Ongelooflijk: wat was het spannend. De gynaecologe had me verteld hoe vaak ik per uur de baby moest voelen bewegen en als het te weinig zou zijn, dan moest ik meteen aan de bel trekken. Ik moest elke week op controle komen, moest een stress-test ondergaan en uiteindelijk kreeg ik twee jaar en twee dagen geleden te horen dat ik de volgende ochtend zou worden ingeleid. De gynaecologe had me er al op voorbereid dat het kindje zeer waarschijnlijk een flinke groei-achterstand zou hebben vanwege het weinige vruchtwater. Wat waren we dan ook opgelucht toen er de volgende middag een gezonde 6-ponder werd geboren!
Denkend aan die laatste zorgelijke weken van de zwangerschap van Zoë, maakte dat ik me gisteren extra dankbaar voelde voor het vrolijke en gezonde meisje waarvan we alweer twee jaar lang hebben mogen genieten.
Toen Juda een half jaar geleden drie werd, hebben we het niet uitgebreid gevierd omdat we midden in een tijd van reizen en verhuizen zaten. Om die reden wilde ik graag dat Zoë’s tweede verjaardag niet alleen voor Zoë zelf leuk zou worden, maar ook een heugelijke dag zou zijn voor Juda. En dus hadden we het al wekenlang over de Grote Feestdag, maakten we slingers van papier, zongen we wel honderd keer Happy Birthday, mochten de kinderen allebei een verjaardagskroon beplakken en vroeg Juda steeds: “Mama, hoeveel nachtjes slapen nog?” en “Mama, wanneer ga je nou de taart bakken?”
De dag zelf was erg relaxed: ‘s ochtends zingen en cadeautjes op het grote bed, daarna natuurlijk met de nieuwe cadeautjes spelen, bij de koffie weer zingen, kaarsjes uitblazen en taart eten (die er een stuk lekkerder uitzag dan hij in werkelijkheid was), ‘s middags zelf cake versieren, skypen met de opa's en oma's en ‘s avonds gourmetten. Hoewel het zo een gezellig familiedagje was, realiseerden we ons wel opnieuw hoe erg we op dit soort momenten de aanwezigheid van opa’s, oma’s, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, vriendjes en vriendinnetjes missen. Maar er valt mee te leven en bovendien komen woensdag alle plaatselijke ‘ooms’ en ‘tantes’ op bezoek om Zoë’s verjaardag en de verjaardagen van nog twee anderen bij ons thuis te vieren. Toch nog een feestje dus!
Vanmorgen werd Juda wakker en zei al gauw: “Even kijken of Zoë nog jarig is hoor!”. Hij rende vervolgens naar de woonkamer om te checken of de slingers er nog hingen. Blij kwam hij rapporteren: “Ja, ze is nog jarig!”.
maandag 4 april 2011
maandag 28 maart 2011
Kapper
"Tjonge, wat wordt je haar lang," hoor ik de laatste tijd vaak op de skype. "Laat je het groeien?" Nee, ik laat het niet groeien, het groeit vanzelf. Het is intussen al wel een jaar geleden dat ik voor het laatst naar de kapper ben geweest, dat was nog in Lente Stad. En in de drie jaar dat we nu in dit land wonen heb ik slechts één keer een knipbeurt gehad waarover ik tevreden was. En helaas verprutste diezelfde kapster mijn kapsel de daarop volgende keer dat ik haar bezocht, dus toen was het voor mij gedaan met de Chinese kappers. En sindsdien ben ik niet meer geweest.
Het vervelende aan de lokale kapsalons is dat vrijwel alle kappers mannen (of beter gezegd: jonge, opgeschoten knullen) zijn. In Lente Stad heb ik denk ik een keer of vijf zo'n lokale kapsalon bezocht en elke keer gebeurde er precies hetzelfde. De mannelijke knippers kozen onderling een 'uitverkorene' uit die mijn haar zou mogen knippen. Normaal gesproken zijn er dagelijks tientallen mannen/jongens die starend naar mijn blonde lokken kijken, maar er ook daadwerkelijk aanzitten? Wow, wat een kans! En dus nam de 'uitverkorene' achter mij plaats terwijl de rest van zijn mannelijke collega's in een groepje om hem heen stond om maar geen seconde van deze knipbeurt te hoeven missen. Vervolgens besteedde de knipper ongeveer een uur aan heel veel aaien, kammen en haar verplaatsen en zo nu en dan een knipje. Ondertussen grinnikten de collega's onder elkaar heel wat af en werden er heel veel grapjes gemaakt die ik niet kon verstaan. En na dat uur liep ik dan met een klein beetje haar minder en dus ontevreden de kapsalon uit. Gelukkig kost zo'n knipbeurt maar één tot anderhalve Euro, dus je kunt niet echt spreken van weggegooid geld.
Dat was in Lente Stad, in een wijk die bekend staat om de hoeveelheid buitenlanders die er wonen. Is het dan gek dat ik het hier in Vrede Stad nog niet heb aangedurfd? Hier ben ik de enige blanke vrouw, en dan nog wel een blonde!
En dus wacht ik nog even Thailand af, of misschien zelfs Nederland en loop ik met een totaal vormeloze coupe rond. Maar zelfs met een vormeloze coupe hoef ik me geen zorgen te maken hoor: ik krijg er geen starende blik minder om.
Laatst ontmoette ik in de grote stad hier niet ver vandaan twee Amerikaanse vrouwen van mijn leeftijd, die hier ook wonen. Tot mijn verbazing zag ik dat één van hen haar haar geblondeerd had! Alsof je als blanke met donkerblond haar nog niet genoeg aandacht trekt! Ik heb juist in de afgelopen drie jaar zo vaak gewenst dat ik donker haar had, denk er zelfs regelmatig over om een donker kleurtje door mijn haar te gooien, doe de kinderen zoveel mogelijk petten op als we op pad gaan, om maar zo weinig mogelijk de aandacht op ons te vestigen. Nou ja, ieder zijn ding zullen we maar zeggen. Misschien vinden andere mensen het helemaal niet zo vervelend om continu de aandacht op zichzelf te vestigen....
Het vervelende aan de lokale kapsalons is dat vrijwel alle kappers mannen (of beter gezegd: jonge, opgeschoten knullen) zijn. In Lente Stad heb ik denk ik een keer of vijf zo'n lokale kapsalon bezocht en elke keer gebeurde er precies hetzelfde. De mannelijke knippers kozen onderling een 'uitverkorene' uit die mijn haar zou mogen knippen. Normaal gesproken zijn er dagelijks tientallen mannen/jongens die starend naar mijn blonde lokken kijken, maar er ook daadwerkelijk aanzitten? Wow, wat een kans! En dus nam de 'uitverkorene' achter mij plaats terwijl de rest van zijn mannelijke collega's in een groepje om hem heen stond om maar geen seconde van deze knipbeurt te hoeven missen. Vervolgens besteedde de knipper ongeveer een uur aan heel veel aaien, kammen en haar verplaatsen en zo nu en dan een knipje. Ondertussen grinnikten de collega's onder elkaar heel wat af en werden er heel veel grapjes gemaakt die ik niet kon verstaan. En na dat uur liep ik dan met een klein beetje haar minder en dus ontevreden de kapsalon uit. Gelukkig kost zo'n knipbeurt maar één tot anderhalve Euro, dus je kunt niet echt spreken van weggegooid geld.
Dat was in Lente Stad, in een wijk die bekend staat om de hoeveelheid buitenlanders die er wonen. Is het dan gek dat ik het hier in Vrede Stad nog niet heb aangedurfd? Hier ben ik de enige blanke vrouw, en dan nog wel een blonde!
En dus wacht ik nog even Thailand af, of misschien zelfs Nederland en loop ik met een totaal vormeloze coupe rond. Maar zelfs met een vormeloze coupe hoef ik me geen zorgen te maken hoor: ik krijg er geen starende blik minder om.
Laatst ontmoette ik in de grote stad hier niet ver vandaan twee Amerikaanse vrouwen van mijn leeftijd, die hier ook wonen. Tot mijn verbazing zag ik dat één van hen haar haar geblondeerd had! Alsof je als blanke met donkerblond haar nog niet genoeg aandacht trekt! Ik heb juist in de afgelopen drie jaar zo vaak gewenst dat ik donker haar had, denk er zelfs regelmatig over om een donker kleurtje door mijn haar te gooien, doe de kinderen zoveel mogelijk petten op als we op pad gaan, om maar zo weinig mogelijk de aandacht op ons te vestigen. Nou ja, ieder zijn ding zullen we maar zeggen. Misschien vinden andere mensen het helemaal niet zo vervelend om continu de aandacht op zichzelf te vestigen....
maandag 21 maart 2011
Precies volgens plan
Afgelopen week las ik op de Facebook-wall van een vriendin "Alweer 39 weken zwanger". Meteen dacht ik: tjonge, dan was ik nu dus 36 weken zwanger geweest, want ik was drie weken later dan betreffende vriendin uitgerekend. Dan hadden we nu in Nederland gezeten, dan had ik nu met een dikke buik gelopen. Hoewel de nieuwe zwangerschap het verdriet van de miskraam natuurlijk heel erg verzacht heeft, zijn er af en toe toch van die triggers die het verlies weer even in mijn hoofd doen opkomen.
Gisteravond zat ik er nog een beetje over door te mijmeren en ik dacht: de datum waarop Mika eigenlijk geboren had moeten worden komt nu steeds dichterbij en ik constateerde dat ik in mijn hoofd toch wel een beetje toeleefde naar de oorspronkelijke due date. Maar daarna kwam er een andere gedachte in mijn hoofd op: Mika had niet eigenlijk op 15 april 2011 geboren moeten worden; Mika's due date was 30 oktober 2010. Geen dag eerder en geen dag later. Mika is geboren op de dag dat ze eigenlijk geboren had moeten worden. Mika is precies volgens plan geboren, al was het niet ons plan, maar een Hoger Plan.
En ineens kon ik het loslaten en realiseerde ik me dat ik niet meer na hoefde te denken over een fictieve, niet-bestaande zwangerschap. Ik hoef niet meer toe te leven naar 15 april, want die datum heeft feitelijk niks (meer) met Mika te maken. Ik vond deze gedachte echt heel bevrijdend en geloof ook niet dat hij van mezelf kwam. Het zijn soms van die kleine, gouden momenten die het leven weer in het juiste perspectief zetten.
Gisteravond zat ik er nog een beetje over door te mijmeren en ik dacht: de datum waarop Mika eigenlijk geboren had moeten worden komt nu steeds dichterbij en ik constateerde dat ik in mijn hoofd toch wel een beetje toeleefde naar de oorspronkelijke due date. Maar daarna kwam er een andere gedachte in mijn hoofd op: Mika had niet eigenlijk op 15 april 2011 geboren moeten worden; Mika's due date was 30 oktober 2010. Geen dag eerder en geen dag later. Mika is geboren op de dag dat ze eigenlijk geboren had moeten worden. Mika is precies volgens plan geboren, al was het niet ons plan, maar een Hoger Plan.
En ineens kon ik het loslaten en realiseerde ik me dat ik niet meer na hoefde te denken over een fictieve, niet-bestaande zwangerschap. Ik hoef niet meer toe te leven naar 15 april, want die datum heeft feitelijk niks (meer) met Mika te maken. Ik vond deze gedachte echt heel bevrijdend en geloof ook niet dat hij van mezelf kwam. Het zijn soms van die kleine, gouden momenten die het leven weer in het juiste perspectief zetten.
maandag 14 maart 2011
We blijven reizen...
Wat was het heerlijk om na tweeëneenhalve week Kathmandu en Lente Stad weer thuis te komen. Want zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Heerlijk om weer een zelfgebakken brood te kunnen eten, in je eigen bed te kunnen slapen, onder je eigen douche te kunnen staan en je eigen kleren te kunnen wassen. De kinderen waren ook helemaal in hun element en konden hun geluk niet op met hun eigen speelgoed, boekjes en filmpjes.
Helaas was de pret maar van korte duur, want twee dagen na thuiskomst waren de koffers alweer gepakt en reden we naar de provinciehoofdstad, vier uur rijden bij Vrede Stad vandaan. We hadden net genoeg tijd gehad om de koffers uit te pakken, de kleren te wassen en op te hangen en de koffers weer in te pakken. De gewassen kleren waren nog niet eens weer droog.
Reden voor deze reis was een ontmoeting met een stuk of 60 andere buitenlanders die allemaal met dezelfde bevolkingsgroep werken en allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben. En hoewel we er voor vertrek eigenlijk best wel tegenop zagen om weer op pad te gaan, hebben we er geen moment spijt van gehad. We hebben veel nieuwe mensen ontmoet, nieuwe ideeën gehoord en zijn opnieuw gemotiveerd om onder deze groep mensen aan de slag te gaan. Groot pluspunt was ook de groep Amerikanen die speciaal voor deze ontmoeting uit de States was overgevlogen om op onze kinderen te passen. Vrijdagavond werden er pizza's voor de kinderen besteld, zodat wij als ouders samen met vrienden een hapje konden gaan eten. Zaterdagavond stond er date night op het programma: de kinderen kregen eten van de McDonalds en bleven bij de kinderoppas tot half negen 's avonds, zodat de ouders samen een romantisch etentje konden hebben. Beide maaltijden waren weer eens anders dan anders. Wanneer we normaal gesproken met vrienden uit eten gaan, zijn onze kinderen er altijd bij en komen we zelden tot een goed gesprek. Nou ja, en een date night samen hebben we al helemaal zelden of nooit.
Het inspirerende programma, de twee kind-loze etentjes en het comfortabele hotel dat geboekt was, resulteerden aan het eind van het weekend in twee niet-al-te-vermoeide ouders, wat voor ons een unieke ervaring was.
Sinds vanmiddag zijn we weer terug op stek en we hopen hier de komende vier weken ook te blijven, totdat het weer tijd is om naar Lente Stad te vertrekken voor de volgende 2-weekse training.
Nu nog maar even niet aan denken....
Helaas was de pret maar van korte duur, want twee dagen na thuiskomst waren de koffers alweer gepakt en reden we naar de provinciehoofdstad, vier uur rijden bij Vrede Stad vandaan. We hadden net genoeg tijd gehad om de koffers uit te pakken, de kleren te wassen en op te hangen en de koffers weer in te pakken. De gewassen kleren waren nog niet eens weer droog.
Reden voor deze reis was een ontmoeting met een stuk of 60 andere buitenlanders die allemaal met dezelfde bevolkingsgroep werken en allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben. En hoewel we er voor vertrek eigenlijk best wel tegenop zagen om weer op pad te gaan, hebben we er geen moment spijt van gehad. We hebben veel nieuwe mensen ontmoet, nieuwe ideeën gehoord en zijn opnieuw gemotiveerd om onder deze groep mensen aan de slag te gaan. Groot pluspunt was ook de groep Amerikanen die speciaal voor deze ontmoeting uit de States was overgevlogen om op onze kinderen te passen. Vrijdagavond werden er pizza's voor de kinderen besteld, zodat wij als ouders samen met vrienden een hapje konden gaan eten. Zaterdagavond stond er date night op het programma: de kinderen kregen eten van de McDonalds en bleven bij de kinderoppas tot half negen 's avonds, zodat de ouders samen een romantisch etentje konden hebben. Beide maaltijden waren weer eens anders dan anders. Wanneer we normaal gesproken met vrienden uit eten gaan, zijn onze kinderen er altijd bij en komen we zelden tot een goed gesprek. Nou ja, en een date night samen hebben we al helemaal zelden of nooit.
Het inspirerende programma, de twee kind-loze etentjes en het comfortabele hotel dat geboekt was, resulteerden aan het eind van het weekend in twee niet-al-te-vermoeide ouders, wat voor ons een unieke ervaring was.
Sinds vanmiddag zijn we weer terug op stek en we hopen hier de komende vier weken ook te blijven, totdat het weer tijd is om naar Lente Stad te vertrekken voor de volgende 2-weekse training.
Nu nog maar even niet aan denken....
maandag 7 maart 2011
Beestjes, baby's en bergen
Juda klaagt over beestjes. Beestjes die ‘s nachts naar hem toekomen en hem bang maken. Wekenlang heb ik gepiekerd over waar het vandaan zou kunnen komen. We laten hem geen enge films kijken, we lezen geen enge boeken met hem. Toen ineens begon het te dagen: de beestjes op zijn tanden. In een poging hem te overtuigen van het nut van tandenpoetsen had ik hem verteld dat er anders beestjes kwamen die gaatjes in zijn tanden gingen graven. Naar mijn idee een heel onschuldig, maar toch ook waar verhaal. Hoe kon ik nou weten dat die beestjes in zijn hoofd een heel eigen leven zouden gaan leiden?
Juda denkt dat baby’s uit navels ‘ploppen’. Oké, ik heb die gedachte in zijn hoofd geplaatst, want ik vond hem nog wat te jong voor de waarheid (of ben ik daarin ouderwets?). De afgelopen tijd in Kathmandu hadden we het boekje “Bobbi wordt grote broer” bij ons en bij gebrek aan speelgoed en ander vermaak, is het boekje tientallen keren voorgelezen. Op een gegeven moment zegt Bobbi tegen de dikke buik van zijn moeder: “Baby, waar blijf je nou? Ik vind het zo lang duren!” en Juda heeft besloten dat het bij onze baby ook wel heel erg lang duurt. En dus bidt Juda ‘s avonds voor het slapengaan: “Lieve Here God. Ik wil bidden voor de baby in mama’s buik, dat ie er snel uit mag ploppen. In Jezus’ naam, Amen.”
Juda denkt dat we nog steeds niet in Nepal zijn geweest. Na aankomst in Kathmandu vroeg hij: “Wanneer gaan we nu naar Nepal?” “Maar lieverd, we zijn nu in Nepal.” “Nee, dit is niet Nepal.” “Jawel lieverd, dit is wél Nepal.”
Maar Juda was ontevreden.
Totdat we posters, boeken en kalenders van Mount Everest tegenkwamen in de binnenstad. “Kijk, dat is Nepal! Daar moeten we naartoe!” riep hij uit.
Toen viel bij ons het kwartje. Al die tijd dat Robin in Nepal zat hadden we tegen Juda gezegd: “Papa is bergen aan het beklimmen in Nepal.” En toen we dus aan Juda vertelden dat we als gezin ook naar Nepal zouden gaan, had hij zich verheugd op rotsachtige bergen met besneeuwde toppen en hij dacht dat we al die tijd al klimmend en klauterend door zouden brengen. Wat een teleurstelling voor hem dat we de stad niet uit zijn geweest, geen berg van dichtbij gezien hebben, laat staan er een beklommen hebben.
We hebben hem geprobeerd uit te leggen dat dit óók Nepal was en dat Mount Everest in een ander deel van Nepal lag. De laatste dag, in de taxi terug naar het vliegveld, zei hij teleurgesteld: “Maar mama, nu zijn we nog niet in het andere Nepal geweest.” Een moederhart breekt bij het zien van zoveel teleurstelling en onbegrip in de ogen van een kind.
Klik hier voor een aantal foto's die we in februari maakten
Juda denkt dat baby’s uit navels ‘ploppen’. Oké, ik heb die gedachte in zijn hoofd geplaatst, want ik vond hem nog wat te jong voor de waarheid (of ben ik daarin ouderwets?). De afgelopen tijd in Kathmandu hadden we het boekje “Bobbi wordt grote broer” bij ons en bij gebrek aan speelgoed en ander vermaak, is het boekje tientallen keren voorgelezen. Op een gegeven moment zegt Bobbi tegen de dikke buik van zijn moeder: “Baby, waar blijf je nou? Ik vind het zo lang duren!” en Juda heeft besloten dat het bij onze baby ook wel heel erg lang duurt. En dus bidt Juda ‘s avonds voor het slapengaan: “Lieve Here God. Ik wil bidden voor de baby in mama’s buik, dat ie er snel uit mag ploppen. In Jezus’ naam, Amen.”
Juda denkt dat we nog steeds niet in Nepal zijn geweest. Na aankomst in Kathmandu vroeg hij: “Wanneer gaan we nu naar Nepal?” “Maar lieverd, we zijn nu in Nepal.” “Nee, dit is niet Nepal.” “Jawel lieverd, dit is wél Nepal.”
Maar Juda was ontevreden.
Totdat we posters, boeken en kalenders van Mount Everest tegenkwamen in de binnenstad. “Kijk, dat is Nepal! Daar moeten we naartoe!” riep hij uit.
Toen viel bij ons het kwartje. Al die tijd dat Robin in Nepal zat hadden we tegen Juda gezegd: “Papa is bergen aan het beklimmen in Nepal.” En toen we dus aan Juda vertelden dat we als gezin ook naar Nepal zouden gaan, had hij zich verheugd op rotsachtige bergen met besneeuwde toppen en hij dacht dat we al die tijd al klimmend en klauterend door zouden brengen. Wat een teleurstelling voor hem dat we de stad niet uit zijn geweest, geen berg van dichtbij gezien hebben, laat staan er een beklommen hebben.
We hebben hem geprobeerd uit te leggen dat dit óók Nepal was en dat Mount Everest in een ander deel van Nepal lag. De laatste dag, in de taxi terug naar het vliegveld, zei hij teleurgesteld: “Maar mama, nu zijn we nog niet in het andere Nepal geweest.” Een moederhart breekt bij het zien van zoveel teleurstelling en onbegrip in de ogen van een kind.
Klik hier voor een aantal foto's die we in februari maakten
maandag 28 februari 2011
Laatste 'visa-run'?
Eerlijk is eerlijk: we waren die maandelijkse ‘visa-runs’ allang zat. Het is niet alleen het reizen zelf, maar ook de voorbereidingen, zoals het boeken van een hotel, het inpakken van de koffers, het in je hoofd organiseren van alle praktische zaken. En dan na afloop twee kinderen die hun ritme kwijt zijn, twee ouders die moe zijn en een berg was. Om deze reden (en omdat Juda’s paspoort bijna vol is) besloten we: dit moet anders. We hebben nog drie maanden tot ons verlof, dus een visum voor 90 dagen zou voldoende zijn. We onderzochten mogelijkheden in Hong Kong, Thailand en Maleisië, maar alles bleef onduidelijk en vaag. Het verschilt namelijk niet alleen per land, maar ook per nationaliteit. Zo kan een Maleisiër in Maleisië zonder problemen een visum voor 2 jaar krijgen, terwijl een Nederlander er slechts 30 dagen krijgt. De enige plek waarvan we met redelijke zekerheid konden zeggen dat een Nederlander er een visum voor 90 dagen kon krijgen was Nepal, omdat Robin daar afgelopen januari een goed visum had gekregen.
En dus reden we vorige week van Vrede Stad naar Lente Stad (een reis van 10 uur) en daarna vlogen we van Lente Stad naar buurland Nepal (3 uur vliegen), waar we momenteel in een guesthouse verblijven. Natuurlijk had ik al heel veel verhalen van Robin gehoord, maar toch sloeg de werkelijkheid nog in als een bom. Zo vond ik de leefomstandigheden bij ons in Vrede Stad al armoedig, maar dat bleek nog niks te zijn bij de armoede in Nepal. Straatkinderen, bedelaars, vervallen huizen, kapotte wegen, slechts een paar uurtjes stroom per dag, kraanwater dat op Wikitravel wordt omschreven als ‘grenzend aan dodelijk’. De helft van de bevolking leeft onder de internationale armoedegrens van 1 Euro per dag en ook de helft van de beroepsbevolking is werkloos. De gemiddelde levensverwachting is 60 jaar.
De recente politieke geschiedenis van Nepal is niet niks. In 1996 begon een 10-jarige burgeroorlog, in 2001 vermoordde de kroonprins de koning, de koningin, 7 andere familieleden en beroofde tenslotte zichzelf van het leven en in 2006 werd de nieuwe koning opgeroepen om af te treden en veranderde Nepal van een monarchie in een republiek.
En toch is Nepal een Mekka voor backpackers en andere avonturiers. Velen komen natuurlijk voor een trek in het Himalaya-gebergte, maar ook mensen op zoek naar spiritualiteit kunnen hun geluk niet op. Meditatiecursussen, yogalessen, tempels, goden, boeddha’s en kloosters vliegen je om de oren. Helaas geen Mekka voor families met jonge kinderen en misselijke en lamlendige moeders, dus wij brengen veel tijd door in de tuin van ons guesthouse, waar de kinderen lekker kunnen rennen, met hun handen in de vieze vijver kunnen zitten, met papa in het gras kunnen stoeien en met stokjes de bloemperken kunnen bewerken. Waarschijnlijk wordt dit guesthouse na ons vertrek veranderd in een kind-vrij guesthouse :-)
Geen ideale vakantiebestemming dus, maar het doel is bereikt: we hebben een visum voor 90 dagen gekregen!
Klik hier voor een aantal foto's die we in januari maakten
En dus reden we vorige week van Vrede Stad naar Lente Stad (een reis van 10 uur) en daarna vlogen we van Lente Stad naar buurland Nepal (3 uur vliegen), waar we momenteel in een guesthouse verblijven. Natuurlijk had ik al heel veel verhalen van Robin gehoord, maar toch sloeg de werkelijkheid nog in als een bom. Zo vond ik de leefomstandigheden bij ons in Vrede Stad al armoedig, maar dat bleek nog niks te zijn bij de armoede in Nepal. Straatkinderen, bedelaars, vervallen huizen, kapotte wegen, slechts een paar uurtjes stroom per dag, kraanwater dat op Wikitravel wordt omschreven als ‘grenzend aan dodelijk’. De helft van de bevolking leeft onder de internationale armoedegrens van 1 Euro per dag en ook de helft van de beroepsbevolking is werkloos. De gemiddelde levensverwachting is 60 jaar.
De recente politieke geschiedenis van Nepal is niet niks. In 1996 begon een 10-jarige burgeroorlog, in 2001 vermoordde de kroonprins de koning, de koningin, 7 andere familieleden en beroofde tenslotte zichzelf van het leven en in 2006 werd de nieuwe koning opgeroepen om af te treden en veranderde Nepal van een monarchie in een republiek.
En toch is Nepal een Mekka voor backpackers en andere avonturiers. Velen komen natuurlijk voor een trek in het Himalaya-gebergte, maar ook mensen op zoek naar spiritualiteit kunnen hun geluk niet op. Meditatiecursussen, yogalessen, tempels, goden, boeddha’s en kloosters vliegen je om de oren. Helaas geen Mekka voor families met jonge kinderen en misselijke en lamlendige moeders, dus wij brengen veel tijd door in de tuin van ons guesthouse, waar de kinderen lekker kunnen rennen, met hun handen in de vieze vijver kunnen zitten, met papa in het gras kunnen stoeien en met stokjes de bloemperken kunnen bewerken. Waarschijnlijk wordt dit guesthouse na ons vertrek veranderd in een kind-vrij guesthouse :-)
Geen ideale vakantiebestemming dus, maar het doel is bereikt: we hebben een visum voor 90 dagen gekregen!
Klik hier voor een aantal foto's die we in januari maakten
maandag 21 februari 2011
Elke dag is een cadeautje
Acht maanden geleden had ik twee zwangerschappen achter de rug. Ik had toen nooit kunnen denken dat ik acht maanden later alweer voor de vierde keer zwanger zou zijn. Vier keer een positieve zwangerschapstest, vier keer door die verschrikkelijke periode van misselijkheid, vier keer zo'n ontzettend spannende eerste echo, waarop je je zoon/dochter voor het eerst ziet en je realiseert dat het echt is.
Jawel, ik ben alweer 10 weken zwanger. Snel gegaan na de miskraam, sneller dan we hadden durven hopen. Maar wel heel erg gewild en gewenst. Maar na het verlies van een kindje zal een zwangerschap nooit meer hetzelfde zijn. Mij zul je niet meer horen zeggen: "Als ik die eerste twaalf weken maar door ben, dan zit het wel goed" of "Wij krijgen in september een kindje". Elke dag die dit kindje mag leven is geen vanzelfsprekendheid, maar een gift. Ook het brengen van dit nieuws is niet meer zo leuk als het voorheen was. Nu besef ik me meer dat het voor vriendinnen die iets soortgelijks hebben meegemaakt of die al heel lang wachten op een kindje, helemaal niet persé leuk nieuws is, maar gewoon heel moeilijk.
Vorige week maakten we een moeilijke tijd door, toen ik plotseling heel erg begon te bloeden. Zo erg, dat ik er niet aan twijfelde dat het een miskraam was. Maar na een nachtje slapen stopte het bloeden en begon ik weer hoop te krijgen dat het misschien niet zo ernstig was als ik dacht. "Raadpleeg direct een arts", las ik overal op internet. Makkelijker gezegd dan gedaan op de plek waar wij leven. Ik had wel naar het ziekenhuis kunnen gaan om een echo te laten maken, maar ik kon mezelf er gewoonweg niet toe zetten om weer naar datzelfde ziekenhuis te gaan, om weer op datzelfde bed te moeten klimmen, en misschien wel weer diezelfde dokter in de ogen te kijken en te moeten horen "Your baby is dead." En dus besloten we om een paar dagen te wachten tot we in Lente Stad waren om een echo te laten maken.
En dat was dus vanmorgen. Robin en ik vonden het natuurlijk reuzespannend: én vanwege het verlies van Mika én vanwege het hevige bloedverlies van vorige week. Allebei werden we dan ook emotioneel toen we op het scherm een bewegend kindje zagen! Wat bijzonder toch weer!
Nog steeds zijn we allebei gereserveerd en zeggen steeds tegen elkaar: "We zullen het wel zien." Maar we zijn super dankbaar dat we vandaag een levend wezentje mochten aanschouwen, dus vandaag was een cadeautje.
Jawel, ik ben alweer 10 weken zwanger. Snel gegaan na de miskraam, sneller dan we hadden durven hopen. Maar wel heel erg gewild en gewenst. Maar na het verlies van een kindje zal een zwangerschap nooit meer hetzelfde zijn. Mij zul je niet meer horen zeggen: "Als ik die eerste twaalf weken maar door ben, dan zit het wel goed" of "Wij krijgen in september een kindje". Elke dag die dit kindje mag leven is geen vanzelfsprekendheid, maar een gift. Ook het brengen van dit nieuws is niet meer zo leuk als het voorheen was. Nu besef ik me meer dat het voor vriendinnen die iets soortgelijks hebben meegemaakt of die al heel lang wachten op een kindje, helemaal niet persé leuk nieuws is, maar gewoon heel moeilijk.
Vorige week maakten we een moeilijke tijd door, toen ik plotseling heel erg begon te bloeden. Zo erg, dat ik er niet aan twijfelde dat het een miskraam was. Maar na een nachtje slapen stopte het bloeden en begon ik weer hoop te krijgen dat het misschien niet zo ernstig was als ik dacht. "Raadpleeg direct een arts", las ik overal op internet. Makkelijker gezegd dan gedaan op de plek waar wij leven. Ik had wel naar het ziekenhuis kunnen gaan om een echo te laten maken, maar ik kon mezelf er gewoonweg niet toe zetten om weer naar datzelfde ziekenhuis te gaan, om weer op datzelfde bed te moeten klimmen, en misschien wel weer diezelfde dokter in de ogen te kijken en te moeten horen "Your baby is dead." En dus besloten we om een paar dagen te wachten tot we in Lente Stad waren om een echo te laten maken.
En dat was dus vanmorgen. Robin en ik vonden het natuurlijk reuzespannend: én vanwege het verlies van Mika én vanwege het hevige bloedverlies van vorige week. Allebei werden we dan ook emotioneel toen we op het scherm een bewegend kindje zagen! Wat bijzonder toch weer!
Nog steeds zijn we allebei gereserveerd en zeggen steeds tegen elkaar: "We zullen het wel zien." Maar we zijn super dankbaar dat we vandaag een levend wezentje mochten aanschouwen, dus vandaag was een cadeautje.
dinsdag 15 februari 2011
Pannenkoeken
Laatst was ik pannenkoeken aan het bakken en de eerste pannenkoek werd een flop. Het deed me denken aan een uitspraak die ik eerder in een tijdschrift had gelezen: "Je eerste kind is net als je eerste pannenkoek; hij mislukt altijd."
Nu gaat het mij wat ver om te spreken van een mislukt kind, maar als ik kijk naar Juda, dan kan ik zeker constateren dat hij ons proefkonijn is. Al gaande ontwikkelen we een opvoedstrategie en al doende ontdekken we het ouderschap. We proberen van alles en kijken wat wel of niet werkt. En ja, soms komen we tot de conclusie dat een bepaalde aanpak niet heeft gewerkt en dat we het aan het verkeerde eind hadden. Regelmatig ligt Juda 's avonds in zijn bed te slapen wanneer ik me over hem heen buig, hem een kus geef en zachtjes in zijn oor fluister: "Sorry hoor jongen, maar ik doe m'n best. Ik hou van je."
Onze vrienden brachten afgelopen week ook dit onderwerp ter sprake; zij noemden het het eerste-kind-syndroom. Er lijkt iets te zijn met eerste kinderen. Hebben ze misschien té veel aandacht van hun ouders gehad in hun eerste levensjaren? Of hebben ze misschien een 'tik' meegekregen van de onervarenheid van hun ouders? Hoe het ook zij, het deed me goed dat ik niet de enige was die dit verschijnsel herkende.
Juda. Geboren in Nederland, maar getogen in Azië. Weet feilloos of hij iemand in het Nederlands, Engels of Chinees moet aanspreken. Thuis spreken we alleen maar Nederlands en dat is absoluut zijn eerste taal, maar hij vindt het Engels ook heel interessant en spreekt dat net zo graag. Maar mijn hart brak toch wel toen ik realiseerde dat ik hem afgelopen week voor het eerst gewoon zag communiceren met een leeftijdsgenootje, toen zijn Nederlandse vriendje Levi een paar dagen op bezoek was. In het Nederlands kan hij logische zinnen maken, verhalen vertellen en zijn mening uitdrukken. In het Engels blijft het toch vooral bij wat woordjes en zinnetjes die hij in films als Cars en Toy Story heeft opgepikt. Hoewel hij elke ochtend naar een Chinese school gaat, is zijn Chinees nog maar heel matig. Dat weerspiegelt een beetje hoe hij tegen Chinese mensen aankijkt: hij moet er meestal niet veel van hebben. Misschien zijn ze wel te opdringerig naar zijn smaak en begeven ze zich te snel in zijn persoonlijke ruimte (hij wordt tenslotte altijd en overal aangestaard, aangeraakt en toegeschreeuwd).
De reden dat we volgende week een iets verdere reis gaan maken voor ons visum is onder andere omdat Juda nog twee lege bladzijden over heeft in zijn paspoort en we dus niet meer elke 30 dagen het land in en uit kunnen, maar een 90-dagen-visum nodig hebben. Wanneer ik door de 23 volle visa-pagina's van zijn paspoort blader, zie ik de afgelopen drie jaar aan me voorbijflitsen: Singapore, Myanmar, een paar keer Hong Kong en Vietnam en dan nog heel veel China en Thailand. Geen idee wat dat met je kind doet. Ongetwijfeld kan Juda nog niet zo goed schrijven, tellen of tekenen als andere 3,5 jarigen, maar aan de andere kant: wij hebben weer een kind dat zonder problemen 15 uur in de auto zit, dat zich thuisvoelt op vliegvelden en in hotels, dat op elk willekeurig bed zonder problemen in slaapt valt en voor wie liften, roltrappen, grensovergangen, taxi's, bussen en metro's kinderspel zijn.
Mijn vriendin bakte vorige week pannenkoeken voor ons en na afloop zag ik op het aanrecht een zielig hoopje deeg liggen. Ik vroeg haar: "Kan dit weg?" En alsof het vanzelfsprekend was antwoordde ze: "O, ja dat was de eerste."
Nu gaat het mij wat ver om te spreken van een mislukt kind, maar als ik kijk naar Juda, dan kan ik zeker constateren dat hij ons proefkonijn is. Al gaande ontwikkelen we een opvoedstrategie en al doende ontdekken we het ouderschap. We proberen van alles en kijken wat wel of niet werkt. En ja, soms komen we tot de conclusie dat een bepaalde aanpak niet heeft gewerkt en dat we het aan het verkeerde eind hadden. Regelmatig ligt Juda 's avonds in zijn bed te slapen wanneer ik me over hem heen buig, hem een kus geef en zachtjes in zijn oor fluister: "Sorry hoor jongen, maar ik doe m'n best. Ik hou van je."
Onze vrienden brachten afgelopen week ook dit onderwerp ter sprake; zij noemden het het eerste-kind-syndroom. Er lijkt iets te zijn met eerste kinderen. Hebben ze misschien té veel aandacht van hun ouders gehad in hun eerste levensjaren? Of hebben ze misschien een 'tik' meegekregen van de onervarenheid van hun ouders? Hoe het ook zij, het deed me goed dat ik niet de enige was die dit verschijnsel herkende.
Juda. Geboren in Nederland, maar getogen in Azië. Weet feilloos of hij iemand in het Nederlands, Engels of Chinees moet aanspreken. Thuis spreken we alleen maar Nederlands en dat is absoluut zijn eerste taal, maar hij vindt het Engels ook heel interessant en spreekt dat net zo graag. Maar mijn hart brak toch wel toen ik realiseerde dat ik hem afgelopen week voor het eerst gewoon zag communiceren met een leeftijdsgenootje, toen zijn Nederlandse vriendje Levi een paar dagen op bezoek was. In het Nederlands kan hij logische zinnen maken, verhalen vertellen en zijn mening uitdrukken. In het Engels blijft het toch vooral bij wat woordjes en zinnetjes die hij in films als Cars en Toy Story heeft opgepikt. Hoewel hij elke ochtend naar een Chinese school gaat, is zijn Chinees nog maar heel matig. Dat weerspiegelt een beetje hoe hij tegen Chinese mensen aankijkt: hij moet er meestal niet veel van hebben. Misschien zijn ze wel te opdringerig naar zijn smaak en begeven ze zich te snel in zijn persoonlijke ruimte (hij wordt tenslotte altijd en overal aangestaard, aangeraakt en toegeschreeuwd).
De reden dat we volgende week een iets verdere reis gaan maken voor ons visum is onder andere omdat Juda nog twee lege bladzijden over heeft in zijn paspoort en we dus niet meer elke 30 dagen het land in en uit kunnen, maar een 90-dagen-visum nodig hebben. Wanneer ik door de 23 volle visa-pagina's van zijn paspoort blader, zie ik de afgelopen drie jaar aan me voorbijflitsen: Singapore, Myanmar, een paar keer Hong Kong en Vietnam en dan nog heel veel China en Thailand. Geen idee wat dat met je kind doet. Ongetwijfeld kan Juda nog niet zo goed schrijven, tellen of tekenen als andere 3,5 jarigen, maar aan de andere kant: wij hebben weer een kind dat zonder problemen 15 uur in de auto zit, dat zich thuisvoelt op vliegvelden en in hotels, dat op elk willekeurig bed zonder problemen in slaapt valt en voor wie liften, roltrappen, grensovergangen, taxi's, bussen en metro's kinderspel zijn.
Mijn vriendin bakte vorige week pannenkoeken voor ons en na afloop zag ik op het aanrecht een zielig hoopje deeg liggen. Ik vroeg haar: "Kan dit weg?" En alsof het vanzelfsprekend was antwoordde ze: "O, ja dat was de eerste."
maandag 14 februari 2011
1 x slecht, 4 x goed nieuws
Slecht nieuws: ik kom er vandaag echt niet aan toe om een stukje te schrijven.
Maar, ik heb drie keer goed nieuws:
1. als het meezit valt er deze week eindelijk weer eens een nieuwsbrief van ons door jullie digitale brievenbus
2. ik heb eindelijk weer eens wat nieuwe foto's op de site gezet. Klik hier om ze te bekijken.
3. morgen (hopelijk) wel een stukje, dus een dagje geduld alsjeblieft.
4. het lijkt erop dat je nu een reactie kunt plaatsen op de blog. Ik weet nog niet helemaal precies hoe het werkt, maar volgens mij moet je eerst op de titel van de blog-post klikken voordat je die optie krijgt.
Maar, ik heb drie keer goed nieuws:
1. als het meezit valt er deze week eindelijk weer eens een nieuwsbrief van ons door jullie digitale brievenbus
2. ik heb eindelijk weer eens wat nieuwe foto's op de site gezet. Klik hier om ze te bekijken.
3. morgen (hopelijk) wel een stukje, dus een dagje geduld alsjeblieft.
4. het lijkt erop dat je nu een reactie kunt plaatsen op de blog. Ik weet nog niet helemaal precies hoe het werkt, maar volgens mij moet je eerst op de titel van de blog-post klikken voordat je die optie krijgt.
dinsdag 8 februari 2011
Mount Everest (gastschrijver)
Tijdens de wandeling in de bergen sliepen we in theehuizen. Een theehuis is een soort hostel waar je kunt drinken, eten en slapen. De slaapvertrekken zijn gemaakt van triplex. Er was dus maar een paar millimeter fineer en wat verf dat me ‘s nachts scheidde van de kou.
De eerste nacht droeg ik twee lagen kleding in mijn slaapzak en even dacht ik dat ik dood zou vriezen. De volgende nachten heb ik geen risico genomen en ben ik met thermo ondergoed, vier extra lagen, sokken en een muts gaan slapen.
De theehuizen hebben een kachel in de eetzaal. De eerste paar dagen werd er nog hout gestookt, maar boven 4.000 meter alleen gedroogde poep van jaks. Omdat de kachel meestal om 8 uur ‘s avonds uitging en de gidsen in de eetzaal sliepen, ging ik vaak ook rond die tijd naar bed.
Hoe hoger we kwamen hoe meer uitdagingen er waren. Alles leek bevroren. De waterleiding, mijn tandpasta, mijn drinkfles en de wc. Er was minder zuurstof in de lucht waardoor ik regelmatig hijgend de berg op ging. Mijn zwager beklom op een koude dag om vijf uur ‘s ochtends een berg met - 20 °C. Een dag later kwam hij erachter dat zijn handen bevroren waren geweest en hij frostbite had.
Hoe hoger we kwamen, hoe dichter we ook bij het einddoel kwamen. Everest Base Camp. Dat is de plek waar de echte klimmers hun tenten opzetten en Mount Everest beklimmen. Een gemiddelde klim duurt een maand of drie en kost tussen € 20.000,- en € 45.000,-. Maar dan kun je wel zeggen dat je op het hoogste punt op aarde bent geweest. Volgens internet was de temperatuur toen wij er waren tussen de - 40 °C en - 50 °C, maar het voelde niet zo koud aan.
Toen ik dagdromen kreeg van verse koffie en Tanja’s zelfgebakken koekjes wist ik dat het tijd was om weer naar huis te gaan. Op de terugweg naar het vliegveld kregen we ook nog wat sneeuw. Het vliegtuig had zes uur vertraging wegens slecht weer. Later hoorden we dat we de laatste vlucht hadden en de dagen daarna er geen vluchten waren vanwege het slechte weer.
Ik vond het een mooie ervaring en ben ook weer erg blij om weer thuis te zijn. Ik geniet nu extra van mijn tijd met Tanja, Juda en Zoë.
Trouwe lezers van de blog wees gerust, volgende week schrijft Tanja weer een stukje.
Klik hier voor een aantal foto's.
De eerste nacht droeg ik twee lagen kleding in mijn slaapzak en even dacht ik dat ik dood zou vriezen. De volgende nachten heb ik geen risico genomen en ben ik met thermo ondergoed, vier extra lagen, sokken en een muts gaan slapen.
De theehuizen hebben een kachel in de eetzaal. De eerste paar dagen werd er nog hout gestookt, maar boven 4.000 meter alleen gedroogde poep van jaks. Omdat de kachel meestal om 8 uur ‘s avonds uitging en de gidsen in de eetzaal sliepen, ging ik vaak ook rond die tijd naar bed.
Hoe hoger we kwamen hoe meer uitdagingen er waren. Alles leek bevroren. De waterleiding, mijn tandpasta, mijn drinkfles en de wc. Er was minder zuurstof in de lucht waardoor ik regelmatig hijgend de berg op ging. Mijn zwager beklom op een koude dag om vijf uur ‘s ochtends een berg met - 20 °C. Een dag later kwam hij erachter dat zijn handen bevroren waren geweest en hij frostbite had.
Hoe hoger we kwamen, hoe dichter we ook bij het einddoel kwamen. Everest Base Camp. Dat is de plek waar de echte klimmers hun tenten opzetten en Mount Everest beklimmen. Een gemiddelde klim duurt een maand of drie en kost tussen € 20.000,- en € 45.000,-. Maar dan kun je wel zeggen dat je op het hoogste punt op aarde bent geweest. Volgens internet was de temperatuur toen wij er waren tussen de - 40 °C en - 50 °C, maar het voelde niet zo koud aan.
Toen ik dagdromen kreeg van verse koffie en Tanja’s zelfgebakken koekjes wist ik dat het tijd was om weer naar huis te gaan. Op de terugweg naar het vliegveld kregen we ook nog wat sneeuw. Het vliegtuig had zes uur vertraging wegens slecht weer. Later hoorden we dat we de laatste vlucht hadden en de dagen daarna er geen vluchten waren vanwege het slechte weer.
Ik vond het een mooie ervaring en ben ook weer erg blij om weer thuis te zijn. Ik geniet nu extra van mijn tijd met Tanja, Juda en Zoë.
Trouwe lezers van de blog wees gerust, volgende week schrijft Tanja weer een stukje.
Klik hier voor een aantal foto's.
Abonneren op:
Posts (Atom)