maandag 26 maart 2012

(weer) naar school

Als we het in Nederland over de Chinese school hadden, was Juda daar goed over te spreken. En na onze terugkomst in Vrede Stad vroeg Juda elke morgen "Mam, mag ik vandaag naar de Chinese school?" en Zoë was helemaal enthousiast dat ze naar dezelfde school zou gaan als haar grote broer.

Dus na 5 'school-loze' weken vonden we het toch wel tijd om weer eens een kijkje te gaan nemen bij de plaatselijke peuter-/kleuterschool Roodkapje. Niet alleen voor wat uitdaging en afwisseling voor de kinderen, maar ook zodat Robin en ik af en toe even onze handen vrij hebben. Want 24 uur per dag, 7 dagen per week drie kids in huis is toch wel druk, als je ondertussen ook nog bezig bent om je huis en je leven weer een beetje op orde te krijgen.

Dus afgelopen donderdag was de grote dag en ze hadden er allebei zin in.
Totdat.... we op school arriveerden en Juda zich leek te realiseren dat iedereen daar Chinees sprak (wat hij echt helemaal kwijt lijkt te zijn), dat hij niet meer in hetzelfde lokaal zou zitten en dat hij andere juffen zou hebben. Waarschijnlijk was hij in de weken ervoor ook even vergeten dat ze op school drie keer per dag rijst eten, geen speelgoed hebben en niet knutselen. Intussen hebben we hem al drie ochtenden gebracht en elke ochtend is het huilen geblazen (terwijl hij dat in Harderwijk nooit heeft gedaan). Gelukkig mag hij af en toe even bij zijn zusje kijken, die een verdieping lager zit. Ook hoeft hij maar naar de TV te wijzen en de juf zet voor hem (het zeer educatieve) Spongebob aan.

Het verschil in karakter tussen Juda en Zoë werd ook in deze situatie weer duidelijk. Juda is gevoelig en afwachtend, Zoë verwelkomt nieuwe situaties en nieuwe mensen met open armen en stapt elke ochtend moedig haar klas binnen, waar ze vervolgens natuurlijk de hele ochtend vertroeteld wordt door haar juffen.

Toen we de kinderen die eerste ochtend weggebracht hadden verliet ik wéér een school met tranen in mijn ogen. Voor de hoeveelste keer nu al, vroeg ik me af. Eerst toen we Juda voor het eerst naar school brachten in Lente Stad, vervolgens toen hij daar afscheid moest nemen. Daarna voor het eerst naar school in Vrede Stad en natuurlijk moest hij daar vorig jaar ook weer afscheid nemen. Voor het eerst naar school en peuterspeelzaal in Harderwijk, waar ze vorige maand na zes maanden afscheid moesten nemen van de zeer geliefde juffen Trudie en Rosalie. En nu dit weer...

Het is dus moeilijk, maar ik probeer ook steeds naar Juda toe te benadrukken dat we graag willen dat hij naar school gaat zodat hij Chinees kan leren. Hoe kan hij anders met de andere kinderen in de buurt spelen? Gisteren vroeg Juda aan me: "Mama, heb ik hier vriendjes?" Ik antwoordde: "Ja, je hebt toch Lauren?" Maar in gedachten zei ik tegen mezelf: "Tanja, dat is niet z'n vriend(innet)je, dat is toevallig het enige niet-chinese (maar toch half-chinese) leeftijdsgenootje in de stad." Wat is het pijnlijk voor een moeder om te zien dat je kind worstelt, terwijl je hebt gezien dat hij op een andere plek zo goed functioneerde. Maar goed, niemand zal ook beweren dat het moederschap makkelijk is....

maandag 19 maart 2012

Bezoek aan Lente Stad

En toen maakten we ons vorige week woensdag, twee weken na aankomst in Vrede Stad, ineens klaar om naar Lente Stad te vertrekken. Fijn dat we daar inkopen zouden kunnen doen, mooi dat de auto een grote beurt kon krijgen en leuk om weer eens wat vrienden te zien. Maar de belangrijkste reden om zo snel na aankomst in Vrede Stad alweer op pad te gaan was mijn gezondheid.

Al twee jaar geleden kreeg ik na een flinke verkoudheid last van mijn ademhaling en in eerste instantie dacht ik aan een probleem aan mijn longen. In Thailand heb ik er toen naar laten kijken, maar de dokter kon niks bijzonders vinden. De problemen bleven echter. Afgelopen zomer kwam daar toen ineens doofheid aan mijn rechteroor bij, die overigens na een paar weken weer wegtrok. Weer naar de dokter, die me een zoutoplossing voor mijn neus voorschreef. Tenslotte kreeg ik twee maanden geleden een raar gevoel in mijn hals en ontdekte ik een bobbel achter mijn oor. Weer naar de huisarts, maar die kon niks bijzonders vinden, dus die stuurde me weer naar huis. Op zo'n moment ga je echt aan jezelf twijfelen: ben ik gek? Voel ik dingen die er niet zijn? Of resulteren de stress en spanning misschien in lichamelijke klachten?
Niet fijn om op die manier op reis te gaan.

Helaas namen de klachten toe en kampte ik de afgelopen twee weken met hoofdpijn, duizeligheid en benauwdheid. Dat deed ons besluiten om naar Lente Stad af te reizen en een buitenlandse dokter op te zoeken. Dus vorige week woensdagochtend stapten we in de auto en elf uur later arriveerden we bij onze vrienden in Lente Stad, die zo lief waren om hun appartement voor ons open te stellen. De volgende ochtend meteen naar de internationale kliniek, waar ik een verwijsbrief kreeg voor allerlei bloedonderzoeken, voor een echo van mijn schildklier en voor een CT-scan. Ik was zó blij dat ik serieus werd genomen, ook al ontdekte de Amerikaanse arts zelf niks bijzonders. Dus meteen door naar een lokaal ziekenhuis waar ik de onderzoeken moest laten doen.

Nu ben ik nooit echt dol op de lokale ziekenhuizen, vooral omdat ze vies zijn en omdat het personeel vaak onbeleefd en weinig meewerkend is. Maar, ondanks dat, is de behandeling goedkoop en snel. We stapten om elf uur het ziekenhuis binnen, zonder van tevoren een afspraak gemaakt te hebben, en een uur later stonden we weer buiten, na een CT-scan, een echo, bloedafname en 40 Euro lichter.

Vanmorgen de resultaten weer meegenomen naar de dokter bij de internationale kliniek die maar bleef zeggen: "Excellent! Excellent!" Met andere woorden: alle uitslagen waren goed en hij vond dat ik met een gerust hart weer naar Vrede Stad kon vertrekken. Lastig om te zeggen of ik er blij mee ben. Aan de ene kant natuurlijk fijn dat de dokter me gezond verklaard heeft, aan de andere kant heel vervelend dat de oorzaak van mijn klachten nog steeds niet boven tafel zijn gekomen.

En dus stappen we morgenochtend weer in de auto en dalen weer af naar Vrede Stad, om daar het leven weer op te pakken. Helaas nog steeds met dezelfde klachten en nog geen steek wijzer...

maandag 12 maart 2012

Vertrouwen

Vorige week zaterdag zaten we met een aantal Maleisische vriendinnen te eten. Ik weet niet meer hoe het gesprek erop kwam, maar één van hen waarschuwde me dat ik een bepaald merk olie niet meer moest gebruiken. Oja, en melk van het merk MengNiu had ook problemen. Een andere vriendin viel haar bij en vertelde dat we geen pannen van het merk Supor konden gebruiken, want daar zat een kankerverwekkend laagje op. Dit is niet voor het eerst dat dit soort geruchten ons bereiken. Eerder hoorden we al horrorverhalen over het zout (slechts één merk zou deugen), het vlees (hormonen), rozijnen (chemicaliën), groenten en fruit (pesticiden) en restaurantvoedsel (bevat MSG = een smaakversterker). En zuivelproducten zijn natuurlijk al jarenlang uit den boze, na het melamineschandaal in 2008. Natuurlijk heel lief van al deze mensen die ons willen helpen door voor al deze zaken te waarschuwen, maar ik vraag me af of we er wel echt mee geholpen zijn. We moeten toch eten?! Als we geen vlees, groenten, fruit, zuivel en zout meer kunnen kopen/eten, dan kunnen we beter naar huis gaan.

Maar toch blijft er het wantrouwen. En niet alleen op het gebied van eten, maar bijvoorbeeld ook als je het hebt over verf, speelgoed en kleding. Gaat het niet om giftige stoffen, dan gaat het wel om slechte kwaliteit. En het gaat nóg verder, want ook de gezondheidszorg en het onderwijs vertrouw ik nauwelijks.

En dan de mensen. Vorige week waren we de autopapieren kwijt. Robin dacht dat hij ze misschien onderweg was verloren en we vroegen ons af of we naar de politie zouden gaan om te vragen of ze misschien gevonden waren. Maar allebei kwamen we al snel tot de conclusie: een local zou nooit een gevonden voorwerp naar de politie brengen. Zo werkt het hier gewoon niet. Geen idee waarom niet, want de mensen zijn echt niet onaardig of gemeen, maar soms missen ze (naar westerse maatstaven) wel een stukje inlevingsvermogen en hulpvaardigheid.
En omdat we hier in een eercultuur leven en niet een rechtvaardigheidscultuur, is liegen heel gewoon. Het is belangrijker om de eer van jezelf of van een ander hoog te houden, dan om de waarheid te spreken.

Nu schrijf ik dit allemaal niet om even lekker negatief te doen over het land waarin we wonen, maar om aan te geven dat ik hier best mee worstel. Als wij ons hier willen settelen, hier ons thuis willen maken, een leven en relaties op willen bouwen, dan moet de basis toch vertrouwen zijn? We kunnen toch niet eindeloos westers speelgoed, westers eten en westerse kleding blijven kopen? Nou ja, het kán wel, want er zijn genoeg expats (vooral in de grote steden) die in een soort expat-bubble leven. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn? In ieder geval niet voor ons, want dan missen we ons doel van het hier zijn. Maar hoe we er dan toch op een goede manier mee om moeten gaan? Ik weet het (nog) niet.

maandag 5 maart 2012

Bocht in de weg

Vanavond gelezen:
"Change: A bend in the road is not the end of the road, unless you fail to make the turn"
(Verandering: een bocht in de weg is niet het einde van de weg, tenzij je de bocht niet neemt)

Afgelopen week zat er weer een 'bocht' in onze weg, sterker nog: ik heb het idee dat we nog midden in die periode van overgang en verandering zitten. Maar laten we bij het begin beginnen.

Vorige week maandagochtend om 8.45 uur namen we afscheid van ons fijne plekje in Ermelo en gingen met 150 kg bagage op weg naar het vliegveld. Hoewel onze vlucht pas om 12.30 uur vertrok, moesten we uiteindelijk toch nog rennen naar de gate en waren we de laatsten die het vliegtuig in gingen. De reis van ruim 11 uur ging heel erg goed: geen van de drie kinderen heeft ook maar een kik gegeven. Maar bij aankomst werd het lastiger, want toen was het NL-tijd 23.30 uur, maar oosterse tijd alweer 6.30 uur en begon een nieuwe dag. Dus met maar twee uurtjes slaap achter de kiezen moesten de kinderen overstappen, nog een korte vlucht ondergaan, een stukje in een klein busje, viereneenhalf uur in een grote bus en tenslotte nog 10 minuten in een drie-wiel-taxi. Dus 27 uur na ons vertrek uit Ermelo zetten we weer voet in ons huis in Vrede Stad.

Het eerste wat ik dacht toen we binnenstapten was: even de thermostaat omhoog draaien, want het was ijskoud in huis (waarschijnlijk een graad of 10). O nee, zo werkt dat hier niet. En dus hebben we tot gisteren zitten bibberen in huis en zitten smachten naar het voorjaar. En ja hoor: vandaag scheen de zon voor het eerst en was het meteen 22 graden. Zo ziet het leven er ook meteen een stuk zonniger uit, niet in de laatste plaats omdat met het warmere weer ook meteen de luchtvochtigheid daalde van 90% naar 50%.

De eerste grote meevaller was dat onze kinderen het heerlijk lijken te vinden om weer hier te zijn. Ze genieten van hun speelgoed, hun knutselspullen, het eten (zelfs de havermoutpap!), het balkon, de ruimte. Alleen Juda heeft al wel een paar keer gezegd dat hij de school in Nederland toch wel heel erg leuk vond.
Tweede meevaller is dat we de taal zo weer oppikken en maar heel weinig vergeten lijken te zijn. Blijkbaar zit het toch wel aardig diep.

Een aantal dingen zijn wel weer wennen:
- zelf elke dag brood bakken
- het aangestaard worden
- geen water uit de kraan drinken
- het tijdsverschil van 7 uur met Nederland (jet-lag!)
- geen toiletpapier in het toilet gooien
- een hurktoilet gebruiken
- een koud huis
- luchtvochtigheid van 90%
- geen verkeersregels op straat
- koken op twee gaspitten
- creatief zijn met koken (met beperkte ingrediënten)

Ik zou nog veel meer kunnen vertellen over afgelopen week, maar dan wordt dit stuk er niet interessanter op. Tenslotte nog een aantal foto's van de afgelopen maand.

maandag 27 februari 2012

Zoveel gedaan!

Voor de hoeveelste keer blog ik nu al over ons naderende afscheid? Nou ja, het zegt in ieder geval iets over wat ons al wekenlang bezighoudt: onze terugkeer naar Azië.

Hoewel we onze tijd in Nederland eigenlijk vrij lang vonden, was er toch niet genoeg tijd om alles te doen wat we hadden willen doen. Zoals:
- vaker zwemmen met de kinderen. Ik heb één keer met de kinderen in Putten gezwommen, verder is het er niet van gekomen. Zeker jammer omdat in Vrede Stad geen zwembad is.
- vaker naar het bos met de kinderen; we woonden er tenslotte middenin.
- alle mensen zien/spreken die we hadden willen zien.
- van iedereen goed afscheid nemen.
- naar een Nederlands kasteel, zoals het Muiderslot
- andere toeristische dingen met de kinderen bekijken, zoals Madurodam, Zaanse Schans, Amsterdam
- het huisje pico bello achterlaten
- met Juda naar de bioscoop

Maar het heeft niet zoveel zin om te lang stil te staan bij alles wat niet gelukt is. Liever kijken we dankbaar terug op alle dingen die we wel konden doen:
- middagje zeilen
- drie weekendjes weg zonder de kinderen
- regelmatig naar het bos
- sleeën in de sneeuw
- naar de kinderboerderij
- een paar dagen naar Frankrijk en zelfs naar Parijs
- naar het strand en de haven van Scheveningen
- met lampionnen lopen tijdens Sint Maarten
- over de hei wandelen en schapen kijken bij de schaapskooi
- een paar dagen naar Engeland
- sinterklaas vieren
- kerst vieren
- oud & nieuw vieren met vrienden en vuurwerk
- naar Aviodrome
- schaatsen
- kroketten, frikandellen en bitterballen eten
- hagelslag en chocopasta eten
- naar de Ardennen
- naar het Dolfinarium
- genieten van een glas rode wijn bij de open haard
- logeerpartijtjes bij de opa's en oma's
- naar de dierentuin
- Juda's verjaardag vieren met familie en vrienden (en een speurtocht naar de schat)
- pannenkoeken eten
- kraamtijd beleven met een kraamverzorgster, kraamvisite en beschuit met muisjes
- shoppen
- Juda naar de basisschool en Zoë naar de peuterspeelzaal

En niet te vergeten: heel veel mensen gezien en gesproken. Bestaande relaties een boost gegeven en ook nieuwe relaties opgebouwd.

We kijken terug op een fantastisch verlof! Iedereen bedankt die hieraan heeft bijgedragen.

dinsdag 21 februari 2012

Laatste week in Nederland

Het echte afscheid nemen is begonnen. Zoë heeft al afscheid genomen van de peuterspeelzaal en Juda van groep 1b. Helaas was Juda vorige week een paar dagen ziek en heeft daardoor niet echt leuk afscheid kunnen nemen van zijn klas. Mijn zusje is vrijdag met haar man naar India vertrokken, we zijn al bij onze oma's en bij mijn pake langsgeweest, Robin heeft afscheid van zijn vader genomen en afgelopen zondag waren we voor het laatst in Houten. We beseffen ons dat we niet van iedereen persoonlijk afscheid kunnen nemen, ook al zouden we dat wel graag willen.

Ook alle presentaties zitten erop. Misschien was je niet in de gelegenheid om te komen, dus hieronder nog even de antwoorden op veelgestelde vragen:

Gaat het lukken allemaal?
We moeten wel. Ik vind het lastig om een goede tijdsinschatting te maken en het overzicht te houden, dus ik zeg tegen mezelf: we stappen maandag gewoon in het vliegtuig, klaar of niet.

Krijg je alles wel mee?
We hebben zóveel verzameld tijdens de afgelopen 8 maanden in Nederland, dat het niet zou lukken om dat allemaal in het vliegtuig mee te nemen. We mogen per persoon 23 kg meenemen en Salomé mag zelfs maar 10 kg meenemen. Hoewel we vier jaar geleden met slechts twee koffers richting Azië vertrokken, weten we nu beter wat er allemaal niet te krijgen is en wat we nodig hebben. En dus hebben we een vervoersbedrijf ingeschakeld dat ons gaat helpen om een kuub aan speelgoed, boeken, kleding, schoolspullen en een babybox naar Azië te verschepen. Morgenochtend zal Robin de auto volladen met 12 bananendozen, dus vanavond moeten al deze dozen transport-proof gemaakt worden (want Robin en Tanja doen natuurlijk weer alles op het laatste nippertje, zoals altijd).

Ga je weer terug naar dezelfde plek?
Ja, we gaan weer terug naar hetzelfde appartement, waarin (hopen we) ook nog gewoon onze meubels zullen staan. Van juni tot eind december heeft een vriendin in ons appartement gewoond, dus het heeft gelukkig niet 9 maanden leeggestaan.

Hoe is het weer nu in Vrede Stad?
We horen berichten dat het er nog koud is, waarschijnlijk rond een graad of 10. Maar meestal is het in april gedaan met de kou en kunnen de truien en winterjassen de kast in.

Wat voor visum hebben jullie gekregen?
We zijn erg blij dat we twee keer een visum van 90 dagen hebben gekregen. In juni moeten we toch naar Thailand voor de jaarlijkse conferentie, dus dat komt goed uit. Tot september zitten we dus in ieder geval goed en dan verloopt ook het huurcontract van ons appartement.

Hoe lang duurt de reis?
We vliegen eerst van Amsterdam naar een grote stad, wat 11 uur vliegen is. Daar moeten we twee uur wachten op een binnenlandse vlucht, die zelf ook twee uur zal duren. Tenslotte volgt nog een busreis van 5 uur. Alles bij elkaar zullen we dus zeker 24 uur onderweg zijn.

Nog altijd is zonder twijfel de meestgestelde vraag: "Heb je er een beetje zin in?", maar ik denk dat ik die vraag vorige week al beantwoord heb.

dinsdag 14 februari 2012

Invullen

Tussen de middag realiseer ik me dat Juda vanmiddag voor het laatst bij juf Franciska is, want de rest van de week zit hij in een andere klas bij juf Rosalie. Als ik dat tegen hem zeg, vraagt hij: "Gaan we dan al bijna weer naar Vrede Stad?" Ik bevestig zijn vraag en voor ik het weet voeg ik daaraan toe: "Wel een beetje spannend hè?"

Deze vraag weerspiegelt mijn emotionele toestand van dit moment. Terwijl de kinderen nog steeds routinematig hun dagen draaien, ben ik in mijn hoofd al continu bezig met inpakken, afscheid nemen, schoonmaken, opruimen en dingen regelen. En hoewel ik aan de ene kant niet kan wachten totdat deze chaotische en hectische dagen voorbij zijn, zie ik er eigenlijk als een berg tegenop om weer te vertrekken. Ik WEET dat het allemaal wel los zal lopen en goed zal komen, ik WEET dat daarginds ook veel mensen zijn van wie we houden, ik WEET dat er ook heel veel voordelen zijn voor een kind om onder dit soort omstandigheden op te groeien, ik WEET dat we na een paar weken weer helemaal onze draai zullen hebben gevonden en ik WEET dat het allemaal in Zijn hand is. Maar mijn hart doet nog even niet mee en voelt loodzwaar aan.

Maar wat moet ik oppassen dat ik dit gevoel niet overbreng op de kinderen! Dat ik nu al invul hoe ze straks zullen reageren. Ik denk nu al te weten dat Juda straks de lokale school helemaal niet leuk zal vinden, maar misschien zal het wel meevallen? Ik denk ook al te weten dat hij terug zal verlangen naar Nederland, maar misschien zal het voor hem juist voelen als thuiskomen? Hij is er tenslotte opgegroeid.

Sowieso moet ik ervoor oppassen wat ik aan onze kinderen overdraag. Bijvoorbeeld mijn perfectionisme. Zo had ik laatst Juda's eerste rapport in mijn handen en ik betrapte mezelf erop dat ik me (van binnen) meer druk maakte over de paar punten waarop hij 'maar' voldoende had gescoord dan over het overgrote deel waarop hij goed was beoordeeld. Want ja, zo keek ik vroeger ook naar mijn eigen rapporten: als het lager dan een 8 was, dan was het niet goed genoeg. Ik wil onze kinderen graag meegeven dat het niet uitmaakt hoe ze op school scoren, maar dan moet er wel eerst iets in mijn denken veranderen.

Ook heb ik mijn eigen basisschooltijd wel eens als eenzaam ervaren. Niet dat ik gepest werd, maar ik was gewoon een stuk stiller en verlegener dan de meeste leeftijdsgenoten. Deze ervaring zorgt ervoor dat ik nu extra goed oplet hoe Juda in de groep ligt. Speelt hij wel met de kinderen in z'n klas? Neemt hij wel vaak genoeg een vriendje mee naar huis? En voor ik het weet ben ik alweer dingen aan het invullen vóór hem.

Natuurlijk is het onvermijdelijk dat je eigenschappen van jezelf, zowel positief als negatief, overdraagt op je kind. Iemand vroeg laatst aan Juda: "Lust je wel spruitjes?", waarop Juda die persoon met vragende ogen aankeek. Dat zei dus meer over zijn moeder dan over hem, want ik heb nog nooit spruitjes voor ons gezin gekookt en ik draag hiermee waarschijnlijk automatisch de afkeer van deze 'groene knikkers' over op mijn kinderen.

Ik kom no even terug op het begin van dit verhaal. Op mijn vraag of hij het spannend vindt, antwoordt Juda: "Ja, ik vind het vliegen wel heel erg spannend." Konden we allemaal maar worden als de kinderen. Was het maar zo dat de vliegreis het spannendste zou zijn van (opnieuw) je thuisland vaarwel zeggen. Was het leven maar zo simpel.

dinsdag 7 februari 2012

Dromen

Vorige week kwamen we als oud-jovo's (jong-volwassenen) na járen weer eens bij elkaar voor een reünie. Toen we een rondje deden om te horen wat er van iedereen 'geworden was', bleek een terugkerend thema 'dromen' te zijn, in de zin van: welke dromen zijn uitgekomen en welke dromen heb je nog voor de toekomst? Het heeft me aan het denken gezet over mijn eigen dromen.

Tien jaar geleden, toen ik bijna twintig was, droomde ik van een sprookjeshuwelijk, ik droomde van het perfecte gezin, met Robin en ik als ideale ouders, ik droomde van een avontuurlijk leven in Azië, waar Robin en ik als moedige helden ons mannetje wel zouden staan, waar we zouden strijden tot de dood, waar we één zouden worden met de lokale bevolking en volledig opgenomen zouden worden in de gemeenschap. Ik droomde van een houten huis, uitkijkend op een met rijstvelden bedekte berghelling, waar het geluid van krekels ons elke ochtend uit een vredige slaap zou wekken.

Wist ik veel.

Sommige dromen moeten we vasthouden en najagen, andere dromen zullen we los moeten laten of bij moeten stellen.

Hoewel ik vind dat Robin en ik een goed team vormen samen, is gebleken dat het huwelijk iets is om aan te werken en om voor te vechten. Het gaat niet vanzelf en is ook geen sprookje. Ikzelf ben ook niet de echtgenote en moeder gebleken die ik had willen zijn; mijn ervaring is dat je jezelf nergens zó tegenkomt als als echtgenoot en als moeder. Man, wat zit er dan toch nog een hoop ongeduld, onbegrip en zelfgerichtheid van binnen.
Het leven in Azië had ik ook zwaar geromantiseerd, want we kwamen terecht in een appartementje op de 10e verdieping in een 'betonnen oerwoud' omgeven door 7 miljoen rochelende, spugende, onbeschofte Aziaten (van wie ik overigens ontzettend veel ben gaan houden in de afgelopen vier jaar). In plaats van door krekels werden we gewekt door toeterende vrachtwagens op de 12-baans rondweg langs ons huis en in plaats van groene bergen keken we uit op flatgebouwen zo ver het oog reikte. Ik ben ook niet de sterke vrouw die ik dacht te zijn: vaak maak ik me zorgen over de gezondheid, de scholing en de emotionele ontwikkeling van onze kinderen en ben ik er klaar voor om het bijltje erbij neer te gooien. Ik ga bijna over m'n nek als ik varkensingewanden of kippenhoofd voorgeschoteld krijg en realiseer me op zo'n moment: ik zal nooit één van hen worden.

Tot zover dus de losgelaten of bijgestelde dromen. Welke dromen heb ik nu nog?

Dat Robin, Juda, Zoë en Salomé nooit liefde tekort zullen komen van hun vrouw/moeder. Dat ik door mijn leven een stukje bij mag dragen aan Zijn koninkrijk hier op aarde. En dan nog mijn allergrootste droom: dat ik voor altijd bij mijn Hemelse Vader zal wonen.

Aan de ene kant veel grotere doelen, maar aan de andere kant wel haalbaar....

dinsdag 31 januari 2012

Allerlei

Vanavond de eerste 'officiële' presentatie gehad. Best wel spannend, vooral omdat ikzelf eigenlijk niemand in Klaaswaal (het dorp waar Robins ouders nog wonen) ken. En Robin is er ook al ruim 10 jaar weg, dus wat konden we verwachten? Van tevoren zeiden we tegen elkaar dat we blij zouden zijn als er tien mensen zouden komen opdagen. Dus we waren verrast toen er om acht uur 30 stoelen bezet waren! De aanwezigen waren (naar ons idee) ook oprecht geïnteresseerd en meelevend, dus al met al hebben we een bemoedigende avond achter de rug. Volgende week staan Numansdorp, Houten en Ermelo nog op het programma.

Sommige mensen vragen zich af waarom onze tijd in Nederland zo lang is. Veel mensen die in het buitenland wonen komen maar voor een periode van twee of drie maanden naar Nederland. Waarom zijn wij er straks dan 8,5 maand geweest? De voornaamste reden is dat onze organisatie van oudsher een regeling heeft van 4 jaar in het buitenland en 1 jaar in Nederland. Omdat we 3,5 jaar in Azië hadden gezeten, hadden we recht op 10 maanden verlof. Maar wij vonden 8,5 maand eigenlijk wel genoeg. Nu kwam dit lange verlof wel mooi uit vanwege de geboorte van Salomé, anders was het misschien wel wat lang geweest. We hebben het idee om dit keer maar 2,5 jaar in Azië te verblijven en dan een volgend verlof ook wat korter te houden.

En verder nog:
  • we zitten nu ook op Twitter (nou ja, Robin dan). Je vindt ons onder mooievoeten.
  • ik kom er de laatste tijd helaas niet meer aan toe om foto's op de blog te zetten.Je vindt ze wél op Facebook.
  • twee weken geleden heb ik een (controle-)MRI van mijn rug gehad en de arts vertelde dat er sinds de laatste MRI 5 jaar geleden geen groei van het gezwel heeft plaatsgevonden. Wat hem betreft hoef ik niet meer terug te komen.
  • morgenochtend (dinsdag) gaan we naar Den Haag om visa aan te vragen. Best spannend: zullen we krijgen waar we op hopen? 1 jaar? 6 maanden? 3 maanden? 2 maanden? 30 dagen?

dinsdag 24 januari 2012

Vrijgevigheid

Een paar maanden geleden vroeg Robin me: "Waarom doen christenen (over het algemeen) eigenlijk niet mee aan loterijen?" Goeie vraag. Hoewel het voor mij een vanzelfsprekendheid was om daar niet aan mee te doen, had ik nooit over het waarom nagedacht. Er is niet zoiets als een tekst die zegt "Gij zult niet meedoen aan loterijen." Maar wat is dan de achterliggende gedachte? Een vriend van ons wees ons op het volgende: de onderliggende motivatie voor deelname aan een loterij is hebberigheid, terwijl we juist de nadruk zouden moeten leggen op vrijgevigheid. Met dat antwoord namen we genoegen.

Maar toen ik dacht aan al onze babyspullen in Nederland, moest ik hieraan terugdenken. Ik wilde ze namelijk graag kwijt en overwoog om ze te verkopen, bijvoorbeeld via Marktplaats of via een tweedehandskledingwinkeltje. Maar zou de onderliggende motivatie voor iets te verkopen in plaats van het weg te geven dan ook niet hebberigheid zijn? "Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft" (Lucas 3:11) Er staat niet: "Wie twee stel kleren heeft moet één stel verkopen", maar: "... moet één stel weggeven." Dus ik raakte ervan overtuigd dat ik onze babyspullen weg moest geven aan iemand die niets had. Makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe vind je zo iemand? Net toen ik het idee wilde laten varen en al het spul toch bij het tweedehands winkeltje wilde brengen, kreeg ik een e-mail waarin een pleegmoeder vroeg om babyspullen voor een hoogzwangere tiener. Ze bleek zwanger van een meisje en is uitgerekend op 1 maart.
Fantastisch hoe dit soort dingen samenkomen!

Het verhaal bleek echter best triest. Een jonge meid, zonder geld, met een los-vaste relatie en met een moeder die haar belazert. Verder geen vrienden en geen netwerk. Ik vroeg me af: hoe komt zo iemand uit de negatieve spiraal? Hoe kan zij haar dochtertje een betere toekomst bieden als zij van huis uit al een slecht voorbeeld heeft gehad? Mijn gedachten gingen terug naar de tijd dat wij in de woongroep in Amersfoort woonden. Destijds vond ik het allemaal niet geestelijk genoeg daar en wilde ik me liever inzetten binnen de gemeente, wat één van de redenen was voor ons vertrek. Maar nu, terugkijkend, zie ik dat we een positieve draai hebben kunnen geven aan de levens van de jongeren die met ons 'meewoonden'. Gewoon een goeie buur zijn en een positieve leefomgeving creëren, kan al zoveel impact hebben op het leven van een 'aan lager wal geraakte' jongere. Stuk voor stuk zagen we deze jongeren opklimmen uit de negatieve spiraal waarin ze om allerlei verschillende redenen terecht waren gekomen. Nu pas zie ik dat het eigenlijk wel heel 'geestelijk' was wat we daar deden, maar dan op een andere manier. Meer op de manier van: "Ik was hongerig en jij gaf mij te eten" (klik hier voor het hele verhaal).