Tijdens de wandeling in de bergen sliepen we in theehuizen. Een theehuis is een soort hostel waar je kunt drinken, eten en slapen. De slaapvertrekken zijn gemaakt van triplex. Er was dus maar een paar millimeter fineer en wat verf dat me ‘s nachts scheidde van de kou.
De eerste nacht droeg ik twee lagen kleding in mijn slaapzak en even dacht ik dat ik dood zou vriezen. De volgende nachten heb ik geen risico genomen en ben ik met thermo ondergoed, vier extra lagen, sokken en een muts gaan slapen.
De theehuizen hebben een kachel in de eetzaal. De eerste paar dagen werd er nog hout gestookt, maar boven 4.000 meter alleen gedroogde poep van jaks. Omdat de kachel meestal om 8 uur ‘s avonds uitging en de gidsen in de eetzaal sliepen, ging ik vaak ook rond die tijd naar bed.
Hoe hoger we kwamen hoe meer uitdagingen er waren. Alles leek bevroren. De waterleiding, mijn tandpasta, mijn drinkfles en de wc. Er was minder zuurstof in de lucht waardoor ik regelmatig hijgend de berg op ging. Mijn zwager beklom op een koude dag om vijf uur ‘s ochtends een berg met - 20 °C. Een dag later kwam hij erachter dat zijn handen bevroren waren geweest en hij frostbite had.
Hoe hoger we kwamen, hoe dichter we ook bij het einddoel kwamen. Everest Base Camp. Dat is de plek waar de echte klimmers hun tenten opzetten en Mount Everest beklimmen. Een gemiddelde klim duurt een maand of drie en kost tussen € 20.000,- en € 45.000,-. Maar dan kun je wel zeggen dat je op het hoogste punt op aarde bent geweest. Volgens internet was de temperatuur toen wij er waren tussen de - 40 °C en - 50 °C, maar het voelde niet zo koud aan.
Toen ik dagdromen kreeg van verse koffie en Tanja’s zelfgebakken koekjes wist ik dat het tijd was om weer naar huis te gaan. Op de terugweg naar het vliegveld kregen we ook nog wat sneeuw. Het vliegtuig had zes uur vertraging wegens slecht weer. Later hoorden we dat we de laatste vlucht hadden en de dagen daarna er geen vluchten waren vanwege het slechte weer.
Ik vond het een mooie ervaring en ben ook weer erg blij om weer thuis te zijn. Ik geniet nu extra van mijn tijd met Tanja, Juda en Zoë.
Trouwe lezers van de blog wees gerust, volgende week schrijft Tanja weer een stukje.
Klik hier voor een aantal foto's.
dinsdag 8 februari 2011
maandag 31 januari 2011
Nepal (gastschrijver)
Mijn zwager en ik kwamen net na middernacht aan in Kathmandu. Op het vliegveld werden we verwelkomd door een zwerm taxichauffeurs. Ze wilden ons gratis naar een mooi hotel brengen. Dat we al een reservering hadden maakte niets uit. Na wat geduw en getrek kregen we toch een taxi naar ons hostel. Eerst even langs de politieagenten met stokken naar de pinautomaat. Naast de geldautomaat stond een groepje jonge mannen naar ons te staren. Waarom hebben ze hier geen samenscholingsverbod na middernacht? vraag je je dan af. Gerustgesteld door de aanwezigheid van een bewakingsbeambte met een musket uit de vorige eeuw heb ik gepind.
Het ritje naar het hostel in de Indiase Suzuki Maruti taxi was ook een avontuur. Met mijn neus tegen de ruit (letterlijk) hebben we de zwerfhonden, kuilen en verkeersagenten met stokken en geweren ontweken. Het hostel was prima en we kregen ontbijt op het dakterras. De bewaker (ook met stok) maakte me een beetje zenuwachtig met zijn gesaluteer en gestamp op de grond. Wat ook zorgen baarde was dat iedereen na het horen van onze reisplannen met een onderdrukte grimas zei “iet iz goin to be riellie kolt”.
De echte uitdaging kwam nog. Twee weken zonder koffie en vlees. Geen koffie omdat ik de hoogteziekte-hoofdpijn wilde kunnen onderscheiden van cafeïne-hoofdpijn. En geen vlees omdat stukken dier in manden via smalle bergpaadjes omhoog gedragen werden en niemand kon zeggen hoe vers of wat voor vlees het was.
Op internet had ik voor twintig Euro een paar Timberland wandelschoenen gekocht. Na de tweede dag lieten de zolen los en zat er een gat bij mijn tenen. Diezelfde dag heb ik mijn sportschoenen uit mijn tas gehaald en daar de rest van de reis op gelopen. In de tuin van het hostel maakten we kennis met de rest van de groep. Een beetje onzeker over mijn gebrek aan hike-ervaring deed ik zo nonchalant mogelijk. Toen bleek dat iedereen er ongeveer hetzelfde instond, durfde ik wat stoerder te doen.
De vlucht naar het vliegveld in de bergen was geen doorsneevlucht. Van de twintig stoelen had ik de voorste, net achter de piloot. Toen we over een bergrug vlogen kwamen we in wat turbulentie terecht. Prima, dacht ik, dat heb ik wel vaker meegemaakt. Toen het me opviel dat de geprinte handleiding van het vliegtuig naast de piloot lag, een rood alarmlichtje ging branden en een heel naar alarmgeluid niet uitging vond ik het niet zo prima meer. Toen de co-piloot aan wat knoppen en schakelaars zat, de piloot dat onmiddellijk weer ongedaan maakte en ze even ruzieden, vond ik het helemaal niet prima meer. Gelukkig hoorde ik thuis pas dat dit het gevaarlijkste vliegveld ter wereld is.
Volgende week lezen jullie over bevroren wc’s, waterflessen en handen...
Klik voor een aantal foto's.
Het ritje naar het hostel in de Indiase Suzuki Maruti taxi was ook een avontuur. Met mijn neus tegen de ruit (letterlijk) hebben we de zwerfhonden, kuilen en verkeersagenten met stokken en geweren ontweken. Het hostel was prima en we kregen ontbijt op het dakterras. De bewaker (ook met stok) maakte me een beetje zenuwachtig met zijn gesaluteer en gestamp op de grond. Wat ook zorgen baarde was dat iedereen na het horen van onze reisplannen met een onderdrukte grimas zei “iet iz goin to be riellie kolt”.
De echte uitdaging kwam nog. Twee weken zonder koffie en vlees. Geen koffie omdat ik de hoogteziekte-hoofdpijn wilde kunnen onderscheiden van cafeïne-hoofdpijn. En geen vlees omdat stukken dier in manden via smalle bergpaadjes omhoog gedragen werden en niemand kon zeggen hoe vers of wat voor vlees het was.
Op internet had ik voor twintig Euro een paar Timberland wandelschoenen gekocht. Na de tweede dag lieten de zolen los en zat er een gat bij mijn tenen. Diezelfde dag heb ik mijn sportschoenen uit mijn tas gehaald en daar de rest van de reis op gelopen. In de tuin van het hostel maakten we kennis met de rest van de groep. Een beetje onzeker over mijn gebrek aan hike-ervaring deed ik zo nonchalant mogelijk. Toen bleek dat iedereen er ongeveer hetzelfde instond, durfde ik wat stoerder te doen.
De vlucht naar het vliegveld in de bergen was geen doorsneevlucht. Van de twintig stoelen had ik de voorste, net achter de piloot. Toen we over een bergrug vlogen kwamen we in wat turbulentie terecht. Prima, dacht ik, dat heb ik wel vaker meegemaakt. Toen het me opviel dat de geprinte handleiding van het vliegtuig naast de piloot lag, een rood alarmlichtje ging branden en een heel naar alarmgeluid niet uitging vond ik het niet zo prima meer. Toen de co-piloot aan wat knoppen en schakelaars zat, de piloot dat onmiddellijk weer ongedaan maakte en ze even ruzieden, vond ik het helemaal niet prima meer. Gelukkig hoorde ik thuis pas dat dit het gevaarlijkste vliegveld ter wereld is.
Volgende week lezen jullie over bevroren wc’s, waterflessen en handen...
Klik voor een aantal foto's.
maandag 24 januari 2011
Gedeelde smart is halve smart
In juli 2008 spraken we voor het eerst iets af met een Nederlands stel dat we net in Lente Stad hadden leren kennen. Ze hadden een zoontje dat drie weken jonger was dan Juda. Het klikte meteen en een heel aantal leuke bezoekjes volgden. Toen die vriendin me die zomer mailde dat ze 9 weken zwanger was van de tweede, vond ik het zó leuk om haar te kunnen vertellen dat ook wij een tweede verwachtten. In januari 2009 verhuisden zij naar een kleine plaats 10 uur ten westen van Lente Stad en werden de bezoekjes minder frequent. Maar lang leve de e-mail en de telefoon!
In het voorjaar van 2009 werd hun dochtertje Leah drie weken vóór Zoë geboren en natuurlijk vonden we het heel bijzonder dat niet alleen onze zonen drie weken met elkaar scheelden, maar nu ook onze dochters.
En jawel hoor, afgelopen september, toen ik een week of 11 zwanger was van Mika, stuurde ze een SMS-je: "Wat betekenen twee streepjes ook al weer?" Voor de derde keer samen zwanger! Nee, dit was geen afgesproken werk, maar het was natuurlijk wel leuk.
In november schreef ik in mijn blog over verwerken iets in de trant van: wie heeft er nou hetzelfde meegemaakt als ik? Wie begrijpt het nou echt?
Een paar dagen nadat ik deze blog postte, kreeg ik van mijn vriendin een e-mail waarin ze schreef: "Het is niet goed met ons kindje." De afmetingen klopten niet en er was geen hartslag te vinden. Ook zij had de ervaring in het ziekenhuis van de koele, begriploze echoscopist. Ook zij had de ervaring van het hulpeloos en verloren voelen in-the-middle-of-nowhere, zonder adequate medische zorg. Ook zij en haar man moesten uiteindelijk naar het buitenland reizen om het kindje geboren te laten worden.
Hoe zullen we dit noemen? Bijzonder? Bizar? Natuurlijk had ik veel liever gezien dat hun kindje dit voorjaar gezond en voldragen geboren zou worden; een miskraam gun je niemand. Maar tegelijkertijd was de wederzijdse herkenning een soort troost voor mij en realiseerde ik me dat er een kern van waarheid zit in het spreekwoord Gedeelde smart is halve smart.
Sinds onze verhuizing naar Vrede Stad, 10 uur ten oosten van Lente Stad, wonen we zo'n 20 uur rijden bij deze lieve mensen vandaan. We hebben elkaar dan ook al 6 maanden niet gezien. Maar ik ben erg onder de indruk van hun plan om volgende week hierheen te komen rijden. 20 uur in de auto, met twee kinderen, om een bezoekje te brengen aan vrienden. Hartverwarmend en ontroerend toch?
In het voorjaar van 2009 werd hun dochtertje Leah drie weken vóór Zoë geboren en natuurlijk vonden we het heel bijzonder dat niet alleen onze zonen drie weken met elkaar scheelden, maar nu ook onze dochters.
En jawel hoor, afgelopen september, toen ik een week of 11 zwanger was van Mika, stuurde ze een SMS-je: "Wat betekenen twee streepjes ook al weer?" Voor de derde keer samen zwanger! Nee, dit was geen afgesproken werk, maar het was natuurlijk wel leuk.
In november schreef ik in mijn blog over verwerken iets in de trant van: wie heeft er nou hetzelfde meegemaakt als ik? Wie begrijpt het nou echt?
Een paar dagen nadat ik deze blog postte, kreeg ik van mijn vriendin een e-mail waarin ze schreef: "Het is niet goed met ons kindje." De afmetingen klopten niet en er was geen hartslag te vinden. Ook zij had de ervaring in het ziekenhuis van de koele, begriploze echoscopist. Ook zij had de ervaring van het hulpeloos en verloren voelen in-the-middle-of-nowhere, zonder adequate medische zorg. Ook zij en haar man moesten uiteindelijk naar het buitenland reizen om het kindje geboren te laten worden.
Hoe zullen we dit noemen? Bijzonder? Bizar? Natuurlijk had ik veel liever gezien dat hun kindje dit voorjaar gezond en voldragen geboren zou worden; een miskraam gun je niemand. Maar tegelijkertijd was de wederzijdse herkenning een soort troost voor mij en realiseerde ik me dat er een kern van waarheid zit in het spreekwoord Gedeelde smart is halve smart.
Sinds onze verhuizing naar Vrede Stad, 10 uur ten oosten van Lente Stad, wonen we zo'n 20 uur rijden bij deze lieve mensen vandaan. We hebben elkaar dan ook al 6 maanden niet gezien. Maar ik ben erg onder de indruk van hun plan om volgende week hierheen te komen rijden. 20 uur in de auto, met twee kinderen, om een bezoekje te brengen aan vrienden. Hartverwarmend en ontroerend toch?
maandag 17 januari 2011
Kou
Ik ben niet jaloers op jullie vrieskou, sneeuw en ijs. Ik ben gewoon geen wintermens: heb altijd last van droge handen, droge lippen en wintertenen. Nu wonen wij hemelsbreed slechts 23 km bij de Vietnamese grens vandaan, dus je zou denken dat wij wat kou betreft niks te klagen hebben. Dat dachten wij ook toen we hiernaartoe verhuisden.
Maar we zijn erin geluisd. Vorige week was de temperatuur 's ochtends slechts 5°C en steeg overdag naar een graad of 7. Geen straaltje zon te bekennen, al wekenlang niet trouwens. Misschien denk je nu: wat klaag je nou? Bij ons is het in de afgelopen weken wel -15°C geweest! Maar weet je wat het verschil is? Als jullie thuiskomen van een sneeuwballengevecht of schaatspartij, dan doe je lekker je jas uit en draai je de thermostaat op 20°C en langzaam maar zeker warm je weer op. Hier ontbreekt de centrale verwarming. Hier ontbreekt ook het dubbel-glas of enige andere vorm van isolatie. Wel hebben we twee kleine elektrische kacheltjes, maar zelfs als die de hele dag voluit staan te loeien, krijgen we het in de woonkamer niet warmer dan 12°C. Niet echt behaaglijk dus. Wat de locals doen? Die houden binnen gewoon hun winterjas aan en ze kleden hun kinderen als Michelin-mannetjes. Om de één of andere reden gaat dat jas-aan-houden er bij ons nog niet in. Het hóórt gewoon niet (toch?). En dus hebben we het gewoon simpelweg koud en slepen overal in huis een dekentje naar toe.
Gelukkig duurt de winter hier maar kort, waarschijnlijk (hopelijk!) een maand of drie. De rest van het jaar is het inderdaad de 20°C waarop we gehoopt hadden. Maar als je middenin de kou zit, dan lijkt zelfs zo'n korte winter wel oneindig....
Maar we zijn erin geluisd. Vorige week was de temperatuur 's ochtends slechts 5°C en steeg overdag naar een graad of 7. Geen straaltje zon te bekennen, al wekenlang niet trouwens. Misschien denk je nu: wat klaag je nou? Bij ons is het in de afgelopen weken wel -15°C geweest! Maar weet je wat het verschil is? Als jullie thuiskomen van een sneeuwballengevecht of schaatspartij, dan doe je lekker je jas uit en draai je de thermostaat op 20°C en langzaam maar zeker warm je weer op. Hier ontbreekt de centrale verwarming. Hier ontbreekt ook het dubbel-glas of enige andere vorm van isolatie. Wel hebben we twee kleine elektrische kacheltjes, maar zelfs als die de hele dag voluit staan te loeien, krijgen we het in de woonkamer niet warmer dan 12°C. Niet echt behaaglijk dus. Wat de locals doen? Die houden binnen gewoon hun winterjas aan en ze kleden hun kinderen als Michelin-mannetjes. Om de één of andere reden gaat dat jas-aan-houden er bij ons nog niet in. Het hóórt gewoon niet (toch?). En dus hebben we het gewoon simpelweg koud en slepen overal in huis een dekentje naar toe.
Gelukkig duurt de winter hier maar kort, waarschijnlijk (hopelijk!) een maand of drie. De rest van het jaar is het inderdaad de 20°C waarop we gehoopt hadden. Maar als je middenin de kou zit, dan lijkt zelfs zo'n korte winter wel oneindig....
maandag 10 januari 2011
It's a woman's world
De wildernis in, bergen beklimmen, avonturen beleven, twee weken lang in dezelfde onderbroek lopen, de grenzen van je eigen kunnen ontdekken: de droom van iedere man (of generaliseer ik nu?). Maar hoeveel kansen krijgt een echtgenoot en vader van twee kleine kinderen om deze droom na te jagen? Weinig tot geen.
Ik denk ook niet dat ik Robin voor drie weken naar Nepal had laten vertrekken als dit zijn eigen idee was geweest, maar toen het hem op een presenteerblaadje aangereikt werd en vermeld werd dat het hem niks zou gaan kosten, was dit een once-in-a-lifetime gelegenheid en kon er natuurlijk geen "nee" gezegd worden. Mijn broer en schoonzus maakten plannen om op weg terug van Australië (waar ze twee jaar gewoond hebben) naar Nederland door Azië te gaan reizen en een trek naar het Base Camp van de Mount Everest maakte onderdeel uit van die plannen. Gelukkig verstoorde een kleine Joey (= babykangoeroe) in de 'buidel' van mijn schoonzus Eline deze plannen en zocht mijn broer een nieuw reismaatje voor de al geboekte en betaalde reis.
En dus vertrokken Robin en mijn broer vorige week zondag voor drie weken naar Nepal. Afgelopen woensdag begon de trek en tegen alle verwachtingen in kregen we zelfs afgelopen zaterdag een mailtje. Robin schreef dat het erg koud was: 's nachts had hij thermo-ondergoed en drie lagen kleren aan, en een fleeceslaapzak, een gewone slaapzak en nog een deken over zich heen. Net checkte ik via Google even de temperatuur bij het Base Camp, zodat ik jullie als lezers kan informeren, maar mijn maag draaide zich om toen ik las dat de gevoelstemperatuur er -50°C is. Maar goed, zover is hij nog niet....
Ondertussen bewaken de vrouwen het fort in Vrede Stad. Hoewel we natuurlijk allebei onze mannen missen, proberen we het beste van deze tijd samen te maken en dus wordt er gekokkereld, worden er meidenfilms gekeken, koekjes en cakes gebakken, opvoedtechnieken besproken, enz. enz.
En ik realiseer me dat er heel wat dingen zijn die ik normaal gesproken aan Robin overlaat. Auto wassen en schoonmaken, autostoeltjes installeren, tanken, fietsbanden oppompen, telefoonrekening betalen, 's avonds de deur op slot doen, saldo op de betaalrekening checken, 20-liter waterfles verwisselen, koffie zetten, snoeren bij apparaten zoeken, computerupdates installeren, virusscanners activeren en ga zo maar door. Gisteren viel de elektriciteit plotseling uit en Eline vroeg: "Zou er misschien een stop gesprongen zijn?". Glazig keek ik haar aan en dacht: hoe moet ik dat nou weten? Dat is toch een mannending? (gelukkig bleek het een stroomstoring te zijn en hoefden we ons niet druk te maken over de stoppen).
Deze tijd zonder mannen maakt me bewust van wat Robin normaal gesproken allemaal doet in en om het huis en doet me realiseren dat het regelmatig gedachte verwijt ik sta er ook helemaal alleen voor totaal ongegrond is. Nog twee weken ploeteren we voort zonder mannen en dan hopen we 'onze helden' op 23 januari weer in Vrede Stad te mogen verwelkomen.
Ik denk ook niet dat ik Robin voor drie weken naar Nepal had laten vertrekken als dit zijn eigen idee was geweest, maar toen het hem op een presenteerblaadje aangereikt werd en vermeld werd dat het hem niks zou gaan kosten, was dit een once-in-a-lifetime gelegenheid en kon er natuurlijk geen "nee" gezegd worden. Mijn broer en schoonzus maakten plannen om op weg terug van Australië (waar ze twee jaar gewoond hebben) naar Nederland door Azië te gaan reizen en een trek naar het Base Camp van de Mount Everest maakte onderdeel uit van die plannen. Gelukkig verstoorde een kleine Joey (= babykangoeroe) in de 'buidel' van mijn schoonzus Eline deze plannen en zocht mijn broer een nieuw reismaatje voor de al geboekte en betaalde reis.
En dus vertrokken Robin en mijn broer vorige week zondag voor drie weken naar Nepal. Afgelopen woensdag begon de trek en tegen alle verwachtingen in kregen we zelfs afgelopen zaterdag een mailtje. Robin schreef dat het erg koud was: 's nachts had hij thermo-ondergoed en drie lagen kleren aan, en een fleeceslaapzak, een gewone slaapzak en nog een deken over zich heen. Net checkte ik via Google even de temperatuur bij het Base Camp, zodat ik jullie als lezers kan informeren, maar mijn maag draaide zich om toen ik las dat de gevoelstemperatuur er -50°C is. Maar goed, zover is hij nog niet....
Ondertussen bewaken de vrouwen het fort in Vrede Stad. Hoewel we natuurlijk allebei onze mannen missen, proberen we het beste van deze tijd samen te maken en dus wordt er gekokkereld, worden er meidenfilms gekeken, koekjes en cakes gebakken, opvoedtechnieken besproken, enz. enz.
En ik realiseer me dat er heel wat dingen zijn die ik normaal gesproken aan Robin overlaat. Auto wassen en schoonmaken, autostoeltjes installeren, tanken, fietsbanden oppompen, telefoonrekening betalen, 's avonds de deur op slot doen, saldo op de betaalrekening checken, 20-liter waterfles verwisselen, koffie zetten, snoeren bij apparaten zoeken, computerupdates installeren, virusscanners activeren en ga zo maar door. Gisteren viel de elektriciteit plotseling uit en Eline vroeg: "Zou er misschien een stop gesprongen zijn?". Glazig keek ik haar aan en dacht: hoe moet ik dat nou weten? Dat is toch een mannending? (gelukkig bleek het een stroomstoring te zijn en hoefden we ons niet druk te maken over de stoppen).
Deze tijd zonder mannen maakt me bewust van wat Robin normaal gesproken allemaal doet in en om het huis en doet me realiseren dat het regelmatig gedachte verwijt ik sta er ook helemaal alleen voor totaal ongegrond is. Nog twee weken ploeteren we voort zonder mannen en dan hopen we 'onze helden' op 23 januari weer in Vrede Stad te mogen verwelkomen.
maandag 3 januari 2011
Reis en jaarwisseling
De 30 dagen van ons visum waren alweer om en dus reisden we afgelopen week weer naar het buitenland om een nieuw visum aan te vragen. Sommige mensen zouden misschien jaloers worden als ze horen dat we al voor de 4e keer dit jaar in HK waren, maar voor ons is het iedere keer weer een opgaaf om in vier dagen tijd drie keer van bed te verwisselen, twee keer een autorit van 15 uur te maken, zeven keer een plek te moeten zoeken om te ontbijten, lunchen of dineren, vier keer in de rij te staan voor de douane (emigratie, immigratie, emigratie, immigratie) en de kinderen in metro's, bussen en taxi's te slepen. De kinderen zijn na zo'n reis dan ook nog wel een paar dagen van slag, slapen slechter, huilen sneller.
En wat was dit keer de opbrengst van deze reis? Jawel: opnieuw een visum van 30 dagen.
We moeten altijd voor alles dankbaar zijn onder alle omstandigheden, leert Zijn Woord ons. En dus zijn we dankbaar voor deze 30 dagen die we hier weer mogen wonen. Ze hadden ons ook de toegang tot dit land kunnen weigeren, zelfs zonder vermelding van reden.
De dag van de terugreis was oudjaarsdag en we wisten dat mijn broer en schoonzus in ons huis in Vrede Stad op ons wachtten. Maar naarmate de reis vorderde, zagen we een thuiskomst vóór twaalf uur 's nachts steeds onwaarschijnlijker worden. Om 23.57 uur keek ik op de klok en dacht: niet vergeten om Robin over drie minuten een gelukkig nieuwjaar te wensen. Maar de volgende keer dat ik op de klok keek was het al vijf over twaalf en ik was zó moe en zat van de lange reis, dat ik zonder al te veel enthousiasme vanaf de achterbank zei: "Oja, gelukkig nieuwjaar". Terwijl Robin zich concentreerde op de donkere, bochtige en hobbelige weg, wenste hij mij ook een gelukkig nieuwjaar en zo werd voor ons dus 2011 ingeluid. Dat is in voorgaande jaren wel eens wat feestelijker en vrolijker geweest...
Gelukkig liep deze jaarwisseling niet helemaal af met een domper, want bij thuiskomst om één uur 's nachts wachtte ons een schaal versgebakken oliebollen en natuurlijk mijn broer en schoonzus. Het werd nog erg gezellig en uiteindelijk lagen we (incl. de kinderen) pas om half drie in bed.
Vanuit een winters Vrede Stad (de thermometer zegt op dit moment 9,7 °C) wensen we jullie een heel goed 2011 toe!
En wat was dit keer de opbrengst van deze reis? Jawel: opnieuw een visum van 30 dagen.
We moeten altijd voor alles dankbaar zijn onder alle omstandigheden, leert Zijn Woord ons. En dus zijn we dankbaar voor deze 30 dagen die we hier weer mogen wonen. Ze hadden ons ook de toegang tot dit land kunnen weigeren, zelfs zonder vermelding van reden.
De dag van de terugreis was oudjaarsdag en we wisten dat mijn broer en schoonzus in ons huis in Vrede Stad op ons wachtten. Maar naarmate de reis vorderde, zagen we een thuiskomst vóór twaalf uur 's nachts steeds onwaarschijnlijker worden. Om 23.57 uur keek ik op de klok en dacht: niet vergeten om Robin over drie minuten een gelukkig nieuwjaar te wensen. Maar de volgende keer dat ik op de klok keek was het al vijf over twaalf en ik was zó moe en zat van de lange reis, dat ik zonder al te veel enthousiasme vanaf de achterbank zei: "Oja, gelukkig nieuwjaar". Terwijl Robin zich concentreerde op de donkere, bochtige en hobbelige weg, wenste hij mij ook een gelukkig nieuwjaar en zo werd voor ons dus 2011 ingeluid. Dat is in voorgaande jaren wel eens wat feestelijker en vrolijker geweest...
Gelukkig liep deze jaarwisseling niet helemaal af met een domper, want bij thuiskomst om één uur 's nachts wachtte ons een schaal versgebakken oliebollen en natuurlijk mijn broer en schoonzus. Het werd nog erg gezellig en uiteindelijk lagen we (incl. de kinderen) pas om half drie in bed.
Vanuit een winters Vrede Stad (de thermometer zegt op dit moment 9,7 °C) wensen we jullie een heel goed 2011 toe!
maandag 27 december 2010
Cultuurverschillen
In Engeland op school volgde ik een blok Culturele Antropologie. Heel interessant. We leerden om door een andere bril naar een bepaalde cultuur te kijken en om bepaalde gewoonten niet als stom of slecht te bestempelen, maar als anders. Zo leerden we om anders te kijken naar bijvoorbeeld polygamie en vrouwenbesnijdenis in Afrika. Niet gemakkelijk om dat knopje in je hoofd om te zetten.
Het omzetten van dat knopje in mijn hoofd is een bezigheid die ik sinds onze verhuizing naar Azië dagelijks beoefen. Om bepaald gedrag niet te veroordelen, maar proberen te begrijpen. En het valt nog steeds niet mee. Al snel denk ik: dit zijn toch geen manieren?! Op straat spugen, smakken tijdens het eten, met je mond vol praten, voordringen in de rij, afsnijden in het verkeer, voor je sokken gereden worden terwijl het voetgangerslicht toch echt op groen staat, schreeuwen, en ga zo maar door. Intussen weet ik dat dit niks met ongemanierd zijn te maken heeft, maar met verschillen in cultuur. Maar wat dacht je van: een kind uit een winkelwagentje trekken terwijl je als moeder even niet kijkt? Een kind dat door een wildvreemde uit je armen getrokken wordt? Een man die jou en je gezin een half uur lang ongegeneerd zit te filmen? Een vrouw die (zonder toestemming) wel 30 foto's maakt van je zoon? Twee mensen die binnen gehoorafstand uitgebreid jouw verschijning als buitenlander met elkaar bespreken? In dit soort gevallen zou ik echt willen zeggen: "Jongens, dit kan toch niet!" Maar ik zeg het niet, want blijkbaar kan het hier wél, aangezien bovenstaande dingen geen uitzondering zijn, maar een voor ons dagelijks verschijnsel.
Er valt nog een hoop te leren voor ons, maar ik weet nog niet precies wat. Moeten we leren om meer assertief te zijn en er wél wat van te zeggen als we vinden dat iets echt niet kan? Of moeten we leren om nog vaker de bril van de Nederlandse cultuur af te zetten en de bril van de Oosterse cultuur op te doen? Aan de ene kant wil je niet over je heen laten lopen, aan de andere kant wil je ook niet aanstootgevend zijn.
Veel mensen zeggen: "Wat knap dat jullie die taal hebben geleerd; het is zo'n ontzettend moeilijke taal!" Maar in werkelijkheid is het leren van de lokale cultuur veel moeilijker en het zal dan ook nog wel een aantal jaar duren voordat we het idee hebben dat we de cultuur eigen zijn, mochten we überhaupt ooit dat punt bereiken.
Het omzetten van dat knopje in mijn hoofd is een bezigheid die ik sinds onze verhuizing naar Azië dagelijks beoefen. Om bepaald gedrag niet te veroordelen, maar proberen te begrijpen. En het valt nog steeds niet mee. Al snel denk ik: dit zijn toch geen manieren?! Op straat spugen, smakken tijdens het eten, met je mond vol praten, voordringen in de rij, afsnijden in het verkeer, voor je sokken gereden worden terwijl het voetgangerslicht toch echt op groen staat, schreeuwen, en ga zo maar door. Intussen weet ik dat dit niks met ongemanierd zijn te maken heeft, maar met verschillen in cultuur. Maar wat dacht je van: een kind uit een winkelwagentje trekken terwijl je als moeder even niet kijkt? Een kind dat door een wildvreemde uit je armen getrokken wordt? Een man die jou en je gezin een half uur lang ongegeneerd zit te filmen? Een vrouw die (zonder toestemming) wel 30 foto's maakt van je zoon? Twee mensen die binnen gehoorafstand uitgebreid jouw verschijning als buitenlander met elkaar bespreken? In dit soort gevallen zou ik echt willen zeggen: "Jongens, dit kan toch niet!" Maar ik zeg het niet, want blijkbaar kan het hier wél, aangezien bovenstaande dingen geen uitzondering zijn, maar een voor ons dagelijks verschijnsel.
Er valt nog een hoop te leren voor ons, maar ik weet nog niet precies wat. Moeten we leren om meer assertief te zijn en er wél wat van te zeggen als we vinden dat iets echt niet kan? Of moeten we leren om nog vaker de bril van de Nederlandse cultuur af te zetten en de bril van de Oosterse cultuur op te doen? Aan de ene kant wil je niet over je heen laten lopen, aan de andere kant wil je ook niet aanstootgevend zijn.
Veel mensen zeggen: "Wat knap dat jullie die taal hebben geleerd; het is zo'n ontzettend moeilijke taal!" Maar in werkelijkheid is het leren van de lokale cultuur veel moeilijker en het zal dan ook nog wel een aantal jaar duren voordat we het idee hebben dat we de cultuur eigen zijn, mochten we überhaupt ooit dat punt bereiken.
zondag 19 december 2010
Klein maar fijn
Een jaar of drie geleden spraken we met iemand die net in Lente Stad was geweest en hij liet ons een aantal foto's van de stad zien. Eerlijk gezegd schrok ik best een beetje: alleen maar flats! Hij zei: "jullie komen ook in zoiets terecht." Ik geloofde hem niet en dacht: hij zal wel overdrijven. Maar toen we in maart 2008 in de auto zaten vanaf het vliegveld naar onze nieuwe woonplek, besefte ik me dat hij niet had overdreven: flat na flat na flat. Allemaal hetzelfde, allemaal slecht onderhouden, allemaal grauw van de luchtvervuiling, allemaal 7 verdiepingen hoog. Al gauw wende ik aan het idee, maar zei tegen mezelf: dit is maar voor twee jaartjes, zodra we vanuit Lente Stad naar een kleinere plaats gaan verhuizen, gaan we een écht huis met twee of drie verdiepingen en een tuintje zoeken. Zo had ik het me tenslotte al vanaf kleins-af-aan voorgesteld: huisje, boompje, kindje.
Pas toen we afgelopen zomer op zoek gingen naar een huis in Vrede Stad, realiseerde ik me: huizen in Vrede Stad hebben geen tuin. De traditionele smalle, hoge huizen hebben wel allemaal een dakterras, maar zijn vrijwel allemaal tuin-loos; elke voordeur zit direct aan de straat. Ook realiseerden we ons al snel: huizen in Vrede Stad zijn heel erg groot, meestal vier of vijf verdiepingen en zomaar 8 tot 10 slaapkamers. Dat hoefde ook weer niet zo voor ons. En dus eindigde onze zoektocht bij het appartement waarin we nu wonen.
Afgelopen week was het drie maanden geleden dat we hiernaar toe verhuisden en ik heb al vaak gedacht: ik wil hier nooit meer weg. Het is gewoon een fijn plekje in een mooie buurt. Oké, het aantal vierkante meters houdt niet over, en we zouden best wat opslagruimte kunnen gebruiken (waarom maken ze nou weer twee badkamers in zo'n klein appartement?!), maar we zijn blij met de grote en praktische keuken en met het ruime balkon, waar de kinderen oneindig rommelen, spelen en het zand uit de bloempotten scheppen.
Zo nu en dan som ik voor mezelf de voordelen van het wonen in een appartement op:
- het is heel overzichtelijk, ik weet altijd precies wat er in alle kamers gebeurt. En als ik geschreeuw of gekrijs uit een andere kamer hoor, ben ik altijd in drie stappen op de plaats des onheils.
- we zijn overgeleverd aan de buurt. Als de kinderen buiten willen spelen, dan begeven we ons direct onder de lokale bevolking; er is geen ontsnappen aan. Goed voor onze sociale contacten dus!
- het is goedkoop.
- het is makkelijk schoon te houden.
- je verzamelt niet zoveel rommel, want er is geen ruimte om het op te slaan. Je wordt dus automatisch heel selectief in wat je houdt en wat je weggooit. Alleen dingen die we echt gebruiken of echt iets voor ons betekenen bewaren we, bij de rest denken we: er is vast een arm persoon in de afval-keten die hier meer aan heeft of die het desnoods kan verkopen.
- we hoeven geen onkruid te wieden, geen heg te knippen, geen schutting te verven, geen gras te maaien, geen bomen te snoeien.
- we hoeven ons geen zorgen te maken over kinderen die van de trap vallen (of over traphekjes).
Natuurlijk kan iemand die wél in een huis met drie verdiepingen en een tuin, schuur en zolder woont een soortgelijk lijstje opstellen, maar het bovenstaande helpt mij in ieder geval om tevreden en dankbaar te zijn en niet iedere dag te denken: had ik maar......
Pas toen we afgelopen zomer op zoek gingen naar een huis in Vrede Stad, realiseerde ik me: huizen in Vrede Stad hebben geen tuin. De traditionele smalle, hoge huizen hebben wel allemaal een dakterras, maar zijn vrijwel allemaal tuin-loos; elke voordeur zit direct aan de straat. Ook realiseerden we ons al snel: huizen in Vrede Stad zijn heel erg groot, meestal vier of vijf verdiepingen en zomaar 8 tot 10 slaapkamers. Dat hoefde ook weer niet zo voor ons. En dus eindigde onze zoektocht bij het appartement waarin we nu wonen.
Afgelopen week was het drie maanden geleden dat we hiernaar toe verhuisden en ik heb al vaak gedacht: ik wil hier nooit meer weg. Het is gewoon een fijn plekje in een mooie buurt. Oké, het aantal vierkante meters houdt niet over, en we zouden best wat opslagruimte kunnen gebruiken (waarom maken ze nou weer twee badkamers in zo'n klein appartement?!), maar we zijn blij met de grote en praktische keuken en met het ruime balkon, waar de kinderen oneindig rommelen, spelen en het zand uit de bloempotten scheppen.
Zo nu en dan som ik voor mezelf de voordelen van het wonen in een appartement op:
- het is heel overzichtelijk, ik weet altijd precies wat er in alle kamers gebeurt. En als ik geschreeuw of gekrijs uit een andere kamer hoor, ben ik altijd in drie stappen op de plaats des onheils.
- we zijn overgeleverd aan de buurt. Als de kinderen buiten willen spelen, dan begeven we ons direct onder de lokale bevolking; er is geen ontsnappen aan. Goed voor onze sociale contacten dus!
- het is goedkoop.
- het is makkelijk schoon te houden.
- je verzamelt niet zoveel rommel, want er is geen ruimte om het op te slaan. Je wordt dus automatisch heel selectief in wat je houdt en wat je weggooit. Alleen dingen die we echt gebruiken of echt iets voor ons betekenen bewaren we, bij de rest denken we: er is vast een arm persoon in de afval-keten die hier meer aan heeft of die het desnoods kan verkopen.
- we hoeven geen onkruid te wieden, geen heg te knippen, geen schutting te verven, geen gras te maaien, geen bomen te snoeien.
- we hoeven ons geen zorgen te maken over kinderen die van de trap vallen (of over traphekjes).
Natuurlijk kan iemand die wél in een huis met drie verdiepingen en een tuin, schuur en zolder woont een soortgelijk lijstje opstellen, maar het bovenstaande helpt mij in ieder geval om tevreden en dankbaar te zijn en niet iedere dag te denken: had ik maar......
maandag 13 december 2010
Buurtkinderen
De buurtkinderen hebben de weg naar onze voordeur gevonden. Eigenlijk hadden ze dat al vanaf dag één dat we hier woonden, maar in het begin durfden ze alleen maar op de deur te bonzen om vervolgens hard weg te rennen (soort van belletje lellen dus, maar we hebben geen bel). Een paar weken geleden bleven een aantal meiden zowaar voor de deur staan na het kloppen en vroegen of ze binnen mochten komen. Dat was om 10 uur 's avonds. Nou nee, dat zijn zeg maar bedtijden voor ons en onze kinderen lagen drie uur eerder al op bed. Dus ik vroeg ze om de volgende dag overdag terug te komen. "Nee, dan zitten we op school." Oja, da's waar ook: alle kinderen vanaf twee jaar zitten dagelijks tot vijf uur op school. Weekend dan maar? "We hebben zaterdag en zondag tot 5 uur bijles Engels, mogen we dan om 5 uur komen?" Nou ja, niet echt ideaal, want we eten meestal rond half zes, maar vooruit.
En sindsdien hebben we elke zaterdag- en zondagmiddag van vijf tot half zes een stel meiden van tussen de 10 en 12 jaar over de vloer. De eerste keer waren het er twee, laatst waren het er zes. Ze spelen een beetje met Juda en Zoë, maar ondertussen zijn ze ook wel héél nieuwsgierig naar alle kamers, spullen en gebruiken van die buitenlanders. Elke keer vragen ze: "Ayi (=tante), ga je hamburgers voor ons bakken?" Ja natuurlijk, buitenlanders eten tenslotte elke dag hamburgers! Nee, ik heb ze tot nu toe steeds teleur moeten stellen, maar misschien ga ik ze nog wel eens verblijden met een eigengebakken burgertje. Het brood uit de broodbakmachine was gelukkig ook interessant, dus daar heb ik ze allemaal een stukje van laten proeven. Ook lopen ze het huis rond en vragen bij alles wat ze zien "Ayi, waarvoor is dit?", "Ayi, wat staat hier?".
Iedere meid die voor het eerst binnenkomt zegt meteen "Oh, wat veel speelgoed!" en ze bestuderen ieder speelgoedje nauwkeurig. Bijvoorbeeld het baby-looprekje is al een aantal keren grondig onder de loep genomen, want zoiets hadden ze nog nooit gezien. Die opmerking over het vele speelgoed heeft me wel aan het denken gezet, want naar Nederlandse maatstaven hebben onze kinderen echt niet zoveel speelgoed (het appartement is niet zo groot, dus er is ook gewoon niet zoveel ruimte voor een overdaad aan speelgoed en we hebben hier natuurlijk geen Bart Smit of Intertoys). Ik ben voor mezelf tot de volgende conclusie gekomen: kinderen tot een jaar of anderhalf worden de hele dag door op de arm gedragen (meestal door oma); ik heb nog nooit een box of een speelkleed in een huis hier gezien. En kinderen vanaf twee jaar gaan van 's ochtends vroeg tot 's middags vijf uur naar school en spelen 's avonds nog wat buiten. Dus er is nauwelijks tijd om binnen met speelgoed te spelen. Daarnaast hecht men in deze cultuur veel waarde aan het opdoen van kennis, maar weinig waarde aan de ontwikkeling van de fantasie en creativiteit, dus spelen met speelgoed wordt waarschijnlijk ook niet als waardevol beschouwd.
Hoewel die nieuwsgierige en luidruchtige buurtkinderen best een beetje op mijn zenuwen werken, ben ik toch wel blij dat ze er zo nu en dan zijn. Hopelijk kunnen we zo niet alleen een relatie met hen opbouwen, maar op den duur ook met hun ouders. Tja, en relaties bouwen is op dit moment toch de kern van onze visie.
En sindsdien hebben we elke zaterdag- en zondagmiddag van vijf tot half zes een stel meiden van tussen de 10 en 12 jaar over de vloer. De eerste keer waren het er twee, laatst waren het er zes. Ze spelen een beetje met Juda en Zoë, maar ondertussen zijn ze ook wel héél nieuwsgierig naar alle kamers, spullen en gebruiken van die buitenlanders. Elke keer vragen ze: "Ayi (=tante), ga je hamburgers voor ons bakken?" Ja natuurlijk, buitenlanders eten tenslotte elke dag hamburgers! Nee, ik heb ze tot nu toe steeds teleur moeten stellen, maar misschien ga ik ze nog wel eens verblijden met een eigengebakken burgertje. Het brood uit de broodbakmachine was gelukkig ook interessant, dus daar heb ik ze allemaal een stukje van laten proeven. Ook lopen ze het huis rond en vragen bij alles wat ze zien "Ayi, waarvoor is dit?", "Ayi, wat staat hier?".
Iedere meid die voor het eerst binnenkomt zegt meteen "Oh, wat veel speelgoed!" en ze bestuderen ieder speelgoedje nauwkeurig. Bijvoorbeeld het baby-looprekje is al een aantal keren grondig onder de loep genomen, want zoiets hadden ze nog nooit gezien. Die opmerking over het vele speelgoed heeft me wel aan het denken gezet, want naar Nederlandse maatstaven hebben onze kinderen echt niet zoveel speelgoed (het appartement is niet zo groot, dus er is ook gewoon niet zoveel ruimte voor een overdaad aan speelgoed en we hebben hier natuurlijk geen Bart Smit of Intertoys). Ik ben voor mezelf tot de volgende conclusie gekomen: kinderen tot een jaar of anderhalf worden de hele dag door op de arm gedragen (meestal door oma); ik heb nog nooit een box of een speelkleed in een huis hier gezien. En kinderen vanaf twee jaar gaan van 's ochtends vroeg tot 's middags vijf uur naar school en spelen 's avonds nog wat buiten. Dus er is nauwelijks tijd om binnen met speelgoed te spelen. Daarnaast hecht men in deze cultuur veel waarde aan het opdoen van kennis, maar weinig waarde aan de ontwikkeling van de fantasie en creativiteit, dus spelen met speelgoed wordt waarschijnlijk ook niet als waardevol beschouwd.
Hoewel die nieuwsgierige en luidruchtige buurtkinderen best een beetje op mijn zenuwen werken, ben ik toch wel blij dat ze er zo nu en dan zijn. Hopelijk kunnen we zo niet alleen een relatie met hen opbouwen, maar op den duur ook met hun ouders. Tja, en relaties bouwen is op dit moment toch de kern van onze visie.
maandag 6 december 2010
Jongen / meisje
Na de bevalling van Mika mochten we kiezen wat voor onderzoeken we wilden laten uitvoeren. Er was al een bloedonderzoek geweest, nu konden we nog zowel de placenta als het lichaampje laten onderzoeken. We kozen ervoor om alleen de placenta te laten onderzoeken; van ons hoefden ze niet zo nodig in dat lichaampje te gaan snijden.
Vorige week kregen we per e-mail de uitslag: "the chromosome test is normal female". In eerste instantie dacht ik dat het over mijn chromosomen ging. Later dacht ik dat er misschien een schrijffoutje was gemaakt. De dokter had bij kleine Mika tenslotte het kleine 'dingetje' aangewezen en gezegd: "Het lijkt er sterk op dat het een jongetje is". Dus nog maar een e-mail erachteraan gestuurd om om opheldering te vragen. En ja hoor, Mika was inderdaad een meisje. Te bizar voor woorden: heb je drieënhalve week gedacht dat je een zoon hebt verloren, kom je er vervolgens achter dat het een dochter was. Verder was het natuurlijk goed nieuws dat ze geen erfelijke afwijking hadden gevonden.
Intussen zijn we anderhalve week verder, maar het is me nog niet gelukt om het idee in mijn hoofd aan te passen; ik kan nog niet over Mika nadenken als een meisje. Daarnaast ben ik een beetje teleurgesteld in de arts. Het zou professioneler van hem zijn geweest om het geslacht in het midden te laten en te zeggen dat we de chromosoomtest moesten afwachten (dat schijnt in Nederland de procedure te zijn hoorde ik van een vriendin).
We hebben besloten om de naam niet aan te passen, dan maar een meisje met een jongensnaam. Mika is gewoon Mika, of het nu een jongen of een meisje was.
Vorige week kregen we per e-mail de uitslag: "the chromosome test is normal female". In eerste instantie dacht ik dat het over mijn chromosomen ging. Later dacht ik dat er misschien een schrijffoutje was gemaakt. De dokter had bij kleine Mika tenslotte het kleine 'dingetje' aangewezen en gezegd: "Het lijkt er sterk op dat het een jongetje is". Dus nog maar een e-mail erachteraan gestuurd om om opheldering te vragen. En ja hoor, Mika was inderdaad een meisje. Te bizar voor woorden: heb je drieënhalve week gedacht dat je een zoon hebt verloren, kom je er vervolgens achter dat het een dochter was. Verder was het natuurlijk goed nieuws dat ze geen erfelijke afwijking hadden gevonden.
Intussen zijn we anderhalve week verder, maar het is me nog niet gelukt om het idee in mijn hoofd aan te passen; ik kan nog niet over Mika nadenken als een meisje. Daarnaast ben ik een beetje teleurgesteld in de arts. Het zou professioneler van hem zijn geweest om het geslacht in het midden te laten en te zeggen dat we de chromosoomtest moesten afwachten (dat schijnt in Nederland de procedure te zijn hoorde ik van een vriendin).
We hebben besloten om de naam niet aan te passen, dan maar een meisje met een jongensnaam. Mika is gewoon Mika, of het nu een jongen of een meisje was.
Abonneren op:
Posts (Atom)