"Ga je nu dan nog wel door met je weblog?" werd mij gevraagd. Over die vraag had ik zelf ook al wel nagedacht. Ik schrijf tenslotte om de mensen thuis op de hoogte te houden van ons leven in Azië. Nou, dat gaat nu even niet op, maar zolang ik nog inspiratie heb, zal ik mijn gedachten en onze belevenissen nog blijven toevertrouwen aan het wereld wijde web.
Gelukkig voelen we ons al niet meer zo vreemd en onwennig als een week geleden. Gelukkig zijn de kinderen over hun jetlag heen en worden nu netjes om 7.00 uur wakker. Gelukkig is het niet zo koud meer als vorige week. Gelukkig zijn we intussen ingeschreven bij de Gemeentelijke Basis Administratie (met uitzondering van Zoë, omdat die in Thailand is geboren) en kunnen we dus aan de slag met het aanmelden bij een huisarts, een afspraak maken bij het consultatiebureau, Juda inschrijven voor de basisschool, mijn zwangerschap melden bij de zorgverzekering, een nieuw rijbewijs voor mij aanvragen, de auto op onze naam zetten, enz. enz. Maar ondertussen houden we wel tijd over om mensen te bezoeken, te acclimatiseren en Juda's lijst met 'eerste keren' langer en langer te maken (bijv. voor het eerst op een zeilboot varen, voor het eerst frikadellen, kersen, sandwichspread en roggebrood eten, voor het eerst eendjes brood voeren, voor het eerst met waterballonnen spelen, voor het eerst dennenappels zoeken).
Robin en ik hebben ons verbaasd over die grote, robuuste fietsen met kratten voorop, over het aanbod van artikelen in de supermarkten (Andrélon voor in laagjes geknipt haar, griezelpasta en speculaas voor op brood), over de dure diesel (toen wij zes jaar geleden een auto kochten was de diesel nog 88 cent, nu 1,26 Euro) en over de postzegels met een grote één erop (wij waren even in de veronderstelling dat je nu 1 Euro moest betalen voor het versturen van een kaart).
En mijn grootste schaamtemoment was niet in de winkel bij het pinautomaat, maar bij mijn tante thuis toen ik mijn nichtje van 14 niet meer herkende en mezelf aan haar voorstelde. Ik stond er versteld van hoeveel iemand verandert tussen de leeftijd van 10 en 14 jaar: een verandering van kind naar jonge vrouw. Maar goed, ik voelde me wel echt heel dom.
dinsdag 28 juni 2011
dinsdag 21 juni 2011
Thuiskomen
Jarenlang heb ik uitgekeken naar dit moment: thuiskomen. En eerlijk is eerlijk: het viel best wel tegen. De eerste dagen voelde Nederland absoluut niet als thuis en dacht ik: ik voel me nog meer thuis in Azië dan hier in Nederland. Het voelde gewoon heel vreemd en onwennig. Maar het grappige was dat het met vrienden en familie juist weer was alsof we nooit waren weggeweest. Alsof we vorige week nog bij ze op de koffie waren geweest. En datzelfde zeiden mensen ook steeds tegen ons: "Jullie zijn ook niks veranderd. Het is als vanouds."
Na een lange dag van toen al 19 uur arriveerden we vorige week maandag op het vliegveld van Düsseldorf. We werden daar opgewacht door een welkomstcomité van maar liefst 15 mensen vergezeld door slingers, ballonnen en cadeautjes. Natuurlijk was het wel even een emotioneel moment, maar aan de andere kant was het dus ook meteen weer heel vertrouwd en gezellig. De aankomst in ons huisje was al even verrassend en hartverwarmend: de woonkamer was versierd met slingers, er hing een lange rij met kaarten, er lagen boekjes, puzzels en speelgoed voor de kinderen, de koelkast was gevuld met allemaal lekkers, er stonden bossen bloemen en er lagen allemaal cadeautjes op ons te wachten. Er hing zelfs een naambordje bij de deur! Iedereen bedankt voor zijn/haar aandeel in dit warme welkom!
Waren de eerste dagen voor ons wat onwennig, voor Juda leek het echt een verschrikking te zijn. Voor hem was natuurlijk alles nieuw: de mensen, het huisje, de taal, het landschap, de winkels, het eten. Elke plek waar we kwamen en bijna ieder persoon die we ontmoetten was nieuw voor hem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij na twee dagen alleen nog maar terug naar huis wilde. Naar waar zijn kiepwagen was. Het was voor hem een week van eerste keren: voor het eerst zijn opa Rob ontmoeten, voor het eerst zijn neefjes en nichtje ontmoeten, voor het eerst kroketten eten en Fristi drinken, voor het eerst een molen zien, voor het eerst in een huis met tuin wonen, voor het eerst een fietsenrek zien, voor het eerst in een pannenkoekenrestaurant eten. De eerste dagen hoorden we dan ook elke 5 seconden: "Wow, moet je dat zien!", "Mama, wat is dat?" en "Papa, kijk!" (niet alleen vermoeiend voor hemzelf, maar ook voor ons).
Wijzelf moeten ook weer aan een aantal dingen wennen: we kunnen weer water uit de kraan drinken, we kunnen weer toiletpapier door de WC spoelen, we kunnen weer halfvolle verse melk drinken in plaats van volle houdbare melk. We hebben ook al een heel aantal hoe-zat-dat-ook-alweer-momenten gehad, bijvoorbeeld met het scheiden van afval, het vinden van de weg, het parkeren van de auto. Wat ons in positieve zin opvalt is hoe beleefd en vriendelijk mensen zijn. We zijn helemaal niet meer gewend dat een kassamedewerkster je begroet, bedankt of gedag-zegt. Sterker nog, ik ben het echt een beetje verleerd. Wat ons een beetje beangstigd is hoe verzorgd en trendy mensen erbij lopen. Tip-top volgens de laatste mode, met het haar keurig in model en het gezicht netjes opgemaakt. Ik voel me echt een slons als ik door de winkelstraat loop, terwijl ik me in Azië juist best modieus voelde.
Ik zou een heel boek kunnen schrijven over de indrukken van de afgelopen week, maar ik hou het even hierbij, want waar ik ook wel achter ben: Nederlanders zijn gewoon heel druk en hebben dus geen tijd om ellenlange blogposts te lezen.
Tot slot: nog een aantal nieuwe foto's.
Oja, en dan ben ik nog vergeten om het koude weer, de jetlag en de fietsen met kratten voorop te noemen.....
Na een lange dag van toen al 19 uur arriveerden we vorige week maandag op het vliegveld van Düsseldorf. We werden daar opgewacht door een welkomstcomité van maar liefst 15 mensen vergezeld door slingers, ballonnen en cadeautjes. Natuurlijk was het wel even een emotioneel moment, maar aan de andere kant was het dus ook meteen weer heel vertrouwd en gezellig. De aankomst in ons huisje was al even verrassend en hartverwarmend: de woonkamer was versierd met slingers, er hing een lange rij met kaarten, er lagen boekjes, puzzels en speelgoed voor de kinderen, de koelkast was gevuld met allemaal lekkers, er stonden bossen bloemen en er lagen allemaal cadeautjes op ons te wachten. Er hing zelfs een naambordje bij de deur! Iedereen bedankt voor zijn/haar aandeel in dit warme welkom!
Waren de eerste dagen voor ons wat onwennig, voor Juda leek het echt een verschrikking te zijn. Voor hem was natuurlijk alles nieuw: de mensen, het huisje, de taal, het landschap, de winkels, het eten. Elke plek waar we kwamen en bijna ieder persoon die we ontmoetten was nieuw voor hem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij na twee dagen alleen nog maar terug naar huis wilde. Naar waar zijn kiepwagen was. Het was voor hem een week van eerste keren: voor het eerst zijn opa Rob ontmoeten, voor het eerst zijn neefjes en nichtje ontmoeten, voor het eerst kroketten eten en Fristi drinken, voor het eerst een molen zien, voor het eerst in een huis met tuin wonen, voor het eerst een fietsenrek zien, voor het eerst in een pannenkoekenrestaurant eten. De eerste dagen hoorden we dan ook elke 5 seconden: "Wow, moet je dat zien!", "Mama, wat is dat?" en "Papa, kijk!" (niet alleen vermoeiend voor hemzelf, maar ook voor ons).
Wijzelf moeten ook weer aan een aantal dingen wennen: we kunnen weer water uit de kraan drinken, we kunnen weer toiletpapier door de WC spoelen, we kunnen weer halfvolle verse melk drinken in plaats van volle houdbare melk. We hebben ook al een heel aantal hoe-zat-dat-ook-alweer-momenten gehad, bijvoorbeeld met het scheiden van afval, het vinden van de weg, het parkeren van de auto. Wat ons in positieve zin opvalt is hoe beleefd en vriendelijk mensen zijn. We zijn helemaal niet meer gewend dat een kassamedewerkster je begroet, bedankt of gedag-zegt. Sterker nog, ik ben het echt een beetje verleerd. Wat ons een beetje beangstigd is hoe verzorgd en trendy mensen erbij lopen. Tip-top volgens de laatste mode, met het haar keurig in model en het gezicht netjes opgemaakt. Ik voel me echt een slons als ik door de winkelstraat loop, terwijl ik me in Azië juist best modieus voelde.
Ik zou een heel boek kunnen schrijven over de indrukken van de afgelopen week, maar ik hou het even hierbij, want waar ik ook wel achter ben: Nederlanders zijn gewoon heel druk en hebben dus geen tijd om ellenlange blogposts te lezen.
Tot slot: nog een aantal nieuwe foto's.
Oja, en dan ben ik nog vergeten om het koude weer, de jetlag en de fietsen met kratten voorop te noemen.....
zondag 12 juni 2011
Leuk, maar vast niet altijd makkelijk
Ik kan het bijna niet geloven: morgen staan we al op Nederlandse bodem (als alles goed gaat)! De afgelopen twee weken waren een goede tussen-periode, een soort ‘vacuüm’. We hadden onze eerste termijn op het veld al afgerond, maar waren nog niet begonnen aan ons verlof. Hierdoor hadden we even goed de tijd om terug te kijken en vooruit te kijken. Als ik denk aan onze terugkeer naar Nederland, dan heb ik er vooral heel veel zin in, maar er zijn ook wel een aantal dingen waar ik tegenop zie. Zoals:
In de supermarkt te staan en als een debiel naar alle briefjes en muntjes te staan kijken om uit te vinden hoe die er ook al weer uit zien. Want ja, dat ben ik echt helemaal vergeten. Gelukkig bereidde een collega ons er deze week al op voor dat je je pinpas tegenwoordig niet meer door een gleuf haalt, maar dat de chip gelezen wordt. Scheelt weer een schaamte-moment....
Dat mensen gaan vragen: “Kun je Chinees koken voor ons?” Ja, dat zou ik wel kunnen, maar hoe de mensen in onze provincie koken is echt niet zoals dat bij de Chinees in Nederland gebeurt en het komt ook niet in de buurt van een Knorr- of Maggi-pakje. Het eten in onze provincie wordt vooral getypeerd door heel veel olie en zout en verder weinig smaak. Niks bijzonders dus en ik denk niet dat ik er iemand blij mee zou maken.
De vraag: “Hoe was China?” Ja ehm, heb je effe? Ik denk niet dat ik dat in één woord kan beschrijven. Nee ook niet in één zin of in één minuut. Sterker nog, ik weet niet of ik het überhaupt onder woorden kan brengen. Het was mooi, het was moeilijk, het was genieten, het was zwaar. We hebben het gevoel dat we helemaal gebroken, maar ook heel veel gegroeid zijn. We hebben veel geleerd, maar voelen ons ook nog steeds als baby’s. Maar goed, het feit dat we nog steeds het verlangen hebben om door te gaan met dit werk, laat denk ik toch wel zien dat het een overwegend positieve ervaring was.
Om erachter te komen hoeveel ‘onze wereld’ verschilt van die van de gemiddelde Nederlander. In ‘onze wereld’ bestaan geen carrières, geen salarissen, geen van-negen-tot-vijf-banen, geen nieuwe keukens of badkamers, geen uitbouwen, geen babykamers, geen zwembaden, geen speelparadijzen, geen dierentuinen, geen warenhuizen. 'Onze wereld' daarentegen kent weer visaproblemen, paspoortproblemen, verlopen vaccinaties, taalbarrières, muggen die enge ziektes overbrengen, hondenbeten die rabiës kunnen veroorzaken, festivals in het teken van geesten en demonen en natuurlijk rijst, rijst en nog eens rijst. Niet dat ik hiermee wil aangeven hoe zielig we zijn (want dat zijn we niet), maar dat we de afgelopen jaren in Azië ons met heel andere zaken hebben beziggehouden dan in de jaren daarvoor.
Ik hoop niet dat ik jullie hiermee ontmoedigd heb om contact met ons te zoeken en met ons te praten. Want ik weet zeker dat we ondanks de verschillen en de niet-beantwoordbare vragen, toch nog heel veel gemeen hebben en hele leuke, interessante gesprekken kunnen hebben. En zoals gezegd: we hebben vooral heel, heel veel zin in ons verlof!
We hopen jullie snel te ontmoeten!
In de supermarkt te staan en als een debiel naar alle briefjes en muntjes te staan kijken om uit te vinden hoe die er ook al weer uit zien. Want ja, dat ben ik echt helemaal vergeten. Gelukkig bereidde een collega ons er deze week al op voor dat je je pinpas tegenwoordig niet meer door een gleuf haalt, maar dat de chip gelezen wordt. Scheelt weer een schaamte-moment....
Dat mensen gaan vragen: “Kun je Chinees koken voor ons?” Ja, dat zou ik wel kunnen, maar hoe de mensen in onze provincie koken is echt niet zoals dat bij de Chinees in Nederland gebeurt en het komt ook niet in de buurt van een Knorr- of Maggi-pakje. Het eten in onze provincie wordt vooral getypeerd door heel veel olie en zout en verder weinig smaak. Niks bijzonders dus en ik denk niet dat ik er iemand blij mee zou maken.
De vraag: “Hoe was China?” Ja ehm, heb je effe? Ik denk niet dat ik dat in één woord kan beschrijven. Nee ook niet in één zin of in één minuut. Sterker nog, ik weet niet of ik het überhaupt onder woorden kan brengen. Het was mooi, het was moeilijk, het was genieten, het was zwaar. We hebben het gevoel dat we helemaal gebroken, maar ook heel veel gegroeid zijn. We hebben veel geleerd, maar voelen ons ook nog steeds als baby’s. Maar goed, het feit dat we nog steeds het verlangen hebben om door te gaan met dit werk, laat denk ik toch wel zien dat het een overwegend positieve ervaring was.
Om erachter te komen hoeveel ‘onze wereld’ verschilt van die van de gemiddelde Nederlander. In ‘onze wereld’ bestaan geen carrières, geen salarissen, geen van-negen-tot-vijf-banen, geen nieuwe keukens of badkamers, geen uitbouwen, geen babykamers, geen zwembaden, geen speelparadijzen, geen dierentuinen, geen warenhuizen. 'Onze wereld' daarentegen kent weer visaproblemen, paspoortproblemen, verlopen vaccinaties, taalbarrières, muggen die enge ziektes overbrengen, hondenbeten die rabiës kunnen veroorzaken, festivals in het teken van geesten en demonen en natuurlijk rijst, rijst en nog eens rijst. Niet dat ik hiermee wil aangeven hoe zielig we zijn (want dat zijn we niet), maar dat we de afgelopen jaren in Azië ons met heel andere zaken hebben beziggehouden dan in de jaren daarvoor.
Ik hoop niet dat ik jullie hiermee ontmoedigd heb om contact met ons te zoeken en met ons te praten. Want ik weet zeker dat we ondanks de verschillen en de niet-beantwoordbare vragen, toch nog heel veel gemeen hebben en hele leuke, interessante gesprekken kunnen hebben. En zoals gezegd: we hebben vooral heel, heel veel zin in ons verlof!
We hopen jullie snel te ontmoeten!
zondag 5 juni 2011
De afgelopen week
Reis
De reis van Vrede Stad naar Chiang Mai (Thailand) verliep wonderbaarlijk goed. Dit kwam ook vooral door een aantal lieve mensen die op ons pad werden gestuurd om ons te helpen. Zo was er een Thais meisje dat op hetzelfde moment van Vrede Stad naar Lente Stad reisde en die ons hielp in de bus, de taxi en de trein. Daarnaast ontmoetten we op het treinstation een Engelse reiziger (de eerste toerist die we ooit in deze uithoek zijn tegengekomen) die ons hielp de koffers de trein in en de trein uit te krijgen. Toen we om 5 uur ‘s ochtends in Lente Stad arriveerden stond daar al een vriend klaar om de koffers in zijn auto te laden en ons naar zijn huis te brengen. Tussen de middag kregen we daar een stevige warme maaltijd en in de loop van de middag werden we naar het vliegveld gebracht. Echt serieus: ikzelf heb de hele reis geen koffer hoeven tillen.
Echo
De dag na aankomst in Chiang Mai konden we onze nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en reden we op ons scootertje meteen naar het ziekenhuis voor een echo. De baby groeide goed en het hart en de hersentjes zagen er in ieder geval goed uit. En daarmee ben ik op dit moment dik tevreden. Daarnaast is er hier gewoon goede medische zorg voorhanden, dus ik voel me al een stuk meer ontspannen dan in Vrede Stad. Op een gegeven moment vroeg de dokter: “Wil je weten of het een jongen of een meisje wordt?” Ik antwoordde: “Nee.” Maar toen hij daarna zei: “Weet je het zeker? Ik kan het nu namelijk heel goed zien,” moest ik toch wel even op mijn tong bijten. Natuurlijk zijn we hartstikke nieuwsgierig, maar we hebben besloten dat er op deze manier nog een leuke verrassing overblijft voor september.
Verjaardag
Op diezelfde dag vierde ik ook mijn 29 verjaardag. Voor het derde jaar op rij viel mijn verjaardag tijdens ons verblijf in Chiang Mai en daardoor ging het toch een beetje ongemerkt voorbij. Gelukkig had mijn moeder een lief pakketje samengesteld en pasten vrienden ‘s avonds op de kinderen, waardoor Robin en ik samen uit eten konden. Tijdens het eten werden ook potentiële babynamen besproken en we zijn blij dat we nu zowel een jongens- als een meisjesnaam hebben.
Tandarts
Op donderdag bracht Juda zijn eerste bezoek aan de tandarts. Hij mocht op Robins buik in de stoel liggen en de tandarts was een lief mens die dik tevreden was. Na afloop mocht Juda een speelgoedje uitkiezen en kreeg hij een ballon mee, dus hopelijk helpen deze herinneringen bij ons volgende tandartsbezoek.
Vaccinaties
Op vrijdag ons laatste medische uitje: naar het ziekenhuis voor vaccinaties van de kinderen. Zoë was na de twee prikjes in haar billen al gauw weer stil, maar Juda was na afloop flink van streek. Hij bleef maar zeggen: “Ik ben zó boos op die zuster. Ik wil haar wel slaan, of duwen, of knijpen!” Na het eten van een ijsje zwakte zijn woede gelukkig gelukkig wat af.
Vakantie
Als je mij een jaar geleden had gevraagd: “Hoe was je vakantie?” dan had ik geantwoord: “Hoezo, heeft een moeder ooit vakantie?” Maar dit jaar kunnen de kinderen allebei zelfstandig eten, zelfstandig spelen, zelfstandig lopen, zelfstandig zwemmen en slapen ze de nachten goed door en komen we eindelijk eens toe aan wat ontspanning tijdens de vakantie. Nog even drie maandjes van dit stadium genieten, voordat we er (hopelijk) weer een klein handenbindertje bij hebben.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
De reis van Vrede Stad naar Chiang Mai (Thailand) verliep wonderbaarlijk goed. Dit kwam ook vooral door een aantal lieve mensen die op ons pad werden gestuurd om ons te helpen. Zo was er een Thais meisje dat op hetzelfde moment van Vrede Stad naar Lente Stad reisde en die ons hielp in de bus, de taxi en de trein. Daarnaast ontmoetten we op het treinstation een Engelse reiziger (de eerste toerist die we ooit in deze uithoek zijn tegengekomen) die ons hielp de koffers de trein in en de trein uit te krijgen. Toen we om 5 uur ‘s ochtends in Lente Stad arriveerden stond daar al een vriend klaar om de koffers in zijn auto te laden en ons naar zijn huis te brengen. Tussen de middag kregen we daar een stevige warme maaltijd en in de loop van de middag werden we naar het vliegveld gebracht. Echt serieus: ikzelf heb de hele reis geen koffer hoeven tillen.
Echo
De dag na aankomst in Chiang Mai konden we onze nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en reden we op ons scootertje meteen naar het ziekenhuis voor een echo. De baby groeide goed en het hart en de hersentjes zagen er in ieder geval goed uit. En daarmee ben ik op dit moment dik tevreden. Daarnaast is er hier gewoon goede medische zorg voorhanden, dus ik voel me al een stuk meer ontspannen dan in Vrede Stad. Op een gegeven moment vroeg de dokter: “Wil je weten of het een jongen of een meisje wordt?” Ik antwoordde: “Nee.” Maar toen hij daarna zei: “Weet je het zeker? Ik kan het nu namelijk heel goed zien,” moest ik toch wel even op mijn tong bijten. Natuurlijk zijn we hartstikke nieuwsgierig, maar we hebben besloten dat er op deze manier nog een leuke verrassing overblijft voor september.
Verjaardag
Op diezelfde dag vierde ik ook mijn 29 verjaardag. Voor het derde jaar op rij viel mijn verjaardag tijdens ons verblijf in Chiang Mai en daardoor ging het toch een beetje ongemerkt voorbij. Gelukkig had mijn moeder een lief pakketje samengesteld en pasten vrienden ‘s avonds op de kinderen, waardoor Robin en ik samen uit eten konden. Tijdens het eten werden ook potentiële babynamen besproken en we zijn blij dat we nu zowel een jongens- als een meisjesnaam hebben.
Tandarts
Op donderdag bracht Juda zijn eerste bezoek aan de tandarts. Hij mocht op Robins buik in de stoel liggen en de tandarts was een lief mens die dik tevreden was. Na afloop mocht Juda een speelgoedje uitkiezen en kreeg hij een ballon mee, dus hopelijk helpen deze herinneringen bij ons volgende tandartsbezoek.
Vaccinaties
Op vrijdag ons laatste medische uitje: naar het ziekenhuis voor vaccinaties van de kinderen. Zoë was na de twee prikjes in haar billen al gauw weer stil, maar Juda was na afloop flink van streek. Hij bleef maar zeggen: “Ik ben zó boos op die zuster. Ik wil haar wel slaan, of duwen, of knijpen!” Na het eten van een ijsje zwakte zijn woede gelukkig gelukkig wat af.
Vakantie
Als je mij een jaar geleden had gevraagd: “Hoe was je vakantie?” dan had ik geantwoord: “Hoezo, heeft een moeder ooit vakantie?” Maar dit jaar kunnen de kinderen allebei zelfstandig eten, zelfstandig spelen, zelfstandig lopen, zelfstandig zwemmen en slapen ze de nachten goed door en komen we eindelijk eens toe aan wat ontspanning tijdens de vakantie. Nog even drie maandjes van dit stadium genieten, voordat we er (hopelijk) weer een klein handenbindertje bij hebben.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
Abonneren op:
Reacties (Atom)