Toen we afgelopen winter in Nederland waren, hebben we zo nu en dan laten vallen dat we na terugkomst in Vrede Stad misschien al vrij snel zouden verhuizen. Bij terugkomst bleken de zaken er echter anders voor te staan dan ons in eerste instantie verteld was (pffff... groepsdynamiek!) en daarnaast leek het ons ook beter voor het gezin om ons voorlopig toe te wijden aan Vrede Stad. Nu we deze keuze gemaakt hebben, is het ook wel een fijn idee dat we ons hier echt kunnen gaan settelen, we hopen in ieder geval voor de komende 2,5 jaar. Dit betekent wel dat we aan de slag moeten met het opzetten van een bedrijfje; iets waarvan we allebei geen kaas hebben gegeten.
En verder...
... begint Juda er sinds afgelopen week steeds over dat hij vindt dat er nóg een kindje bij moet komen. "Gewoon, omdat 4 leuker is dan 3," is zijn redenering. 'Waarom dan niet?" vraagt hij, wanneer ik hem vertel dat ik drie eigenlijk wel genoeg vind. Ik zit met mijn mond vol tanden, want eigenlijk wil ik zeggen: "Omdat ik van drie kinderen al zo moe word," maar dat is natuurlijk niet zo leuk om tegen je kind te zeggen.
... zijn bij Salomé het derde en vierde tandje doorgekomen. Met 6 maanden waren de onderste twee voortanden al doorgekomen, maar nu verschenen niet de twee middelste voortanden, zoals gebruikelijk, maar de twee daarnaast. Ben benieuwd hoe dat er straks uit gaat zien!
... was moederdag erg gezellig. Van Juda een mooie tekening gehad en 's middags met drie vriendinnen er tussenuit om te eten en bij te praten.
... lijkt het regenseizoen begonnen te zijn. Tot vorige week was het het steeds een graad of 32, wat voor mij een beetje teveel van het goede was. Nu is het meestal zo rond de 26°C, wat ik helemaal goed vind en elke dag wel een fikse regenbui, waardoor de buurt er weer lekker fris en groen uitziet.
... zitten de eerste negentig dagen er alweer bijna op, wat betekent dat we binnenkort het land uit moeten. Gelukkig valt dat mooi samen met onze jaarlijkse conferentie, dus we reizen volgende week maandag naar Lente Stad en vliegen op woensdag naar Bangkok.
maandag 14 mei 2012
maandag 7 mei 2012
Get yourself together
You've got to get yourself together
You've got stuck in a moment
And now you can't get out of it
Eerlijk gezegd geen idee waar dit nummer van U2 over gaat; ik heb de hele songtekst doorgelezen, maar ik ben gewoon niet zo poëtisch aangelegd. En toch heb ik deze woorden de afgelopen weken herhaaldelijk tegen mezelf gezegd.
Waarom dan?
Over het feit dat onze kinderen niet in Nederland zullen opgroeien.
Ga je daar nu alwéér over bloggen?!
Ja, nog één keer, voorlopig voor de laatste keer.
Het was denk ik het meest emotionele moment van ons verlof. Het was Juda's laatste schooldag geweest en ik zat in de auto onderweg naar Utrecht. Er brak iets binnenin mij en de tranen stroomden over mijn wangen. Ik riep het uit: "Is dit écht wat U van ons vraagt? Ik kan het niet!" Nu was het natuurlijk sowieso een tijd van inpakken en afscheid nemen, dus waarschijnlijk had ik hoog gescoord als iemand me op dat moment had getest op labiliteit. En eigenlijk luchtte het best wel op om even lekker te janken en mijn emoties de vrije loop te laten.
Net terug in Vrede Stad had ik goede hoop: de kinderen genoten van hun speelgoed, van het buiten spelen en Juda vroeg elke ochtend: "Mag ik vandaag weer naar school?" Jammer dat dat enthousiasme na de eerste schooldag meteen voorbij was en sindsdien is veranderd in tegenzin. En het erge is dat ik als moeder hem daar niet eens ongelijk in kan geven. Sinds kort klaagt hij erover dat de kinderen altijd zo gillen in de klas (waar) en dat ze er ook altijd vechten (ook waar). Als de andere kinderen aan het werk gaan (lees: karakters moeten schrijven), mag Juda een tekening maken. Als de andere kinderen hun ontbijt of lunch naar binnen werken, doet Juda niet mee. Er is vrijwel geen speelgoed in de klas en er wordt ook niet geknutseld.
Als hij het heeft over school, dan heeft hij het nog steeds over de Willem-Alexander en als hij het heeft over zijn juf, dan gaat het nog steeds over juf Rosalie. Laatst zei hij: "Mam, ik heb al één vriendje in de klas." Mijn hart maakte een sprongetje van blijdschap: gelukkig, toch een vriendje op de Chinese school! Dus ik vroeg: "Wie dan?" En hij zei: "Marit." Jammer, hij had het weer over zijn klas in Nederland.
You are such a fool
To worry like you do
Maar elke dag weer geef ik mezelf een schop onder de kont en zeg: "Get over it!" Nee, onze kinderen zullen geen perfecte jeugd hebben, maar dat hadden ze ook niet gehad als ze in Nederland waren opgegroeid. Hier in Azië hebben we issues, maar in Nederland zouden we ook issues gehad hebben, maar dan andere. En bovendien brengt het leven hier in Azië ook een aantal mooie kanten met zich mee: de kinderen groeien op met een veel breder wereldbeeld dan het gemiddelde Nederlandse kind, de kinderen spreken drie talen en straks met thuisscholing kunnen we veel meer gerichte en persoonlijke aandacht aan de kinderen besteden dan een juf in Nederland dat zou kunnen doen.
It's just a moment
This time will pass
You've got stuck in a moment
And now you can't get out of it
Eerlijk gezegd geen idee waar dit nummer van U2 over gaat; ik heb de hele songtekst doorgelezen, maar ik ben gewoon niet zo poëtisch aangelegd. En toch heb ik deze woorden de afgelopen weken herhaaldelijk tegen mezelf gezegd.
Waarom dan?
Over het feit dat onze kinderen niet in Nederland zullen opgroeien.
Ga je daar nu alwéér over bloggen?!
Ja, nog één keer, voorlopig voor de laatste keer.
Het was denk ik het meest emotionele moment van ons verlof. Het was Juda's laatste schooldag geweest en ik zat in de auto onderweg naar Utrecht. Er brak iets binnenin mij en de tranen stroomden over mijn wangen. Ik riep het uit: "Is dit écht wat U van ons vraagt? Ik kan het niet!" Nu was het natuurlijk sowieso een tijd van inpakken en afscheid nemen, dus waarschijnlijk had ik hoog gescoord als iemand me op dat moment had getest op labiliteit. En eigenlijk luchtte het best wel op om even lekker te janken en mijn emoties de vrije loop te laten.
Net terug in Vrede Stad had ik goede hoop: de kinderen genoten van hun speelgoed, van het buiten spelen en Juda vroeg elke ochtend: "Mag ik vandaag weer naar school?" Jammer dat dat enthousiasme na de eerste schooldag meteen voorbij was en sindsdien is veranderd in tegenzin. En het erge is dat ik als moeder hem daar niet eens ongelijk in kan geven. Sinds kort klaagt hij erover dat de kinderen altijd zo gillen in de klas (waar) en dat ze er ook altijd vechten (ook waar). Als de andere kinderen aan het werk gaan (lees: karakters moeten schrijven), mag Juda een tekening maken. Als de andere kinderen hun ontbijt of lunch naar binnen werken, doet Juda niet mee. Er is vrijwel geen speelgoed in de klas en er wordt ook niet geknutseld.
Als hij het heeft over school, dan heeft hij het nog steeds over de Willem-Alexander en als hij het heeft over zijn juf, dan gaat het nog steeds over juf Rosalie. Laatst zei hij: "Mam, ik heb al één vriendje in de klas." Mijn hart maakte een sprongetje van blijdschap: gelukkig, toch een vriendje op de Chinese school! Dus ik vroeg: "Wie dan?" En hij zei: "Marit." Jammer, hij had het weer over zijn klas in Nederland.
You are such a fool
To worry like you do
Maar elke dag weer geef ik mezelf een schop onder de kont en zeg: "Get over it!" Nee, onze kinderen zullen geen perfecte jeugd hebben, maar dat hadden ze ook niet gehad als ze in Nederland waren opgegroeid. Hier in Azië hebben we issues, maar in Nederland zouden we ook issues gehad hebben, maar dan andere. En bovendien brengt het leven hier in Azië ook een aantal mooie kanten met zich mee: de kinderen groeien op met een veel breder wereldbeeld dan het gemiddelde Nederlandse kind, de kinderen spreken drie talen en straks met thuisscholing kunnen we veel meer gerichte en persoonlijke aandacht aan de kinderen besteden dan een juf in Nederland dat zou kunnen doen.
It's just a moment
This time will pass
maandag 30 april 2012
Sommige dingen moet je niet willen
Vandaag was zo'n dag. Nou ja, eigenlijk niet alleen vandaag, ze komen wel vaker voor.
Maar eerst even terug in de tijd. Afgelopen zaterdag herinnerde een Amerikaanse vriend ons eraan dat twee dagen later een belangrijk feest voor de deur zou staan. Iedereen dacht dat hij zich vergiste en verbeterde hem: "Nee, dinsdag is het pas 1 mei," want dan vieren de Chinezen de dag van de arbeid. Maar nee, hij had het niet over de dag van de arbeid, maar over Koninginnedag. Ik reageerde dat we er niks aan zouden doen, want Koninginnedag is iets dat gevierd moet worden met anderen en niet in je eentje. Onze vriend antwoordde dat hij het niet erg zou vinden om het met ons te komen vieren. Nu ben ik van mening dat je Koninginnedag eigenlijk met landgenoten moet vieren, maar bij gebrek daaraan toch gisteravond laat nog een mailtje de deur uit gedaan met een uitnodiging om de volgende dag Nederlandse pannenkoeken te komen eten. Dress code: oranje.
Nu hebben de kinderen twee dagen vrij van school i.v.m. dag van de arbeid (dit betekende wel dat ze eigenlijk op zaterdag en zondag naar school hadden gemoeten, om de vrije dagen in te halen). Een vrije dag voor de kinderen betekent voor mama helaas een extra drukke dag. We besloten vanmorgen eerst even op zoek te gaan naar een boiler, want rond de feestdagen kun je goed koopjes scoren. Binnen de kortste keren waren zowel Juda als Zoë het méér dan zat en zaten alleen maar te huilen en te klagen. Vervolgens moest het huis aan kant gemaakt worden, moesten er nog heel veel eieren en melk gekocht worden, moest er frisdrank in huis gehaald worden en moesten er natuurlijk heel veel pannenkoeken (±70) gebakken worden (want hoewel we het feestje nogal laat aangekondigd hadden, waren er binnen de kortste keren toch 16 aanmeldingen). En ondertussen waren de kinderen moe en vroegen om aandacht.
Spijt als haren op mijn hoofd, dat ik weer zoiets als een koninginnedagfeest wilde organiseren. Zijn mijn stresslevels de laatste tijd gewoon wat aan de lage kant? Of wil ik gewoon te veel? Een vriendin schreef laatst in een e-mail: "Sommige dingen moet je gewoon niet willen." Ik besloot dat dat mijn nieuwe levensmotto moest worden. Ik moet niet én een keukenprinses willen zijn én de beste moeder én een super-sociale en gastvrije vriendin én een goede taalstudent én een leuke kleuterjuf én een succesvolle buitenlandwerker én een schoon en opgeruimd huis willen hebben én alle contacten in Nederland willen onderhouden én mijn teennagels lakken én én én.....
Anyway, ik zie mezelf gedurende de middag langzaam in een monster veranderen. Kort lontje, zo gezegd. En ik vraag mezelf af: ik ben toch niet de eerste die een huishouden met drie kinderen draaiende probeert te houden?! Hoe deden die moeders met tien of meer kinderen dat toch in de vorige eeuw? Toen er nog geen afwasmachines, wasmachines, wasdrogers en auto's bestonden? Of is misschien de sleutel opnieuw: we willen gewoon te veel? Hoewel het aan de ene kant erg benauwend klinkt, denk ik dat de verantwoordelijkheden van de toenmalige moeder (Keuken, Kerk en Kinderen) juist ook wel bevrijdend werkte. Meer dan dat hóefde gewoon niet.
(nu krijg ik vast alle feministen onder mijn lezers over me heen.....)
Natuurlijk werd het een fantastische avond, met lieve vrienden en veel gezelligheid. En terwijl iedereen lovende woorden uitsprak over de pannenkoeken en het zelfgemaakte ijs, voelde ik het monstertje uit me wegsluipen en kon ook ik lekker ontspannen en genieten.
Fijne Koninginnedag!
Maar eerst even terug in de tijd. Afgelopen zaterdag herinnerde een Amerikaanse vriend ons eraan dat twee dagen later een belangrijk feest voor de deur zou staan. Iedereen dacht dat hij zich vergiste en verbeterde hem: "Nee, dinsdag is het pas 1 mei," want dan vieren de Chinezen de dag van de arbeid. Maar nee, hij had het niet over de dag van de arbeid, maar over Koninginnedag. Ik reageerde dat we er niks aan zouden doen, want Koninginnedag is iets dat gevierd moet worden met anderen en niet in je eentje. Onze vriend antwoordde dat hij het niet erg zou vinden om het met ons te komen vieren. Nu ben ik van mening dat je Koninginnedag eigenlijk met landgenoten moet vieren, maar bij gebrek daaraan toch gisteravond laat nog een mailtje de deur uit gedaan met een uitnodiging om de volgende dag Nederlandse pannenkoeken te komen eten. Dress code: oranje.
Nu hebben de kinderen twee dagen vrij van school i.v.m. dag van de arbeid (dit betekende wel dat ze eigenlijk op zaterdag en zondag naar school hadden gemoeten, om de vrije dagen in te halen). Een vrije dag voor de kinderen betekent voor mama helaas een extra drukke dag. We besloten vanmorgen eerst even op zoek te gaan naar een boiler, want rond de feestdagen kun je goed koopjes scoren. Binnen de kortste keren waren zowel Juda als Zoë het méér dan zat en zaten alleen maar te huilen en te klagen. Vervolgens moest het huis aan kant gemaakt worden, moesten er nog heel veel eieren en melk gekocht worden, moest er frisdrank in huis gehaald worden en moesten er natuurlijk heel veel pannenkoeken (±70) gebakken worden (want hoewel we het feestje nogal laat aangekondigd hadden, waren er binnen de kortste keren toch 16 aanmeldingen). En ondertussen waren de kinderen moe en vroegen om aandacht.
Spijt als haren op mijn hoofd, dat ik weer zoiets als een koninginnedagfeest wilde organiseren. Zijn mijn stresslevels de laatste tijd gewoon wat aan de lage kant? Of wil ik gewoon te veel? Een vriendin schreef laatst in een e-mail: "Sommige dingen moet je gewoon niet willen." Ik besloot dat dat mijn nieuwe levensmotto moest worden. Ik moet niet én een keukenprinses willen zijn én de beste moeder én een super-sociale en gastvrije vriendin én een goede taalstudent én een leuke kleuterjuf én een succesvolle buitenlandwerker én een schoon en opgeruimd huis willen hebben én alle contacten in Nederland willen onderhouden én mijn teennagels lakken én én én.....
Anyway, ik zie mezelf gedurende de middag langzaam in een monster veranderen. Kort lontje, zo gezegd. En ik vraag mezelf af: ik ben toch niet de eerste die een huishouden met drie kinderen draaiende probeert te houden?! Hoe deden die moeders met tien of meer kinderen dat toch in de vorige eeuw? Toen er nog geen afwasmachines, wasmachines, wasdrogers en auto's bestonden? Of is misschien de sleutel opnieuw: we willen gewoon te veel? Hoewel het aan de ene kant erg benauwend klinkt, denk ik dat de verantwoordelijkheden van de toenmalige moeder (Keuken, Kerk en Kinderen) juist ook wel bevrijdend werkte. Meer dan dat hóefde gewoon niet.
(nu krijg ik vast alle feministen onder mijn lezers over me heen.....)
Natuurlijk werd het een fantastische avond, met lieve vrienden en veel gezelligheid. En terwijl iedereen lovende woorden uitsprak over de pannenkoeken en het zelfgemaakte ijs, voelde ik het monstertje uit me wegsluipen en kon ook ik lekker ontspannen en genieten.
Fijne Koninginnedag!
maandag 23 april 2012
Een bevoorrecht mens
Het is negen uur 's ochtends. Juda en Zoë zijn naar school en Salomé slaapt alweer. Even wat tijd voor mezelf. Ik plof op ons bed neer, doe m'n ogen dicht en bedenk me waarvoor ik allemaal dankbaar ben.
De dag is pas twee uur oud en toch al zoveel dingen waarvoor ik dankbaar kan zijn. Al de bovenstaande dingen zijn geen vanzelfsprekendheden; ik voel me een bevoorrecht mens.
- Het leven! Dat ik deze ochtend weer wakker mocht worden, mijn hart alweer zo'n 1000 keer heeft geslagen sinds ik mijn ogen opendeed, dat mijn longen zich weer vulden met lucht.
- Een huis om in te wonen, een plek die ik thuis kan noemen. Geen vanzelfsprekendheid, want hoeveel daklozen leven er op deze wereld? Hoeveel mensen zijn op de vlucht?
- Drie prachtige kinderen. Ook niet vanzelfsprekend...
- Gezondheid. Oké, ik voel me niet helemaal honderd, maar ik functioneer nog prima. Ik kan lopen, fietsen, springen, tillen, rennen, dansen. Robin is gezond en de kinderen ook. Ondertussen liggen de ziekenhuizen vol en sterven er dagelijks duizenden mensen aan ziekten als AIDS, kanker, malaria en zelfs diarree.
- Eten. In overvloed, kan ik er rustig aan toevoegen. Zelfs zonder stroopwafels, drop en hagelslag zijn we nog altijd veel beter af dan die miljoenen mensen wereldwijd die in hongersnood leven. En onder dit kopje kan ik ook nog schoon drinkwater noemen, iets wat zelfs in dit gebied een luxe is.
- Dat de kinderen naar school kunnen. Ook een voorrecht. Op sommige plekken hebben ouders geen geld voor school, op andere plekken kunnen kinderen niet naar school omdat ze niet geregistreerd staan (omdat ze het tweede of derde kind zijn terwijl er maar één kind toegestaan is), op weer andere plekken moeten kinderen op straat bedelen, in fabrieken werken of met geweren rondlopen in een oorlogsgebied.
- Robin. Mijn maatje, mijn beste vriend. We lachen veel samen en laten af en toe een traantje. We zitten al 6 jaar jaar lang zo'n 24 uur per dag op elkaar lip en zijn elkaar nog steeds niet zat. We zien ernaar uit dat we over twee maanden al tien jaar huwelijk mogen vieren!
- Dat we in een land wonen waar vrede heerst. Op het nieuws horen we berichten over oorlogen, opstanden (en een vallend kabinet), maar hier gelukkig geen soldaten, tanks en geweren op straat.
- Vrienden. Ik weet dat mensen dichtbij en ver weg om ons geven, met ons meeleven en van ons houden. Hoeveel mensen voelen zich wel niet eenzaam?
- Familie. Überhaupt dat we lieve ouders, oma's, nog één opa, broers en zussen hebben, maar ook dat we een goede relatie met hen allemaal hebben. Geen verstoorde relaties, geen verbroken contacten. Denk eens aan al die weeskinderen in Aziatische, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen.
- Financiële middelen om een TV, een koelkast, een computer, een auto, kleding, boeken, speelgoed, een mobiele telefoon en nog véél meer te kunnen kopen. Sommige mensen kunnen alleen maar dromen van zoveel rijkdom.
De dag is pas twee uur oud en toch al zoveel dingen waarvoor ik dankbaar kan zijn. Al de bovenstaande dingen zijn geen vanzelfsprekendheden; ik voel me een bevoorrecht mens.
maandag 16 april 2012
Leven in een 'klasseloze samenleving'
Er was eens een tijd waarin de fiets heel normaal was in het Oosterse straatbeeld. Zelfs toen we vier jaar geleden naar Lente Stad verhuisden, was zeker de helft van het verkeer nog fietsers. Vandaag de dag ben je een zeldzaamheid als je je nog op de fiets voortbeweegt. Je bent óf arm óf buitenlander. Sterker nog, in verhouding tot de lokalen worden wij buitenlanders steeds armer.
Er was ook eens een tijd dat ik me bijna schaamde dat we een TV aan de muur hadden hangen, want zouden de locals daar wel geld voor hebben? Onder andere om die reden kwam onze TV in onze slaapkamer terecht, zodat we niet meteen de ogen van ons bezoek ermee uit zouden prikken. Maar toen ik op een avond vanuit het keukenraam naar het flatgebouw tegenover ons stond te kijken, zag ik al snel dat in vrijwel elke huiskamer een mooie, grote flatscreen aan de muur prijkte.
Hetzelfde geldt voor de auto. In Lente Stad is er door de enorme (exponentiële!) groei van het aantal auto's een enorm parkeer- en fileprobleem ontstaan gedurende de afgelopen jaren. In Vrede Stad is het zo ver nog niet, maar ook hier zien we een enorme toename van het aantal auto's. En dan hebben we het over Audi's en Mercedessen!
In onze wijk vragen mensen vaak "Heb je hier een appartement gekocht?" en ze zijn hoogst verbaasd als we antwoorden dat we een appartement huren. Want eigenlijk iedereen hier koopt iets en dan zou zo'n buitenlander er geen geld voor hebben? Nee dus, daar hebben we geen geld voor.
Regelmatig hebben we het erover hoe dit land zich verder zal gaan ontwikkelen. En mijn antwoord is bijna standaard: "Kwestie van tijd." Kwestie van tijd voordat de eerste sportschool geopend wordt, voordat er een zwembad komt, voordat er een parkeerprobleem ontstaat in onze wijk, voordat mensen reizen naar andere provincies of zelfs naar het buitenland gaan maken, voordat er koffie- en pizzatentjes geopend worden en voordat overgewicht ook hier een groot probleem wordt. Kwestie van tijd voordat wij als buitenlanders als arm gezien worden en het westen zijn aantrekkingskracht gaat verliezen.
Maar niet iedereen in de samenleving heeft deel aan deze economische groei. Ons hart breekt als we een oud vrouwtje op blote voeten en raggen van kleding op de rand van de enorme vuilcontainer buiten ons wooncomplex zien klimmen, met moeite over de rand kijkend, op zoek naar iets bruikbaars. Iemand van die leeftijd zou in Nederland een AOW'tje krijgen, misschien een pensioentje erbij en lekker met leeftijdsgenoten meedoen aan de bejaardenbingo.
Buiten de steden zijn nog steeds duizenden dorpen waar geen verharde weg naartoe is en waar mobieltjes, auto's en computers hun intrede nog niet hebben gedaan. Ik zou bijna iets politiek getints gaan schrijven, maar jullie weten waarschijnlijk wel wat ik bedoel als ik zeg "Hoezo gelijkheid?"
Er was ook eens een tijd dat ik me bijna schaamde dat we een TV aan de muur hadden hangen, want zouden de locals daar wel geld voor hebben? Onder andere om die reden kwam onze TV in onze slaapkamer terecht, zodat we niet meteen de ogen van ons bezoek ermee uit zouden prikken. Maar toen ik op een avond vanuit het keukenraam naar het flatgebouw tegenover ons stond te kijken, zag ik al snel dat in vrijwel elke huiskamer een mooie, grote flatscreen aan de muur prijkte.
Hetzelfde geldt voor de auto. In Lente Stad is er door de enorme (exponentiële!) groei van het aantal auto's een enorm parkeer- en fileprobleem ontstaan gedurende de afgelopen jaren. In Vrede Stad is het zo ver nog niet, maar ook hier zien we een enorme toename van het aantal auto's. En dan hebben we het over Audi's en Mercedessen!
In onze wijk vragen mensen vaak "Heb je hier een appartement gekocht?" en ze zijn hoogst verbaasd als we antwoorden dat we een appartement huren. Want eigenlijk iedereen hier koopt iets en dan zou zo'n buitenlander er geen geld voor hebben? Nee dus, daar hebben we geen geld voor.
Regelmatig hebben we het erover hoe dit land zich verder zal gaan ontwikkelen. En mijn antwoord is bijna standaard: "Kwestie van tijd." Kwestie van tijd voordat de eerste sportschool geopend wordt, voordat er een zwembad komt, voordat er een parkeerprobleem ontstaat in onze wijk, voordat mensen reizen naar andere provincies of zelfs naar het buitenland gaan maken, voordat er koffie- en pizzatentjes geopend worden en voordat overgewicht ook hier een groot probleem wordt. Kwestie van tijd voordat wij als buitenlanders als arm gezien worden en het westen zijn aantrekkingskracht gaat verliezen.
Maar niet iedereen in de samenleving heeft deel aan deze economische groei. Ons hart breekt als we een oud vrouwtje op blote voeten en raggen van kleding op de rand van de enorme vuilcontainer buiten ons wooncomplex zien klimmen, met moeite over de rand kijkend, op zoek naar iets bruikbaars. Iemand van die leeftijd zou in Nederland een AOW'tje krijgen, misschien een pensioentje erbij en lekker met leeftijdsgenoten meedoen aan de bejaardenbingo.
Buiten de steden zijn nog steeds duizenden dorpen waar geen verharde weg naartoe is en waar mobieltjes, auto's en computers hun intrede nog niet hebben gedaan. Ik zou bijna iets politiek getints gaan schrijven, maar jullie weten waarschijnlijk wel wat ik bedoel als ik zeg "Hoezo gelijkheid?"
maandag 9 april 2012
Hoe is het nu met...
Alweer een week voorbij. Een week waarin we Zoë's derde verjaardag vierden en waarvan Salomé een paar dagen ziek is geweest (ik verdenk haar van de zesde ziekte). Gelukkig is de koorts nu eindelijk voorbij en heeft ze alleen nog wat vlekjes op haar lichaampje. Toch elke keer weer schrikken als een kind ziek wordt, want goede medische zorg is niet bepaald in de buurt.
Nog even terugkomen op de onderwerpen waarover ik de afgelopen weken schreef:
Nieuwe vrienden
Toen onze vrienden waarover ik vorige week schreef hoorden dat Zoë vorige week drie zou worden, nodigden ze zichzelf uit voor haar verjaardag. Hmmm... lastig, want we hadden eigenlijk alleen Lauren (4) en Mia (2) met hun ouders uitgenodigd en een groep locals (je weet nooit hoeveel er komen opdagen) kunnen een heel andere draai geven aan je verjaardagsfeestje. Dus we besloten ze uit te nodigen voor gistermiddag en nóg een keer Zoë's verjaardag te vieren, nu speciaal voor onze nieuwe vrienden. Dus we lieten de slingers nog even hangen en bakten wéér een taart. Uiteindelijk stonden inderdaad niet alleen de genodigden voor de deur, maar ook nog vier andere mensen die het ook wel interessant vonden om het huis van een westerling eens van binnen te bekijken. In het begin liepen ze allemaal door ons huis alsof ze door een museum liepen en bekeken alles wat erin stond met grote interesse en maakten continu foto's. Niet iedereen durfde het aan om van de chocoladetaart te proeven, hoewel hij er prima in ging bij de twee dochters van de gereedschapsverkoper. Toen we aankondigden dat we ze allemaal mee wilden nemen naar de DFC (de nep-KFC), haakten de vier niet-genodigden af met de mededeling dat ze dat bu-hao-yisi (=ongepast) vonden, omdat zo'n restaurant voor kinderen is.
School
Met de kinderen gaat het gelukkig wat beter op school. Hoewel vooral Juda nog steeds met tegenzin naar school gaat, zijn ze allebei wel vrolijk als we ze op komen halen. Wanneer we de kinderen elke ochtend om kwart voor twaalf ophalen, hebben de andere kinderen altijd al hun eten (rijst) op en liggen al in hun bedjes (dit geldt zowel voor Juda's klas als voor Zoë's klas). Vandaag lag Zoë zelfs ook in een bedje!
Mijn gezondheid
Hoewel de bobbel achter mijn oor er nog steeds zit en ik nog steeds last heb van mijn luchtwegen, heb ik vrijwel geen hoofdpijn meer. Vorige week ben ik hier ook nog naar het plaatselijke ziekenhuisje geweest om een CT-scan te laten maken, want ik vond dat ze in Lente Stad niet een goede scan hadden gemaakt (alleen van mijn hersenen, terwijl het juist ging om mijn luchtwegen). Hoewel de knul die mij hielp er in mijn ogen alles behalve betrouwbaar uitzag, voelde ik me toch gerustgesteld toen hij tot de conclusie kwam dat de bobbel in mijn nek een ontstoken nekspier was. Hij voelde de bobbel tenminste! (dit in tegenstelling tot mijn huisarts in Ermelo en de Amerikaanse arts in Lente Stad, die beiden zeiden dat er helemaal niks te voelen was). Ik denk dat met deze geruststelling automatisch wat stress van mij af is gevallen en de klachten meteen minder erg lijken.
Nog even terugkomen op de onderwerpen waarover ik de afgelopen weken schreef:
Nieuwe vrienden
Toen onze vrienden waarover ik vorige week schreef hoorden dat Zoë vorige week drie zou worden, nodigden ze zichzelf uit voor haar verjaardag. Hmmm... lastig, want we hadden eigenlijk alleen Lauren (4) en Mia (2) met hun ouders uitgenodigd en een groep locals (je weet nooit hoeveel er komen opdagen) kunnen een heel andere draai geven aan je verjaardagsfeestje. Dus we besloten ze uit te nodigen voor gistermiddag en nóg een keer Zoë's verjaardag te vieren, nu speciaal voor onze nieuwe vrienden. Dus we lieten de slingers nog even hangen en bakten wéér een taart. Uiteindelijk stonden inderdaad niet alleen de genodigden voor de deur, maar ook nog vier andere mensen die het ook wel interessant vonden om het huis van een westerling eens van binnen te bekijken. In het begin liepen ze allemaal door ons huis alsof ze door een museum liepen en bekeken alles wat erin stond met grote interesse en maakten continu foto's. Niet iedereen durfde het aan om van de chocoladetaart te proeven, hoewel hij er prima in ging bij de twee dochters van de gereedschapsverkoper. Toen we aankondigden dat we ze allemaal mee wilden nemen naar de DFC (de nep-KFC), haakten de vier niet-genodigden af met de mededeling dat ze dat bu-hao-yisi (=ongepast) vonden, omdat zo'n restaurant voor kinderen is.
School
Met de kinderen gaat het gelukkig wat beter op school. Hoewel vooral Juda nog steeds met tegenzin naar school gaat, zijn ze allebei wel vrolijk als we ze op komen halen. Wanneer we de kinderen elke ochtend om kwart voor twaalf ophalen, hebben de andere kinderen altijd al hun eten (rijst) op en liggen al in hun bedjes (dit geldt zowel voor Juda's klas als voor Zoë's klas). Vandaag lag Zoë zelfs ook in een bedje!
Mijn gezondheid
Hoewel de bobbel achter mijn oor er nog steeds zit en ik nog steeds last heb van mijn luchtwegen, heb ik vrijwel geen hoofdpijn meer. Vorige week ben ik hier ook nog naar het plaatselijke ziekenhuisje geweest om een CT-scan te laten maken, want ik vond dat ze in Lente Stad niet een goede scan hadden gemaakt (alleen van mijn hersenen, terwijl het juist ging om mijn luchtwegen). Hoewel de knul die mij hielp er in mijn ogen alles behalve betrouwbaar uitzag, voelde ik me toch gerustgesteld toen hij tot de conclusie kwam dat de bobbel in mijn nek een ontstoken nekspier was. Hij voelde de bobbel tenminste! (dit in tegenstelling tot mijn huisarts in Ermelo en de Amerikaanse arts in Lente Stad, die beiden zeiden dat er helemaal niks te voelen was). Ik denk dat met deze geruststelling automatisch wat stress van mij af is gevallen en de klachten meteen minder erg lijken.
maandag 2 april 2012
Graf vegen
Er zijn soms van die dingen die in een seconde van onoplettendheid gebeuren en die je hele dag veranderen. Zoals een kind dat uit je handen glipt en met haar hoofd naar beneden van de commode valt. Of een sleutel die je aan de binnenkant van de deur laat zitten wanneer je het huis verlaat. Beide zijn mij afgelopen maand overkomen. Het gevolg van het eerste was dat we een hele dag met een verdrietige Salomé op de arm hebben gelopen. Het gevolg van het tweede was dat we ons huis niet meer inkonden (want een slot waar aan de binnenkant een sleutel in zit, kun je van de buitenkant niet openmaken).
Eerst maar de kinderen naar school gebracht en daarna na gaan denken over een oplossing. Robin kwam met het heldere idee om het hangslot dat aan het hekwerk aan de achterkant van ons appartement hangt kapot te zagen. Dus bij een gereedschapszaakje voor één Euro een zaag gekocht, ergens een ladder geleend om op het balkon te komen en vervolgens het slot doorgezaagd. Ondertussen zat ik met een slapende Salomé in de auto me af te vragen wat de bedoeling van dit alles was. Ik kwam tot de conclusie dat het waarschijnlijk een les in geduld moest zijn. Tien minuten later was het klusje geklaard en bleek de schade niet zo erg te zijn als we van tevoren gedacht hadden.
's Middags ging Robin terug naar de man bij wie hij de zaag had gekocht om nog eens verder te kijken in zijn shopje. Ze raakten aan de praat en uiteindelijk nodigde deze man ons uit om met zijn familie het graf-veeg-feest (na het Chinees Nieuwjaar is dit het belangrijkste festival) te komen vieren. We gingen ervan uit dat hij dit puur uit beleefdheid vroeg en kwamen er niet meer op terug. Maar gistermorgen om negen uur belde deze man Robin op om te vragen of we mee gingen naar de graven van zijn voorouders, om hen eer te brengen. Dus we gooiden de plannen voor die dag om, stapten in de auto en niet veel later werden we geïntroduceerd aan alle ooms, tantes, nichten en neven van onze nieuwe vriend. Het bijwonen van het 'graf-vegen' was een hele belevenis op zich, waarbij drinken en eten aan de voorouders werden geofferd, samen met wierook en vuurwerk. Maar het belangrijkste is dat we heel veel nieuwe contacten opdeden en dat we de mogelijkheid hadden om te getuigen over de reden waarom wij niet meededen aan dit soort rituelen.
Zo zie je maar: uit ogenschijnlijk kleine dommigheden (want ja, ik voelde me behoorlijk dom toen ik die deur dicht liet vallen) kunnen heel bijzondere dingen voortkomen.
Ook (nep)geld hoort bij het offer. Tja, je zult maar zonder komen te zitten in het hiernamaals....
En als alle offers zijn gebracht, alle wierook is gebrand en alle graven er weer netjes bij liggen, tenslotte nog heel veel en hard vuurwerk.
's Avonds nog een diner met onze nieuwe vrienden in een restaurant. Op het menu stonden: sprinkhanen!
De kinderen kunnen lekker aan de slag in de studeer-/schoolkamer
Eerst maar de kinderen naar school gebracht en daarna na gaan denken over een oplossing. Robin kwam met het heldere idee om het hangslot dat aan het hekwerk aan de achterkant van ons appartement hangt kapot te zagen. Dus bij een gereedschapszaakje voor één Euro een zaag gekocht, ergens een ladder geleend om op het balkon te komen en vervolgens het slot doorgezaagd. Ondertussen zat ik met een slapende Salomé in de auto me af te vragen wat de bedoeling van dit alles was. Ik kwam tot de conclusie dat het waarschijnlijk een les in geduld moest zijn. Tien minuten later was het klusje geklaard en bleek de schade niet zo erg te zijn als we van tevoren gedacht hadden.
's Middags ging Robin terug naar de man bij wie hij de zaag had gekocht om nog eens verder te kijken in zijn shopje. Ze raakten aan de praat en uiteindelijk nodigde deze man ons uit om met zijn familie het graf-veeg-feest (na het Chinees Nieuwjaar is dit het belangrijkste festival) te komen vieren. We gingen ervan uit dat hij dit puur uit beleefdheid vroeg en kwamen er niet meer op terug. Maar gistermorgen om negen uur belde deze man Robin op om te vragen of we mee gingen naar de graven van zijn voorouders, om hen eer te brengen. Dus we gooiden de plannen voor die dag om, stapten in de auto en niet veel later werden we geïntroduceerd aan alle ooms, tantes, nichten en neven van onze nieuwe vriend. Het bijwonen van het 'graf-vegen' was een hele belevenis op zich, waarbij drinken en eten aan de voorouders werden geofferd, samen met wierook en vuurwerk. Maar het belangrijkste is dat we heel veel nieuwe contacten opdeden en dat we de mogelijkheid hadden om te getuigen over de reden waarom wij niet meededen aan dit soort rituelen.
Zo zie je maar: uit ogenschijnlijk kleine dommigheden (want ja, ik voelde me behoorlijk dom toen ik die deur dicht liet vallen) kunnen heel bijzondere dingen voortkomen.
Ook Zoë maakt nieuwe vrienden
De bergen in (want graven bevinden zich altijd op een berghelling)
Ook (nep)geld hoort bij het offer. Tja, je zult maar zonder komen te zitten in het hiernamaals....
En als alle offers zijn gebracht, alle wierook is gebrand en alle graven er weer netjes bij liggen, tenslotte nog heel veel en hard vuurwerk.
's Avonds nog een diner met onze nieuwe vrienden in een restaurant. Op het menu stonden: sprinkhanen!
De kinderen kunnen lekker aan de slag in de studeer-/schoolkamer
maandag 26 maart 2012
(weer) naar school
Als we het in Nederland over de Chinese school hadden, was Juda daar goed over te spreken. En na onze terugkomst in Vrede Stad vroeg Juda elke morgen "Mam, mag ik vandaag naar de Chinese school?" en Zoë was helemaal enthousiast dat ze naar dezelfde school zou gaan als haar grote broer.
Dus na 5 'school-loze' weken vonden we het toch wel tijd om weer eens een kijkje te gaan nemen bij de plaatselijke peuter-/kleuterschool Roodkapje. Niet alleen voor wat uitdaging en afwisseling voor de kinderen, maar ook zodat Robin en ik af en toe even onze handen vrij hebben. Want 24 uur per dag, 7 dagen per week drie kids in huis is toch wel druk, als je ondertussen ook nog bezig bent om je huis en je leven weer een beetje op orde te krijgen.
Dus afgelopen donderdag was de grote dag en ze hadden er allebei zin in.
Totdat.... we op school arriveerden en Juda zich leek te realiseren dat iedereen daar Chinees sprak (wat hij echt helemaal kwijt lijkt te zijn), dat hij niet meer in hetzelfde lokaal zou zitten en dat hij andere juffen zou hebben. Waarschijnlijk was hij in de weken ervoor ook even vergeten dat ze op school drie keer per dag rijst eten, geen speelgoed hebben en niet knutselen. Intussen hebben we hem al drie ochtenden gebracht en elke ochtend is het huilen geblazen (terwijl hij dat in Harderwijk nooit heeft gedaan). Gelukkig mag hij af en toe even bij zijn zusje kijken, die een verdieping lager zit. Ook hoeft hij maar naar de TV te wijzen en de juf zet voor hem (het zeer educatieve) Spongebob aan.
Het verschil in karakter tussen Juda en Zoë werd ook in deze situatie weer duidelijk. Juda is gevoelig en afwachtend, Zoë verwelkomt nieuwe situaties en nieuwe mensen met open armen en stapt elke ochtend moedig haar klas binnen, waar ze vervolgens natuurlijk de hele ochtend vertroeteld wordt door haar juffen.
Toen we de kinderen die eerste ochtend weggebracht hadden verliet ik wéér een school met tranen in mijn ogen. Voor de hoeveelste keer nu al, vroeg ik me af. Eerst toen we Juda voor het eerst naar school brachten in Lente Stad, vervolgens toen hij daar afscheid moest nemen. Daarna voor het eerst naar school in Vrede Stad en natuurlijk moest hij daar vorig jaar ook weer afscheid nemen. Voor het eerst naar school en peuterspeelzaal in Harderwijk, waar ze vorige maand na zes maanden afscheid moesten nemen van de zeer geliefde juffen Trudie en Rosalie. En nu dit weer...
Het is dus moeilijk, maar ik probeer ook steeds naar Juda toe te benadrukken dat we graag willen dat hij naar school gaat zodat hij Chinees kan leren. Hoe kan hij anders met de andere kinderen in de buurt spelen? Gisteren vroeg Juda aan me: "Mama, heb ik hier vriendjes?" Ik antwoordde: "Ja, je hebt toch Lauren?" Maar in gedachten zei ik tegen mezelf: "Tanja, dat is niet z'n vriend(innet)je, dat is toevallig het enige niet-chinese (maar toch half-chinese) leeftijdsgenootje in de stad." Wat is het pijnlijk voor een moeder om te zien dat je kind worstelt, terwijl je hebt gezien dat hij op een andere plek zo goed functioneerde. Maar goed, niemand zal ook beweren dat het moederschap makkelijk is....
Dus na 5 'school-loze' weken vonden we het toch wel tijd om weer eens een kijkje te gaan nemen bij de plaatselijke peuter-/kleuterschool Roodkapje. Niet alleen voor wat uitdaging en afwisseling voor de kinderen, maar ook zodat Robin en ik af en toe even onze handen vrij hebben. Want 24 uur per dag, 7 dagen per week drie kids in huis is toch wel druk, als je ondertussen ook nog bezig bent om je huis en je leven weer een beetje op orde te krijgen.
Dus afgelopen donderdag was de grote dag en ze hadden er allebei zin in.
Totdat.... we op school arriveerden en Juda zich leek te realiseren dat iedereen daar Chinees sprak (wat hij echt helemaal kwijt lijkt te zijn), dat hij niet meer in hetzelfde lokaal zou zitten en dat hij andere juffen zou hebben. Waarschijnlijk was hij in de weken ervoor ook even vergeten dat ze op school drie keer per dag rijst eten, geen speelgoed hebben en niet knutselen. Intussen hebben we hem al drie ochtenden gebracht en elke ochtend is het huilen geblazen (terwijl hij dat in Harderwijk nooit heeft gedaan). Gelukkig mag hij af en toe even bij zijn zusje kijken, die een verdieping lager zit. Ook hoeft hij maar naar de TV te wijzen en de juf zet voor hem (het zeer educatieve) Spongebob aan.
Het verschil in karakter tussen Juda en Zoë werd ook in deze situatie weer duidelijk. Juda is gevoelig en afwachtend, Zoë verwelkomt nieuwe situaties en nieuwe mensen met open armen en stapt elke ochtend moedig haar klas binnen, waar ze vervolgens natuurlijk de hele ochtend vertroeteld wordt door haar juffen.
Toen we de kinderen die eerste ochtend weggebracht hadden verliet ik wéér een school met tranen in mijn ogen. Voor de hoeveelste keer nu al, vroeg ik me af. Eerst toen we Juda voor het eerst naar school brachten in Lente Stad, vervolgens toen hij daar afscheid moest nemen. Daarna voor het eerst naar school in Vrede Stad en natuurlijk moest hij daar vorig jaar ook weer afscheid nemen. Voor het eerst naar school en peuterspeelzaal in Harderwijk, waar ze vorige maand na zes maanden afscheid moesten nemen van de zeer geliefde juffen Trudie en Rosalie. En nu dit weer...
Het is dus moeilijk, maar ik probeer ook steeds naar Juda toe te benadrukken dat we graag willen dat hij naar school gaat zodat hij Chinees kan leren. Hoe kan hij anders met de andere kinderen in de buurt spelen? Gisteren vroeg Juda aan me: "Mama, heb ik hier vriendjes?" Ik antwoordde: "Ja, je hebt toch Lauren?" Maar in gedachten zei ik tegen mezelf: "Tanja, dat is niet z'n vriend(innet)je, dat is toevallig het enige niet-chinese (maar toch half-chinese) leeftijdsgenootje in de stad." Wat is het pijnlijk voor een moeder om te zien dat je kind worstelt, terwijl je hebt gezien dat hij op een andere plek zo goed functioneerde. Maar goed, niemand zal ook beweren dat het moederschap makkelijk is....
maandag 19 maart 2012
Bezoek aan Lente Stad
En toen maakten we ons vorige week woensdag, twee weken na aankomst in Vrede Stad, ineens klaar om naar Lente Stad te vertrekken. Fijn dat we daar inkopen zouden kunnen doen, mooi dat de auto een grote beurt kon krijgen en leuk om weer eens wat vrienden te zien. Maar de belangrijkste reden om zo snel na aankomst in Vrede Stad alweer op pad te gaan was mijn gezondheid.
Al twee jaar geleden kreeg ik na een flinke verkoudheid last van mijn ademhaling en in eerste instantie dacht ik aan een probleem aan mijn longen. In Thailand heb ik er toen naar laten kijken, maar de dokter kon niks bijzonders vinden. De problemen bleven echter. Afgelopen zomer kwam daar toen ineens doofheid aan mijn rechteroor bij, die overigens na een paar weken weer wegtrok. Weer naar de dokter, die me een zoutoplossing voor mijn neus voorschreef. Tenslotte kreeg ik twee maanden geleden een raar gevoel in mijn hals en ontdekte ik een bobbel achter mijn oor. Weer naar de huisarts, maar die kon niks bijzonders vinden, dus die stuurde me weer naar huis. Op zo'n moment ga je echt aan jezelf twijfelen: ben ik gek? Voel ik dingen die er niet zijn? Of resulteren de stress en spanning misschien in lichamelijke klachten?
Niet fijn om op die manier op reis te gaan.
Helaas namen de klachten toe en kampte ik de afgelopen twee weken met hoofdpijn, duizeligheid en benauwdheid. Dat deed ons besluiten om naar Lente Stad af te reizen en een buitenlandse dokter op te zoeken. Dus vorige week woensdagochtend stapten we in de auto en elf uur later arriveerden we bij onze vrienden in Lente Stad, die zo lief waren om hun appartement voor ons open te stellen. De volgende ochtend meteen naar de internationale kliniek, waar ik een verwijsbrief kreeg voor allerlei bloedonderzoeken, voor een echo van mijn schildklier en voor een CT-scan. Ik was zó blij dat ik serieus werd genomen, ook al ontdekte de Amerikaanse arts zelf niks bijzonders. Dus meteen door naar een lokaal ziekenhuis waar ik de onderzoeken moest laten doen.
Nu ben ik nooit echt dol op de lokale ziekenhuizen, vooral omdat ze vies zijn en omdat het personeel vaak onbeleefd en weinig meewerkend is. Maar, ondanks dat, is de behandeling goedkoop en snel. We stapten om elf uur het ziekenhuis binnen, zonder van tevoren een afspraak gemaakt te hebben, en een uur later stonden we weer buiten, na een CT-scan, een echo, bloedafname en 40 Euro lichter.
Vanmorgen de resultaten weer meegenomen naar de dokter bij de internationale kliniek die maar bleef zeggen: "Excellent! Excellent!" Met andere woorden: alle uitslagen waren goed en hij vond dat ik met een gerust hart weer naar Vrede Stad kon vertrekken. Lastig om te zeggen of ik er blij mee ben. Aan de ene kant natuurlijk fijn dat de dokter me gezond verklaard heeft, aan de andere kant heel vervelend dat de oorzaak van mijn klachten nog steeds niet boven tafel zijn gekomen.
En dus stappen we morgenochtend weer in de auto en dalen weer af naar Vrede Stad, om daar het leven weer op te pakken. Helaas nog steeds met dezelfde klachten en nog geen steek wijzer...
Al twee jaar geleden kreeg ik na een flinke verkoudheid last van mijn ademhaling en in eerste instantie dacht ik aan een probleem aan mijn longen. In Thailand heb ik er toen naar laten kijken, maar de dokter kon niks bijzonders vinden. De problemen bleven echter. Afgelopen zomer kwam daar toen ineens doofheid aan mijn rechteroor bij, die overigens na een paar weken weer wegtrok. Weer naar de dokter, die me een zoutoplossing voor mijn neus voorschreef. Tenslotte kreeg ik twee maanden geleden een raar gevoel in mijn hals en ontdekte ik een bobbel achter mijn oor. Weer naar de huisarts, maar die kon niks bijzonders vinden, dus die stuurde me weer naar huis. Op zo'n moment ga je echt aan jezelf twijfelen: ben ik gek? Voel ik dingen die er niet zijn? Of resulteren de stress en spanning misschien in lichamelijke klachten?
Niet fijn om op die manier op reis te gaan.
Helaas namen de klachten toe en kampte ik de afgelopen twee weken met hoofdpijn, duizeligheid en benauwdheid. Dat deed ons besluiten om naar Lente Stad af te reizen en een buitenlandse dokter op te zoeken. Dus vorige week woensdagochtend stapten we in de auto en elf uur later arriveerden we bij onze vrienden in Lente Stad, die zo lief waren om hun appartement voor ons open te stellen. De volgende ochtend meteen naar de internationale kliniek, waar ik een verwijsbrief kreeg voor allerlei bloedonderzoeken, voor een echo van mijn schildklier en voor een CT-scan. Ik was zó blij dat ik serieus werd genomen, ook al ontdekte de Amerikaanse arts zelf niks bijzonders. Dus meteen door naar een lokaal ziekenhuis waar ik de onderzoeken moest laten doen.
Nu ben ik nooit echt dol op de lokale ziekenhuizen, vooral omdat ze vies zijn en omdat het personeel vaak onbeleefd en weinig meewerkend is. Maar, ondanks dat, is de behandeling goedkoop en snel. We stapten om elf uur het ziekenhuis binnen, zonder van tevoren een afspraak gemaakt te hebben, en een uur later stonden we weer buiten, na een CT-scan, een echo, bloedafname en 40 Euro lichter.
Vanmorgen de resultaten weer meegenomen naar de dokter bij de internationale kliniek die maar bleef zeggen: "Excellent! Excellent!" Met andere woorden: alle uitslagen waren goed en hij vond dat ik met een gerust hart weer naar Vrede Stad kon vertrekken. Lastig om te zeggen of ik er blij mee ben. Aan de ene kant natuurlijk fijn dat de dokter me gezond verklaard heeft, aan de andere kant heel vervelend dat de oorzaak van mijn klachten nog steeds niet boven tafel zijn gekomen.
En dus stappen we morgenochtend weer in de auto en dalen weer af naar Vrede Stad, om daar het leven weer op te pakken. Helaas nog steeds met dezelfde klachten en nog geen steek wijzer...
maandag 12 maart 2012
Vertrouwen
Vorige week zaterdag zaten we met een aantal Maleisische vriendinnen te eten. Ik weet niet meer hoe het gesprek erop kwam, maar één van hen waarschuwde me dat ik een bepaald merk olie niet meer moest gebruiken. Oja, en melk van het merk MengNiu had ook problemen. Een andere vriendin viel haar bij en vertelde dat we geen pannen van het merk Supor konden gebruiken, want daar zat een kankerverwekkend laagje op. Dit is niet voor het eerst dat dit soort geruchten ons bereiken. Eerder hoorden we al horrorverhalen over het zout (slechts één merk zou deugen), het vlees (hormonen), rozijnen (chemicaliën), groenten en fruit (pesticiden) en restaurantvoedsel (bevat MSG = een smaakversterker). En zuivelproducten zijn natuurlijk al jarenlang uit den boze, na het melamineschandaal in 2008. Natuurlijk heel lief van al deze mensen die ons willen helpen door voor al deze zaken te waarschuwen, maar ik vraag me af of we er wel echt mee geholpen zijn. We moeten toch eten?! Als we geen vlees, groenten, fruit, zuivel en zout meer kunnen kopen/eten, dan kunnen we beter naar huis gaan.
Maar toch blijft er het wantrouwen. En niet alleen op het gebied van eten, maar bijvoorbeeld ook als je het hebt over verf, speelgoed en kleding. Gaat het niet om giftige stoffen, dan gaat het wel om slechte kwaliteit. En het gaat nóg verder, want ook de gezondheidszorg en het onderwijs vertrouw ik nauwelijks.
En dan de mensen. Vorige week waren we de autopapieren kwijt. Robin dacht dat hij ze misschien onderweg was verloren en we vroegen ons af of we naar de politie zouden gaan om te vragen of ze misschien gevonden waren. Maar allebei kwamen we al snel tot de conclusie: een local zou nooit een gevonden voorwerp naar de politie brengen. Zo werkt het hier gewoon niet. Geen idee waarom niet, want de mensen zijn echt niet onaardig of gemeen, maar soms missen ze (naar westerse maatstaven) wel een stukje inlevingsvermogen en hulpvaardigheid.
En omdat we hier in een eercultuur leven en niet een rechtvaardigheidscultuur, is liegen heel gewoon. Het is belangrijker om de eer van jezelf of van een ander hoog te houden, dan om de waarheid te spreken.
Nu schrijf ik dit allemaal niet om even lekker negatief te doen over het land waarin we wonen, maar om aan te geven dat ik hier best mee worstel. Als wij ons hier willen settelen, hier ons thuis willen maken, een leven en relaties op willen bouwen, dan moet de basis toch vertrouwen zijn? We kunnen toch niet eindeloos westers speelgoed, westers eten en westerse kleding blijven kopen? Nou ja, het kán wel, want er zijn genoeg expats (vooral in de grote steden) die in een soort expat-bubble leven. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn? In ieder geval niet voor ons, want dan missen we ons doel van het hier zijn. Maar hoe we er dan toch op een goede manier mee om moeten gaan? Ik weet het (nog) niet.
Maar toch blijft er het wantrouwen. En niet alleen op het gebied van eten, maar bijvoorbeeld ook als je het hebt over verf, speelgoed en kleding. Gaat het niet om giftige stoffen, dan gaat het wel om slechte kwaliteit. En het gaat nóg verder, want ook de gezondheidszorg en het onderwijs vertrouw ik nauwelijks.
En dan de mensen. Vorige week waren we de autopapieren kwijt. Robin dacht dat hij ze misschien onderweg was verloren en we vroegen ons af of we naar de politie zouden gaan om te vragen of ze misschien gevonden waren. Maar allebei kwamen we al snel tot de conclusie: een local zou nooit een gevonden voorwerp naar de politie brengen. Zo werkt het hier gewoon niet. Geen idee waarom niet, want de mensen zijn echt niet onaardig of gemeen, maar soms missen ze (naar westerse maatstaven) wel een stukje inlevingsvermogen en hulpvaardigheid.
En omdat we hier in een eercultuur leven en niet een rechtvaardigheidscultuur, is liegen heel gewoon. Het is belangrijker om de eer van jezelf of van een ander hoog te houden, dan om de waarheid te spreken.
Nu schrijf ik dit allemaal niet om even lekker negatief te doen over het land waarin we wonen, maar om aan te geven dat ik hier best mee worstel. Als wij ons hier willen settelen, hier ons thuis willen maken, een leven en relaties op willen bouwen, dan moet de basis toch vertrouwen zijn? We kunnen toch niet eindeloos westers speelgoed, westers eten en westerse kleding blijven kopen? Nou ja, het kán wel, want er zijn genoeg expats (vooral in de grote steden) die in een soort expat-bubble leven. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn? In ieder geval niet voor ons, want dan missen we ons doel van het hier zijn. Maar hoe we er dan toch op een goede manier mee om moeten gaan? Ik weet het (nog) niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)



