dinsdag 7 februari 2012

Dromen

Vorige week kwamen we als oud-jovo's (jong-volwassenen) na járen weer eens bij elkaar voor een reünie. Toen we een rondje deden om te horen wat er van iedereen 'geworden was', bleek een terugkerend thema 'dromen' te zijn, in de zin van: welke dromen zijn uitgekomen en welke dromen heb je nog voor de toekomst? Het heeft me aan het denken gezet over mijn eigen dromen.

Tien jaar geleden, toen ik bijna twintig was, droomde ik van een sprookjeshuwelijk, ik droomde van het perfecte gezin, met Robin en ik als ideale ouders, ik droomde van een avontuurlijk leven in Azië, waar Robin en ik als moedige helden ons mannetje wel zouden staan, waar we zouden strijden tot de dood, waar we één zouden worden met de lokale bevolking en volledig opgenomen zouden worden in de gemeenschap. Ik droomde van een houten huis, uitkijkend op een met rijstvelden bedekte berghelling, waar het geluid van krekels ons elke ochtend uit een vredige slaap zou wekken.

Wist ik veel.

Sommige dromen moeten we vasthouden en najagen, andere dromen zullen we los moeten laten of bij moeten stellen.

Hoewel ik vind dat Robin en ik een goed team vormen samen, is gebleken dat het huwelijk iets is om aan te werken en om voor te vechten. Het gaat niet vanzelf en is ook geen sprookje. Ikzelf ben ook niet de echtgenote en moeder gebleken die ik had willen zijn; mijn ervaring is dat je jezelf nergens zó tegenkomt als als echtgenoot en als moeder. Man, wat zit er dan toch nog een hoop ongeduld, onbegrip en zelfgerichtheid van binnen.
Het leven in Azië had ik ook zwaar geromantiseerd, want we kwamen terecht in een appartementje op de 10e verdieping in een 'betonnen oerwoud' omgeven door 7 miljoen rochelende, spugende, onbeschofte Aziaten (van wie ik overigens ontzettend veel ben gaan houden in de afgelopen vier jaar). In plaats van door krekels werden we gewekt door toeterende vrachtwagens op de 12-baans rondweg langs ons huis en in plaats van groene bergen keken we uit op flatgebouwen zo ver het oog reikte. Ik ben ook niet de sterke vrouw die ik dacht te zijn: vaak maak ik me zorgen over de gezondheid, de scholing en de emotionele ontwikkeling van onze kinderen en ben ik er klaar voor om het bijltje erbij neer te gooien. Ik ga bijna over m'n nek als ik varkensingewanden of kippenhoofd voorgeschoteld krijg en realiseer me op zo'n moment: ik zal nooit één van hen worden.

Tot zover dus de losgelaten of bijgestelde dromen. Welke dromen heb ik nu nog?

Dat Robin, Juda, Zoë en Salomé nooit liefde tekort zullen komen van hun vrouw/moeder. Dat ik door mijn leven een stukje bij mag dragen aan Zijn koninkrijk hier op aarde. En dan nog mijn allergrootste droom: dat ik voor altijd bij mijn Hemelse Vader zal wonen.

Aan de ene kant veel grotere doelen, maar aan de andere kant wel haalbaar....

dinsdag 31 januari 2012

Allerlei

Vanavond de eerste 'officiële' presentatie gehad. Best wel spannend, vooral omdat ikzelf eigenlijk niemand in Klaaswaal (het dorp waar Robins ouders nog wonen) ken. En Robin is er ook al ruim 10 jaar weg, dus wat konden we verwachten? Van tevoren zeiden we tegen elkaar dat we blij zouden zijn als er tien mensen zouden komen opdagen. Dus we waren verrast toen er om acht uur 30 stoelen bezet waren! De aanwezigen waren (naar ons idee) ook oprecht geïnteresseerd en meelevend, dus al met al hebben we een bemoedigende avond achter de rug. Volgende week staan Numansdorp, Houten en Ermelo nog op het programma.

Sommige mensen vragen zich af waarom onze tijd in Nederland zo lang is. Veel mensen die in het buitenland wonen komen maar voor een periode van twee of drie maanden naar Nederland. Waarom zijn wij er straks dan 8,5 maand geweest? De voornaamste reden is dat onze organisatie van oudsher een regeling heeft van 4 jaar in het buitenland en 1 jaar in Nederland. Omdat we 3,5 jaar in Azië hadden gezeten, hadden we recht op 10 maanden verlof. Maar wij vonden 8,5 maand eigenlijk wel genoeg. Nu kwam dit lange verlof wel mooi uit vanwege de geboorte van Salomé, anders was het misschien wel wat lang geweest. We hebben het idee om dit keer maar 2,5 jaar in Azië te verblijven en dan een volgend verlof ook wat korter te houden.

En verder nog:
  • we zitten nu ook op Twitter (nou ja, Robin dan). Je vindt ons onder mooievoeten.
  • ik kom er de laatste tijd helaas niet meer aan toe om foto's op de blog te zetten.Je vindt ze wél op Facebook.
  • twee weken geleden heb ik een (controle-)MRI van mijn rug gehad en de arts vertelde dat er sinds de laatste MRI 5 jaar geleden geen groei van het gezwel heeft plaatsgevonden. Wat hem betreft hoef ik niet meer terug te komen.
  • morgenochtend (dinsdag) gaan we naar Den Haag om visa aan te vragen. Best spannend: zullen we krijgen waar we op hopen? 1 jaar? 6 maanden? 3 maanden? 2 maanden? 30 dagen?

dinsdag 24 januari 2012

Vrijgevigheid

Een paar maanden geleden vroeg Robin me: "Waarom doen christenen (over het algemeen) eigenlijk niet mee aan loterijen?" Goeie vraag. Hoewel het voor mij een vanzelfsprekendheid was om daar niet aan mee te doen, had ik nooit over het waarom nagedacht. Er is niet zoiets als een tekst die zegt "Gij zult niet meedoen aan loterijen." Maar wat is dan de achterliggende gedachte? Een vriend van ons wees ons op het volgende: de onderliggende motivatie voor deelname aan een loterij is hebberigheid, terwijl we juist de nadruk zouden moeten leggen op vrijgevigheid. Met dat antwoord namen we genoegen.

Maar toen ik dacht aan al onze babyspullen in Nederland, moest ik hieraan terugdenken. Ik wilde ze namelijk graag kwijt en overwoog om ze te verkopen, bijvoorbeeld via Marktplaats of via een tweedehandskledingwinkeltje. Maar zou de onderliggende motivatie voor iets te verkopen in plaats van het weg te geven dan ook niet hebberigheid zijn? "Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft" (Lucas 3:11) Er staat niet: "Wie twee stel kleren heeft moet één stel verkopen", maar: "... moet één stel weggeven." Dus ik raakte ervan overtuigd dat ik onze babyspullen weg moest geven aan iemand die niets had. Makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe vind je zo iemand? Net toen ik het idee wilde laten varen en al het spul toch bij het tweedehands winkeltje wilde brengen, kreeg ik een e-mail waarin een pleegmoeder vroeg om babyspullen voor een hoogzwangere tiener. Ze bleek zwanger van een meisje en is uitgerekend op 1 maart.
Fantastisch hoe dit soort dingen samenkomen!

Het verhaal bleek echter best triest. Een jonge meid, zonder geld, met een los-vaste relatie en met een moeder die haar belazert. Verder geen vrienden en geen netwerk. Ik vroeg me af: hoe komt zo iemand uit de negatieve spiraal? Hoe kan zij haar dochtertje een betere toekomst bieden als zij van huis uit al een slecht voorbeeld heeft gehad? Mijn gedachten gingen terug naar de tijd dat wij in de woongroep in Amersfoort woonden. Destijds vond ik het allemaal niet geestelijk genoeg daar en wilde ik me liever inzetten binnen de gemeente, wat één van de redenen was voor ons vertrek. Maar nu, terugkijkend, zie ik dat we een positieve draai hebben kunnen geven aan de levens van de jongeren die met ons 'meewoonden'. Gewoon een goeie buur zijn en een positieve leefomgeving creëren, kan al zoveel impact hebben op het leven van een 'aan lager wal geraakte' jongere. Stuk voor stuk zagen we deze jongeren opklimmen uit de negatieve spiraal waarin ze om allerlei verschillende redenen terecht waren gekomen. Nu pas zie ik dat het eigenlijk wel heel 'geestelijk' was wat we daar deden, maar dan op een andere manier. Meer op de manier van: "Ik was hongerig en jij gaf mij te eten" (klik hier voor het hele verhaal).

dinsdag 17 januari 2012

Uitstellen

Over zes weken zitten we alweer in het vliegtuig! Tjonge, dan is ons eerste verlof alweer voorbij; nog even niet aan denken.

Robin en ik zijn van nature uitstellers. Mensen die ons goed kennen weten dat we zelden of nooit te vroeg op een afspraak zullen verschijnen, eerder een paar minuten te laat. Ik zal niet zeggen dat ik me erbij neergelegd heb, want elke keer heb ik weer het goede voornemen om nu eens een realistische tijdsplanning te maken in plaats van een optimistische. Maar we falen steeds weer. En het helpt natuurlijk ook niet dat we allebei zo zijn. Ik zou de kinderen de schuld kunnen geven, maar dat is niet eerlijk, want ook toen we nog geen kinderen hadden kwamen we overal altijd net te laat, zaten we tot diep in de nacht nog te werken voor een deadline en moesten we regelmatig een sorry-te-laat-kaartje sturen voor een verjaardag. Ja, het is al zolang ik me kan heugen dat dit een probleem is. Voordeel is wel weer dat ik goed kan presteren onder druk. Als ik geen tijdsdruk heb, komt er gewoon niks uit mijn handen.

En nu we bijna aan het eind van ons verlof gekomen zijn, zien we het wéér: we hebben ontzettend veel dingen al die maanden vooruit zitten schuiven, waardoor die laatste zes weken nu helemaal volgepland staan. Presentaties, spreekbeurten, koffiebezoekjes, medische en praktische zaken; de to-do-list wordt steeds langer en het aantal dagen steeds minder. Ik weet nu al dat ik op 27 februari in dat vliegtuig zal zitten met in mijn hoofd al die dingen die we nog graag hadden willen doen, maar waar gewoonweg geen tijd meer voor was.

Hopelijk zullen jullie deze komende weken genadig met ons willen zijn, wanneer we niet zo snel reageren op e-mails, niet zoveel tijd hebben voor sociale dingen en we niet aan ieders verwachtingen kunnen voldoen.

dinsdag 10 januari 2012

Engeland

Donderdagochtend: net van maandag t/m woensdag een 3-daagse conferentie achter de rug en 's nachts een wilde zuidwesterstorm. Dé perfecte ochtend om op reis te gaan met drie kleine koters en dus ging om 5 uur de wekker.

De reis ging naar het platteland vlakbij Southampton (Engeland), om een lieve tante en een betrokken gemeente te bezoeken. Tante Grace leerden we bijna 8 jaar geleden kennen, vlak nadat haar man, de favoriete neef van Robin's opa, was overleden. Tante Grace is een bijzonder mens. Ze is oorspronkelijk van Ierse afkomst, maar ontmoette haar Nederlandse man in India toen ze daar werkte. Daarna hebben ze met hun gezin in Italië, India, Thailand en België gewoond, om uiteindelijk neer te strijken in Zuid-Engeland.

Intussen is Grace 80 jaar, maar één van de meest energieke vrouwen die ik ooit heb gezien. Ze woont in een enorm huis, dat eigenlijk veel te groot is voor haar alleen, maar ze heeft vaak logees over de vloer. Op zondag staat ze nog regelmatig op de preekstoel en woont bijna alle activiteiten van de nabijgelegen Methodist Church bij. Ze reist nog jaarlijks naar allerlei landen om daar vervolgde gelovigen te bezoeken. En volgens mij besteedt ze de tijd die ze nog over houdt op haar knieën om de Vader te smeken en te vragen, want ze heeft echt een hart voor voorbede.

Behalve de erg turbulente vlucht op donderdag (de wind leek met het kleine vliegtuigje te spelen als ware het een bal), hebben we een fantastische tijd gehad. We mochten op vrijdag bij een vrouwengroep wat vertellen en op zondagmorgen mocht Robin spreken. Daarnaast ontmoetten we op zaterdagochtend en op zaterdagmiddag nog vrienden. Bijzonder is dat al onze vrienden in dit kleine dorpje eigenlijk 60+ zijn. Nou ja, misschien niet echt bijzonder gezien Grace's leeftijd en het feit dat zij ons in contact heeft gebracht met al deze mensen.

Vandaag zijn we weer teruggereisd naar Nederland en maken we ons klaar voor ons volgende avontuur: komend weekend een paar dagen naar de Belgische Ardennen met familie!

maandag 2 januari 2012

Laat je door niets weerhouden of ontmoedigen

Vaak vragen mensen: "Heb je zin om weer terug te gaan naar Aziê?" Pffff... wat een moeilijke vraag. Ja, ik heb er zin in om weer een wat ruimer huisje te hebben, om onze eigen meubels en spullen weer om me heen te hebben en om de (andere) mensen van wie we houden weer te zien. Maar eigenlijk zie ik er ook best wel tegenop: hoe zal Juda het vinden om weer naar de Chinese school te gaan na 6 maanden (leuk!) Nederlands onderwijs? Hoe zal het zijn om zelf les te geven? Wat als één van ons ziek wordt? Daarnaast vroegen onze vrienden die een paar weken geleden op bezoek waren of we naar een ander deel van de provincie wilden verhuizen. Aan de ene kant zou dat gunstig zijn voor onze visumsituatie, want we zouden dan waarschijnlijk les kunnen geven of krijgen op de universiteit, maar aan de andere kant: wéér een verhuizing, wéér een nieuwe plek! Ik word al zenuwachtig als ik eraan denk.
Als ik alleen al denk aan deze dingen draait mijn maag zich vaak meteen in een knoop.

Vanmorgen (Nieuwjaarsdag) zaten we in een bijna lege aula van het Groevenbeek College. Eigenlijk had ik moeten oppassen bij de baby's, maar omdat Salomé de enige baby was, was mijn hulp niet nodig. De opkomst was dus schaars, de preek was kort (15 min.) en de normaal zo uitgebreide, levendige band was nu gekrompen tot een viool en een keyboard.
Maar deze dienst was voor mij.
Het ging over de eerste paar verzen van het boek Jozua. In het laatste vers van dit gedeelte staat: "Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij."
Oja, zo zat het ook alweer.
Later zongen we nog de gouwe ouwe Omdat Hij leeft, ben ik niet bang voor morgen. Normaal gesproken ben ik niet zo van de 'oude meezingers', maar vanmorgen had ik tranen in m'n ogen staan. Hier móest ik even aan herinnerd worden.

Ik blijf het spannend vinden: teruggaan naar Vrede Stad, maar ik weet dat ik niet bang hoef te zijn. Hij gaat met ons mee op avontuur en zal ons bijstaan.

Gelukkig nieuwjaar gewenst!

dinsdag 27 december 2011

Omgekeerde cultuur-schok

Reversed culture-shock (omgekeerde cultuur-schok): ik dacht eigenlijk dat het aan me voorbij was gegaan. Ja, de eerste twee weken in Nederland waren wel vreemd en heel erg wennen, maar al gauw voelden we ons alweer helemaal thuis in Nederland en draaiden we weer gewoon mee in de Nederlandse samenleving. Bijna alsof we nooit waren weggeweest.

Nadat Robin mijn stukje van vorige week had gelezen, zei ik tegen hem: "Wel weer een beetje kritisch hè?" En eerlijk gezegd stonden er nog een aantal scherpe onderwerpen op mijn lijstje om over te bloggen.Geen idee waarom ik een aantal confronterende, kritische onderwerpen op mijn hart had, maar ik had gewoon het idee dat ik ze kwijt moest. Af en toe dacht ik zelfs: ik kan wel een boek gaan schrijven met als titel Mijn kijk op Nederland.

En toen ontvingen we een e-mail van en vriendin, die schreef dat ze aan mijn blog kon merken dat we door een flinke reversed culture shock heengingen. Wie?! Ik?! In eerste instantie ontkende ik dat in alle toonaarden, maar in de daaropvolgende dagen ging ik me beseffen dat ze misschien toch gelijk had. Waarschijnlijk zat ik er middenin zonder er zelf bewust van te zijn. Ik kwam erachter dat ik het leven in Nederland zwaar geromantiseerd had en nu ontdekte ik: het leven in Nederland is toch ook niet alles. Aan de ene kant genoot ik volop van Nederland, maar tegelijkertijd zat ik me vaak te ergeren aan de Nederlandse samenleving (o.a. aan de oppervlakkigheid, het materialisme, het secularisme, de drukte). En afgelopen week werd daar nog een ergernis aan toegevoegd: Kerst.

Het begon eigenlijk op woensdagochtend op de peuterspeelzaal van Zoë, waar we samen een kerstsamenzang zouden hebben. In totaal zongen we (leidsters, ouders en kinderen) tien liedjes:
lied 1: oh wat een boom
lied 2: ik, zei de piek, ben de baas in de kerstboom
lied 3: het klokje in de kerstboom
lied 4: jingle bell, jingle bell
lied 5: twinkel twinkel gouden ster
lied 6: klink klokje klingelingeling
lied 7: oh dennenboom
lied 8: daar is Jeroen op de grote wagen
lied 9: Rudolph dat leuke rendier
lied 10: we wish you a merry christmas
Robin en ik hadden hem na afloop goed zitten, dat dit is wat er nu van kerstfeest gemaakt wordt. Waarom wordt er überhaupt nog Kerst gevierd in Nederland, als men niet gelooft in de reden van Kerst (het woord Kerst is tenslotte afgeleid van het woord Christus)?

Na deze kerstviering gingen Robin en ik even samen naar Amersfoort om mijn nieuwe bril op te halen (de opticien was hoogst-verbaasd dat ik geen bril droeg, want ik had zonder bril 30% minder zicht). Ik ging ook nog even de H&M in, omdat ik vond dat ik toch ook nog even nieuwe kleren voor mezelf en voor de kinderen moest kopen voor Kerst. Dat hóórt tenslotte zo. Maar na de ervaring eerder die ochtend kwam ik zonder kerstkleren weer de winkel uit; ik besloot om niet meer mee te doen met dat circus rondom Kerst.

De afgelopen jaren hebben we het Nederlandse kerstfeest heel erg gemist: de kaarsjes, de kerstboom, de kerstliedjes, enz. Maar als ik nu terugkijk hadden we zonder dat alles méér oog voor de essentie van Kerst, namelijk het Kindje in de kribbe. En om heel eerlijk te zijn kijken we er best wel naar uit om volgend jaar weer onze eigen invulling aan het kerstfeest te kunnen geven.

En zo slaan we ons, met vallen en opstaan, door onze eerste reversed culture shock heen....

dinsdag 20 december 2011

Opvoeden

Op veel plaatsen zie ik posters en foldertjes van Triple P, het programma dat Positief Opvoeden als speerpunt heeft. Geen idee of het iets nieuws is, het is in ieder geval nieuw voor mij. Je hoort zo vaak: "Positief gedrag belonen, negatief gedrag negeren." Eerlijk gezegd best wel eens moeilijk: hoe kan ik het nou negeren als Juda zijn zusje een klap of schop verkoopt? Ook op TV is er tegenwoordig veel aandacht voor opvoeden: Schatjes, de Babyfluisteraar, Eerste Hulp bij Opvoeden, enzovoorts. Ook hartstikke goed natuurlijk.

Maar tegelijkertijd zie ik de trend dat veel kinderen hun week doorbrengen bij het kinderdagveblijf of de BSO. Dus dan vraag ik me af: hebben ouders eigenlijk nog wel tijd om op te voeden? Wie voedt nu eigenlijk de kinderen van tegenwoordig op? De pedagogisch medewerkster van het kinderdagverblijf? De TV? Of moet ik zelfs vragen: worden kinderen nog wel opgevoed? Want voelt een oppas/juf/pedagogisch medewerkster zich daar wel verantwoordelijk voor als ouders er geen tijd voor hebben?

Laatst las ik dit in een tijdschrift, waarbij mijn mond van ongeloof openviel: "Mijn man en ik houden allebei van luxe. Mede daarom - en omdat ik mijn werk leuk vind - ben ik na de geboorte van onze zoon vier dagen blijven werken. We willen ons kind alles kunnen geven. Als ik een leuk shirtje zie voor hem, dan koop ik dat, ook al kost het €50. Laatst kwam mijn moeder met een skipakje dat ze van kennissen had gekregen. Leuk ding, maar tweedehands en dat willen we liever niet voor ons kind."
Oké, prima dat je vier dagen blijft werken. Ook prima dat je geen tweedehands kleding wilt. Maar de zin We willen ons kind alles kunnen geven stuitte me echt tegen de borst. Wat een kind echt nodig heeft is jouw liefde, tijd en aandacht als ouder. Wat moet een kind nou met al die luxe als dat ten koste gaat van de tijd en aandacht die een ouder aan hem/haar kan geven?
Even voor de goede orde: ik heb niks tegen werkende moeders hoor, en ook niet tegen kinderdagverblijven of BSO's, maar ik zou zelf niet zo snel kiezen voor een baan van 4 of 5 dagen in de week.

Een vriendin die veel met kinderen werkt, maakte onlangs de volgende opmerking: tegenwoordig proberen veel ouders hun schuldgevoel tegenover hun kinderen af te kopen door het geven van mooie spullen. Ouders voelen zich schuldig over het feit dat ze nog maar zo weinig tijd voor hun kinderen hebben en dat proberen ze goed te maken door ze te overladen met duur speelgoed of andere gadgets. Voor mij wel herkenbaar: ik heb wel eens het (onterechte!) gevoel dat we onze kinderen tekort zouden doen met ons leven in Azië en dan verwen ik ze extra om het goed te maken.

Ik vraag mezelf wel eens af hoe ons leven eruit zou zien als we niet naar Azië waren verhuisd. Welke keuzes zou ik maken? Zou ik blijven werken als ik drie kleine kinderen had? En zo ja, hoeveel uur? In wat voor huis zouden we wonen? In wat voor auto zouden we rijden? Het blijven vragen. Misschien zullen we het wel nooit weten, als we tot ons pensioen in Azië blijven wonen. Maar misschien keren we als gezin wel eerder terug naar Nederland en zullen we het zien.

dinsdag 13 december 2011

Extra large

Ten eerste wil ik nog even terugkomen op mijn stukje van twee weken geleden. Ik heb daarmee niet willen suggereren dat wij Nederlanders niet meer eerlijk tegen elkaar moeten zijn of dat ik geen voorstander ben van gerechtigheid. Wat ik eigenlijk wilde zeggen is: waar zoeken we naar als we kijken naar de ander? Naar positieve of negatieve dingen? Benadrukken we goede of slechte eigenschappen van de ander? We hoeven niet te gaan liegen, maar we hebben wel de keuze hoe we tegen anderen en tegen situaties aankijken. Vorige week las ik in een tijdschrift het volgende: "Het is niet de Aanleiding die bepaalt hoe wij ons voelen (=Consequentie), maar de Bril waardoor we naar de situatie kijken." ABC; makkelijk te onthouden. Toevallig las ik vanmiddag nog in een tijdschrift een interview met een Canadese vrouw die naar Nederland was geëmigreerd. Volgens haar was het grootste verschil tussen Nederlanders en Canadezen dat zoveel Nederlanders zich met elkaar bemoeien, elkaar be- en veroordelen.

Dan nu een wat luchtiger onderwerp.
Vanuit Vrede Stad had ik een lekkere joggingbroek meegenomen, speciaal voor de dagen na de bevalling. Toen ik hem echter vlak na de geboorte van Salomé aan wilde trekken, moest ik helaas concluderen dat het nog niet de juiste tijd was voor dit modelletje met een strakke band om de taille. Een blik in het label deed me niet veel goeds: XL. Nu moet ik erbij zeggen dat het hier ging om een Aziatische XL en ja, voor Aziatische begrippen ben ik ook wel Extra Large. Maar toch.

Nu hoor je vaak "Ach, met borstvoeding raak je die kilo's zo weer kwijt." Nou, ik weet niet wie dat ooit verzonnen heeft, maar de praktijk heeft dat bij mij nog nooit uitgewezen. Het mag dan wel zo zijn dat borstvoeding iets van vijfhonderd kilocalorieën per dag kost, maar tegelijkertijd voelt het ook alsof je maag een bodemloze put is en dat je dus oneindig kunt eten zonder een verzadigd gevoel te krijgen. Vaak las ik 's avonds voordat ik naar bed ga nog een vierde maaltijd in om 's nachts maar niet wakker te liggen van de honger (als ik tenminste vóór die tijd nog niet de keukenkastjes heb geplunderd op zoek naar koek, snoep en chocola).

5 jaar geleden heb ik al mijn kleding bij mijn ouders op zolder in een kast gelegd. Echt heel veel kleding. Wie weet komt het nog eens van pas, dacht ik toen. Vorige maand trok ik die kast weer open om uit te zoeken welke kleding ik nog wilde bewaren. Ik was snel klaar: álles was maat S of maar 36. Heel bewust gaf ik die hoop op en meldde aan mijn moeder dat alles mee kon naar Roemenië, Bulgarije, het Leger des Heils of de Voedselbank. Een beetje confronterend maar ook wel bevrijdend: dat is gewoon een gepasseerd station.


Helaas helpt het ook niet om een man te hebben die alles kan eten wat los en vast zit, maar die in onze (bijna) tien jaar huwelijk nog geen grammetje vet erbij heeft gekregen. Als dan tijdens het koffie- of theedrinken de stroopwafels op tafel komen, dan heb ik echt te weinig discipline. Gelukkig hebben we de weegschaal in Vrede Stad laten staan, dus hoe groot de 'schade' echt is, zal ik pas over een maand of drie ontdekken. Ach, en daar is men toch minder bezig met het be- en veroordelen van elkaar, dus daar maakt het ook weer niet zoveel uit :-)

dinsdag 6 december 2011

Met andere ogen

Toen we in juni terugkwamen bekeken we Nederland met andere ogen: met de ogen van iemand die drieëneenhalf jaar weggeweest is. Dan vallen dingen ineens op die je eigenlijk nooit eerder had gezien.

Deze week bekijken we Nederland met nóg andere ogen: met de ogen van iemand die nog nooit in Nederland is geweest. Afgelopen zaterdag mochten we namelijk goede vrienden uit Vrede Stad hier verwelkomen; op weg naar de Verenigde Staten maken zij een tussenstop van twee weken in Europa. Naast Nederland willen ze ook graag iets meer van Europa zien. Toen ze vorige maand plannen aan het maken waren, schreven ze dat ze in de tweede week graag België, Luxemburg, Parijs, Londen, Zwitserland, Italië en Duitsland zouden bezoeken. Misschien een beetje te ambitieus, hebben we toen geantwoord. Maar het zegt wel iets over hoe Amerikanen naar Europa kijken: klein en alles binnen handbereik. Parijs is om de hoek, Londen ook.
Het herziene programma is gelukkig wat realistischer, want alleen België, Frankrijk, Engeland, Luxemburg en Duitsland zullen worden aangedaan. Ook nog druk (met drie kinderen), maar wel haalbaar.

Maar eerst een paar dagen in Nederland de toerist uithangen dus. Nog net een paar dagen van de Sinterklaasgekte meepikken, pannenkoeken eten bij het Jagershuys in Zeist, koffie drinken bij het (nieuwe?) Douwe Egberts-café op het Neude, slenteren langs de Oude Gracht, ons vergapen aan de hoogte van de Domtoren. En de komende dagen staan nog het Corrie ten Boomhuis in Haarlem en natuurlijk een dagje Amsterdam op het programma. En dan vertrekken ze al, eerder dan gepland, naar België.
Maar er is nog zoveel meer te zien in Nederland! Je kunt toch niet zeggen dat je Nederland hebt gezien als je alleen Amsterdam, Haarlem en Utrecht hebt gezien?! Oja, en Putten, Ermelo en Houten niet te vergeten... Nou ja, ze hebben in ieder geval sfeer geproefd, want die was er gistermiddag zeker in hartje Utrecht! Ik had wel de hele middag kunnen blijven luisteren naar die Britse straatmuzikant die de sterren van de hemel zong vlak voor het stadhuis. Ja, Utrecht is 's zomers beregezellig met zijn terrasjes aan de gracht, maar zo'n grauwe, koude decemberdag heeft toch ook wel iets.

En zo bekeek ik de stad Utrecht, die toch al 29 jaar lang een soort thuis voor me is, gisteren met andere ogen en genoot met volle teugen van het in Nederland zijn.