Vaak vragen mensen: "Heb je zin om weer terug te gaan naar Aziê?" Pffff... wat een moeilijke vraag. Ja, ik heb er zin in om weer een wat ruimer huisje te hebben, om onze eigen meubels en spullen weer om me heen te hebben en om de (andere) mensen van wie we houden weer te zien. Maar eigenlijk zie ik er ook best wel tegenop: hoe zal Juda het vinden om weer naar de Chinese school te gaan na 6 maanden (leuk!) Nederlands onderwijs? Hoe zal het zijn om zelf les te geven? Wat als één van ons ziek wordt? Daarnaast vroegen onze vrienden die een paar weken geleden op bezoek waren of we naar een ander deel van de provincie wilden verhuizen. Aan de ene kant zou dat gunstig zijn voor onze visumsituatie, want we zouden dan waarschijnlijk les kunnen geven of krijgen op de universiteit, maar aan de andere kant: wéér een verhuizing, wéér een nieuwe plek! Ik word al zenuwachtig als ik eraan denk.
Als ik alleen al denk aan deze dingen draait mijn maag zich vaak meteen in een knoop.
Vanmorgen (Nieuwjaarsdag) zaten we in een bijna lege aula van het Groevenbeek College. Eigenlijk had ik moeten oppassen bij de baby's, maar omdat Salomé de enige baby was, was mijn hulp niet nodig. De opkomst was dus schaars, de preek was kort (15 min.) en de normaal zo uitgebreide, levendige band was nu gekrompen tot een viool en een keyboard.
Maar deze dienst was voor mij.
Het ging over de eerste paar verzen van het boek Jozua. In het laatste vers van dit gedeelte staat: "Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij."
Oja, zo zat het ook alweer.
Later zongen we nog de gouwe ouwe Omdat Hij leeft, ben ik niet bang voor morgen. Normaal gesproken ben ik niet zo van de 'oude meezingers', maar vanmorgen had ik tranen in m'n ogen staan. Hier móest ik even aan herinnerd worden.
Ik blijf het spannend vinden: teruggaan naar Vrede Stad, maar ik weet dat ik niet bang hoef te zijn. Hij gaat met ons mee op avontuur en zal ons bijstaan.
Gelukkig nieuwjaar gewenst!
maandag 2 januari 2012
dinsdag 27 december 2011
Omgekeerde cultuur-schok
Reversed culture-shock (omgekeerde cultuur-schok): ik dacht eigenlijk dat het aan me voorbij was gegaan. Ja, de eerste twee weken in Nederland waren wel vreemd en heel erg wennen, maar al gauw voelden we ons alweer helemaal thuis in Nederland en draaiden we weer gewoon mee in de Nederlandse samenleving. Bijna alsof we nooit waren weggeweest.
Nadat Robin mijn stukje van vorige week had gelezen, zei ik tegen hem: "Wel weer een beetje kritisch hè?" En eerlijk gezegd stonden er nog een aantal scherpe onderwerpen op mijn lijstje om over te bloggen.Geen idee waarom ik een aantal confronterende, kritische onderwerpen op mijn hart had, maar ik had gewoon het idee dat ik ze kwijt moest. Af en toe dacht ik zelfs: ik kan wel een boek gaan schrijven met als titel Mijn kijk op Nederland.
En toen ontvingen we een e-mail van en vriendin, die schreef dat ze aan mijn blog kon merken dat we door een flinke reversed culture shock heengingen. Wie?! Ik?! In eerste instantie ontkende ik dat in alle toonaarden, maar in de daaropvolgende dagen ging ik me beseffen dat ze misschien toch gelijk had. Waarschijnlijk zat ik er middenin zonder er zelf bewust van te zijn. Ik kwam erachter dat ik het leven in Nederland zwaar geromantiseerd had en nu ontdekte ik: het leven in Nederland is toch ook niet alles. Aan de ene kant genoot ik volop van Nederland, maar tegelijkertijd zat ik me vaak te ergeren aan de Nederlandse samenleving (o.a. aan de oppervlakkigheid, het materialisme, het secularisme, de drukte). En afgelopen week werd daar nog een ergernis aan toegevoegd: Kerst.
Het begon eigenlijk op woensdagochtend op de peuterspeelzaal van Zoë, waar we samen een kerstsamenzang zouden hebben. In totaal zongen we (leidsters, ouders en kinderen) tien liedjes:
lied 1: oh wat een boom
lied 2: ik, zei de piek, ben de baas in de kerstboom
lied 3: het klokje in de kerstboom
lied 4: jingle bell, jingle bell
lied 5: twinkel twinkel gouden ster
lied 6: klink klokje klingelingeling
lied 7: oh dennenboom
lied 8: daar is Jeroen op de grote wagen
lied 9: Rudolph dat leuke rendier
lied 10: we wish you a merry christmas
Robin en ik hadden hem na afloop goed zitten, dat dit is wat er nu van kerstfeest gemaakt wordt. Waarom wordt er überhaupt nog Kerst gevierd in Nederland, als men niet gelooft in de reden van Kerst (het woord Kerst is tenslotte afgeleid van het woord Christus)?
Na deze kerstviering gingen Robin en ik even samen naar Amersfoort om mijn nieuwe bril op te halen (de opticien was hoogst-verbaasd dat ik geen bril droeg, want ik had zonder bril 30% minder zicht). Ik ging ook nog even de H&M in, omdat ik vond dat ik toch ook nog even nieuwe kleren voor mezelf en voor de kinderen moest kopen voor Kerst. Dat hóórt tenslotte zo. Maar na de ervaring eerder die ochtend kwam ik zonder kerstkleren weer de winkel uit; ik besloot om niet meer mee te doen met dat circus rondom Kerst.
De afgelopen jaren hebben we het Nederlandse kerstfeest heel erg gemist: de kaarsjes, de kerstboom, de kerstliedjes, enz. Maar als ik nu terugkijk hadden we zonder dat alles méér oog voor de essentie van Kerst, namelijk het Kindje in de kribbe. En om heel eerlijk te zijn kijken we er best wel naar uit om volgend jaar weer onze eigen invulling aan het kerstfeest te kunnen geven.
En zo slaan we ons, met vallen en opstaan, door onze eerste reversed culture shock heen....
Nadat Robin mijn stukje van vorige week had gelezen, zei ik tegen hem: "Wel weer een beetje kritisch hè?" En eerlijk gezegd stonden er nog een aantal scherpe onderwerpen op mijn lijstje om over te bloggen.Geen idee waarom ik een aantal confronterende, kritische onderwerpen op mijn hart had, maar ik had gewoon het idee dat ik ze kwijt moest. Af en toe dacht ik zelfs: ik kan wel een boek gaan schrijven met als titel Mijn kijk op Nederland.
En toen ontvingen we een e-mail van en vriendin, die schreef dat ze aan mijn blog kon merken dat we door een flinke reversed culture shock heengingen. Wie?! Ik?! In eerste instantie ontkende ik dat in alle toonaarden, maar in de daaropvolgende dagen ging ik me beseffen dat ze misschien toch gelijk had. Waarschijnlijk zat ik er middenin zonder er zelf bewust van te zijn. Ik kwam erachter dat ik het leven in Nederland zwaar geromantiseerd had en nu ontdekte ik: het leven in Nederland is toch ook niet alles. Aan de ene kant genoot ik volop van Nederland, maar tegelijkertijd zat ik me vaak te ergeren aan de Nederlandse samenleving (o.a. aan de oppervlakkigheid, het materialisme, het secularisme, de drukte). En afgelopen week werd daar nog een ergernis aan toegevoegd: Kerst.
Het begon eigenlijk op woensdagochtend op de peuterspeelzaal van Zoë, waar we samen een kerstsamenzang zouden hebben. In totaal zongen we (leidsters, ouders en kinderen) tien liedjes:
lied 1: oh wat een boom
lied 2: ik, zei de piek, ben de baas in de kerstboom
lied 3: het klokje in de kerstboom
lied 4: jingle bell, jingle bell
lied 5: twinkel twinkel gouden ster
lied 6: klink klokje klingelingeling
lied 7: oh dennenboom
lied 8: daar is Jeroen op de grote wagen
lied 9: Rudolph dat leuke rendier
lied 10: we wish you a merry christmas
Robin en ik hadden hem na afloop goed zitten, dat dit is wat er nu van kerstfeest gemaakt wordt. Waarom wordt er überhaupt nog Kerst gevierd in Nederland, als men niet gelooft in de reden van Kerst (het woord Kerst is tenslotte afgeleid van het woord Christus)?
Na deze kerstviering gingen Robin en ik even samen naar Amersfoort om mijn nieuwe bril op te halen (de opticien was hoogst-verbaasd dat ik geen bril droeg, want ik had zonder bril 30% minder zicht). Ik ging ook nog even de H&M in, omdat ik vond dat ik toch ook nog even nieuwe kleren voor mezelf en voor de kinderen moest kopen voor Kerst. Dat hóórt tenslotte zo. Maar na de ervaring eerder die ochtend kwam ik zonder kerstkleren weer de winkel uit; ik besloot om niet meer mee te doen met dat circus rondom Kerst.
De afgelopen jaren hebben we het Nederlandse kerstfeest heel erg gemist: de kaarsjes, de kerstboom, de kerstliedjes, enz. Maar als ik nu terugkijk hadden we zonder dat alles méér oog voor de essentie van Kerst, namelijk het Kindje in de kribbe. En om heel eerlijk te zijn kijken we er best wel naar uit om volgend jaar weer onze eigen invulling aan het kerstfeest te kunnen geven.
En zo slaan we ons, met vallen en opstaan, door onze eerste reversed culture shock heen....
dinsdag 20 december 2011
Opvoeden
Op veel plaatsen zie ik posters en foldertjes van Triple P, het programma dat Positief Opvoeden als speerpunt heeft. Geen idee of het iets nieuws is, het is in ieder geval nieuw voor mij. Je hoort zo vaak: "Positief gedrag belonen, negatief gedrag negeren." Eerlijk gezegd best wel eens moeilijk: hoe kan ik het nou negeren als Juda zijn zusje een klap of schop verkoopt? Ook op TV is er tegenwoordig veel aandacht voor opvoeden: Schatjes, de Babyfluisteraar, Eerste Hulp bij Opvoeden, enzovoorts. Ook hartstikke goed natuurlijk.
Maar tegelijkertijd zie ik de trend dat veel kinderen hun week doorbrengen bij het kinderdagveblijf of de BSO. Dus dan vraag ik me af: hebben ouders eigenlijk nog wel tijd om op te voeden? Wie voedt nu eigenlijk de kinderen van tegenwoordig op? De pedagogisch medewerkster van het kinderdagverblijf? De TV? Of moet ik zelfs vragen: worden kinderen nog wel opgevoed? Want voelt een oppas/juf/pedagogisch medewerkster zich daar wel verantwoordelijk voor als ouders er geen tijd voor hebben?
Laatst las ik dit in een tijdschrift, waarbij mijn mond van ongeloof openviel: "Mijn man en ik houden allebei van luxe. Mede daarom - en omdat ik mijn werk leuk vind - ben ik na de geboorte van onze zoon vier dagen blijven werken. We willen ons kind alles kunnen geven. Als ik een leuk shirtje zie voor hem, dan koop ik dat, ook al kost het €50. Laatst kwam mijn moeder met een skipakje dat ze van kennissen had gekregen. Leuk ding, maar tweedehands en dat willen we liever niet voor ons kind."
Oké, prima dat je vier dagen blijft werken. Ook prima dat je geen tweedehands kleding wilt. Maar de zin We willen ons kind alles kunnen geven stuitte me echt tegen de borst. Wat een kind echt nodig heeft is jouw liefde, tijd en aandacht als ouder. Wat moet een kind nou met al die luxe als dat ten koste gaat van de tijd en aandacht die een ouder aan hem/haar kan geven?
Even voor de goede orde: ik heb niks tegen werkende moeders hoor, en ook niet tegen kinderdagverblijven of BSO's, maar ik zou zelf niet zo snel kiezen voor een baan van 4 of 5 dagen in de week.
Een vriendin die veel met kinderen werkt, maakte onlangs de volgende opmerking: tegenwoordig proberen veel ouders hun schuldgevoel tegenover hun kinderen af te kopen door het geven van mooie spullen. Ouders voelen zich schuldig over het feit dat ze nog maar zo weinig tijd voor hun kinderen hebben en dat proberen ze goed te maken door ze te overladen met duur speelgoed of andere gadgets. Voor mij wel herkenbaar: ik heb wel eens het (onterechte!) gevoel dat we onze kinderen tekort zouden doen met ons leven in Azië en dan verwen ik ze extra om het goed te maken.
Ik vraag mezelf wel eens af hoe ons leven eruit zou zien als we niet naar Azië waren verhuisd. Welke keuzes zou ik maken? Zou ik blijven werken als ik drie kleine kinderen had? En zo ja, hoeveel uur? In wat voor huis zouden we wonen? In wat voor auto zouden we rijden? Het blijven vragen. Misschien zullen we het wel nooit weten, als we tot ons pensioen in Azië blijven wonen. Maar misschien keren we als gezin wel eerder terug naar Nederland en zullen we het zien.
Maar tegelijkertijd zie ik de trend dat veel kinderen hun week doorbrengen bij het kinderdagveblijf of de BSO. Dus dan vraag ik me af: hebben ouders eigenlijk nog wel tijd om op te voeden? Wie voedt nu eigenlijk de kinderen van tegenwoordig op? De pedagogisch medewerkster van het kinderdagverblijf? De TV? Of moet ik zelfs vragen: worden kinderen nog wel opgevoed? Want voelt een oppas/juf/pedagogisch medewerkster zich daar wel verantwoordelijk voor als ouders er geen tijd voor hebben?
Laatst las ik dit in een tijdschrift, waarbij mijn mond van ongeloof openviel: "Mijn man en ik houden allebei van luxe. Mede daarom - en omdat ik mijn werk leuk vind - ben ik na de geboorte van onze zoon vier dagen blijven werken. We willen ons kind alles kunnen geven. Als ik een leuk shirtje zie voor hem, dan koop ik dat, ook al kost het €50. Laatst kwam mijn moeder met een skipakje dat ze van kennissen had gekregen. Leuk ding, maar tweedehands en dat willen we liever niet voor ons kind."
Oké, prima dat je vier dagen blijft werken. Ook prima dat je geen tweedehands kleding wilt. Maar de zin We willen ons kind alles kunnen geven stuitte me echt tegen de borst. Wat een kind echt nodig heeft is jouw liefde, tijd en aandacht als ouder. Wat moet een kind nou met al die luxe als dat ten koste gaat van de tijd en aandacht die een ouder aan hem/haar kan geven?
Even voor de goede orde: ik heb niks tegen werkende moeders hoor, en ook niet tegen kinderdagverblijven of BSO's, maar ik zou zelf niet zo snel kiezen voor een baan van 4 of 5 dagen in de week.
Een vriendin die veel met kinderen werkt, maakte onlangs de volgende opmerking: tegenwoordig proberen veel ouders hun schuldgevoel tegenover hun kinderen af te kopen door het geven van mooie spullen. Ouders voelen zich schuldig over het feit dat ze nog maar zo weinig tijd voor hun kinderen hebben en dat proberen ze goed te maken door ze te overladen met duur speelgoed of andere gadgets. Voor mij wel herkenbaar: ik heb wel eens het (onterechte!) gevoel dat we onze kinderen tekort zouden doen met ons leven in Azië en dan verwen ik ze extra om het goed te maken.
Ik vraag mezelf wel eens af hoe ons leven eruit zou zien als we niet naar Azië waren verhuisd. Welke keuzes zou ik maken? Zou ik blijven werken als ik drie kleine kinderen had? En zo ja, hoeveel uur? In wat voor huis zouden we wonen? In wat voor auto zouden we rijden? Het blijven vragen. Misschien zullen we het wel nooit weten, als we tot ons pensioen in Azië blijven wonen. Maar misschien keren we als gezin wel eerder terug naar Nederland en zullen we het zien.
dinsdag 13 december 2011
Extra large
Ten eerste wil ik nog even terugkomen op mijn stukje van twee weken geleden. Ik heb daarmee niet willen suggereren dat wij Nederlanders niet meer eerlijk tegen elkaar moeten zijn of dat ik geen voorstander ben van gerechtigheid. Wat ik eigenlijk wilde zeggen is: waar zoeken we naar als we kijken naar de ander? Naar positieve of negatieve dingen? Benadrukken we goede of slechte eigenschappen van de ander? We hoeven niet te gaan liegen, maar we hebben wel de keuze hoe we tegen anderen en tegen situaties aankijken. Vorige week las ik in een tijdschrift het volgende: "Het is niet de Aanleiding die bepaalt hoe wij ons voelen (=Consequentie), maar de Bril waardoor we naar de situatie kijken." ABC; makkelijk te onthouden. Toevallig las ik vanmiddag nog in een tijdschrift een interview met een Canadese vrouw die naar Nederland was geëmigreerd. Volgens haar was het grootste verschil tussen Nederlanders en Canadezen dat zoveel Nederlanders zich met elkaar bemoeien, elkaar be- en veroordelen.
Dan nu een wat luchtiger onderwerp.
Vanuit Vrede Stad had ik een lekkere joggingbroek meegenomen, speciaal voor de dagen na de bevalling. Toen ik hem echter vlak na de geboorte van Salomé aan wilde trekken, moest ik helaas concluderen dat het nog niet de juiste tijd was voor dit modelletje met een strakke band om de taille. Een blik in het label deed me niet veel goeds: XL. Nu moet ik erbij zeggen dat het hier ging om een Aziatische XL en ja, voor Aziatische begrippen ben ik ook wel Extra Large. Maar toch.
Nu hoor je vaak "Ach, met borstvoeding raak je die kilo's zo weer kwijt." Nou, ik weet niet wie dat ooit verzonnen heeft, maar de praktijk heeft dat bij mij nog nooit uitgewezen. Het mag dan wel zo zijn dat borstvoeding iets van vijfhonderd kilocalorieën per dag kost, maar tegelijkertijd voelt het ook alsof je maag een bodemloze put is en dat je dus oneindig kunt eten zonder een verzadigd gevoel te krijgen. Vaak las ik 's avonds voordat ik naar bed ga nog een vierde maaltijd in om 's nachts maar niet wakker te liggen van de honger (als ik tenminste vóór die tijd nog niet de keukenkastjes heb geplunderd op zoek naar koek, snoep en chocola).
5 jaar geleden heb ik al mijn kleding bij mijn ouders op zolder in een kast gelegd. Echt heel veel kleding. Wie weet komt het nog eens van pas, dacht ik toen. Vorige maand trok ik die kast weer open om uit te zoeken welke kleding ik nog wilde bewaren. Ik was snel klaar: álles was maat S of maar 36. Heel bewust gaf ik die hoop op en meldde aan mijn moeder dat alles mee kon naar Roemenië, Bulgarije, het Leger des Heils of de Voedselbank. Een beetje confronterend maar ook wel bevrijdend: dat is gewoon een gepasseerd station.
Helaas helpt het ook niet om een man te hebben die alles kan eten wat los en vast zit, maar die in onze (bijna) tien jaar huwelijk nog geen grammetje vet erbij heeft gekregen. Als dan tijdens het koffie- of theedrinken de stroopwafels op tafel komen, dan heb ik echt te weinig discipline. Gelukkig hebben we de weegschaal in Vrede Stad laten staan, dus hoe groot de 'schade' echt is, zal ik pas over een maand of drie ontdekken. Ach, en daar is men toch minder bezig met het be- en veroordelen van elkaar, dus daar maakt het ook weer niet zoveel uit :-)
Dan nu een wat luchtiger onderwerp.
Vanuit Vrede Stad had ik een lekkere joggingbroek meegenomen, speciaal voor de dagen na de bevalling. Toen ik hem echter vlak na de geboorte van Salomé aan wilde trekken, moest ik helaas concluderen dat het nog niet de juiste tijd was voor dit modelletje met een strakke band om de taille. Een blik in het label deed me niet veel goeds: XL. Nu moet ik erbij zeggen dat het hier ging om een Aziatische XL en ja, voor Aziatische begrippen ben ik ook wel Extra Large. Maar toch.
Nu hoor je vaak "Ach, met borstvoeding raak je die kilo's zo weer kwijt." Nou, ik weet niet wie dat ooit verzonnen heeft, maar de praktijk heeft dat bij mij nog nooit uitgewezen. Het mag dan wel zo zijn dat borstvoeding iets van vijfhonderd kilocalorieën per dag kost, maar tegelijkertijd voelt het ook alsof je maag een bodemloze put is en dat je dus oneindig kunt eten zonder een verzadigd gevoel te krijgen. Vaak las ik 's avonds voordat ik naar bed ga nog een vierde maaltijd in om 's nachts maar niet wakker te liggen van de honger (als ik tenminste vóór die tijd nog niet de keukenkastjes heb geplunderd op zoek naar koek, snoep en chocola).
5 jaar geleden heb ik al mijn kleding bij mijn ouders op zolder in een kast gelegd. Echt heel veel kleding. Wie weet komt het nog eens van pas, dacht ik toen. Vorige maand trok ik die kast weer open om uit te zoeken welke kleding ik nog wilde bewaren. Ik was snel klaar: álles was maat S of maar 36. Heel bewust gaf ik die hoop op en meldde aan mijn moeder dat alles mee kon naar Roemenië, Bulgarije, het Leger des Heils of de Voedselbank. Een beetje confronterend maar ook wel bevrijdend: dat is gewoon een gepasseerd station.
Helaas helpt het ook niet om een man te hebben die alles kan eten wat los en vast zit, maar die in onze (bijna) tien jaar huwelijk nog geen grammetje vet erbij heeft gekregen. Als dan tijdens het koffie- of theedrinken de stroopwafels op tafel komen, dan heb ik echt te weinig discipline. Gelukkig hebben we de weegschaal in Vrede Stad laten staan, dus hoe groot de 'schade' echt is, zal ik pas over een maand of drie ontdekken. Ach, en daar is men toch minder bezig met het be- en veroordelen van elkaar, dus daar maakt het ook weer niet zoveel uit :-)
dinsdag 6 december 2011
Met andere ogen
Toen we in juni terugkwamen bekeken we Nederland met andere ogen: met de ogen van iemand die drieëneenhalf jaar weggeweest is. Dan vallen dingen ineens op die je eigenlijk nooit eerder had gezien.
Deze week bekijken we Nederland met nóg andere ogen: met de ogen van iemand die nog nooit in Nederland is geweest. Afgelopen zaterdag mochten we namelijk goede vrienden uit Vrede Stad hier verwelkomen; op weg naar de Verenigde Staten maken zij een tussenstop van twee weken in Europa. Naast Nederland willen ze ook graag iets meer van Europa zien. Toen ze vorige maand plannen aan het maken waren, schreven ze dat ze in de tweede week graag België, Luxemburg, Parijs, Londen, Zwitserland, Italië en Duitsland zouden bezoeken. Misschien een beetje te ambitieus, hebben we toen geantwoord. Maar het zegt wel iets over hoe Amerikanen naar Europa kijken: klein en alles binnen handbereik. Parijs is om de hoek, Londen ook.
Het herziene programma is gelukkig wat realistischer, want alleen België, Frankrijk, Engeland, Luxemburg en Duitsland zullen worden aangedaan. Ook nog druk (met drie kinderen), maar wel haalbaar.
Maar eerst een paar dagen in Nederland de toerist uithangen dus. Nog net een paar dagen van de Sinterklaasgekte meepikken, pannenkoeken eten bij het Jagershuys in Zeist, koffie drinken bij het (nieuwe?) Douwe Egberts-café op het Neude, slenteren langs de Oude Gracht, ons vergapen aan de hoogte van de Domtoren. En de komende dagen staan nog het Corrie ten Boomhuis in Haarlem en natuurlijk een dagje Amsterdam op het programma. En dan vertrekken ze al, eerder dan gepland, naar België.
Maar er is nog zoveel meer te zien in Nederland! Je kunt toch niet zeggen dat je Nederland hebt gezien als je alleen Amsterdam, Haarlem en Utrecht hebt gezien?! Oja, en Putten, Ermelo en Houten niet te vergeten... Nou ja, ze hebben in ieder geval sfeer geproefd, want die was er gistermiddag zeker in hartje Utrecht! Ik had wel de hele middag kunnen blijven luisteren naar die Britse straatmuzikant die de sterren van de hemel zong vlak voor het stadhuis. Ja, Utrecht is 's zomers beregezellig met zijn terrasjes aan de gracht, maar zo'n grauwe, koude decemberdag heeft toch ook wel iets.
En zo bekeek ik de stad Utrecht, die toch al 29 jaar lang een soort thuis voor me is, gisteren met andere ogen en genoot met volle teugen van het in Nederland zijn.
Deze week bekijken we Nederland met nóg andere ogen: met de ogen van iemand die nog nooit in Nederland is geweest. Afgelopen zaterdag mochten we namelijk goede vrienden uit Vrede Stad hier verwelkomen; op weg naar de Verenigde Staten maken zij een tussenstop van twee weken in Europa. Naast Nederland willen ze ook graag iets meer van Europa zien. Toen ze vorige maand plannen aan het maken waren, schreven ze dat ze in de tweede week graag België, Luxemburg, Parijs, Londen, Zwitserland, Italië en Duitsland zouden bezoeken. Misschien een beetje te ambitieus, hebben we toen geantwoord. Maar het zegt wel iets over hoe Amerikanen naar Europa kijken: klein en alles binnen handbereik. Parijs is om de hoek, Londen ook.
Het herziene programma is gelukkig wat realistischer, want alleen België, Frankrijk, Engeland, Luxemburg en Duitsland zullen worden aangedaan. Ook nog druk (met drie kinderen), maar wel haalbaar.
Maar eerst een paar dagen in Nederland de toerist uithangen dus. Nog net een paar dagen van de Sinterklaasgekte meepikken, pannenkoeken eten bij het Jagershuys in Zeist, koffie drinken bij het (nieuwe?) Douwe Egberts-café op het Neude, slenteren langs de Oude Gracht, ons vergapen aan de hoogte van de Domtoren. En de komende dagen staan nog het Corrie ten Boomhuis in Haarlem en natuurlijk een dagje Amsterdam op het programma. En dan vertrekken ze al, eerder dan gepland, naar België.
Maar er is nog zoveel meer te zien in Nederland! Je kunt toch niet zeggen dat je Nederland hebt gezien als je alleen Amsterdam, Haarlem en Utrecht hebt gezien?! Oja, en Putten, Ermelo en Houten niet te vergeten... Nou ja, ze hebben in ieder geval sfeer geproefd, want die was er gistermiddag zeker in hartje Utrecht! Ik had wel de hele middag kunnen blijven luisteren naar die Britse straatmuzikant die de sterren van de hemel zong vlak voor het stadhuis. Ja, Utrecht is 's zomers beregezellig met zijn terrasjes aan de gracht, maar zo'n grauwe, koude decemberdag heeft toch ook wel iets.
En zo bekeek ik de stad Utrecht, die toch al 29 jaar lang een soort thuis voor me is, gisteren met andere ogen en genoot met volle teugen van het in Nederland zijn.
dinsdag 29 november 2011
Opstekers en afbrekers
De basisschool waar Juda op zit volgt het programma van De Vreedzame School, een programma dat kinderen wil opvoeden tot verantwoordelijke en actieve leden van de gemeenschap. Al na twee dagen school kwam Juda thuis met de termen opsteker en afbreker. Het was even doorvragen, maar al gauw concludeerden we dat een opsteker een compliment is en een afbreker, tja zoiets als een belediging of afkraker (wat is eigenlijk het tegenovergestelde van een compliment?). Intussen zijn deze twee woorden deel uit gaan maken van het algemeen vocabulaire bij ons thuis en proberen we met z'n allen te werken aan een vreedzaam gezin.
Vanavond woonde ik een lezing bij van een Amerikaan die zijn visie op identiteitsontwikkeling binnen de opvoeding gaf. Toen er na afloop gelegenheid was tot vragen stellen, kwam er eigenlijk meer kritiek op zijn verhaal dan dat er vragen kwamen. Zo van: "Dat kun je wel allemaal mooi zeggen, maar zo werkt dat helemaal niet in Nederland." Ik betrap mezelf er ook vaak op dat ik tijdens het luisteren naar een presentatie of preek al meteen zit te denken: klopt het wel wat hij/zij zegt? Op welke manier kan ik zijn/haar standpunt onderuit halen? Zo Nederlands!
Een veelgestelde vraag nu we op verlof zijn is: "Wat is er nou het meest veranderd in Nederland?" Nu weet ik niet of er echt zoveel veranderd is in de afgelopen 5 jaar, of dat dingen ons nu gewoon meer opvallen. Maar we verbazen ons in ieder geval over de scherpe en kritische uitingen die we overal om ons heen horen. En dan heb ik het niet alleen over meneer Wilders die regelmatig een stapje te ver gaat met zijn tact- en respectloze uitspraken. Dan heb ik het ook over grapjes tussen vrienden onderling met daarin een scherpte die ik niet (meer) gewend ben.
In Azië hebben wij veel contact met Amerikanen en die lijken helemaal geen moeite te hebben met het geven van opstekers. Als je een negatief zelfbeeld hebt moet je eens een tijdje met wat Amerikanen optrekken, want die vinden altijd alles he-le-maal fantastisch (tot in het overdrevene toe). Zo ben ik bijvoorbeeld helemaal geen keukenprinses, maar als ik zelf iets gebakken of gekookt heb, zijn onze Amerikaanse vrienden er altijd helemaal lyrisch over en willen meteen het recept van die soep, die taart of die broodjes hebben.
Wij Nederlanders hebben waarheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel staan. Maar wat als dit ten koste gaat van liefde en respect? Ik heb geen pasklaar antwoord, maar het is in ieder geval iets om over na te denken.
Vanavond woonde ik een lezing bij van een Amerikaan die zijn visie op identiteitsontwikkeling binnen de opvoeding gaf. Toen er na afloop gelegenheid was tot vragen stellen, kwam er eigenlijk meer kritiek op zijn verhaal dan dat er vragen kwamen. Zo van: "Dat kun je wel allemaal mooi zeggen, maar zo werkt dat helemaal niet in Nederland." Ik betrap mezelf er ook vaak op dat ik tijdens het luisteren naar een presentatie of preek al meteen zit te denken: klopt het wel wat hij/zij zegt? Op welke manier kan ik zijn/haar standpunt onderuit halen? Zo Nederlands!
Een veelgestelde vraag nu we op verlof zijn is: "Wat is er nou het meest veranderd in Nederland?" Nu weet ik niet of er echt zoveel veranderd is in de afgelopen 5 jaar, of dat dingen ons nu gewoon meer opvallen. Maar we verbazen ons in ieder geval over de scherpe en kritische uitingen die we overal om ons heen horen. En dan heb ik het niet alleen over meneer Wilders die regelmatig een stapje te ver gaat met zijn tact- en respectloze uitspraken. Dan heb ik het ook over grapjes tussen vrienden onderling met daarin een scherpte die ik niet (meer) gewend ben.
In Azië hebben wij veel contact met Amerikanen en die lijken helemaal geen moeite te hebben met het geven van opstekers. Als je een negatief zelfbeeld hebt moet je eens een tijdje met wat Amerikanen optrekken, want die vinden altijd alles he-le-maal fantastisch (tot in het overdrevene toe). Zo ben ik bijvoorbeeld helemaal geen keukenprinses, maar als ik zelf iets gebakken of gekookt heb, zijn onze Amerikaanse vrienden er altijd helemaal lyrisch over en willen meteen het recept van die soep, die taart of die broodjes hebben.
Wij Nederlanders hebben waarheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel staan. Maar wat als dit ten koste gaat van liefde en respect? Ik heb geen pasklaar antwoord, maar het is in ieder geval iets om over na te denken.
dinsdag 22 november 2011
Vriendschappen
Afgelopen vrijdag ging ik naar een reünie van mijn klas van de basisschool. Helaas kwam nog niet eens de helft opdagen, maar met diegenen die er wel waren, had ik een hele gezellige avond. Geen van de aanwezigen had ik na groep 8 ooit nog gezien, dus het was voor het eerst in ruim 17 jaar dat ik ze weer eens zag. Opmerkelijk was dat ik de enige van het gezelschap was die al kinderen had, terwijl de gemiddelde leeftijd waarop een Nederlandse vrouw een kind krijgt toch echt 29,4 jaar is (wat ik toevallig net ben).
Wat betreft mijn klasgenoten van de basisschool ging het gezegde "Uit het oog, uit het hart" absoluut op. Je trekt acht jaar lang met een groep kinderen op, je deelt lief en leed met elkaar, je schuifelt met elkaar op dansfeestjes, je verzint geheime clubjes, je schrijft elkaar brieven in geheimtaal, maar met het nieuwe begin van de middelbare school sloot ik blijkbaar ook heel resoluut mijn basisschooltijd af. Ach zo gaat dat in het leven; je kunt niet iedereen te vriend houden. Ik vind het dan ook prima dat het zo gelopen is.
Waar ik meer moeite mee heb, is dat onze jaren in het buitenland er ook toe hebben bijgedragen dat wij en sommige vrienden uit elkaar gegroeid zijn. Natuurlijk is het onvermijdelijk: ons leven is verdergegaan, we hebben honderden nieuwe mensen ontmoet en tientallen nieuwe vrienden gemaakt. En na ons vertrek ging hun leven ook gewoon door. Zonder ons. Maar nu we weer terug zijn in Nederland, doet het toch wel een beetje pijn om straal voorbijgelopen te worden door iemand die ik een paar jaar geleden een vriendin had genoemd. Of als ik een gesprek heb met iemand, maar merk dat het gesprek niet echt loopt, omdat de vroegere raakvlakken er niet meer zijn. Het lijkt een continu aftasten: hoe benaderen we elkaar? Hoe verhouden we ons tot elkaar? Bevinden we ons nog in de inner circle of zijn we verplaatst naar de outer circle? De lege plek die wij 5 jaar geleden achterlieten toen we naar Engeland vertrokken, is vanzelfsprekend opgevuld. En wij kunnen nu bij onze terugkomst niet verwachten dat we diezelfde plek weer kunnen innemen in de levens van mensen.
Dit is gewoon hoe dingen gaan en het is ook een tweezijdig proces. Want ja, tijdens het opbouwen van ons nieuwe leven in Azië, zijn de relaties met mensen in Nederland ook wat naar de achtergrond geraakt en hebben we daar niet voldoende tijd in geïnvesteerd. Maar, zoals gezegd, het is dus wel een beetje pijnlijk om hiermee geconfronteerd te worden nu we terug zijn. Al voordat we terugkwamen naar Nederland werden we ervoor gewaarschuwd: Azië zal nooit helemaal thuis worden, maar Nederland zal ook niet meer helemaal als thuis voelen. En de boeken voorspellen dan het volgende gevoel: Waar hoor ik nu eigenlijk thuis?
Heel herkenbaar.
Wat betreft mijn klasgenoten van de basisschool ging het gezegde "Uit het oog, uit het hart" absoluut op. Je trekt acht jaar lang met een groep kinderen op, je deelt lief en leed met elkaar, je schuifelt met elkaar op dansfeestjes, je verzint geheime clubjes, je schrijft elkaar brieven in geheimtaal, maar met het nieuwe begin van de middelbare school sloot ik blijkbaar ook heel resoluut mijn basisschooltijd af. Ach zo gaat dat in het leven; je kunt niet iedereen te vriend houden. Ik vind het dan ook prima dat het zo gelopen is.
Waar ik meer moeite mee heb, is dat onze jaren in het buitenland er ook toe hebben bijgedragen dat wij en sommige vrienden uit elkaar gegroeid zijn. Natuurlijk is het onvermijdelijk: ons leven is verdergegaan, we hebben honderden nieuwe mensen ontmoet en tientallen nieuwe vrienden gemaakt. En na ons vertrek ging hun leven ook gewoon door. Zonder ons. Maar nu we weer terug zijn in Nederland, doet het toch wel een beetje pijn om straal voorbijgelopen te worden door iemand die ik een paar jaar geleden een vriendin had genoemd. Of als ik een gesprek heb met iemand, maar merk dat het gesprek niet echt loopt, omdat de vroegere raakvlakken er niet meer zijn. Het lijkt een continu aftasten: hoe benaderen we elkaar? Hoe verhouden we ons tot elkaar? Bevinden we ons nog in de inner circle of zijn we verplaatst naar de outer circle? De lege plek die wij 5 jaar geleden achterlieten toen we naar Engeland vertrokken, is vanzelfsprekend opgevuld. En wij kunnen nu bij onze terugkomst niet verwachten dat we diezelfde plek weer kunnen innemen in de levens van mensen.
Dit is gewoon hoe dingen gaan en het is ook een tweezijdig proces. Want ja, tijdens het opbouwen van ons nieuwe leven in Azië, zijn de relaties met mensen in Nederland ook wat naar de achtergrond geraakt en hebben we daar niet voldoende tijd in geïnvesteerd. Maar, zoals gezegd, het is dus wel een beetje pijnlijk om hiermee geconfronteerd te worden nu we terug zijn. Al voordat we terugkwamen naar Nederland werden we ervoor gewaarschuwd: Azië zal nooit helemaal thuis worden, maar Nederland zal ook niet meer helemaal als thuis voelen. En de boeken voorspellen dan het volgende gevoel: Waar hoor ik nu eigenlijk thuis?
Heel herkenbaar.
dinsdag 15 november 2011
Herinneringen maken
Ik was eens op een workshop die ging over Third Culture Kids. Dit zijn kinderen die opgroeien in twee verschillende culturen en daardoor hun eigen derde cultuur creëren. Ik was toen zwanger van Juda, maar ik was er al best veel mee bezig wat voor toekomst we ons kind zouden geven door naar het buitenland te verhuizen. Tenminste één ding is me bijgebleven van die workshop: we moeten herinneringen maken voor ons kind (to create memories). Ik weet niet eens meer of dit nu specifiek ging over TCK's of over kinderen in het algemeen, maar volgens ervaringsdeskundigen was dit in elk geval erg belangrijk.
Nu, 4½ jaar later, krijgt dit begrip pas echt betekenis voor mij. Waarom rijden we in de zomervakantie voor een paar uurtjes Parijs in en parkeren we bijna ónder de Eiffeltoren? Omdat ik weet dat het Juda bij zal blijven. Waarom reed ik afgelopen vrijdagavond met drie kinderen naar de kop van Noord-Holland om Sint-Maarten te lopen? Omdat ik weet dat Juda het er nog máánden over zal hebben. Ponyrijden, Sinterklaas, Aviodrome, Ouwehands Dierenpark, Franse kastelen, de stoomtrein, het indianenbos, schat zoeken: het zijn allemaal dingen die zó speciaal zijn voor Juda, dat ik hoop dat hij een voorraadje herinneringen zal aanleggen waarop hij de komende jaren in Azië kan teren.
Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me opnieuw dat kinderen een belangrijke plek innemen in de Nederlandse samenleving. In Vrede Stad moeten we veel meer ons best doen om leuke uitjes te verzinnen voor de kinderen. Veel verder dan vliegeren en picknicken komen we eigenlijk niet. Tja, als ze eenmaal oud genoeg zijn om bergen te beklimmen of om te raften, dan wordt het echt interessant voor ze.
Het is dan ook niet raar dat ik volop geniet van deze weken voorafgaand aan Sinterklaas. Juda maakt het allemaal voor het eerst mee en kijkt zijn ogen uit. En ik heb het gevoel dat ik mijn eigen jeugd een beetje herleef. Ik heb tenslotte al 22 jaar niet meer serieus meegedaan aan Sinterklaas. Juda snapt het nog niet helemaal; hij dacht bijvoorbeeld dat het zetten van zijn schoen afgelopen zaterdag het hoogtepunt van het Sinterklaasfeest was. Hij maakte een mooie tekening van een raket en liet mij opschrijven: "Lieve Sinterklaas, dank u wel dat ik een playmobil-raket krijg." Toen hij de volgende morgen zijn pakje openmaakte en ontdekte dat er slechts een tiental Toy Story-figuurtjes in zat, reageerde hij verontwaardigd (bijna boos): "Maar dit had ik niet gevraagd!"
Volgend verlof (2014) zal Juda al zeven zijn en waarschijnlijk niet meer zo opgaan in het hele gebeuren. Nu maar extra genieten dus, want in ons geval kan het maar één keer.
Nu, 4½ jaar later, krijgt dit begrip pas echt betekenis voor mij. Waarom rijden we in de zomervakantie voor een paar uurtjes Parijs in en parkeren we bijna ónder de Eiffeltoren? Omdat ik weet dat het Juda bij zal blijven. Waarom reed ik afgelopen vrijdagavond met drie kinderen naar de kop van Noord-Holland om Sint-Maarten te lopen? Omdat ik weet dat Juda het er nog máánden over zal hebben. Ponyrijden, Sinterklaas, Aviodrome, Ouwehands Dierenpark, Franse kastelen, de stoomtrein, het indianenbos, schat zoeken: het zijn allemaal dingen die zó speciaal zijn voor Juda, dat ik hoop dat hij een voorraadje herinneringen zal aanleggen waarop hij de komende jaren in Azië kan teren.
Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me opnieuw dat kinderen een belangrijke plek innemen in de Nederlandse samenleving. In Vrede Stad moeten we veel meer ons best doen om leuke uitjes te verzinnen voor de kinderen. Veel verder dan vliegeren en picknicken komen we eigenlijk niet. Tja, als ze eenmaal oud genoeg zijn om bergen te beklimmen of om te raften, dan wordt het echt interessant voor ze.
Het is dan ook niet raar dat ik volop geniet van deze weken voorafgaand aan Sinterklaas. Juda maakt het allemaal voor het eerst mee en kijkt zijn ogen uit. En ik heb het gevoel dat ik mijn eigen jeugd een beetje herleef. Ik heb tenslotte al 22 jaar niet meer serieus meegedaan aan Sinterklaas. Juda snapt het nog niet helemaal; hij dacht bijvoorbeeld dat het zetten van zijn schoen afgelopen zaterdag het hoogtepunt van het Sinterklaasfeest was. Hij maakte een mooie tekening van een raket en liet mij opschrijven: "Lieve Sinterklaas, dank u wel dat ik een playmobil-raket krijg." Toen hij de volgende morgen zijn pakje openmaakte en ontdekte dat er slechts een tiental Toy Story-figuurtjes in zat, reageerde hij verontwaardigd (bijna boos): "Maar dit had ik niet gevraagd!"
Volgend verlof (2014) zal Juda al zeven zijn en waarschijnlijk niet meer zo opgaan in het hele gebeuren. Nu maar extra genieten dus, want in ons geval kan het maar één keer.
dinsdag 8 november 2011
Infobesitas
Zondagavond. Ik neem mezelf voor om even snel twee e-mailtjes te tikken en dan direct de computer weer uit te zetten. Het is tenslotte zondag en Robin heeft deze dag bestempeld als zijn computer-vrije dag en eigenlijk vind ik dat wel een mooi principe. Maar ik kan me tóch niet beheersen: als de twee berichtjes de deur uit zijn, even snel op Facebook kijken. Nou ja, en dan ook nog maar even op NU.nl. O, ik zie dat de nieuwe (digitale) Kruidvat-folder uit is; eventjes het maar liefst 84 pagina's tellende reclameboekwerk doorkijken, want ik wil natuurlijk niet een goede aanbieding mislopen. Oja, en een vriendin zou nog een update over haar zieke zoontje op haar blog plaatsen. Ook nog maar even snel lezen.
Hoppa, we zijn zo anderhalf uur verder. Even snel twee e-mailtjes tikken. Ja ja...
Als ik mezelf de vraag stel waarom ik eigenlijk van mijn 300+ Facebookvrienden wil weten wat ze die dag gedaan hebben en of ze vanavond wel of geen appelmoes bij hun aardappels gegeten hebben, dan moet ik mezelf het antwoord schuldig blijven. Kijk, als het nu ging om goede vrienden, vooruit. Maar ik kan niet beweren dat ik 327 goede vrienden heb. Sterker nog: sommige van mijn beste vrienden zitten niet eens op Facebook!
Toen ik nog bij Kodak werkte en de hele dag achter de computer zat, checkte ik meerdere malen per dag NU.nl, want stel je voor dat ik niet helemaal op de hoogte was van het wereldnieuws!
En elke avond klik ik even op het tabblad Blogs in mijn browser, waarna ik de melding krijg "You are about to open 20 tabs. ..." Ja, ik check vrijwel elke avond of mijn 20 bloggende vrienden iets nieuws te melden hebben.
Gisteren las ik in een tijdschrift dat 80% van de mensen geen weerstand kan bieden aan het piepje dat een mailprogramma geeft wanneer er een nieuwe e-mail binnenkomt. Je móet gewoon direct kijken.
Laatst kwam ik ergens de term infobesitas tegen en ik realiseerde me dat dat mijn probleem misschien wel is. En waarschijnlijk niet alleen mijn probleem, maar ook het probleem van een heel aantal mede-landgenoten. Mijn hoofd zit vol met informatie. Té vol. Ik wil van té veel dingen op de hoogte blijven, ik ben té bang om ook maar iets te missen. Infobesitas; ik had zelf geen mooier woord kunnen verzinnen.
Ik heb wel eens nagedacht over de aanschaf van een iPhone. Niet dat we daar geld voor zouden hebben, maar dat terzijde. Maar zou ik daarmee niet die hunkering naar directe, altijd en overal beschikbare informatie alleen maar voeden?
Als ik ons leven hier vergelijk met het leven van onze Aziatische vrienden, dan kom ik tot de conclusie dat het in hun hoofd een stuk rustiger is, omdat hun wereldje veel kleiner is. Ze weten niet wat er buiten de dorpsgrenzen gebeurt en zijn alleen geïnteresseerd in het wel-en-wee van hun naaste familieleden. Geen computers, geen internet, geen iPhones. Nóg niet....
Hoppa, we zijn zo anderhalf uur verder. Even snel twee e-mailtjes tikken. Ja ja...
Als ik mezelf de vraag stel waarom ik eigenlijk van mijn 300+ Facebookvrienden wil weten wat ze die dag gedaan hebben en of ze vanavond wel of geen appelmoes bij hun aardappels gegeten hebben, dan moet ik mezelf het antwoord schuldig blijven. Kijk, als het nu ging om goede vrienden, vooruit. Maar ik kan niet beweren dat ik 327 goede vrienden heb. Sterker nog: sommige van mijn beste vrienden zitten niet eens op Facebook!
Toen ik nog bij Kodak werkte en de hele dag achter de computer zat, checkte ik meerdere malen per dag NU.nl, want stel je voor dat ik niet helemaal op de hoogte was van het wereldnieuws!
En elke avond klik ik even op het tabblad Blogs in mijn browser, waarna ik de melding krijg "You are about to open 20 tabs. ..." Ja, ik check vrijwel elke avond of mijn 20 bloggende vrienden iets nieuws te melden hebben.
Gisteren las ik in een tijdschrift dat 80% van de mensen geen weerstand kan bieden aan het piepje dat een mailprogramma geeft wanneer er een nieuwe e-mail binnenkomt. Je móet gewoon direct kijken.
Laatst kwam ik ergens de term infobesitas tegen en ik realiseerde me dat dat mijn probleem misschien wel is. En waarschijnlijk niet alleen mijn probleem, maar ook het probleem van een heel aantal mede-landgenoten. Mijn hoofd zit vol met informatie. Té vol. Ik wil van té veel dingen op de hoogte blijven, ik ben té bang om ook maar iets te missen. Infobesitas; ik had zelf geen mooier woord kunnen verzinnen.
Ik heb wel eens nagedacht over de aanschaf van een iPhone. Niet dat we daar geld voor zouden hebben, maar dat terzijde. Maar zou ik daarmee niet die hunkering naar directe, altijd en overal beschikbare informatie alleen maar voeden?
Als ik ons leven hier vergelijk met het leven van onze Aziatische vrienden, dan kom ik tot de conclusie dat het in hun hoofd een stuk rustiger is, omdat hun wereldje veel kleiner is. Ze weten niet wat er buiten de dorpsgrenzen gebeurt en zijn alleen geïnteresseerd in het wel-en-wee van hun naaste familieleden. Geen computers, geen internet, geen iPhones. Nóg niet....
dinsdag 1 november 2011
De kwast
Gistermorgen, zondagmorgen, stonden wij als gezin In Focus, zoals dat zo mooi heet. Op alle stoelen lagen foldertjes met daarop een foto van ons gezin en met grote letters onze namen. Heel erg goed bedoeld natuurlijk, maar ik stoorde me er eerlijk gezegd aan. Alsof het om ons zou gaan. Alsof het geld waarmee deze groep mensen ons ondersteunt als einddoel ons gezin zou hebben.
Ik hoop dat mensen verder kunnen kijken. Dat ze niet achter ons staan uit liefde voor ons, maar uit liefde voor Hem en uit bewogenheid voor het verlorene. Als mensen hun hoop op ons stellen, dan zullen ze absoluut teleurgesteld raken. Wij zijn geen fantastische mensen. Ook wij maken fouten, ook wij hebben te maken met gevoelens van trots, onzekerheid, twijfel, hebberigheid en jaloezie. Ook wij doen wel eens dingen met verkeerde motieven. Tja, we blijven tenslotte mens.
Later tijdens de dienst moest ik denken aan een schilder die een schilderij schildert. Wat komt er uiteindelijk in het museum terecht? Juist ja, het schilderij met daarbij een bordje met de naam van de schilder. De kwast? Die wordt vergeten. Zelfs weggegooid waarschijnlijk. Ik heb nog nooit een kwast naast een schilderij zien hangen met daarbij de tekst 'En met deze kwast werd dit kunstwerk geschilderd'. Wij zijn slechts het instrument, de kwast, maar het gaat uiteindelijk om de Artiest en om het kunstwerk dat Hij aan het maken is.
Járen geleden hoopte ik wel eens dat er ooit een boek over ons geschreven zou worden, zoiets als De Dappere Heldendaden van Robin en Tanja in Azië. Maar nu realiseer ik me dat dat een heel saai en oninteressant boek zou worden. Nu hoop ik dat er ooit een boek zal verschijnen met als titel De wonderbaarlijke werken van Hem in Azië. En dat dit boek vol zal staan met verhalen over wonderen, tekenen, genezingen en bekeringen. En dat op iedere bladzij door zal klinken dat het Zijn werk was en dat ook alleen Hem alle eer daarvoor toekomt.
Ik hoop dat mensen verder kunnen kijken. Dat ze niet achter ons staan uit liefde voor ons, maar uit liefde voor Hem en uit bewogenheid voor het verlorene. Als mensen hun hoop op ons stellen, dan zullen ze absoluut teleurgesteld raken. Wij zijn geen fantastische mensen. Ook wij maken fouten, ook wij hebben te maken met gevoelens van trots, onzekerheid, twijfel, hebberigheid en jaloezie. Ook wij doen wel eens dingen met verkeerde motieven. Tja, we blijven tenslotte mens.
Later tijdens de dienst moest ik denken aan een schilder die een schilderij schildert. Wat komt er uiteindelijk in het museum terecht? Juist ja, het schilderij met daarbij een bordje met de naam van de schilder. De kwast? Die wordt vergeten. Zelfs weggegooid waarschijnlijk. Ik heb nog nooit een kwast naast een schilderij zien hangen met daarbij de tekst 'En met deze kwast werd dit kunstwerk geschilderd'. Wij zijn slechts het instrument, de kwast, maar het gaat uiteindelijk om de Artiest en om het kunstwerk dat Hij aan het maken is.
Járen geleden hoopte ik wel eens dat er ooit een boek over ons geschreven zou worden, zoiets als De Dappere Heldendaden van Robin en Tanja in Azië. Maar nu realiseer ik me dat dat een heel saai en oninteressant boek zou worden. Nu hoop ik dat er ooit een boek zal verschijnen met als titel De wonderbaarlijke werken van Hem in Azië. En dat dit boek vol zal staan met verhalen over wonderen, tekenen, genezingen en bekeringen. En dat op iedere bladzij door zal klinken dat het Zijn werk was en dat ook alleen Hem alle eer daarvoor toekomt.
Abonneren op:
Posts (Atom)