbewoner de vraag gesteld: "Heb je dé operatie al gehad?" Nadat ze de vraag vijf keer herhaald had, begreep ik eindelijk waar ze het over had: of mijn baarmoeder en toebehoren al buiten werking gesteld waren door de dokter. Over het algemeen geldt de één-kind-politiek, maar als je bereid bent een boete te betalen, dan wordt een tweede kind ook nog toegestaan. Maar na de geboorte van je tweede kind wordt meteen het hele zaakje 'onschadelijk' gemaakt (een tweede bevalling is dan ook altijd automatisch een keizersnee). Toen ik haar vertelde dat we nog een derde kindje hopen te krijgen, reageerde ze verbaasd: "Mag dat dan?"
... praatte ik met Juda over mijn moedervlekken en vertelde hem dat papa ook veel moedervlekken had. Hij reageerde: "Neehee! Papa heeft mannenvlekken en mama heeft mevrouwenvlekken!"
... keken we de film Amish Grace. Wat een aangrijpend verhaal, maar wat een hoopbrengende boodschap. Ik heb nog nooit zó veel gehuild tijdens een film. Een absolute aanrader!
... wilde ik Juda wat warmere kleren aantrekken, maar ontdekte na het opentrekken van zijn kast dat zijn hele wintercollectie van vorig jaar nu te klein was. Ja, je weet dat kinderen groot worden, maar op dat soort momenten word je er wel even bij stil gezet dat ze groot zijn voor je er erg in hebt.

Klik hier voor een aantal nieuwe foto's

maandag 18 oktober 2010

GPS

Moet ik nu wéér gaan schrijven over onze meest recente maandelijkse visa run naar het buitenland, die we vorige week maakten? Moet ik gaan schrijven dat de autoreis naar Hong Kong wel erg lang was (15 uur)? Dat het weer erg vermoeiend was met de kinderen (maar uiteraard ook voor de kinderen)? Moet ik weer gaan schrijven over douanes, ambassades, bussen en metro's? Ik geloof dat ik in de herhaling zou gaan vallen en bovendien vrees ik dat er lezers zouden zijn die vinden dat ik op mijn blog wel erg veel klaag over mijn leven hier.

Dus, een wat luchtiger stukje over onze GPS.
Ik persoonlijk ben meer van de kaarten. Als we op reis gaan dan zoek ik graag zelf uit welke route we rijden en waar de plaats van bestemming zich bevindt. Robin daarentegen is van het makkelijke en denkt: als een machientje het voor mij kan doen, waarom zou ik dan mijzelf er mee vermoeien?
En dus gingen we afgelopen woensdag op pad met slechts een straatnaam van ons overnachtingsadres op een briefje, zodat we dat konden intoetsen in de GPS. Eigenlijk ging de reis heel voorspoedig en tegen acht uur 's avonds arriveerden we in de straat waar het hotel vlakbij zou moeten liggen. Maar hoe we ook zochten, het hotel bleek onvindbaar. Na drie kwartier rondrijden vroegen we eindelijk aan iemand de weg. "Oh, maar dat ligt in de stad!" was zijn antwoord. Huh? In de stad? Waar zaten we nu dan? Tja, als we dat eens wisten. We hadden tenslotte blindelings de aanwijzingen van de GPS gevolgd en hadden dus geen idee waar we gestrand waren. Waarschijnlijk waren we in een voorstad van die grote stad beland, die toevallig óók een straat met die naam had (elke stad hier heeft tenslotte een Volks Straat). We bleken ons 20 km van de straat van bestemming te bevinden. Gelukkig, uiteindelijk wees onze trouwe, grijze vriend ons wél de goede weg, maar we hadden door zijn 'misleiding' wel een vertraging van anderhalf uur opgelopen.

Na drie dagen hadden we ons vertrouwen in de GPS weer hervonden en dus toetsten we voor de terugreis ons thuisadres in en met ons verstand op nul gingen we weer op weg. Het eerste uur ging goed, maar toen gaf het schermpje aan dat we van de snelweg af moesten. We dachten: hij zal de weg wel weten. En dus verlieten we de snelweg, om er al snel achter te komen dat we dwars door een mega-grote miljoenenstad geleid werden. Verkeerslichten, rotondes, fietsen, brommers; dit schoot echt niet op. Waarschijnlijk is er een instelling op ons machientje die je laat kiezen tussen 'snelste weg' en 'kortste weg' (maar dan in karakters). Het kan haast niet anders dan dat die instelling op 'kortste weg' weg staat, want geen normaal denkend mens zou ooit zo'n route dwars door zo'n grote stad kiezen. De overige aanwijzingen van Mr-I-Know-The-Way in de wind slaand baanden we ons zo snel mogelijk weer een weg naar de snelweg en vervolgden onze weg, dit keer mét kaart.

Het gebruik van zo'n apparaatje met een menu in een taal waarin je vloeiend bent zou ons waarschijnlijk minder problemen opleveren. Maar zeker het lokale schrift hier zijn we ons nog lang niet volledig eigen, en dus doen we er misschien verstandig aan om voorlopig nog even ons eigen verstand en inzicht te gebruiken wanneer we de weg op gaan.

Klik hier voor een aantal nieuwe foto's

p.s. onze GPS hadden we gratis van iemand gekregen, ik geloof niet dat ik er akkoord mee zou gaan om daar geld aan uit te geven...

maandag 11 oktober 2010

Niet per definitie vriendjes

Een half jaar geleden zat ik met een vriendin, moeder van drie jongens, in de bus en ze waarschuwde me dat vanaf nu ik de hele dag door politie-agentje zou spelen tussen de kinderen. Zoë was toen 10 maanden oud, kroop nog niet eens en vermaakte zich met rammelaars, bijtringen en zachte knuffeltjes. Zoë was Juda's kleine knuffelpopje en er was geen spoortje jaloezie te bekennen. Dus ik wuifde mijn vriendins waarschuwing weg en zei nog: "Misschien valt het bij ons wel mee, omdat het om een jongen en een meisje gaat." Niet veel later, zodra Zoë ging kruipen, begon Juda's kijk op zijn kleine zusje te veranderen: van schattig knuffelpopje naar bedreiging. Nu kon ze zijn speelgoed pakken en dat was natuurlijk onwenselijk.

Een paar maanden geleden sprak ik met een andere vriendin over de telefoon en ik deelde over de jaloezie, het afpakken, geruzie, enz., maar ik zei erbij: "Het zal allemaal wel bij de leeftijd horen." Haar reactie daarop houdt me sindsdien bezig: "Er is geen garantie dat ze elkaar over een paar jaar wel leuk zullen vinden hoor." Ineens realiseerde ik me (eigenlijk voor het eerst sinds het begin van mijn moederschap): ja, broertjes en zusjes zijn niet per definitie beste vriendjes. In Nederland zou ik me daar niet zo druk over gemaakt hebben, maar juist hier, waar vriendjes maken met lokale kinderen niet zo gemakkelijk is/zal zijn voor onze kinderen, had me dat wel ideaal geleken. Eigenlijk vond ik het ook wel leuk dat er maar anderhalf jaar tussen Juda en Zoë zat, want dan konden ze leuk met elkaar spelen. Niet per definitie dus.

De tijd zal het leren...

Klik hier voor een aantal foto's uit september

maandag 4 oktober 2010

Wennen

"Hoe komt het dat hij/zij zulk wit haar heeft?" Deze vraag werd in Lente Stad zo nu en dan gesteld als ik met Juda of Zoë over straat ging, maar dan wel door kinderen. Hier in Vrede Stad is mij die vraag al een paar keer gesteld door een volwassene. Die zouden toch beter moeten weten, denk ik dan. Maar nee, hier in Vrede Stad heeft het merendeel van de bevolking nog nooit een blond kind gezien. "Daar is hij/zij mee geboren," is altijd mijn antwoord, waarna een ongelovig "Echt waar?" klinkt.

De lokale bevolking moet aan ons wennen. De eerste avonden hadden we kinderen die buiten bij ons raam stonden te schreeuwen: "Buitenlander! Buitenlander!" en op straat horen we om ons heen geroezemoes "Kijk, een Amerikaan!". De wereld is voor de meeste mensen hier niet groter dan hun eigen stad of provincie. Een enkeling is wel eens in de hoofdstad geweest, maar vrijwel niemand heeft wel eens het buitenland bezocht. Het buitenland staat voor het merendeel gelijk aan Amerika en een blanke dus aan een Amerikaan.

Meestal stoot men elkaar aan en fluistert men wat als we voorbijlopen. Maar een enkele keer breekt een luid gegil uit (meestal door tienermeiden) alsof een beroemde popster op straat gespot wordt en worden mobieltjes tevoorschijn gehaald om dit fenomeen met een digitaal cameraatje vast te leggen.

Maar het is wennen van twee kanten. Wij moeten wennen aan de vreemde taal die mensen onderling praten (een compleet andere taal dan die wij de afgelopen twee jaar bestudeerd hebben), aan de beestjes (voornamelijk muggen en spinnen) die ons huis binnendringen (die hadden we niet op de 10e), aan het gebrek aan westerse levensmiddelen en aan de markt, waar naast kippen, ganzen, vissen, geiten, varkens en koeien ook kooitjes met honden en konijnen uitgestald staan, mocht je daar trek in hebben.

Komend weekend arriveert de laatste verhuisvracht uit Lente Stad, met daarin onder andere onze eettafel, kledingkast, voorraadkast en fietsen. Hopen dat hier in huis dan ook dingen eindelijk een definitieve plek kunnen krijgen, wat het thuis-gevoel hopelijk zal vergroten.