35 weken zwanger nu. Als ik een 'echte' baan had gehad, was ik nu zo ongeveer met verlof gegaan. Maar goed, van het moederschap en het huishouden kun je toch geen verlof nemen, en dus maak ik me toch nog wel moe met wassen, boodschappen doen, verhaaltjes voorlezen, luiers verschonen, brandjes blussen, opruimen, koken, afwassen, enzovoorts. Gelukkig gelooft Robin intussen dat het echt best wel een beetje zwaar voor me is, en dus helpt hij zoveel hij kan en dwingt hij me om 's middags even te rusten.
Het klaarmaken van de babyspullen heb ik zo lang mogelijk uitgesteld. Een stukje zelfbescherming denk ik, voor het geval het toch nog mis zou gaan. Afgelopen weekend vroeg een vriendin: "Ben je nog veel bezig met het verlies van Mika?" Nee, maar ik merk wel dat ik dóór dat verlies deze zwangerschap emotioneel gezien heel anders meemaak. Ik besef me meer dan ooit tevoren dat een levend kind op de wereld zetten absoluut geen vanzelfsprekendheid is, maar dat je eerder mag spreken van een wonder. Maar ja, op een gegeven moment komt er toch een dame langs om te checken of alles gereed is voor de baby en dan moet ik de boel natuurlijk wel op orde hebben, dus ik ben vorige week begonnen met kleertjes wassen en de nodige inkopen doen.
Toen de verloskundige me vroeg: "Wil je thuis of in het ziekenhuis bevallen?", aarzelde ik even met antwoorden. Bij de bevallingen van Juda en Zoë had ik op zich prima ervaringen in het ziekenhuis gehad en ik vind het ook wel een veilig idee. Maar aan de andere kant zou ik het toch wel leuk vinden om te weten hoe het is om thuis te bevallen. En wie weet is dit wel de laatste kans, en dus ga ik het er toch op wagen, ook al vind ik het wel een beetje spannend. Daarnaast lijkt het me ook wel eens leuk om een 'gewone' bevalling mee te maken. Juda lag in stuit en daarom lag ik aan een infuus met weeënopwekkers. Bij Zoë werd ik ingeleid en lag ik dus opnieuw aan de apparaten. Ik ben dus wel benieuwd hoe een bevalling zonder medische poespas verloopt en hoe een natuurlijke wee voelt. We zullen het zien, over een week of vijf. En als het toch weer een ziekenhuisbevalling wordt? Ach, dan vind ik dat ook prima; een levend kind is het belangrijkste.
dinsdag 9 augustus 2011
maandag 1 augustus 2011
Meteen de deur uit
Als kind kon ik er eeuwig ruzie om maken met mijn ouders: dat er zoveel tekenfilms waren die ik niet mocht kijken. Dan ging het vooral over filmpjes met daarin heksen, tovenaars en trollen. Wat een onrecht werd mij aangedaan! En natuurlijk mochten al mijn vriendinnen op school al die series wel kijken en had ik het idee dat ik echt wat miste.
En nu ik zelf moeder ben? Is het net alsof ik mijn ouders hoor praten als ik de filmpjes van onze kinderen beoordeel. Wat mij betreft gaan tekenfilms die over tovenaars en heksen gaan meteen de deur uit en gelukkig deelt Robin deze mening met mij. Misschien best wel extreem en drastisch volgens sommigen, maar we hebben er wel onze goed doordachte redenen voor (en het is dus niet alleen een resultaat van mijn eigen opvoeding).
Ten eerste is het Woord er heel duidelijk over: onze Vader houdt niet van toverij, waarzeggerij, geestenbezwering en magie. Hij walgt ervan en gebiedt ons om ons er niet mee bezig te houden.
Ten tweede merk ik dat enge filmpjes over spoken, monsters en aliens een slechte invloed op Juda hebben: hij wordt er 's nachts bang van en denkt overal in zijn slaapkamer zwarte monsters te zien.
Ten derde is Juda nog te jong om fantasie van werkelijkheid te scheiden. Hij gelooft me niet als ik hem vertel dat sommige dingen niet echt, maar verzonnen zijn. Hoe vaak we hem ook vertellen dat aliens en draken echt niet bestaan, hij heeft het in een filmpje gezien en dus is het voor hem werkelijkheid.
Tenslotte zijn sommige zaken die als fantasie gepresenteerd worden wel degelijk realiteit. Zo hebben wij in Azië genoeg gezien en gehoord over de praktijken van toverdokters om te weten dat hun werk vernietigend is voor de mensen die hem/haar raadplegen en hebben we de angst gezien die mensen hebben voor de geesten van overledenen. Maar ook in Nederland is hekserij een wezenlijk iets en worden er door heksen de meest walgelijke praktijken uitgevoerd. Dit zijn serieuze zaken, geen zaken om peuterfilmpjes over te maken.
Waarom ik nu eigenlijk dit stukje schrijf, is om mijn frustratie te uiten over de hoeveelheid 'rommel' die we tegenkomen op DVDtjes die op het eerste gezicht zo onschuldig lijken. Zowel Winnie de Poeh als Thomas de Stoomlocomotief als Brandweerman Sam vieren Halloween, Calimero gaat naar de waarzegger, Pat & Stan maken elkaar bang met verhalen over zombies die uit graven opstaan en ogen uitzuigen, bij Brandweerman Sam maken ze elkaar bang met verhalen over aliens van Venus, in Thuishaven (Elias) is iedereen bang voor de Spookstraat, Dora en Boots moeten de betovering van de een gemene tovenaar verbreken, in Sesamstraat vinden we de vampier Dracula en ga zo nog maar even door.
En dan doet een christelijke kindertheatermaker er nog een schepje bovenop door een nummer te zingen dat heet "We kunnen toveren." Proberen wij Juda bij te brengen dat God echt niet blij is met toveren, en dan hoort hij zo'n liedje op een verder prima christelijk verantwoorde CD. Ja, dan maak je het ons als ouders wel een beetje moeilijk.
Goed, dit is dus een persoonlijke overtuiging en iedereen mag er van mij het zijne van denken. Ik hoop alleen dat iedereen wel op een bewuste manier mee bezig is met de invloed die (teken)films (en ook boeken) hebben op zijn/haar kind.
En nu ik zelf moeder ben? Is het net alsof ik mijn ouders hoor praten als ik de filmpjes van onze kinderen beoordeel. Wat mij betreft gaan tekenfilms die over tovenaars en heksen gaan meteen de deur uit en gelukkig deelt Robin deze mening met mij. Misschien best wel extreem en drastisch volgens sommigen, maar we hebben er wel onze goed doordachte redenen voor (en het is dus niet alleen een resultaat van mijn eigen opvoeding).
Ten eerste is het Woord er heel duidelijk over: onze Vader houdt niet van toverij, waarzeggerij, geestenbezwering en magie. Hij walgt ervan en gebiedt ons om ons er niet mee bezig te houden.
Ten tweede merk ik dat enge filmpjes over spoken, monsters en aliens een slechte invloed op Juda hebben: hij wordt er 's nachts bang van en denkt overal in zijn slaapkamer zwarte monsters te zien.
Ten derde is Juda nog te jong om fantasie van werkelijkheid te scheiden. Hij gelooft me niet als ik hem vertel dat sommige dingen niet echt, maar verzonnen zijn. Hoe vaak we hem ook vertellen dat aliens en draken echt niet bestaan, hij heeft het in een filmpje gezien en dus is het voor hem werkelijkheid.
Tenslotte zijn sommige zaken die als fantasie gepresenteerd worden wel degelijk realiteit. Zo hebben wij in Azië genoeg gezien en gehoord over de praktijken van toverdokters om te weten dat hun werk vernietigend is voor de mensen die hem/haar raadplegen en hebben we de angst gezien die mensen hebben voor de geesten van overledenen. Maar ook in Nederland is hekserij een wezenlijk iets en worden er door heksen de meest walgelijke praktijken uitgevoerd. Dit zijn serieuze zaken, geen zaken om peuterfilmpjes over te maken.
Waarom ik nu eigenlijk dit stukje schrijf, is om mijn frustratie te uiten over de hoeveelheid 'rommel' die we tegenkomen op DVDtjes die op het eerste gezicht zo onschuldig lijken. Zowel Winnie de Poeh als Thomas de Stoomlocomotief als Brandweerman Sam vieren Halloween, Calimero gaat naar de waarzegger, Pat & Stan maken elkaar bang met verhalen over zombies die uit graven opstaan en ogen uitzuigen, bij Brandweerman Sam maken ze elkaar bang met verhalen over aliens van Venus, in Thuishaven (Elias) is iedereen bang voor de Spookstraat, Dora en Boots moeten de betovering van de een gemene tovenaar verbreken, in Sesamstraat vinden we de vampier Dracula en ga zo nog maar even door.
En dan doet een christelijke kindertheatermaker er nog een schepje bovenop door een nummer te zingen dat heet "We kunnen toveren." Proberen wij Juda bij te brengen dat God echt niet blij is met toveren, en dan hoort hij zo'n liedje op een verder prima christelijk verantwoorde CD. Ja, dan maak je het ons als ouders wel een beetje moeilijk.
Goed, dit is dus een persoonlijke overtuiging en iedereen mag er van mij het zijne van denken. Ik hoop alleen dat iedereen wel op een bewuste manier mee bezig is met de invloed die (teken)films (en ook boeken) hebben op zijn/haar kind.
dinsdag 26 juli 2011
Luxe vs. eenvoud
"Hoe is het nou om weer in Nederland te zijn?" is absoluut de meest-gestelde vraag van de afgelopen 6 weken. Ja, leuk natuurlijk! Meer dan ooit tevoren realiseer ik me dat Nederland best een fijn land is om in te wonen. Op veel terreinen moet ik denken aan het woord walhalla. Nederland is een walhalla op het gebied van onderwijs, voorzieningen voor kinderen, veiligheid, gezondheidszorg, verzekeringen, recreatie, veilig voedsel. Is het leven in Vrede Stad dan zo erg? Nee, eigenlijk helemaal niet. Maar we moeten ons wel beseffen dat Nederland in de wereldranglijst van meest ontwikkelde landen op nummer 7 staat en Middenland (zo zal ik voortaan het land noemen waarin we werken) op nummer 89 (van de 158). Het leven is daar dus helemaal niet slecht als je het vergelijkt met ontwikkelingslanden als Sierra Leone, Soedan, Myanmar en Nepal (bron: website van de Verendigde Naties). Maar het verschil tussen de nummer 7 en de nummer 89 van de lijst is toch best wel groot. Ook een ander onderzoek wijst uit dat Nederlandse kinderen de gelukkigste kinderen ter wereld zijn (bron: ranglijst van Unicef).
Een andere vraag die vaak gesteld wordt is: "Wat mis je het meest van je leven in Vrede Stad?" Ten eerste missen we ons appartement. Gewoon een plek die je zelf ingericht hebt, vol met spullen van jezelf, in plaats van vol met geleend spul (hoewel we heel erg dankbaar zijn voor de spullen die iedereen uitgeleend heeft hoor). Maar het meest missen we nog wel de eenvoud van ons leven daar. Onze vrienden- en kennissenkring daar is niet zo groot, dus we hebben ook niet zoveel 'sociale verplichtingen'. Hier in Nederland hebben we 200 contacten die weer 'bijgeschaafd' moeten worden, wat zorgt voor een redelijk volle agenda. Qua recreatie is er eigenlijk weinig tot niks te doen in Vrede Stad, dus daar wordt onze agenda ook niet mee gevuld. Met winkelen ben je in Vrede Stad ook snel klaar, want je weet gewoon dat er toch niks van je gading bij zit. Ik hoef me niet af te vragen: naar welke supermarkt kan ik het beste gaan? Wat voor toetje zullen we vanavond eten? Naar welk pretpark of welke dierentuin zullen we vandaag gaan? Het leven in Vrede Stad biedt dus veel minder keuzemogelijkheden, wat in eerste instantie een gebrek lijkt, maar bij nader inzien misschien toch wel een luxe is, want er zijn veel minder keuzes die gemaakt hoeven te worden. Hoewel het leven in Vrede Stad weer andere uitdagingen heeft, kampen we daar in ieder geval niet met het probleem van een volle agenda of het niet kunnen maken van een keuze. Lekker simpel.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
Een andere vraag die vaak gesteld wordt is: "Wat mis je het meest van je leven in Vrede Stad?" Ten eerste missen we ons appartement. Gewoon een plek die je zelf ingericht hebt, vol met spullen van jezelf, in plaats van vol met geleend spul (hoewel we heel erg dankbaar zijn voor de spullen die iedereen uitgeleend heeft hoor). Maar het meest missen we nog wel de eenvoud van ons leven daar. Onze vrienden- en kennissenkring daar is niet zo groot, dus we hebben ook niet zoveel 'sociale verplichtingen'. Hier in Nederland hebben we 200 contacten die weer 'bijgeschaafd' moeten worden, wat zorgt voor een redelijk volle agenda. Qua recreatie is er eigenlijk weinig tot niks te doen in Vrede Stad, dus daar wordt onze agenda ook niet mee gevuld. Met winkelen ben je in Vrede Stad ook snel klaar, want je weet gewoon dat er toch niks van je gading bij zit. Ik hoef me niet af te vragen: naar welke supermarkt kan ik het beste gaan? Wat voor toetje zullen we vanavond eten? Naar welk pretpark of welke dierentuin zullen we vandaag gaan? Het leven in Vrede Stad biedt dus veel minder keuzemogelijkheden, wat in eerste instantie een gebrek lijkt, maar bij nader inzien misschien toch wel een luxe is, want er zijn veel minder keuzes die gemaakt hoeven te worden. Hoewel het leven in Vrede Stad weer andere uitdagingen heeft, kampen we daar in ieder geval niet met het probleem van een volle agenda of het niet kunnen maken van een keuze. Lekker simpel.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
dinsdag 19 juli 2011
Een voorrecht om thuis te blijven
De meesten hebben het waarschijnlijk al door, maar waarschijnlijk loont het méér de moeite om op dinsdag de blog te bekijken dan op maandag, omdat ik altijd pas op maandagavond een stukje schrijf. Nu was dat in het Oosten niet zo'n probleem, want we hadden te maken met 6/7 uur tijdsverschil, maar nu kan het zomaar 11 uur 's avonds zijn, voordat ik uiteindelijk op "Publish post" klik.
Om ons heen is het momenteel een komen en gaan van vrienden en familie die op vakantie gaan. Ik gun het iedereen van harte, maar ben absoluut niet jaloers. Hoe heerlijk is het voor ons om niet op reis te hoeven, om lekker máánden achter elkaar thuis te zijn zonder weer de koffers te hoeven pakken en in een ander bed te moeten slapen. Sowieso is op vakantie gaan natuurlijk een luxe die alleen maar is weggelegd voor een heel klein percentage van de wereldbevolking, maar daarnaast realiseerde ik me ook hoeveel mensen er wereldwijd op de vlucht zijn en die er alles voor over zouden hebben om niet te hoeven reizen, om maanden- of zelfs jarenlang op één plek te kunnen verblijven. Die gedachte zette reizen / thuisblijven voor mij in een heel ander daglicht.
Maar stiekem hebben Robin en ik toch wel een heel klein reisje gemaakt hoor: afgelopen nacht maakten we ons eerste nachtje weg mee in bijna 4 jaar tijd. Dat was een cadeautje van mijn ouders en als extra cadeautje kwamen ze ook nog eens op de kleinkinderen passen. Jammer dat het weer niet meewerkte, want anders hadden we natuurlijk lekker een stuk gewandeld in de Vierhoutense bossen, maar ondanks dat hebben we er vooral van genoten om even ruim 24 uur lang niet continu te horen: "Mama kom eens kijken!", "Mama kom eens helpen!" of "Mama hij/zij heeft me zeer gedaan!" We kozen met opzet een restaurant uit waar we nooit met kinderen zouden zijn gaan eten (vanwege het exclusieve menu en de chique aankleding) en vanmorgen kozen we ook voor een activiteit die er nauwelijks van komt mét kinderen: winkelen in Amersfoort. Hoewel het gezellig was, was het winkelen toch een andere ervaring dan een jaar of vijf geleden, bijvoorbeeld omdat ons budget tegenwoordig anders is (toen hadden we allebei een full-time baan), omdat onze kijk op goedkoop/duur nogal veranderd is in Azië (nu vinden we alles hier (te) duur), omdat ik na tien minuten lopen al last krijg van allerlei spieren, banden en pezen in mijn bekken en onderrug (en het drop-moment van shop-till-you-drop dus al heel snel bereikt werd), omdat het regende en omdat het maandagmorgen was en de meeste winkels, op de V&D en Hema na, dus pas om één uur open gingen en toen was ik al gedropt. We waren dus alweer om 3 uur terug in Ermelo, waar we nog even twee uurtjes van de rust genoten voordat de kinderen met opa en oma thuiskwamen.
Wat me wel weer heel erg goed deed was om te horen/zien dat de kinderen zich prima vermaakt en gedragen hadden met opa en oma (ondanks de opkomende waterpokken bij Juda). Ze waren naar het bos geweest, hadden diertjes beschilderd, hadden wafels gebakken, waren naar het Dolfinarium geweest en waren vooral heel, heel erg verwend.
Om ons heen is het momenteel een komen en gaan van vrienden en familie die op vakantie gaan. Ik gun het iedereen van harte, maar ben absoluut niet jaloers. Hoe heerlijk is het voor ons om niet op reis te hoeven, om lekker máánden achter elkaar thuis te zijn zonder weer de koffers te hoeven pakken en in een ander bed te moeten slapen. Sowieso is op vakantie gaan natuurlijk een luxe die alleen maar is weggelegd voor een heel klein percentage van de wereldbevolking, maar daarnaast realiseerde ik me ook hoeveel mensen er wereldwijd op de vlucht zijn en die er alles voor over zouden hebben om niet te hoeven reizen, om maanden- of zelfs jarenlang op één plek te kunnen verblijven. Die gedachte zette reizen / thuisblijven voor mij in een heel ander daglicht.
Maar stiekem hebben Robin en ik toch wel een heel klein reisje gemaakt hoor: afgelopen nacht maakten we ons eerste nachtje weg mee in bijna 4 jaar tijd. Dat was een cadeautje van mijn ouders en als extra cadeautje kwamen ze ook nog eens op de kleinkinderen passen. Jammer dat het weer niet meewerkte, want anders hadden we natuurlijk lekker een stuk gewandeld in de Vierhoutense bossen, maar ondanks dat hebben we er vooral van genoten om even ruim 24 uur lang niet continu te horen: "Mama kom eens kijken!", "Mama kom eens helpen!" of "Mama hij/zij heeft me zeer gedaan!" We kozen met opzet een restaurant uit waar we nooit met kinderen zouden zijn gaan eten (vanwege het exclusieve menu en de chique aankleding) en vanmorgen kozen we ook voor een activiteit die er nauwelijks van komt mét kinderen: winkelen in Amersfoort. Hoewel het gezellig was, was het winkelen toch een andere ervaring dan een jaar of vijf geleden, bijvoorbeeld omdat ons budget tegenwoordig anders is (toen hadden we allebei een full-time baan), omdat onze kijk op goedkoop/duur nogal veranderd is in Azië (nu vinden we alles hier (te) duur), omdat ik na tien minuten lopen al last krijg van allerlei spieren, banden en pezen in mijn bekken en onderrug (en het drop-moment van shop-till-you-drop dus al heel snel bereikt werd), omdat het regende en omdat het maandagmorgen was en de meeste winkels, op de V&D en Hema na, dus pas om één uur open gingen en toen was ik al gedropt. We waren dus alweer om 3 uur terug in Ermelo, waar we nog even twee uurtjes van de rust genoten voordat de kinderen met opa en oma thuiskwamen.
Wat me wel weer heel erg goed deed was om te horen/zien dat de kinderen zich prima vermaakt en gedragen hadden met opa en oma (ondanks de opkomende waterpokken bij Juda). Ze waren naar het bos geweest, hadden diertjes beschilderd, hadden wafels gebakken, waren naar het Dolfinarium geweest en waren vooral heel, heel erg verwend.
donderdag 14 juli 2011
Waar computers niet van houden
Net na het lang-verwachte telefoontje van mijn broer dat mijn schoonzusje de dag na de uitgerekende datum bevallen was van een dochter, Ella Evita, trok één van onze peuters (ik zal geen namen noemen) boos de laptop van tafel en gooide hem op de grond. Daar houden computers niet van. En dus zaten we afgelopen week, voor het eerst in weet-ik-het-hoeveel jaar, zonder toegang tot e-mail en internet. Serieus, ik denk dat we sinds de aanschaf van onze eerste laptop 5 jaar geleden nooit langer dan een dag afgesneden zijn geweest van de buitenwereld (want zo voelt het), zelfs niet op vakantie. En dan heb je 's avonds ineens tijd over. Geen nieuws, e-mails, blogs, websites en Facebook die gelezen moeten worden, geen e-mails en blogs die geschreven moeten worden..... Dan kom je nog eens toe aan het lezen van een boek en kun je vroeg naar bed.
Financieel gezien is het goede nieuws dat het slechts de harde schijf was die gesneuveld was en niet de computer zelf. Dus met de aanschaf van een nieuwe harde schijf bleek het probleem opgelost. Goed nieuws is ook dat Robin best wel trouw is in het maken van back-ups en dat we daardoor slechts de wijzigingen en toevoegingen van de afgelopen drie weken kwijt zijn. Dus mocht je ons tussen 17 juni en 7 juli een mail gestuurd hebben en je wacht nog op antwoord, zou je dan je mail nogmaals kunnen sturen? Alvast bedankt!
Verder nog het goede nieuws dat we er komende zondag voor het eerst sinds de geboorte van Juda met z'n tweetjes één nachtje tussenuit gaan. Daar hebben we heel lang naar uitgekeken. En dat betekent dus ook dat de kinderen voor het eerst in hun leven een nachtje oppas hebben. Om die reden vonden we één nachtje ook wel genoeg. En we gaan, jawel, naar Vierhouten. Op slechts 20 km afstand van Ermelo. Maar goed, zelfs de Heerlickheijd van Ermelo (hier letterlijk om de hoek) was prima geweest, het gaat tenslotte om het samen weg-zijn.
Financieel gezien is het goede nieuws dat het slechts de harde schijf was die gesneuveld was en niet de computer zelf. Dus met de aanschaf van een nieuwe harde schijf bleek het probleem opgelost. Goed nieuws is ook dat Robin best wel trouw is in het maken van back-ups en dat we daardoor slechts de wijzigingen en toevoegingen van de afgelopen drie weken kwijt zijn. Dus mocht je ons tussen 17 juni en 7 juli een mail gestuurd hebben en je wacht nog op antwoord, zou je dan je mail nogmaals kunnen sturen? Alvast bedankt!
Verder nog het goede nieuws dat we er komende zondag voor het eerst sinds de geboorte van Juda met z'n tweetjes één nachtje tussenuit gaan. Daar hebben we heel lang naar uitgekeken. En dat betekent dus ook dat de kinderen voor het eerst in hun leven een nachtje oppas hebben. Om die reden vonden we één nachtje ook wel genoeg. En we gaan, jawel, naar Vierhouten. Op slechts 20 km afstand van Ermelo. Maar goed, zelfs de Heerlickheijd van Ermelo (hier letterlijk om de hoek) was prima geweest, het gaat tenslotte om het samen weg-zijn.
dinsdag 5 juli 2011
Meisje
Tot grote verbazing van onze Amerikaanse vrienden wilden wij er in Thailand niet achter komen of ik een jongen of een meisje in mijn buik draag. Volgens hun gewoonte zou je er wél achter moeten komen, zou je dat ook overal bekend maken en zelfs al vertellen hoe het gaat heten.
Mij maakt het niks uit wat het gaat worden. Volgens de verloskundige lag dat aan het feit dat we een kindje verloren hadden; "Dan ben je blij dat het leeft, wat het ook is". Anderen zeggen: "Ja, je hebt er tenslotte al één van allebei." Wat ook de reden moge zijn, ik geef er niks om en heb er ook nooit iets om gegeven. Oké, ik zag mezelf niet persé als meisjesmoeder: ik loop liever in een spijkerbroek dan een rokje, loop liever op gympen dan op hakschoenen en kan echt geen úren tuttend voor de spiegel doorbrengen. Ik weet zelfs niet eens hoe je een invlecht moet maken! Dus als wij gezegend waren geweest met drie jongens, dan was ik denk ik heel gelukkig geweest.
En toch doet het me wat, zo'n meisje als Zoë. Het eerste jurkje kopen, het eerste staartje maken (nee, geen invlecht dus). Of toen ik laatst mijn teennagels aan het lakken was en zij me vroeg "Mama, Zoë ook?" en ik voor het eerst die pieter-peuterige teennageltjes aan het lakken was. En ik glimlach elke keer weer als ze met haar baby (ik mag het beslist geen 'pop' noemen) door het huis loopt en het verzorgt als een echt moedertje. Of als ze met ieder schoonmaakdoekje dat ze te pakken kan krijgen het huis een grondige beurt gaat geven. Of als ze, nadat ik haar een mooi jurkje heb aangetrokken, zegt: "Papa zien?" (= aan papa laten zien?). Ze wil graag mooi zijn voor haar vader, heel typisch. Het zorgen, het schoonmaken, het mooi willen zijn voor de mannen: het zit er gewoon ín. Wanneer we bij mijn ouders binnenkomen, rent Juda meteen naar de vrachtwagen met race-auto's toe en Zoë naar de kinderwagen met pop. Bijzonder om te zien dat dit verschil al op zo'n jonge leeftijd duidelijk wordt, zonder dat wij hen daarin gestimuleerd hebben (voor zover ik me bewust ben).
Dus hoewel ik me in het verleden niet persé als meisjesmoeder zag, vind ik het hebben van een meisje toch véél leuker dan ik dacht.
Mij maakt het niks uit wat het gaat worden. Volgens de verloskundige lag dat aan het feit dat we een kindje verloren hadden; "Dan ben je blij dat het leeft, wat het ook is". Anderen zeggen: "Ja, je hebt er tenslotte al één van allebei." Wat ook de reden moge zijn, ik geef er niks om en heb er ook nooit iets om gegeven. Oké, ik zag mezelf niet persé als meisjesmoeder: ik loop liever in een spijkerbroek dan een rokje, loop liever op gympen dan op hakschoenen en kan echt geen úren tuttend voor de spiegel doorbrengen. Ik weet zelfs niet eens hoe je een invlecht moet maken! Dus als wij gezegend waren geweest met drie jongens, dan was ik denk ik heel gelukkig geweest.
En toch doet het me wat, zo'n meisje als Zoë. Het eerste jurkje kopen, het eerste staartje maken (nee, geen invlecht dus). Of toen ik laatst mijn teennagels aan het lakken was en zij me vroeg "Mama, Zoë ook?" en ik voor het eerst die pieter-peuterige teennageltjes aan het lakken was. En ik glimlach elke keer weer als ze met haar baby (ik mag het beslist geen 'pop' noemen) door het huis loopt en het verzorgt als een echt moedertje. Of als ze met ieder schoonmaakdoekje dat ze te pakken kan krijgen het huis een grondige beurt gaat geven. Of als ze, nadat ik haar een mooi jurkje heb aangetrokken, zegt: "Papa zien?" (= aan papa laten zien?). Ze wil graag mooi zijn voor haar vader, heel typisch. Het zorgen, het schoonmaken, het mooi willen zijn voor de mannen: het zit er gewoon ín. Wanneer we bij mijn ouders binnenkomen, rent Juda meteen naar de vrachtwagen met race-auto's toe en Zoë naar de kinderwagen met pop. Bijzonder om te zien dat dit verschil al op zo'n jonge leeftijd duidelijk wordt, zonder dat wij hen daarin gestimuleerd hebben (voor zover ik me bewust ben).
Dus hoewel ik me in het verleden niet persé als meisjesmoeder zag, vind ik het hebben van een meisje toch véél leuker dan ik dacht.
dinsdag 28 juni 2011
Regelen, verbazen en schamen
"Ga je nu dan nog wel door met je weblog?" werd mij gevraagd. Over die vraag had ik zelf ook al wel nagedacht. Ik schrijf tenslotte om de mensen thuis op de hoogte te houden van ons leven in Azië. Nou, dat gaat nu even niet op, maar zolang ik nog inspiratie heb, zal ik mijn gedachten en onze belevenissen nog blijven toevertrouwen aan het wereld wijde web.
Gelukkig voelen we ons al niet meer zo vreemd en onwennig als een week geleden. Gelukkig zijn de kinderen over hun jetlag heen en worden nu netjes om 7.00 uur wakker. Gelukkig is het niet zo koud meer als vorige week. Gelukkig zijn we intussen ingeschreven bij de Gemeentelijke Basis Administratie (met uitzondering van Zoë, omdat die in Thailand is geboren) en kunnen we dus aan de slag met het aanmelden bij een huisarts, een afspraak maken bij het consultatiebureau, Juda inschrijven voor de basisschool, mijn zwangerschap melden bij de zorgverzekering, een nieuw rijbewijs voor mij aanvragen, de auto op onze naam zetten, enz. enz. Maar ondertussen houden we wel tijd over om mensen te bezoeken, te acclimatiseren en Juda's lijst met 'eerste keren' langer en langer te maken (bijv. voor het eerst op een zeilboot varen, voor het eerst frikadellen, kersen, sandwichspread en roggebrood eten, voor het eerst eendjes brood voeren, voor het eerst met waterballonnen spelen, voor het eerst dennenappels zoeken).
Robin en ik hebben ons verbaasd over die grote, robuuste fietsen met kratten voorop, over het aanbod van artikelen in de supermarkten (Andrélon voor in laagjes geknipt haar, griezelpasta en speculaas voor op brood), over de dure diesel (toen wij zes jaar geleden een auto kochten was de diesel nog 88 cent, nu 1,26 Euro) en over de postzegels met een grote één erop (wij waren even in de veronderstelling dat je nu 1 Euro moest betalen voor het versturen van een kaart).
En mijn grootste schaamtemoment was niet in de winkel bij het pinautomaat, maar bij mijn tante thuis toen ik mijn nichtje van 14 niet meer herkende en mezelf aan haar voorstelde. Ik stond er versteld van hoeveel iemand verandert tussen de leeftijd van 10 en 14 jaar: een verandering van kind naar jonge vrouw. Maar goed, ik voelde me wel echt heel dom.
Gelukkig voelen we ons al niet meer zo vreemd en onwennig als een week geleden. Gelukkig zijn de kinderen over hun jetlag heen en worden nu netjes om 7.00 uur wakker. Gelukkig is het niet zo koud meer als vorige week. Gelukkig zijn we intussen ingeschreven bij de Gemeentelijke Basis Administratie (met uitzondering van Zoë, omdat die in Thailand is geboren) en kunnen we dus aan de slag met het aanmelden bij een huisarts, een afspraak maken bij het consultatiebureau, Juda inschrijven voor de basisschool, mijn zwangerschap melden bij de zorgverzekering, een nieuw rijbewijs voor mij aanvragen, de auto op onze naam zetten, enz. enz. Maar ondertussen houden we wel tijd over om mensen te bezoeken, te acclimatiseren en Juda's lijst met 'eerste keren' langer en langer te maken (bijv. voor het eerst op een zeilboot varen, voor het eerst frikadellen, kersen, sandwichspread en roggebrood eten, voor het eerst eendjes brood voeren, voor het eerst met waterballonnen spelen, voor het eerst dennenappels zoeken).
Robin en ik hebben ons verbaasd over die grote, robuuste fietsen met kratten voorop, over het aanbod van artikelen in de supermarkten (Andrélon voor in laagjes geknipt haar, griezelpasta en speculaas voor op brood), over de dure diesel (toen wij zes jaar geleden een auto kochten was de diesel nog 88 cent, nu 1,26 Euro) en over de postzegels met een grote één erop (wij waren even in de veronderstelling dat je nu 1 Euro moest betalen voor het versturen van een kaart).
En mijn grootste schaamtemoment was niet in de winkel bij het pinautomaat, maar bij mijn tante thuis toen ik mijn nichtje van 14 niet meer herkende en mezelf aan haar voorstelde. Ik stond er versteld van hoeveel iemand verandert tussen de leeftijd van 10 en 14 jaar: een verandering van kind naar jonge vrouw. Maar goed, ik voelde me wel echt heel dom.
dinsdag 21 juni 2011
Thuiskomen
Jarenlang heb ik uitgekeken naar dit moment: thuiskomen. En eerlijk is eerlijk: het viel best wel tegen. De eerste dagen voelde Nederland absoluut niet als thuis en dacht ik: ik voel me nog meer thuis in Azië dan hier in Nederland. Het voelde gewoon heel vreemd en onwennig. Maar het grappige was dat het met vrienden en familie juist weer was alsof we nooit waren weggeweest. Alsof we vorige week nog bij ze op de koffie waren geweest. En datzelfde zeiden mensen ook steeds tegen ons: "Jullie zijn ook niks veranderd. Het is als vanouds."
Na een lange dag van toen al 19 uur arriveerden we vorige week maandag op het vliegveld van Düsseldorf. We werden daar opgewacht door een welkomstcomité van maar liefst 15 mensen vergezeld door slingers, ballonnen en cadeautjes. Natuurlijk was het wel even een emotioneel moment, maar aan de andere kant was het dus ook meteen weer heel vertrouwd en gezellig. De aankomst in ons huisje was al even verrassend en hartverwarmend: de woonkamer was versierd met slingers, er hing een lange rij met kaarten, er lagen boekjes, puzzels en speelgoed voor de kinderen, de koelkast was gevuld met allemaal lekkers, er stonden bossen bloemen en er lagen allemaal cadeautjes op ons te wachten. Er hing zelfs een naambordje bij de deur! Iedereen bedankt voor zijn/haar aandeel in dit warme welkom!
Waren de eerste dagen voor ons wat onwennig, voor Juda leek het echt een verschrikking te zijn. Voor hem was natuurlijk alles nieuw: de mensen, het huisje, de taal, het landschap, de winkels, het eten. Elke plek waar we kwamen en bijna ieder persoon die we ontmoetten was nieuw voor hem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij na twee dagen alleen nog maar terug naar huis wilde. Naar waar zijn kiepwagen was. Het was voor hem een week van eerste keren: voor het eerst zijn opa Rob ontmoeten, voor het eerst zijn neefjes en nichtje ontmoeten, voor het eerst kroketten eten en Fristi drinken, voor het eerst een molen zien, voor het eerst in een huis met tuin wonen, voor het eerst een fietsenrek zien, voor het eerst in een pannenkoekenrestaurant eten. De eerste dagen hoorden we dan ook elke 5 seconden: "Wow, moet je dat zien!", "Mama, wat is dat?" en "Papa, kijk!" (niet alleen vermoeiend voor hemzelf, maar ook voor ons).
Wijzelf moeten ook weer aan een aantal dingen wennen: we kunnen weer water uit de kraan drinken, we kunnen weer toiletpapier door de WC spoelen, we kunnen weer halfvolle verse melk drinken in plaats van volle houdbare melk. We hebben ook al een heel aantal hoe-zat-dat-ook-alweer-momenten gehad, bijvoorbeeld met het scheiden van afval, het vinden van de weg, het parkeren van de auto. Wat ons in positieve zin opvalt is hoe beleefd en vriendelijk mensen zijn. We zijn helemaal niet meer gewend dat een kassamedewerkster je begroet, bedankt of gedag-zegt. Sterker nog, ik ben het echt een beetje verleerd. Wat ons een beetje beangstigd is hoe verzorgd en trendy mensen erbij lopen. Tip-top volgens de laatste mode, met het haar keurig in model en het gezicht netjes opgemaakt. Ik voel me echt een slons als ik door de winkelstraat loop, terwijl ik me in Azië juist best modieus voelde.
Ik zou een heel boek kunnen schrijven over de indrukken van de afgelopen week, maar ik hou het even hierbij, want waar ik ook wel achter ben: Nederlanders zijn gewoon heel druk en hebben dus geen tijd om ellenlange blogposts te lezen.
Tot slot: nog een aantal nieuwe foto's.
Oja, en dan ben ik nog vergeten om het koude weer, de jetlag en de fietsen met kratten voorop te noemen.....
Na een lange dag van toen al 19 uur arriveerden we vorige week maandag op het vliegveld van Düsseldorf. We werden daar opgewacht door een welkomstcomité van maar liefst 15 mensen vergezeld door slingers, ballonnen en cadeautjes. Natuurlijk was het wel even een emotioneel moment, maar aan de andere kant was het dus ook meteen weer heel vertrouwd en gezellig. De aankomst in ons huisje was al even verrassend en hartverwarmend: de woonkamer was versierd met slingers, er hing een lange rij met kaarten, er lagen boekjes, puzzels en speelgoed voor de kinderen, de koelkast was gevuld met allemaal lekkers, er stonden bossen bloemen en er lagen allemaal cadeautjes op ons te wachten. Er hing zelfs een naambordje bij de deur! Iedereen bedankt voor zijn/haar aandeel in dit warme welkom!
Waren de eerste dagen voor ons wat onwennig, voor Juda leek het echt een verschrikking te zijn. Voor hem was natuurlijk alles nieuw: de mensen, het huisje, de taal, het landschap, de winkels, het eten. Elke plek waar we kwamen en bijna ieder persoon die we ontmoetten was nieuw voor hem. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij na twee dagen alleen nog maar terug naar huis wilde. Naar waar zijn kiepwagen was. Het was voor hem een week van eerste keren: voor het eerst zijn opa Rob ontmoeten, voor het eerst zijn neefjes en nichtje ontmoeten, voor het eerst kroketten eten en Fristi drinken, voor het eerst een molen zien, voor het eerst in een huis met tuin wonen, voor het eerst een fietsenrek zien, voor het eerst in een pannenkoekenrestaurant eten. De eerste dagen hoorden we dan ook elke 5 seconden: "Wow, moet je dat zien!", "Mama, wat is dat?" en "Papa, kijk!" (niet alleen vermoeiend voor hemzelf, maar ook voor ons).
Wijzelf moeten ook weer aan een aantal dingen wennen: we kunnen weer water uit de kraan drinken, we kunnen weer toiletpapier door de WC spoelen, we kunnen weer halfvolle verse melk drinken in plaats van volle houdbare melk. We hebben ook al een heel aantal hoe-zat-dat-ook-alweer-momenten gehad, bijvoorbeeld met het scheiden van afval, het vinden van de weg, het parkeren van de auto. Wat ons in positieve zin opvalt is hoe beleefd en vriendelijk mensen zijn. We zijn helemaal niet meer gewend dat een kassamedewerkster je begroet, bedankt of gedag-zegt. Sterker nog, ik ben het echt een beetje verleerd. Wat ons een beetje beangstigd is hoe verzorgd en trendy mensen erbij lopen. Tip-top volgens de laatste mode, met het haar keurig in model en het gezicht netjes opgemaakt. Ik voel me echt een slons als ik door de winkelstraat loop, terwijl ik me in Azië juist best modieus voelde.
Ik zou een heel boek kunnen schrijven over de indrukken van de afgelopen week, maar ik hou het even hierbij, want waar ik ook wel achter ben: Nederlanders zijn gewoon heel druk en hebben dus geen tijd om ellenlange blogposts te lezen.
Tot slot: nog een aantal nieuwe foto's.
Oja, en dan ben ik nog vergeten om het koude weer, de jetlag en de fietsen met kratten voorop te noemen.....
zondag 12 juni 2011
Leuk, maar vast niet altijd makkelijk
Ik kan het bijna niet geloven: morgen staan we al op Nederlandse bodem (als alles goed gaat)! De afgelopen twee weken waren een goede tussen-periode, een soort ‘vacuüm’. We hadden onze eerste termijn op het veld al afgerond, maar waren nog niet begonnen aan ons verlof. Hierdoor hadden we even goed de tijd om terug te kijken en vooruit te kijken. Als ik denk aan onze terugkeer naar Nederland, dan heb ik er vooral heel veel zin in, maar er zijn ook wel een aantal dingen waar ik tegenop zie. Zoals:
In de supermarkt te staan en als een debiel naar alle briefjes en muntjes te staan kijken om uit te vinden hoe die er ook al weer uit zien. Want ja, dat ben ik echt helemaal vergeten. Gelukkig bereidde een collega ons er deze week al op voor dat je je pinpas tegenwoordig niet meer door een gleuf haalt, maar dat de chip gelezen wordt. Scheelt weer een schaamte-moment....
Dat mensen gaan vragen: “Kun je Chinees koken voor ons?” Ja, dat zou ik wel kunnen, maar hoe de mensen in onze provincie koken is echt niet zoals dat bij de Chinees in Nederland gebeurt en het komt ook niet in de buurt van een Knorr- of Maggi-pakje. Het eten in onze provincie wordt vooral getypeerd door heel veel olie en zout en verder weinig smaak. Niks bijzonders dus en ik denk niet dat ik er iemand blij mee zou maken.
De vraag: “Hoe was China?” Ja ehm, heb je effe? Ik denk niet dat ik dat in één woord kan beschrijven. Nee ook niet in één zin of in één minuut. Sterker nog, ik weet niet of ik het überhaupt onder woorden kan brengen. Het was mooi, het was moeilijk, het was genieten, het was zwaar. We hebben het gevoel dat we helemaal gebroken, maar ook heel veel gegroeid zijn. We hebben veel geleerd, maar voelen ons ook nog steeds als baby’s. Maar goed, het feit dat we nog steeds het verlangen hebben om door te gaan met dit werk, laat denk ik toch wel zien dat het een overwegend positieve ervaring was.
Om erachter te komen hoeveel ‘onze wereld’ verschilt van die van de gemiddelde Nederlander. In ‘onze wereld’ bestaan geen carrières, geen salarissen, geen van-negen-tot-vijf-banen, geen nieuwe keukens of badkamers, geen uitbouwen, geen babykamers, geen zwembaden, geen speelparadijzen, geen dierentuinen, geen warenhuizen. 'Onze wereld' daarentegen kent weer visaproblemen, paspoortproblemen, verlopen vaccinaties, taalbarrières, muggen die enge ziektes overbrengen, hondenbeten die rabiës kunnen veroorzaken, festivals in het teken van geesten en demonen en natuurlijk rijst, rijst en nog eens rijst. Niet dat ik hiermee wil aangeven hoe zielig we zijn (want dat zijn we niet), maar dat we de afgelopen jaren in Azië ons met heel andere zaken hebben beziggehouden dan in de jaren daarvoor.
Ik hoop niet dat ik jullie hiermee ontmoedigd heb om contact met ons te zoeken en met ons te praten. Want ik weet zeker dat we ondanks de verschillen en de niet-beantwoordbare vragen, toch nog heel veel gemeen hebben en hele leuke, interessante gesprekken kunnen hebben. En zoals gezegd: we hebben vooral heel, heel veel zin in ons verlof!
We hopen jullie snel te ontmoeten!
In de supermarkt te staan en als een debiel naar alle briefjes en muntjes te staan kijken om uit te vinden hoe die er ook al weer uit zien. Want ja, dat ben ik echt helemaal vergeten. Gelukkig bereidde een collega ons er deze week al op voor dat je je pinpas tegenwoordig niet meer door een gleuf haalt, maar dat de chip gelezen wordt. Scheelt weer een schaamte-moment....
Dat mensen gaan vragen: “Kun je Chinees koken voor ons?” Ja, dat zou ik wel kunnen, maar hoe de mensen in onze provincie koken is echt niet zoals dat bij de Chinees in Nederland gebeurt en het komt ook niet in de buurt van een Knorr- of Maggi-pakje. Het eten in onze provincie wordt vooral getypeerd door heel veel olie en zout en verder weinig smaak. Niks bijzonders dus en ik denk niet dat ik er iemand blij mee zou maken.
De vraag: “Hoe was China?” Ja ehm, heb je effe? Ik denk niet dat ik dat in één woord kan beschrijven. Nee ook niet in één zin of in één minuut. Sterker nog, ik weet niet of ik het überhaupt onder woorden kan brengen. Het was mooi, het was moeilijk, het was genieten, het was zwaar. We hebben het gevoel dat we helemaal gebroken, maar ook heel veel gegroeid zijn. We hebben veel geleerd, maar voelen ons ook nog steeds als baby’s. Maar goed, het feit dat we nog steeds het verlangen hebben om door te gaan met dit werk, laat denk ik toch wel zien dat het een overwegend positieve ervaring was.
Om erachter te komen hoeveel ‘onze wereld’ verschilt van die van de gemiddelde Nederlander. In ‘onze wereld’ bestaan geen carrières, geen salarissen, geen van-negen-tot-vijf-banen, geen nieuwe keukens of badkamers, geen uitbouwen, geen babykamers, geen zwembaden, geen speelparadijzen, geen dierentuinen, geen warenhuizen. 'Onze wereld' daarentegen kent weer visaproblemen, paspoortproblemen, verlopen vaccinaties, taalbarrières, muggen die enge ziektes overbrengen, hondenbeten die rabiës kunnen veroorzaken, festivals in het teken van geesten en demonen en natuurlijk rijst, rijst en nog eens rijst. Niet dat ik hiermee wil aangeven hoe zielig we zijn (want dat zijn we niet), maar dat we de afgelopen jaren in Azië ons met heel andere zaken hebben beziggehouden dan in de jaren daarvoor.
Ik hoop niet dat ik jullie hiermee ontmoedigd heb om contact met ons te zoeken en met ons te praten. Want ik weet zeker dat we ondanks de verschillen en de niet-beantwoordbare vragen, toch nog heel veel gemeen hebben en hele leuke, interessante gesprekken kunnen hebben. En zoals gezegd: we hebben vooral heel, heel veel zin in ons verlof!
We hopen jullie snel te ontmoeten!
zondag 5 juni 2011
De afgelopen week
Reis
De reis van Vrede Stad naar Chiang Mai (Thailand) verliep wonderbaarlijk goed. Dit kwam ook vooral door een aantal lieve mensen die op ons pad werden gestuurd om ons te helpen. Zo was er een Thais meisje dat op hetzelfde moment van Vrede Stad naar Lente Stad reisde en die ons hielp in de bus, de taxi en de trein. Daarnaast ontmoetten we op het treinstation een Engelse reiziger (de eerste toerist die we ooit in deze uithoek zijn tegengekomen) die ons hielp de koffers de trein in en de trein uit te krijgen. Toen we om 5 uur ‘s ochtends in Lente Stad arriveerden stond daar al een vriend klaar om de koffers in zijn auto te laden en ons naar zijn huis te brengen. Tussen de middag kregen we daar een stevige warme maaltijd en in de loop van de middag werden we naar het vliegveld gebracht. Echt serieus: ikzelf heb de hele reis geen koffer hoeven tillen.
Echo
De dag na aankomst in Chiang Mai konden we onze nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en reden we op ons scootertje meteen naar het ziekenhuis voor een echo. De baby groeide goed en het hart en de hersentjes zagen er in ieder geval goed uit. En daarmee ben ik op dit moment dik tevreden. Daarnaast is er hier gewoon goede medische zorg voorhanden, dus ik voel me al een stuk meer ontspannen dan in Vrede Stad. Op een gegeven moment vroeg de dokter: “Wil je weten of het een jongen of een meisje wordt?” Ik antwoordde: “Nee.” Maar toen hij daarna zei: “Weet je het zeker? Ik kan het nu namelijk heel goed zien,” moest ik toch wel even op mijn tong bijten. Natuurlijk zijn we hartstikke nieuwsgierig, maar we hebben besloten dat er op deze manier nog een leuke verrassing overblijft voor september.
Verjaardag
Op diezelfde dag vierde ik ook mijn 29 verjaardag. Voor het derde jaar op rij viel mijn verjaardag tijdens ons verblijf in Chiang Mai en daardoor ging het toch een beetje ongemerkt voorbij. Gelukkig had mijn moeder een lief pakketje samengesteld en pasten vrienden ‘s avonds op de kinderen, waardoor Robin en ik samen uit eten konden. Tijdens het eten werden ook potentiële babynamen besproken en we zijn blij dat we nu zowel een jongens- als een meisjesnaam hebben.
Tandarts
Op donderdag bracht Juda zijn eerste bezoek aan de tandarts. Hij mocht op Robins buik in de stoel liggen en de tandarts was een lief mens die dik tevreden was. Na afloop mocht Juda een speelgoedje uitkiezen en kreeg hij een ballon mee, dus hopelijk helpen deze herinneringen bij ons volgende tandartsbezoek.
Vaccinaties
Op vrijdag ons laatste medische uitje: naar het ziekenhuis voor vaccinaties van de kinderen. Zoë was na de twee prikjes in haar billen al gauw weer stil, maar Juda was na afloop flink van streek. Hij bleef maar zeggen: “Ik ben zó boos op die zuster. Ik wil haar wel slaan, of duwen, of knijpen!” Na het eten van een ijsje zwakte zijn woede gelukkig gelukkig wat af.
Vakantie
Als je mij een jaar geleden had gevraagd: “Hoe was je vakantie?” dan had ik geantwoord: “Hoezo, heeft een moeder ooit vakantie?” Maar dit jaar kunnen de kinderen allebei zelfstandig eten, zelfstandig spelen, zelfstandig lopen, zelfstandig zwemmen en slapen ze de nachten goed door en komen we eindelijk eens toe aan wat ontspanning tijdens de vakantie. Nog even drie maandjes van dit stadium genieten, voordat we er (hopelijk) weer een klein handenbindertje bij hebben.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
De reis van Vrede Stad naar Chiang Mai (Thailand) verliep wonderbaarlijk goed. Dit kwam ook vooral door een aantal lieve mensen die op ons pad werden gestuurd om ons te helpen. Zo was er een Thais meisje dat op hetzelfde moment van Vrede Stad naar Lente Stad reisde en die ons hielp in de bus, de taxi en de trein. Daarnaast ontmoetten we op het treinstation een Engelse reiziger (de eerste toerist die we ooit in deze uithoek zijn tegengekomen) die ons hielp de koffers de trein in en de trein uit te krijgen. Toen we om 5 uur ‘s ochtends in Lente Stad arriveerden stond daar al een vriend klaar om de koffers in zijn auto te laden en ons naar zijn huis te brengen. Tussen de middag kregen we daar een stevige warme maaltijd en in de loop van de middag werden we naar het vliegveld gebracht. Echt serieus: ikzelf heb de hele reis geen koffer hoeven tillen.
Echo
De dag na aankomst in Chiang Mai konden we onze nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en reden we op ons scootertje meteen naar het ziekenhuis voor een echo. De baby groeide goed en het hart en de hersentjes zagen er in ieder geval goed uit. En daarmee ben ik op dit moment dik tevreden. Daarnaast is er hier gewoon goede medische zorg voorhanden, dus ik voel me al een stuk meer ontspannen dan in Vrede Stad. Op een gegeven moment vroeg de dokter: “Wil je weten of het een jongen of een meisje wordt?” Ik antwoordde: “Nee.” Maar toen hij daarna zei: “Weet je het zeker? Ik kan het nu namelijk heel goed zien,” moest ik toch wel even op mijn tong bijten. Natuurlijk zijn we hartstikke nieuwsgierig, maar we hebben besloten dat er op deze manier nog een leuke verrassing overblijft voor september.
Verjaardag
Op diezelfde dag vierde ik ook mijn 29 verjaardag. Voor het derde jaar op rij viel mijn verjaardag tijdens ons verblijf in Chiang Mai en daardoor ging het toch een beetje ongemerkt voorbij. Gelukkig had mijn moeder een lief pakketje samengesteld en pasten vrienden ‘s avonds op de kinderen, waardoor Robin en ik samen uit eten konden. Tijdens het eten werden ook potentiële babynamen besproken en we zijn blij dat we nu zowel een jongens- als een meisjesnaam hebben.
Tandarts
Op donderdag bracht Juda zijn eerste bezoek aan de tandarts. Hij mocht op Robins buik in de stoel liggen en de tandarts was een lief mens die dik tevreden was. Na afloop mocht Juda een speelgoedje uitkiezen en kreeg hij een ballon mee, dus hopelijk helpen deze herinneringen bij ons volgende tandartsbezoek.
Vaccinaties
Op vrijdag ons laatste medische uitje: naar het ziekenhuis voor vaccinaties van de kinderen. Zoë was na de twee prikjes in haar billen al gauw weer stil, maar Juda was na afloop flink van streek. Hij bleef maar zeggen: “Ik ben zó boos op die zuster. Ik wil haar wel slaan, of duwen, of knijpen!” Na het eten van een ijsje zwakte zijn woede gelukkig gelukkig wat af.
Vakantie
Als je mij een jaar geleden had gevraagd: “Hoe was je vakantie?” dan had ik geantwoord: “Hoezo, heeft een moeder ooit vakantie?” Maar dit jaar kunnen de kinderen allebei zelfstandig eten, zelfstandig spelen, zelfstandig lopen, zelfstandig zwemmen en slapen ze de nachten goed door en komen we eindelijk eens toe aan wat ontspanning tijdens de vakantie. Nog even drie maandjes van dit stadium genieten, voordat we er (hopelijk) weer een klein handenbindertje bij hebben.
Klik hier voor een aantal nieuwe foto's
Abonneren op:
Posts (Atom)