De wildernis in, bergen beklimmen, avonturen beleven, twee weken lang in dezelfde onderbroek lopen, de grenzen van je eigen kunnen ontdekken: de droom van iedere man (of generaliseer ik nu?). Maar hoeveel kansen krijgt een echtgenoot en vader van twee kleine kinderen om deze droom na te jagen? Weinig tot geen.
Ik denk ook niet dat ik Robin voor drie weken naar Nepal had laten vertrekken als dit zijn eigen idee was geweest, maar toen het hem op een presenteerblaadje aangereikt werd en vermeld werd dat het hem niks zou gaan kosten, was dit een once-in-a-lifetime gelegenheid en kon er natuurlijk geen "nee" gezegd worden. Mijn broer en schoonzus maakten plannen om op weg terug van Australië (waar ze twee jaar gewoond hebben) naar Nederland door Azië te gaan reizen en een trek naar het Base Camp van de Mount Everest maakte onderdeel uit van die plannen. Gelukkig verstoorde een kleine Joey (= babykangoeroe) in de 'buidel' van mijn schoonzus Eline deze plannen en zocht mijn broer een nieuw reismaatje voor de al geboekte en betaalde reis.
En dus vertrokken Robin en mijn broer vorige week zondag voor drie weken naar Nepal. Afgelopen woensdag begon de trek en tegen alle verwachtingen in kregen we zelfs afgelopen zaterdag een mailtje. Robin schreef dat het erg koud was: 's nachts had hij thermo-ondergoed en drie lagen kleren aan, en een fleeceslaapzak, een gewone slaapzak en nog een deken over zich heen. Net checkte ik via Google even de temperatuur bij het Base Camp, zodat ik jullie als lezers kan informeren, maar mijn maag draaide zich om toen ik las dat de gevoelstemperatuur er -50°C is. Maar goed, zover is hij nog niet....
Ondertussen bewaken de vrouwen het fort in Vrede Stad. Hoewel we natuurlijk allebei onze mannen missen, proberen we het beste van deze tijd samen te maken en dus wordt er gekokkereld, worden er meidenfilms gekeken, koekjes en cakes gebakken, opvoedtechnieken besproken, enz. enz.
En ik realiseer me dat er heel wat dingen zijn die ik normaal gesproken aan Robin overlaat. Auto wassen en schoonmaken, autostoeltjes installeren, tanken, fietsbanden oppompen, telefoonrekening betalen, 's avonds de deur op slot doen, saldo op de betaalrekening checken, 20-liter waterfles verwisselen, koffie zetten, snoeren bij apparaten zoeken, computerupdates installeren, virusscanners activeren en ga zo maar door. Gisteren viel de elektriciteit plotseling uit en Eline vroeg: "Zou er misschien een stop gesprongen zijn?". Glazig keek ik haar aan en dacht: hoe moet ik dat nou weten? Dat is toch een mannending? (gelukkig bleek het een stroomstoring te zijn en hoefden we ons niet druk te maken over de stoppen).
Deze tijd zonder mannen maakt me bewust van wat Robin normaal gesproken allemaal doet in en om het huis en doet me realiseren dat het regelmatig gedachte verwijt ik sta er ook helemaal alleen voor totaal ongegrond is. Nog twee weken ploeteren we voort zonder mannen en dan hopen we 'onze helden' op 23 januari weer in Vrede Stad te mogen verwelkomen.
maandag 10 januari 2011
maandag 3 januari 2011
Reis en jaarwisseling
De 30 dagen van ons visum waren alweer om en dus reisden we afgelopen week weer naar het buitenland om een nieuw visum aan te vragen. Sommige mensen zouden misschien jaloers worden als ze horen dat we al voor de 4e keer dit jaar in HK waren, maar voor ons is het iedere keer weer een opgaaf om in vier dagen tijd drie keer van bed te verwisselen, twee keer een autorit van 15 uur te maken, zeven keer een plek te moeten zoeken om te ontbijten, lunchen of dineren, vier keer in de rij te staan voor de douane (emigratie, immigratie, emigratie, immigratie) en de kinderen in metro's, bussen en taxi's te slepen. De kinderen zijn na zo'n reis dan ook nog wel een paar dagen van slag, slapen slechter, huilen sneller.
En wat was dit keer de opbrengst van deze reis? Jawel: opnieuw een visum van 30 dagen.
We moeten altijd voor alles dankbaar zijn onder alle omstandigheden, leert Zijn Woord ons. En dus zijn we dankbaar voor deze 30 dagen die we hier weer mogen wonen. Ze hadden ons ook de toegang tot dit land kunnen weigeren, zelfs zonder vermelding van reden.
De dag van de terugreis was oudjaarsdag en we wisten dat mijn broer en schoonzus in ons huis in Vrede Stad op ons wachtten. Maar naarmate de reis vorderde, zagen we een thuiskomst vóór twaalf uur 's nachts steeds onwaarschijnlijker worden. Om 23.57 uur keek ik op de klok en dacht: niet vergeten om Robin over drie minuten een gelukkig nieuwjaar te wensen. Maar de volgende keer dat ik op de klok keek was het al vijf over twaalf en ik was zó moe en zat van de lange reis, dat ik zonder al te veel enthousiasme vanaf de achterbank zei: "Oja, gelukkig nieuwjaar". Terwijl Robin zich concentreerde op de donkere, bochtige en hobbelige weg, wenste hij mij ook een gelukkig nieuwjaar en zo werd voor ons dus 2011 ingeluid. Dat is in voorgaande jaren wel eens wat feestelijker en vrolijker geweest...
Gelukkig liep deze jaarwisseling niet helemaal af met een domper, want bij thuiskomst om één uur 's nachts wachtte ons een schaal versgebakken oliebollen en natuurlijk mijn broer en schoonzus. Het werd nog erg gezellig en uiteindelijk lagen we (incl. de kinderen) pas om half drie in bed.
Vanuit een winters Vrede Stad (de thermometer zegt op dit moment 9,7 °C) wensen we jullie een heel goed 2011 toe!
En wat was dit keer de opbrengst van deze reis? Jawel: opnieuw een visum van 30 dagen.
We moeten altijd voor alles dankbaar zijn onder alle omstandigheden, leert Zijn Woord ons. En dus zijn we dankbaar voor deze 30 dagen die we hier weer mogen wonen. Ze hadden ons ook de toegang tot dit land kunnen weigeren, zelfs zonder vermelding van reden.
De dag van de terugreis was oudjaarsdag en we wisten dat mijn broer en schoonzus in ons huis in Vrede Stad op ons wachtten. Maar naarmate de reis vorderde, zagen we een thuiskomst vóór twaalf uur 's nachts steeds onwaarschijnlijker worden. Om 23.57 uur keek ik op de klok en dacht: niet vergeten om Robin over drie minuten een gelukkig nieuwjaar te wensen. Maar de volgende keer dat ik op de klok keek was het al vijf over twaalf en ik was zó moe en zat van de lange reis, dat ik zonder al te veel enthousiasme vanaf de achterbank zei: "Oja, gelukkig nieuwjaar". Terwijl Robin zich concentreerde op de donkere, bochtige en hobbelige weg, wenste hij mij ook een gelukkig nieuwjaar en zo werd voor ons dus 2011 ingeluid. Dat is in voorgaande jaren wel eens wat feestelijker en vrolijker geweest...
Gelukkig liep deze jaarwisseling niet helemaal af met een domper, want bij thuiskomst om één uur 's nachts wachtte ons een schaal versgebakken oliebollen en natuurlijk mijn broer en schoonzus. Het werd nog erg gezellig en uiteindelijk lagen we (incl. de kinderen) pas om half drie in bed.
Vanuit een winters Vrede Stad (de thermometer zegt op dit moment 9,7 °C) wensen we jullie een heel goed 2011 toe!
maandag 27 december 2010
Cultuurverschillen
In Engeland op school volgde ik een blok Culturele Antropologie. Heel interessant. We leerden om door een andere bril naar een bepaalde cultuur te kijken en om bepaalde gewoonten niet als stom of slecht te bestempelen, maar als anders. Zo leerden we om anders te kijken naar bijvoorbeeld polygamie en vrouwenbesnijdenis in Afrika. Niet gemakkelijk om dat knopje in je hoofd om te zetten.
Het omzetten van dat knopje in mijn hoofd is een bezigheid die ik sinds onze verhuizing naar Azië dagelijks beoefen. Om bepaald gedrag niet te veroordelen, maar proberen te begrijpen. En het valt nog steeds niet mee. Al snel denk ik: dit zijn toch geen manieren?! Op straat spugen, smakken tijdens het eten, met je mond vol praten, voordringen in de rij, afsnijden in het verkeer, voor je sokken gereden worden terwijl het voetgangerslicht toch echt op groen staat, schreeuwen, en ga zo maar door. Intussen weet ik dat dit niks met ongemanierd zijn te maken heeft, maar met verschillen in cultuur. Maar wat dacht je van: een kind uit een winkelwagentje trekken terwijl je als moeder even niet kijkt? Een kind dat door een wildvreemde uit je armen getrokken wordt? Een man die jou en je gezin een half uur lang ongegeneerd zit te filmen? Een vrouw die (zonder toestemming) wel 30 foto's maakt van je zoon? Twee mensen die binnen gehoorafstand uitgebreid jouw verschijning als buitenlander met elkaar bespreken? In dit soort gevallen zou ik echt willen zeggen: "Jongens, dit kan toch niet!" Maar ik zeg het niet, want blijkbaar kan het hier wél, aangezien bovenstaande dingen geen uitzondering zijn, maar een voor ons dagelijks verschijnsel.
Er valt nog een hoop te leren voor ons, maar ik weet nog niet precies wat. Moeten we leren om meer assertief te zijn en er wél wat van te zeggen als we vinden dat iets echt niet kan? Of moeten we leren om nog vaker de bril van de Nederlandse cultuur af te zetten en de bril van de Oosterse cultuur op te doen? Aan de ene kant wil je niet over je heen laten lopen, aan de andere kant wil je ook niet aanstootgevend zijn.
Veel mensen zeggen: "Wat knap dat jullie die taal hebben geleerd; het is zo'n ontzettend moeilijke taal!" Maar in werkelijkheid is het leren van de lokale cultuur veel moeilijker en het zal dan ook nog wel een aantal jaar duren voordat we het idee hebben dat we de cultuur eigen zijn, mochten we überhaupt ooit dat punt bereiken.
Het omzetten van dat knopje in mijn hoofd is een bezigheid die ik sinds onze verhuizing naar Azië dagelijks beoefen. Om bepaald gedrag niet te veroordelen, maar proberen te begrijpen. En het valt nog steeds niet mee. Al snel denk ik: dit zijn toch geen manieren?! Op straat spugen, smakken tijdens het eten, met je mond vol praten, voordringen in de rij, afsnijden in het verkeer, voor je sokken gereden worden terwijl het voetgangerslicht toch echt op groen staat, schreeuwen, en ga zo maar door. Intussen weet ik dat dit niks met ongemanierd zijn te maken heeft, maar met verschillen in cultuur. Maar wat dacht je van: een kind uit een winkelwagentje trekken terwijl je als moeder even niet kijkt? Een kind dat door een wildvreemde uit je armen getrokken wordt? Een man die jou en je gezin een half uur lang ongegeneerd zit te filmen? Een vrouw die (zonder toestemming) wel 30 foto's maakt van je zoon? Twee mensen die binnen gehoorafstand uitgebreid jouw verschijning als buitenlander met elkaar bespreken? In dit soort gevallen zou ik echt willen zeggen: "Jongens, dit kan toch niet!" Maar ik zeg het niet, want blijkbaar kan het hier wél, aangezien bovenstaande dingen geen uitzondering zijn, maar een voor ons dagelijks verschijnsel.
Er valt nog een hoop te leren voor ons, maar ik weet nog niet precies wat. Moeten we leren om meer assertief te zijn en er wél wat van te zeggen als we vinden dat iets echt niet kan? Of moeten we leren om nog vaker de bril van de Nederlandse cultuur af te zetten en de bril van de Oosterse cultuur op te doen? Aan de ene kant wil je niet over je heen laten lopen, aan de andere kant wil je ook niet aanstootgevend zijn.
Veel mensen zeggen: "Wat knap dat jullie die taal hebben geleerd; het is zo'n ontzettend moeilijke taal!" Maar in werkelijkheid is het leren van de lokale cultuur veel moeilijker en het zal dan ook nog wel een aantal jaar duren voordat we het idee hebben dat we de cultuur eigen zijn, mochten we überhaupt ooit dat punt bereiken.
zondag 19 december 2010
Klein maar fijn
Een jaar of drie geleden spraken we met iemand die net in Lente Stad was geweest en hij liet ons een aantal foto's van de stad zien. Eerlijk gezegd schrok ik best een beetje: alleen maar flats! Hij zei: "jullie komen ook in zoiets terecht." Ik geloofde hem niet en dacht: hij zal wel overdrijven. Maar toen we in maart 2008 in de auto zaten vanaf het vliegveld naar onze nieuwe woonplek, besefte ik me dat hij niet had overdreven: flat na flat na flat. Allemaal hetzelfde, allemaal slecht onderhouden, allemaal grauw van de luchtvervuiling, allemaal 7 verdiepingen hoog. Al gauw wende ik aan het idee, maar zei tegen mezelf: dit is maar voor twee jaartjes, zodra we vanuit Lente Stad naar een kleinere plaats gaan verhuizen, gaan we een écht huis met twee of drie verdiepingen en een tuintje zoeken. Zo had ik het me tenslotte al vanaf kleins-af-aan voorgesteld: huisje, boompje, kindje.
Pas toen we afgelopen zomer op zoek gingen naar een huis in Vrede Stad, realiseerde ik me: huizen in Vrede Stad hebben geen tuin. De traditionele smalle, hoge huizen hebben wel allemaal een dakterras, maar zijn vrijwel allemaal tuin-loos; elke voordeur zit direct aan de straat. Ook realiseerden we ons al snel: huizen in Vrede Stad zijn heel erg groot, meestal vier of vijf verdiepingen en zomaar 8 tot 10 slaapkamers. Dat hoefde ook weer niet zo voor ons. En dus eindigde onze zoektocht bij het appartement waarin we nu wonen.
Afgelopen week was het drie maanden geleden dat we hiernaar toe verhuisden en ik heb al vaak gedacht: ik wil hier nooit meer weg. Het is gewoon een fijn plekje in een mooie buurt. Oké, het aantal vierkante meters houdt niet over, en we zouden best wat opslagruimte kunnen gebruiken (waarom maken ze nou weer twee badkamers in zo'n klein appartement?!), maar we zijn blij met de grote en praktische keuken en met het ruime balkon, waar de kinderen oneindig rommelen, spelen en het zand uit de bloempotten scheppen.
Zo nu en dan som ik voor mezelf de voordelen van het wonen in een appartement op:
- het is heel overzichtelijk, ik weet altijd precies wat er in alle kamers gebeurt. En als ik geschreeuw of gekrijs uit een andere kamer hoor, ben ik altijd in drie stappen op de plaats des onheils.
- we zijn overgeleverd aan de buurt. Als de kinderen buiten willen spelen, dan begeven we ons direct onder de lokale bevolking; er is geen ontsnappen aan. Goed voor onze sociale contacten dus!
- het is goedkoop.
- het is makkelijk schoon te houden.
- je verzamelt niet zoveel rommel, want er is geen ruimte om het op te slaan. Je wordt dus automatisch heel selectief in wat je houdt en wat je weggooit. Alleen dingen die we echt gebruiken of echt iets voor ons betekenen bewaren we, bij de rest denken we: er is vast een arm persoon in de afval-keten die hier meer aan heeft of die het desnoods kan verkopen.
- we hoeven geen onkruid te wieden, geen heg te knippen, geen schutting te verven, geen gras te maaien, geen bomen te snoeien.
- we hoeven ons geen zorgen te maken over kinderen die van de trap vallen (of over traphekjes).
Natuurlijk kan iemand die wél in een huis met drie verdiepingen en een tuin, schuur en zolder woont een soortgelijk lijstje opstellen, maar het bovenstaande helpt mij in ieder geval om tevreden en dankbaar te zijn en niet iedere dag te denken: had ik maar......
Pas toen we afgelopen zomer op zoek gingen naar een huis in Vrede Stad, realiseerde ik me: huizen in Vrede Stad hebben geen tuin. De traditionele smalle, hoge huizen hebben wel allemaal een dakterras, maar zijn vrijwel allemaal tuin-loos; elke voordeur zit direct aan de straat. Ook realiseerden we ons al snel: huizen in Vrede Stad zijn heel erg groot, meestal vier of vijf verdiepingen en zomaar 8 tot 10 slaapkamers. Dat hoefde ook weer niet zo voor ons. En dus eindigde onze zoektocht bij het appartement waarin we nu wonen.
Afgelopen week was het drie maanden geleden dat we hiernaar toe verhuisden en ik heb al vaak gedacht: ik wil hier nooit meer weg. Het is gewoon een fijn plekje in een mooie buurt. Oké, het aantal vierkante meters houdt niet over, en we zouden best wat opslagruimte kunnen gebruiken (waarom maken ze nou weer twee badkamers in zo'n klein appartement?!), maar we zijn blij met de grote en praktische keuken en met het ruime balkon, waar de kinderen oneindig rommelen, spelen en het zand uit de bloempotten scheppen.
Zo nu en dan som ik voor mezelf de voordelen van het wonen in een appartement op:
- het is heel overzichtelijk, ik weet altijd precies wat er in alle kamers gebeurt. En als ik geschreeuw of gekrijs uit een andere kamer hoor, ben ik altijd in drie stappen op de plaats des onheils.
- we zijn overgeleverd aan de buurt. Als de kinderen buiten willen spelen, dan begeven we ons direct onder de lokale bevolking; er is geen ontsnappen aan. Goed voor onze sociale contacten dus!
- het is goedkoop.
- het is makkelijk schoon te houden.
- je verzamelt niet zoveel rommel, want er is geen ruimte om het op te slaan. Je wordt dus automatisch heel selectief in wat je houdt en wat je weggooit. Alleen dingen die we echt gebruiken of echt iets voor ons betekenen bewaren we, bij de rest denken we: er is vast een arm persoon in de afval-keten die hier meer aan heeft of die het desnoods kan verkopen.
- we hoeven geen onkruid te wieden, geen heg te knippen, geen schutting te verven, geen gras te maaien, geen bomen te snoeien.
- we hoeven ons geen zorgen te maken over kinderen die van de trap vallen (of over traphekjes).
Natuurlijk kan iemand die wél in een huis met drie verdiepingen en een tuin, schuur en zolder woont een soortgelijk lijstje opstellen, maar het bovenstaande helpt mij in ieder geval om tevreden en dankbaar te zijn en niet iedere dag te denken: had ik maar......
maandag 13 december 2010
Buurtkinderen
De buurtkinderen hebben de weg naar onze voordeur gevonden. Eigenlijk hadden ze dat al vanaf dag één dat we hier woonden, maar in het begin durfden ze alleen maar op de deur te bonzen om vervolgens hard weg te rennen (soort van belletje lellen dus, maar we hebben geen bel). Een paar weken geleden bleven een aantal meiden zowaar voor de deur staan na het kloppen en vroegen of ze binnen mochten komen. Dat was om 10 uur 's avonds. Nou nee, dat zijn zeg maar bedtijden voor ons en onze kinderen lagen drie uur eerder al op bed. Dus ik vroeg ze om de volgende dag overdag terug te komen. "Nee, dan zitten we op school." Oja, da's waar ook: alle kinderen vanaf twee jaar zitten dagelijks tot vijf uur op school. Weekend dan maar? "We hebben zaterdag en zondag tot 5 uur bijles Engels, mogen we dan om 5 uur komen?" Nou ja, niet echt ideaal, want we eten meestal rond half zes, maar vooruit.
En sindsdien hebben we elke zaterdag- en zondagmiddag van vijf tot half zes een stel meiden van tussen de 10 en 12 jaar over de vloer. De eerste keer waren het er twee, laatst waren het er zes. Ze spelen een beetje met Juda en Zoë, maar ondertussen zijn ze ook wel héél nieuwsgierig naar alle kamers, spullen en gebruiken van die buitenlanders. Elke keer vragen ze: "Ayi (=tante), ga je hamburgers voor ons bakken?" Ja natuurlijk, buitenlanders eten tenslotte elke dag hamburgers! Nee, ik heb ze tot nu toe steeds teleur moeten stellen, maar misschien ga ik ze nog wel eens verblijden met een eigengebakken burgertje. Het brood uit de broodbakmachine was gelukkig ook interessant, dus daar heb ik ze allemaal een stukje van laten proeven. Ook lopen ze het huis rond en vragen bij alles wat ze zien "Ayi, waarvoor is dit?", "Ayi, wat staat hier?".
Iedere meid die voor het eerst binnenkomt zegt meteen "Oh, wat veel speelgoed!" en ze bestuderen ieder speelgoedje nauwkeurig. Bijvoorbeeld het baby-looprekje is al een aantal keren grondig onder de loep genomen, want zoiets hadden ze nog nooit gezien. Die opmerking over het vele speelgoed heeft me wel aan het denken gezet, want naar Nederlandse maatstaven hebben onze kinderen echt niet zoveel speelgoed (het appartement is niet zo groot, dus er is ook gewoon niet zoveel ruimte voor een overdaad aan speelgoed en we hebben hier natuurlijk geen Bart Smit of Intertoys). Ik ben voor mezelf tot de volgende conclusie gekomen: kinderen tot een jaar of anderhalf worden de hele dag door op de arm gedragen (meestal door oma); ik heb nog nooit een box of een speelkleed in een huis hier gezien. En kinderen vanaf twee jaar gaan van 's ochtends vroeg tot 's middags vijf uur naar school en spelen 's avonds nog wat buiten. Dus er is nauwelijks tijd om binnen met speelgoed te spelen. Daarnaast hecht men in deze cultuur veel waarde aan het opdoen van kennis, maar weinig waarde aan de ontwikkeling van de fantasie en creativiteit, dus spelen met speelgoed wordt waarschijnlijk ook niet als waardevol beschouwd.
Hoewel die nieuwsgierige en luidruchtige buurtkinderen best een beetje op mijn zenuwen werken, ben ik toch wel blij dat ze er zo nu en dan zijn. Hopelijk kunnen we zo niet alleen een relatie met hen opbouwen, maar op den duur ook met hun ouders. Tja, en relaties bouwen is op dit moment toch de kern van onze visie.
En sindsdien hebben we elke zaterdag- en zondagmiddag van vijf tot half zes een stel meiden van tussen de 10 en 12 jaar over de vloer. De eerste keer waren het er twee, laatst waren het er zes. Ze spelen een beetje met Juda en Zoë, maar ondertussen zijn ze ook wel héél nieuwsgierig naar alle kamers, spullen en gebruiken van die buitenlanders. Elke keer vragen ze: "Ayi (=tante), ga je hamburgers voor ons bakken?" Ja natuurlijk, buitenlanders eten tenslotte elke dag hamburgers! Nee, ik heb ze tot nu toe steeds teleur moeten stellen, maar misschien ga ik ze nog wel eens verblijden met een eigengebakken burgertje. Het brood uit de broodbakmachine was gelukkig ook interessant, dus daar heb ik ze allemaal een stukje van laten proeven. Ook lopen ze het huis rond en vragen bij alles wat ze zien "Ayi, waarvoor is dit?", "Ayi, wat staat hier?".
Iedere meid die voor het eerst binnenkomt zegt meteen "Oh, wat veel speelgoed!" en ze bestuderen ieder speelgoedje nauwkeurig. Bijvoorbeeld het baby-looprekje is al een aantal keren grondig onder de loep genomen, want zoiets hadden ze nog nooit gezien. Die opmerking over het vele speelgoed heeft me wel aan het denken gezet, want naar Nederlandse maatstaven hebben onze kinderen echt niet zoveel speelgoed (het appartement is niet zo groot, dus er is ook gewoon niet zoveel ruimte voor een overdaad aan speelgoed en we hebben hier natuurlijk geen Bart Smit of Intertoys). Ik ben voor mezelf tot de volgende conclusie gekomen: kinderen tot een jaar of anderhalf worden de hele dag door op de arm gedragen (meestal door oma); ik heb nog nooit een box of een speelkleed in een huis hier gezien. En kinderen vanaf twee jaar gaan van 's ochtends vroeg tot 's middags vijf uur naar school en spelen 's avonds nog wat buiten. Dus er is nauwelijks tijd om binnen met speelgoed te spelen. Daarnaast hecht men in deze cultuur veel waarde aan het opdoen van kennis, maar weinig waarde aan de ontwikkeling van de fantasie en creativiteit, dus spelen met speelgoed wordt waarschijnlijk ook niet als waardevol beschouwd.
Hoewel die nieuwsgierige en luidruchtige buurtkinderen best een beetje op mijn zenuwen werken, ben ik toch wel blij dat ze er zo nu en dan zijn. Hopelijk kunnen we zo niet alleen een relatie met hen opbouwen, maar op den duur ook met hun ouders. Tja, en relaties bouwen is op dit moment toch de kern van onze visie.
maandag 6 december 2010
Jongen / meisje
Na de bevalling van Mika mochten we kiezen wat voor onderzoeken we wilden laten uitvoeren. Er was al een bloedonderzoek geweest, nu konden we nog zowel de placenta als het lichaampje laten onderzoeken. We kozen ervoor om alleen de placenta te laten onderzoeken; van ons hoefden ze niet zo nodig in dat lichaampje te gaan snijden.
Vorige week kregen we per e-mail de uitslag: "the chromosome test is normal female". In eerste instantie dacht ik dat het over mijn chromosomen ging. Later dacht ik dat er misschien een schrijffoutje was gemaakt. De dokter had bij kleine Mika tenslotte het kleine 'dingetje' aangewezen en gezegd: "Het lijkt er sterk op dat het een jongetje is". Dus nog maar een e-mail erachteraan gestuurd om om opheldering te vragen. En ja hoor, Mika was inderdaad een meisje. Te bizar voor woorden: heb je drieënhalve week gedacht dat je een zoon hebt verloren, kom je er vervolgens achter dat het een dochter was. Verder was het natuurlijk goed nieuws dat ze geen erfelijke afwijking hadden gevonden.
Intussen zijn we anderhalve week verder, maar het is me nog niet gelukt om het idee in mijn hoofd aan te passen; ik kan nog niet over Mika nadenken als een meisje. Daarnaast ben ik een beetje teleurgesteld in de arts. Het zou professioneler van hem zijn geweest om het geslacht in het midden te laten en te zeggen dat we de chromosoomtest moesten afwachten (dat schijnt in Nederland de procedure te zijn hoorde ik van een vriendin).
We hebben besloten om de naam niet aan te passen, dan maar een meisje met een jongensnaam. Mika is gewoon Mika, of het nu een jongen of een meisje was.
Vorige week kregen we per e-mail de uitslag: "the chromosome test is normal female". In eerste instantie dacht ik dat het over mijn chromosomen ging. Later dacht ik dat er misschien een schrijffoutje was gemaakt. De dokter had bij kleine Mika tenslotte het kleine 'dingetje' aangewezen en gezegd: "Het lijkt er sterk op dat het een jongetje is". Dus nog maar een e-mail erachteraan gestuurd om om opheldering te vragen. En ja hoor, Mika was inderdaad een meisje. Te bizar voor woorden: heb je drieënhalve week gedacht dat je een zoon hebt verloren, kom je er vervolgens achter dat het een dochter was. Verder was het natuurlijk goed nieuws dat ze geen erfelijke afwijking hadden gevonden.
Intussen zijn we anderhalve week verder, maar het is me nog niet gelukt om het idee in mijn hoofd aan te passen; ik kan nog niet over Mika nadenken als een meisje. Daarnaast ben ik een beetje teleurgesteld in de arts. Het zou professioneler van hem zijn geweest om het geslacht in het midden te laten en te zeggen dat we de chromosoomtest moesten afwachten (dat schijnt in Nederland de procedure te zijn hoorde ik van een vriendin).
We hebben besloten om de naam niet aan te passen, dan maar een meisje met een jongensnaam. Mika is gewoon Mika, of het nu een jongen of een meisje was.
maandag 29 november 2010
Een stukje Vrede Stad beleven
Toen mijn schoonouders hier waren werd regelmatig gezegd: "Dit kun je niet overbrengen, dit moet je gewoon gezien en ervaren hebben!" En na hun bezoek aan ons heb ik me gerealiseerd: hoe ik ook mijn best doe om de lezers thuis te informeren over het leven hier, ik zal het nooit helemaal kunnen overbrengen. Hoe het voelt, hoe het ruikt, hoe leuk het is, hoe mooi het is, hoe frustrerend het is, hoe vermoeiend het is.
Maar ik wil tóch proberen om het jullie een klein beetje te laten beleven.
Stel, je bevindt je in een miljoenenstad en stapt daar op de bus met eindbestemming: Vrede Stad. De eerste twee uur van de vier uur durende busrit kun je lekker een beetje wegdommelen, aangezien de bus voortraast over een bijna lege snelweg. Geen files tussen de grote steden, want forensen zijn hier niet: iedereen woont in de stad waar hij werkt of werkt in de stad waar hij woont. Na een uur of twee verlaat de bus de snelweg, maar laat je niet misleiden: je bent er nog niet. Sterker nog, het avontuur begint nu pas. Al slingerend en hobbelend beweegt de bus zich voort door de bergen, snelheden van meer dan 60 km/u worden hier niet gehaald. Maar zelfs met 60 km/u sta je een heel aantal doodsangsten uit. Maar als je je blik afwendt van het verkeer en de omgeving in je begint op te nemen, dan kun je niet anders dan genieten. Het is groen, het is woest, het is onherbergzaam en bijna verlaten. Je gaat je bijna afvragen of deze weg wel ergens naartoe leidt, want wie woont er nu in zo'n afgelegen gebied?
Na twee uur slingeren en hobbelen rijdt de bus een stadje binnen. Nou ja, stadje... voor Nederlandse begrippen een dorp. Het is 4 km lang en op z'n breedste punt 1 km breed. Omdat het zo smal is, zie je vanaf elk punt in de stad de bijzonder gevormde karstbergen die de stad omringen of zich zelfs middenin de stad bevinden. Verdwalen is er een kunst, want je loopt binnen no-time tegen óf de oostelijke noord-zuidweg óf de westelijke noord-zuidweg aan. Overal wordt gesloopt, gebouwd of verbouwd, dus de wegen zijn óf stoffig (bij droog weer) óf modderig (bij nat weer); meer opties zijn er niet.
De bus arriveert bij het busstation en wanneer je, nog een beetje wiebelig op je benen, de straat opstapt, ontdek je een hele rij driewiel-brommers die je graag ergens heen brengen. Het zijn de lokale taxi's en zijn het meest geziene vervoersmiddel in de stad. Je zult de naam van je hotel wel in de lokale taal moeten duidelijk maken, want Engels spreken ze hier niet. Voor 40 eurocent mag je achterin het karretje stappen en wordt je naar het hotel gebracht.
Oké, je hebt de busreis overleefd en je hotel gevonden. Je hoopt maar dat je zult kunnen slapen op het keiharde bed en dat de zwarte miertjes tussen je lakens je niet zullen storen. Nu eerst maar even ergens een sandwich halen en wat eten inslaan voor de excursie van morgen. Je zoekt lang in de smalle straatjes van de binnenstad en je komt tientallen stalletjes tegen waar je rijst en noedels kunt kopen, maar een bakkerijtje met lekkere broodjes en sandwiches vind je niet. Je haalt je hart op: gelukkig, een supermarkt! Maar ook daar geen broodafdeling, dus je zult het met crackers moeten doen. Even iets lekkers zoeken voor op de crackers, maar je vindt ook geen kaasafdeling en geen vleeswarenafdeling, geen boter, geen hagelslag, vlokken, chocopasta, sandwichspread, muisjes, bebogeen, appelstroop of kokosbrood. Je ziet de bui al hangen: je zult het óf met droge crackers moeten doen óf je moeten aanpassen aan de lokale bevolking en drie keer per dag rijst of noedels eten.
Tot zover deze introductie, wordt vervolgd....
Maar ik wil tóch proberen om het jullie een klein beetje te laten beleven.
Stel, je bevindt je in een miljoenenstad en stapt daar op de bus met eindbestemming: Vrede Stad. De eerste twee uur van de vier uur durende busrit kun je lekker een beetje wegdommelen, aangezien de bus voortraast over een bijna lege snelweg. Geen files tussen de grote steden, want forensen zijn hier niet: iedereen woont in de stad waar hij werkt of werkt in de stad waar hij woont. Na een uur of twee verlaat de bus de snelweg, maar laat je niet misleiden: je bent er nog niet. Sterker nog, het avontuur begint nu pas. Al slingerend en hobbelend beweegt de bus zich voort door de bergen, snelheden van meer dan 60 km/u worden hier niet gehaald. Maar zelfs met 60 km/u sta je een heel aantal doodsangsten uit. Maar als je je blik afwendt van het verkeer en de omgeving in je begint op te nemen, dan kun je niet anders dan genieten. Het is groen, het is woest, het is onherbergzaam en bijna verlaten. Je gaat je bijna afvragen of deze weg wel ergens naartoe leidt, want wie woont er nu in zo'n afgelegen gebied?
Na twee uur slingeren en hobbelen rijdt de bus een stadje binnen. Nou ja, stadje... voor Nederlandse begrippen een dorp. Het is 4 km lang en op z'n breedste punt 1 km breed. Omdat het zo smal is, zie je vanaf elk punt in de stad de bijzonder gevormde karstbergen die de stad omringen of zich zelfs middenin de stad bevinden. Verdwalen is er een kunst, want je loopt binnen no-time tegen óf de oostelijke noord-zuidweg óf de westelijke noord-zuidweg aan. Overal wordt gesloopt, gebouwd of verbouwd, dus de wegen zijn óf stoffig (bij droog weer) óf modderig (bij nat weer); meer opties zijn er niet.
De bus arriveert bij het busstation en wanneer je, nog een beetje wiebelig op je benen, de straat opstapt, ontdek je een hele rij driewiel-brommers die je graag ergens heen brengen. Het zijn de lokale taxi's en zijn het meest geziene vervoersmiddel in de stad. Je zult de naam van je hotel wel in de lokale taal moeten duidelijk maken, want Engels spreken ze hier niet. Voor 40 eurocent mag je achterin het karretje stappen en wordt je naar het hotel gebracht.
Oké, je hebt de busreis overleefd en je hotel gevonden. Je hoopt maar dat je zult kunnen slapen op het keiharde bed en dat de zwarte miertjes tussen je lakens je niet zullen storen. Nu eerst maar even ergens een sandwich halen en wat eten inslaan voor de excursie van morgen. Je zoekt lang in de smalle straatjes van de binnenstad en je komt tientallen stalletjes tegen waar je rijst en noedels kunt kopen, maar een bakkerijtje met lekkere broodjes en sandwiches vind je niet. Je haalt je hart op: gelukkig, een supermarkt! Maar ook daar geen broodafdeling, dus je zult het met crackers moeten doen. Even iets lekkers zoeken voor op de crackers, maar je vindt ook geen kaasafdeling en geen vleeswarenafdeling, geen boter, geen hagelslag, vlokken, chocopasta, sandwichspread, muisjes, bebogeen, appelstroop of kokosbrood. Je ziet de bui al hangen: je zult het óf met droge crackers moeten doen óf je moeten aanpassen aan de lokale bevolking en drie keer per dag rijst of noedels eten.
Tot zover deze introductie, wordt vervolgd....
maandag 22 november 2010
Roodkapje
Regelmatig staat Juda vanaf het balkon te roepen naar wat oudere jongens die beneden op straat aan het spelen zijn. De jongens vinden het wel grappig en interessant, maar daar blijft het bij, aangezien Juda in het Engels roept en de jongens niet verstaan wat hij zegt. Vaak zeggen we tegen Juda: "Je moet de plaatselijke taal praten, anders verstaan ze je niet." Maar zijn Mandarijn is razendsnel achteruit gegaan, omdat hij sinds augustus niet meer naar school is geweest. Daar komt ook nog eens bij dat hij in Lente Stad maar twee ochtenden per week naar school ging en ik de juffen ervan verdenk dat ze Engels tegen hem praatten (het was een tweetalige school). Tijd dus voor wat nieuwe input in die kleine hersentjes van hem. De tijd tikt door en voor we het weten is die kritieke periode waarin een kind als vanzelf een taal oppikt voorbij.
Het heeft een paar weken geduurd voordat ik voldoende moed had verzameld om eens te gaan kijken bij een schooltje, omdat het er hier allemaal wat primitiever en 'boerser' aan toe gaat dan in Lente Stad. Maar vorige week maandag had ik voldoende moed verzameld en klopten we aan bij een school, Roodkapje genaamd. Toen we een paar minuten hadden staan kijken bij de ochtendgymnastiek op muziek, kregen we al wat meer vertrouwen in het peuter- en kleuteronderwijs in Vrede Stad. Maar toen ik vertelde dat ik Juda graag alleen 's ochtends wilde brengen, werden de wenkbrauwen gefronst en moest er eerst met de schoolleiding overlegd worden. Het is hier de gewoonte dat kinderen vanaf twee jaar vijf dagen per week, 8 tot 10 uur per dag op school doorbrengen, waar ze ook nog eens drie maaltijden voorgeschoteld krijgen. Daar frons ik dan weer mijn wenkbrauwen bij.
Gelukkig ging de schoolleiding akkoord met mijn verzoek en dus brachten we Juda vanmorgen voor het eerst naar school in Vrede Stad. Hij werd vóór het ontbijt verwacht en ik mocht hem na de lunch weer ophalen, op het tijdstip dat de andere kinderen zich klaar maken voor hun middagdutje. Dat moet je zo voor je zien: het klaslokaal wordt omgetoverd in een slaapzaal waarin 30 kleine peuterbedjes neergezet worden. Ik weet überhaupt niet of Juda in zo'n omgeving zou kunnen slapen.
Mijn moederhart brak toen ik hem daar zo achter liet in een nieuwe omgeving, bij mensen die hij niet kende en omgeven door een taal die hij nauwelijks verstaat. Maar toen ik hem op kwam halen vertelde hij dat hij het erg leuk had gevonden en de juffen vertelden dat hij erg vrolijk was geweest. Hopen dat hij het nog steeds leuk vindt als hij er 5 ochtenden per week naartoe gaat.
Vorige week ben ik thuis ook begonnen met een soort school. Elke middag als Zoë slaapt krijgt Juda mijn volledige aandacht terwijl hij verft, knipt, kleurt of met de klei speelt. Gedurende mijn dagelijkse bezigheden vind ik het best moeilijk om hem mijn onverdeelde aandacht te geven, terwijl hij er juist zo van geniet en het ook zo hard nodig heeft.
Afgelopen zaterdag tijdens het 'schooluurtje' was Juda aan het verven en ik wilde eens peilen wat hij nu eigenlijk van het overlijden van Mika had meegekregen, aangezien hij daar nog nooit iets over losgelaten had. Het gesprekje ging zo:
Ik: Juda, weet je nog dat mama een baby in haar buik had? Is die er nog?
Juda: Nee, niet meer
Ik: Waar is die nu?
Juda: Bij de Here God
Ik: De baby is doodgegaan, dat is wel een beetje verdrietig hè?
Juda: Nee hoor, want hij is bij de Here God. Bij de Here God is hij niet dood.
Ik zat met verbaasde (en tranende) ogen naar hem te kijken. Waar haalde hij dit nou weer vandaan? Blijkbaar heeft hij er meer van begrepen dan wij...
Klik hier voor een aantal foto's die de ouders van Robin maakten toen ze bij ons waren
Het heeft een paar weken geduurd voordat ik voldoende moed had verzameld om eens te gaan kijken bij een schooltje, omdat het er hier allemaal wat primitiever en 'boerser' aan toe gaat dan in Lente Stad. Maar vorige week maandag had ik voldoende moed verzameld en klopten we aan bij een school, Roodkapje genaamd. Toen we een paar minuten hadden staan kijken bij de ochtendgymnastiek op muziek, kregen we al wat meer vertrouwen in het peuter- en kleuteronderwijs in Vrede Stad. Maar toen ik vertelde dat ik Juda graag alleen 's ochtends wilde brengen, werden de wenkbrauwen gefronst en moest er eerst met de schoolleiding overlegd worden. Het is hier de gewoonte dat kinderen vanaf twee jaar vijf dagen per week, 8 tot 10 uur per dag op school doorbrengen, waar ze ook nog eens drie maaltijden voorgeschoteld krijgen. Daar frons ik dan weer mijn wenkbrauwen bij.
Gelukkig ging de schoolleiding akkoord met mijn verzoek en dus brachten we Juda vanmorgen voor het eerst naar school in Vrede Stad. Hij werd vóór het ontbijt verwacht en ik mocht hem na de lunch weer ophalen, op het tijdstip dat de andere kinderen zich klaar maken voor hun middagdutje. Dat moet je zo voor je zien: het klaslokaal wordt omgetoverd in een slaapzaal waarin 30 kleine peuterbedjes neergezet worden. Ik weet überhaupt niet of Juda in zo'n omgeving zou kunnen slapen.
Mijn moederhart brak toen ik hem daar zo achter liet in een nieuwe omgeving, bij mensen die hij niet kende en omgeven door een taal die hij nauwelijks verstaat. Maar toen ik hem op kwam halen vertelde hij dat hij het erg leuk had gevonden en de juffen vertelden dat hij erg vrolijk was geweest. Hopen dat hij het nog steeds leuk vindt als hij er 5 ochtenden per week naartoe gaat.
Vorige week ben ik thuis ook begonnen met een soort school. Elke middag als Zoë slaapt krijgt Juda mijn volledige aandacht terwijl hij verft, knipt, kleurt of met de klei speelt. Gedurende mijn dagelijkse bezigheden vind ik het best moeilijk om hem mijn onverdeelde aandacht te geven, terwijl hij er juist zo van geniet en het ook zo hard nodig heeft.
Afgelopen zaterdag tijdens het 'schooluurtje' was Juda aan het verven en ik wilde eens peilen wat hij nu eigenlijk van het overlijden van Mika had meegekregen, aangezien hij daar nog nooit iets over losgelaten had. Het gesprekje ging zo:
Ik: Juda, weet je nog dat mama een baby in haar buik had? Is die er nog?
Juda: Nee, niet meer
Ik: Waar is die nu?
Juda: Bij de Here God
Ik: De baby is doodgegaan, dat is wel een beetje verdrietig hè?
Juda: Nee hoor, want hij is bij de Here God. Bij de Here God is hij niet dood.
Ik zat met verbaasde (en tranende) ogen naar hem te kijken. Waar haalde hij dit nou weer vandaan? Blijkbaar heeft hij er meer van begrepen dan wij...
Klik hier voor een aantal foto's die de ouders van Robin maakten toen ze bij ons waren
maandag 15 november 2010
Terminologie
Ik zal het nog maar een keer benadrukken: wij zijn geen medisch geïnteresseerde mensen. Robin heeft in Engeland wel zijn EHBO diploma gehaald, maar ik word al duizelig bij de gedachte.
Ongetwijfeld heb ik in de afgelopen twee weken allerlei medische termen verkeerd benoemd. Zo had ik natuurlijk moeten spreken over een foetus en niet over een baby. En had ik eigenlijk wel mogen schrijven over een bevalling en over een geboorte? Nou ja, dat is in ieder geval hoe wij het beleefd hebben en ik zou niet weten hoe ik het anders had moeten noemen.
Volgens de verloskundige spreek je na 12 weken zwangerschap niet meer van een miskraam, maar van een Intra Uteriene Vruchtdood. Maar ja, wat is dat in de volksmond? Een doodgeboren kindje? Gisteren ontdekte ik dat Wikipedia zegt dat een zwangerschap die misgaat vóór 20 weken zwangerschap toch nog wel een miskraam is (in Amerika dan). Ik hou het dus maar in het midden en weet niet hoe ik het moet benoemen.
Dan nog twee medische termen die voor ons best wel pijnlijk waren. Zo moest ik in het ziekenhuis een formulier ondertekenen om toestemming te geven voor een abortus. Wat? Een abortus? dacht ik. Daar ben ik toch geen voorstander van? Pas later ontdekte ik dat, in de medische wereld, iedere vroegtijdige beëindiging van een zwangerschap, spontaan of ingeleid, gewenst of ongewenst, een abortus heet.
De volgende dag moesten we nog een formulier ondertekenen. Eentje die toestemming gaf om het lichaampje van Mika bij het medisch afval achter te laten. Hadden ze daar geen andere term voor kunnen verzinnen? 'Medisch afval' klinkt wel heel cru; alsof je je baby (o nee, foetus) weggooit.
Niet meer over nadenken, deze laatste twee. Voor ons was de bevalling van Mika een noodzakelijke medische ingreep, die niks te maken had met wij in de volksmond onder abortus verstaan. En we hoeven er ook niet over na te denken waar Mika's lichaampje nu is; we vinden troost bij de gedachte dat het lichaam slechts een omhulsel is en dat de bestemming van onze geest/ziel het enige is wat werkelijk telt.
De laatste term die ik wil bespreken is 'memorial service' (herdenkingsdienst). Deze term roept bij velen van jullie waarschijnlijk een beeld op van een volle zaal, van een lijkkist en van mensen in zwarte kleding. Ik moest dan ook even een knopje in mijn gedachten omzetten toen onze vrienden hier voorstelden om gistermorgen een 'memorial service' voor Mika te houden. We zouden met z'n allen de bergen ingaan en een mooi plekje voor een picknick opzoeken. En zo gebeurde het. We beklommen een met gras bedekte heuvel en spreidden onze picknickkleedjes uit op het meest vlakke stukje dat we konden vinden. En daar vond de herdenkingsdienst voor ons zoontje Mika plaats, midden in de natuur met in totaal slechts 13 aanwezigen (6 volwassenen en 7 kinderen). Maar het was emotioneel en hartverwarmend, vooral toen onze vrienden zeiden dat ze zichzelf hadden toegewijd aan de ondersteuning van ons. Ondertussen rende Juda rond in het gras, op zoek naar stenen en bloemetjes en hing Zoë om ons heen, klaar voor haar ochtendslaapje. En na afloop hadden we geen koffie met droge cake, maar een uitgebreide, feestelijke picknick. Het was gezellig en het was goed; het was als een stukje hemel op aarde.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
Ongetwijfeld heb ik in de afgelopen twee weken allerlei medische termen verkeerd benoemd. Zo had ik natuurlijk moeten spreken over een foetus en niet over een baby. En had ik eigenlijk wel mogen schrijven over een bevalling en over een geboorte? Nou ja, dat is in ieder geval hoe wij het beleefd hebben en ik zou niet weten hoe ik het anders had moeten noemen.
Volgens de verloskundige spreek je na 12 weken zwangerschap niet meer van een miskraam, maar van een Intra Uteriene Vruchtdood. Maar ja, wat is dat in de volksmond? Een doodgeboren kindje? Gisteren ontdekte ik dat Wikipedia zegt dat een zwangerschap die misgaat vóór 20 weken zwangerschap toch nog wel een miskraam is (in Amerika dan). Ik hou het dus maar in het midden en weet niet hoe ik het moet benoemen.
Dan nog twee medische termen die voor ons best wel pijnlijk waren. Zo moest ik in het ziekenhuis een formulier ondertekenen om toestemming te geven voor een abortus. Wat? Een abortus? dacht ik. Daar ben ik toch geen voorstander van? Pas later ontdekte ik dat, in de medische wereld, iedere vroegtijdige beëindiging van een zwangerschap, spontaan of ingeleid, gewenst of ongewenst, een abortus heet.
De volgende dag moesten we nog een formulier ondertekenen. Eentje die toestemming gaf om het lichaampje van Mika bij het medisch afval achter te laten. Hadden ze daar geen andere term voor kunnen verzinnen? 'Medisch afval' klinkt wel heel cru; alsof je je baby (o nee, foetus) weggooit.
Niet meer over nadenken, deze laatste twee. Voor ons was de bevalling van Mika een noodzakelijke medische ingreep, die niks te maken had met wij in de volksmond onder abortus verstaan. En we hoeven er ook niet over na te denken waar Mika's lichaampje nu is; we vinden troost bij de gedachte dat het lichaam slechts een omhulsel is en dat de bestemming van onze geest/ziel het enige is wat werkelijk telt.
De laatste term die ik wil bespreken is 'memorial service' (herdenkingsdienst). Deze term roept bij velen van jullie waarschijnlijk een beeld op van een volle zaal, van een lijkkist en van mensen in zwarte kleding. Ik moest dan ook even een knopje in mijn gedachten omzetten toen onze vrienden hier voorstelden om gistermorgen een 'memorial service' voor Mika te houden. We zouden met z'n allen de bergen ingaan en een mooi plekje voor een picknick opzoeken. En zo gebeurde het. We beklommen een met gras bedekte heuvel en spreidden onze picknickkleedjes uit op het meest vlakke stukje dat we konden vinden. En daar vond de herdenkingsdienst voor ons zoontje Mika plaats, midden in de natuur met in totaal slechts 13 aanwezigen (6 volwassenen en 7 kinderen). Maar het was emotioneel en hartverwarmend, vooral toen onze vrienden zeiden dat ze zichzelf hadden toegewijd aan de ondersteuning van ons. Ondertussen rende Juda rond in het gras, op zoek naar stenen en bloemetjes en hing Zoë om ons heen, klaar voor haar ochtendslaapje. En na afloop hadden we geen koffie met droge cake, maar een uitgebreide, feestelijke picknick. Het was gezellig en het was goed; het was als een stukje hemel op aarde.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
maandag 8 november 2010
Verwerken
"Hoe gaat het?" Een vraag die we de afgelopen week veel gehoord hebben.
Tja, probeer daar maar eens een passend antwoord op te geven. Moet ik misschien zeggen "Lichamelijk goed, maar emotioneel een beetje in de war"? In de war omdat we enerzijds zoveel rust, vrede en dankbaarheid ervaren, maar anderzijds ook het verdriet over de misgelopen zwangerschap continu voelen.
Verwarring ook omdat we weten dat we iets te verwerken hebben, maar niet goed weten waar we moeten beginnen. Verwerken: een werkwoord, alsof je actief iets moet doen. Maar wat? Ik voel me (gelukkig) een leek in dit proces en vraag me af hoe ik nu met deze situatie om moet gaan. Vooral veel terugdenken aan vorig weekend? Aan de echo's, aan de bevalling, aan het kleine mannetje dat we voor drie minuten mochten bewonderen. Of vooral maar niet terugdenken aan vorig weekend? Of zo nu en dan terugdenken en verder doorgaan met het leven?
Er zijn honderden boeken geschreven over rouwverwerking, maar ik heb er nooit wat over gelezen. En ik denk ook: elke situatie is anders en elke persoon is anders. Is er toevallig ook een boek geschreven over het verliezen van een kind na 17 weken zwangerschap speciaal voor Nederlandse vrouwen wonend in-the-middle-of-nowhere in Oost-Azië? Ik denk het niet. Maar als iemand iets weet wat dicht in de buurt komt, dan hou ik me aanbevolen.
Anyway, als je me nu zou vragen "Hoe gaat het?", zou ik zeggen dat het goed gaat. Gewoon om het simpele feit dat het niet slecht gaat. Ik geniet extra van de twee gezonde, mooie en lieve kinderen die we hebben, ik word gesteund door een zorgzame en begripvolle echtgenoot, ik word warm van alle lieve e-mails en Facebook-berichtjes, ik voel me bevoorrecht dat we op deze paradijselijke plek op aarde mogen wonen en bovenal ben ik ontzettend dankbaar voor een Vader die me door het diepe water draagt (nee, Hij leidt me niet om het diepe water heen, maar wil dat ik er doorheen ga, maar niet alleen).
Wie weet schrijf ik over een paar weken, maanden of jaren nog eens een stukje over 'verwerken'. Misschien dat ik dan beter weet wat het is en hoe het moet.
Tenslotte nog het onderstaande verhaal. Toen ik vorige week zondag nog in het ziekenhuis was hoorde ik iemand het toevallig op televisie vertellen. En gisteren praatte ik met een vriendin die het me ook vertelde. Het zal vast niet zonder reden zijn dat ik het twee keer in één week van verschillende mensen hoor.
In Maleachi 3:3 staat: "Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert...".
Er was eens een vrouw die zich afvroeg wat een zilversmid nu eigenlijk doet met het zilver dat hij smeedt, dus ze maakte een afspraak bij een zilversmid om het proces eens van dichterbij te kunnen bekijken.
Ze keek toe terwijl de zilversmid het stuk zilver in het vuur hield om het te verhitten. De zilversmid vertelde de vrouw dat hij het zilver middenin het vuur moest houden, daar waar de vlammen het heetst waren, om alle onzuiverheden weg te branden.
De zilversmid vervolgde dat hij niet alleen bij het vuur moest zitten om het zilver vast te houden, maar dat hij onophoudelijk zijn oog op het stuk zilver gericht moest houden, want als het zilver ook maar iets te lang in het vuur werd gehouden, dan zou het verbranden en onbruikbaar worden.
Tenslotte vroeg de vrouw nog: "Hoe weet u wanneer het zilver volledig gezuiverd is?" De zilversmid antwoordde: "Als ik mijzelf in het stuk zilver weerspiegeld zie."
We gaan soms door hete vuren in ons leven, maar de 'zilversmid' laat ons niet los en wendt zijn oog niet van ons af. Zijn doel is niet dat we 'verbranden' en onbruikbaar worden, maar dat we mooier worden en Zijn evenbeeld gaan weerspiegelen.
Tja, probeer daar maar eens een passend antwoord op te geven. Moet ik misschien zeggen "Lichamelijk goed, maar emotioneel een beetje in de war"? In de war omdat we enerzijds zoveel rust, vrede en dankbaarheid ervaren, maar anderzijds ook het verdriet over de misgelopen zwangerschap continu voelen.
Verwarring ook omdat we weten dat we iets te verwerken hebben, maar niet goed weten waar we moeten beginnen. Verwerken: een werkwoord, alsof je actief iets moet doen. Maar wat? Ik voel me (gelukkig) een leek in dit proces en vraag me af hoe ik nu met deze situatie om moet gaan. Vooral veel terugdenken aan vorig weekend? Aan de echo's, aan de bevalling, aan het kleine mannetje dat we voor drie minuten mochten bewonderen. Of vooral maar niet terugdenken aan vorig weekend? Of zo nu en dan terugdenken en verder doorgaan met het leven?
Er zijn honderden boeken geschreven over rouwverwerking, maar ik heb er nooit wat over gelezen. En ik denk ook: elke situatie is anders en elke persoon is anders. Is er toevallig ook een boek geschreven over het verliezen van een kind na 17 weken zwangerschap speciaal voor Nederlandse vrouwen wonend in-the-middle-of-nowhere in Oost-Azië? Ik denk het niet. Maar als iemand iets weet wat dicht in de buurt komt, dan hou ik me aanbevolen.
Anyway, als je me nu zou vragen "Hoe gaat het?", zou ik zeggen dat het goed gaat. Gewoon om het simpele feit dat het niet slecht gaat. Ik geniet extra van de twee gezonde, mooie en lieve kinderen die we hebben, ik word gesteund door een zorgzame en begripvolle echtgenoot, ik word warm van alle lieve e-mails en Facebook-berichtjes, ik voel me bevoorrecht dat we op deze paradijselijke plek op aarde mogen wonen en bovenal ben ik ontzettend dankbaar voor een Vader die me door het diepe water draagt (nee, Hij leidt me niet om het diepe water heen, maar wil dat ik er doorheen ga, maar niet alleen).
Wie weet schrijf ik over een paar weken, maanden of jaren nog eens een stukje over 'verwerken'. Misschien dat ik dan beter weet wat het is en hoe het moet.
Tenslotte nog het onderstaande verhaal. Toen ik vorige week zondag nog in het ziekenhuis was hoorde ik iemand het toevallig op televisie vertellen. En gisteren praatte ik met een vriendin die het me ook vertelde. Het zal vast niet zonder reden zijn dat ik het twee keer in één week van verschillende mensen hoor.
In Maleachi 3:3 staat: "Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert...".
Er was eens een vrouw die zich afvroeg wat een zilversmid nu eigenlijk doet met het zilver dat hij smeedt, dus ze maakte een afspraak bij een zilversmid om het proces eens van dichterbij te kunnen bekijken.
Ze keek toe terwijl de zilversmid het stuk zilver in het vuur hield om het te verhitten. De zilversmid vertelde de vrouw dat hij het zilver middenin het vuur moest houden, daar waar de vlammen het heetst waren, om alle onzuiverheden weg te branden.
De zilversmid vervolgde dat hij niet alleen bij het vuur moest zitten om het zilver vast te houden, maar dat hij onophoudelijk zijn oog op het stuk zilver gericht moest houden, want als het zilver ook maar iets te lang in het vuur werd gehouden, dan zou het verbranden en onbruikbaar worden.
Tenslotte vroeg de vrouw nog: "Hoe weet u wanneer het zilver volledig gezuiverd is?" De zilversmid antwoordde: "Als ik mijzelf in het stuk zilver weerspiegeld zie."
We gaan soms door hete vuren in ons leven, maar de 'zilversmid' laat ons niet los en wendt zijn oog niet van ons af. Zijn doel is niet dat we 'verbranden' en onbruikbaar worden, maar dat we mooier worden en Zijn evenbeeld gaan weerspiegelen.
Abonneren op:
Posts (Atom)